fbpx


Onderwijs

Voor een slimme onderwijshervorming

Differentiëring is geen mirakeloplossing



VSO

Toen ik medio jaren ‘80 studeerde in normaalschool Sint-Thomas, werden we elke dinsdag gedropt in oefenscholen om aldaar het jonge grut om te toveren tot proefkonijn van onze pedagogische beschouwingen.

Zelf afkomstig uit het traditioneel onderwijs, waren deze proefscholen allemaal onderdeel van het VSO (Vernieuwd Secundair Onderwijs), ook bekend als Type I. Volgens sommige van onze pedagogen het juiste type, ook al zat er toen reeds de klad in. Ik herinner me dat geschiedenislessen thematisch waren en startten vanaf de 19e eeuw – een medestudente moest het zelfs ooit hebben over de ‘verlichting‘ in een tweede jaar…

De doelstellingen en het opzet waren zeker nobel, maar in de praktijk bleek het utopisch en eigenlijk vrij duur . Het gezond verstand overheerste en zo kwamen we tot het ‘eenheidstype‘ dat een beperkt aantal principes van VSO overnam en tegelijk een actualisering inhield van het traditioneel onderwijs.

Toch horen we nu opnieuw een aantal principes van het VSO weerklinken bij sommige partijen – zo hoorde ik opnieuw in een debat in Dendermonde woorden vallen bij sommige partijen die passen in de terminologie van toen. In 1988 is men echter tot het besluit gekomen dat het ‘gelijkschakelen‘ van leerlingen utopie is. Blijkbaar zijn er dan toch te weinig lessen getrokken uit het recente verleden.

Pisa

Laat niemand u iets wijsmaken – ons onderwijs is goed, zeer goed. Vlaamse leerlingen scoren goed wat niet wegneemt dat een aantal flikkerlichten onze aandacht moeten krijgen en de nodige maatregelen vereisen.

Dat te veel leerlingen de school verlaten zonder diploma is een zorg – dat technisch onderwijs nog steeds worstelt met een imago-probleem is eveneens juist.

Het aantal vervroegde schoolverlaters ligt bij anderstaligen driemaal hoger; m.a.w. heel wat kinderen worstelen met hun Nederlands en daardoor laten we kansen liggen.

Zorg daarom voor taalscreening bij overgang kleuter naar basisonderwijs, van lager naar secundair, maak middelen vrij om deze kwetsbare groep aan boord te houden. Tot anderhalf jaar geleden stond ik zelf in Voeding en Verzorging (BSO) les te geven in Groot-Bijgaarden– vaak bleek een te gebrekkige kennis van het Nederlands een struikelblok. Je kan ouders aanmoedigen om dit te laten bijspijkeren maar dat volstaat niet – we moeten hier echt op inzetten, en dat geldt niet alleen voor de centrumsteden alleen of de Rand.

We hebben te weinig geschoolde technische mensen op de arbeidsmarkt – je moet dus vanaf jonge leeftijd leerlingen daarmee in contact brengen. En daar gaan we als N-VA ook voor: laat Wetenschap en Techniek introduceren in het basisonderwijs als volwaardig vak, zo boor je de juiste talenten aan.

Als leraar in de tweede graad (3e en 4e jaar) hoorde ik vaak ouders zeggen dat ze blij waren dat hun kind eindelijk op zijn plaats zat, en waarom ze toch niet vroeger voor dat TSO hadden gekozen…

Pompen of verzuipen

Een aantal collega’s uit de eerste graad optie Technologie of Beroepsvoorbereidend leerjaar (1B) hebben me op zeer duidelijke wijze diets gemaakt dat ze van mij verwachten nooit mee te gaan in die brede eerste graad – ‘nefast voor onze leerlingen‘ was het argument. Niet elk kind is gelijk – je moet er gewoon voor zorgen dat ze zo snel mogelijk op de juiste plaats zitten, dan kan je er heel wat uit halen en kunnen ze boven zichzelf uitstijgen.

Ik heb evenwel de indruk dat sommigen toch wel ver van de dagelijkse realiteit staan. Differentiëring is blijkbaar het wondermiddel in het onderwijs voor sommigen. Misschien er even op attent maken dat al heel wat leerkrachten nu al differentiëren in hun lessen. Maar ook daar is een grens: als de verschillen binnen een klasgroep qua talenten zo ver uit elkaar liggen, dreigt de differentiëring zijn doel kwijt te raken. Een leraar is geen superman; in een eerste jaar Latijn of optie Technologie is er sowieso binnen de groep al heel wat heterogeniteit – deze nog rabiaat versterken is voor geen enkele leerling een pluspunt.

Het wordt dan pompen of verzuipen voor de leerling én de leraar.

Doen wat moet

Soms deed Mieke Van Hecke me denken aan Alexander De Grote – die sleurde zijn troepen mee over berg en dal, tot hij achterom keek en besefte dat zijn troepen er genoeg van hadden en niet meer verder wilden.

En de leraarskamer volgt die dadendrang tot grote hervormingen niet – volgens een parlementslid van CD&V speelt N-VA in op de gevoelens én wakkert de vrees aan bij de leerkrachten. Nu, en ik kan er van mee spreken, leraars zijn geen doetjes en zijn vaak behept met een sterk karakter – die maak je dus niets wijs.

Dus moet men het ons vergeven als we luisteren naar die pedagogen die dagelijks voor de klas staan, die tijd willen maken voor hun leerlingen en tabak hebben aan een brede eerste graad.

Laat ons eerst werk maken van minder regeltjes, plannen en duizend én een doelstellingen en ervoor zorgen dat leerlingen deftige lokalen hebben en scholen met enig  comfort.

Moet er dan echt niets veranderen? Natuurlijk wel, die staan ook in het akkoord dat we mee onderhandeld hebben – die reeks van slimme maatregelen moet uitgevoerd worden. Dat er te veel richtingen zijn bijvoorbeeld, dat onderschrijven we ook – daar zal de Vlaamse regering ook knopen moeten doorhakken.

Maar onderwijs is voor N-VA zo belangrijk dat we duidelijk stellen waar we voor staan en aan de kiezer duidelijk te maken waar we als partij niet achter staan – de leraars, leerlingen en hun ouders hebben recht op ondubbelzinnigheid.

Toekomst

Het is goed dat er een debat woedt over onderwijs, maar natuurlijk is het essentieel dat een volgende Vlaamse regering de juiste weg inslaat. Je kan maatregelen invoeren maar de essentie blijft bij de mensen, niet de structuren. We moeten vooral de leerkrachten motiveren, want zij zijn de bepalende factor – daar kan nooit een hi-tech klaslokaal tegen op (ook al is dat een zeer nuttig hulpmiddel). En we zien nog altijd een sterk lerarenkorps in onze scholen, al moeten we waakzaam zijn. De terechte opmerking over de planlast mag niet zomaar genegeerd worden, en rust op de werkvloer is een belangrijk gegeven om die kwaliteit te behouden.

Het feit dat beginnende leerkrachten teveel afhaken moet aangepakt worden, het hollen van interim naar interim, dat in combinatie met te veel papierwerk is wellicht daar één van de oorzaken.

En laat ons tegelijk meer vrijheid en vertrouwen geven aan onze directies en hun leraren; we hebben soms de neiging om alle maatschappelijke problemen te laten oplossen door het onderwijs – dat gaat nu eenmaal niet en legt te veel druk op.

Als leraar is het de ultieme voldoening dat je leerlingen uitzwermen en als een persoonlijkheid in het leven hun rol opnemen; als we met z’n allen daar blijven voor gaan – dan wacht er ons in Vlaanderen een mooie toekomst.

Foto © Reporters

Marius Meremans is Vlaams parlementslid voor de N-VA en was tot dat mandaat leraar Frans, Engels, Geschiedenis en Latijn aan Don Bosco Groot-Bijgaarden en Sint–Vincentiusinstituut Dendermonde 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Marius Meremans

Marius Meremans is Vlaams Parlementslid voor N-VA.