Voorspellingen voor De Croo I

Het gebrek aan cohesie in De Croo I zal de nieuwe regering wellicht voortijdig als een kaartenhuisje in elkaar doen zakken.

Zelfs eigen kopstukken als Wilmès spaarden de voorbije dagen de voorzitter van de MR niet. Zij heeft publiekelijke gesteld: ‘Er moet een einde komen aan het despotisme, het nepotisme en de praktijken die aan een maffiaclan doen denken’. Deze uitspraak werd in De Standaard van 7 oktober 2020 aangevuld met de mening van Denis Ducarme, één van de (weinige) MR-coryfeeën die stelde: ‘Ik werk in de politiek samen met mensen die hetzelfde doel hebben. Dat zijn niet noodzakelijk mensen die ik graag mag’.

Narcissistische Bouchez haalt het einde niet

Klinkt niet veelbelovend. Maar het klopt behoorlijk met het algemeen verspreide beeld van J.L. Bouchez als een onmogelijk mens om mee samen te werken, als een narcist. ‘Narcisme’ staat onder meer voor individuen die geen oprechte relaties kunnen onderhouden met de mensen om hen heen. Dat is toch wel een noodzaak wanneer je een krabbenmand als de MR wil aansturen. Nee, het lijkt wel duidelijk dat de belangrijkste bedreiging voor De Croo I de voorzitter van het Waalse equivalent van zijn eigen Open Vld is.

De neutrale toeschouwer zou dan besluiten: gezien de massale tegenwind waarmee de heer Bouchez te maken krijgt, zal hij zijn manier van doen wel bijsturen. Niets is minder waar. Narcisme is een persoonlijkheidsstoornis die notoir moeilijk behandelbaar is. Narcisme ontstaat immers tijdens de vroege kindertijd, wanneer er iets fout gaat in de emotionele ontwikkeling. Het kind verwijdert zich daarbij van zijn [1] eigen kern. Doordat de problematiek zo diepgeworteld is, valt een narcistische persoonlijkheidsstoornis erg moeilijk te behandelen. Therapie werkt zelden, omdat een narcist zijn probleem weigert te onderkennen. Zelfs al drukt de hele wereld hem er met de neus op. Neem bijvoorbeeld Donald Trump. Ik heb nooit een president van een machtig land geweten die wereldwijd zo wordt beschimpt… maar dat deert hem niet. De wetenschap dat de geschiedenis keihard over hem zal oordelen, leidt niet tot een gedragsverandering.

Als tegengewicht tegen de dominantie van hun voorzitter, die niet altijd door redelijkheid en een goed zicht op de zaak wordt geïnspireerd (jawel: het gedrag en het lot van Trump hebben een voorspellende waarde voor de heer Bouchez), beslisten de Franstalige liberalen dan maar hun partijtop uit te breiden (‘Partijtop MR wordt zo groot als een voetbalploeg’, stelde De Standaard van 7 oktober 2020). Geloven ze onder de taalgrens echt dat dit gaat helpen?

Ook Frank zal het moeilijk krijgen om de finish te bereiken…

Op 6 oktober 2020 had CD&V-voorzitter Joachim Coens laten horen: ‘Er zal absoluut (…) wat wrijving zijn tussen wat Meryame Kitir en Frank Vandenbroucke moeten verdedigen (…).’ Onze nieuwe federale minister bevoegd voor Volksgezondheid en Sociale Zaken is immers een verstandig en gestudeerd man. Hoogleraar zijnde laat hij objectieve feiten zwaarder doorwegen dan partijpolitieke slaafsheid of syndicale onderhorigheid. Dit bewees hij toen hij in de Vlaamse regering verantwoordelijk werd voor onderwijs. Men nam hem daar zijn regeldrift kwalijk. In de eerste plaats door het onderwijsveld zelf. Dat kreeg stilaan genoeg van een stortvloed aan regels en regeltjes. maar hij heeft alvast één verworvenheid op zijn palmares staan om ‘u’ tegen te zeggen: hij legde de lat maximaal gelijk tussen het vrije onderwijs en het gemeenschapsonderwijs (beter bekend onder de afkorting Go) met inbegrip van het officieel onderwijs.

Die beide laatste hadden sinds hun ontstaan belangrijke voordelen in de wacht gesleept ten aanzien van de ‘vrije’ (doorgaans confessionele) scholen, die verplicht waren de gaten in hun begroting toe te rijden door het jaarlijkse organiseren van een schoolfeest en een wafelenbak. Die ongelijke behandeling was een objectieve onrechtvaardigheid. Frank presteerde het om, tegen de belangen van zijn achterban in (socialisten en liberalen beschouwden het gemeenschapsonderwijs toen zowat als hun privébezit en als het instrument bij uitstek om de impact van de katholieke kerk op de opvoeding van jongeren te matigen), de financiële en organisatorische behandeling van de drie onderwijsnetten zowat gelijk te schakelen.

Kroniek van een aangekondigde terugtrekking

Wellicht heeft dit hem de reputatie opgeleverd als een Einzelgänger. Iemand die niet blindelings de consignes opvolgt van een partijtop die uitsluitend oog heeft voor het bedienen van de eigen achterban, maar die ook de belangen van de maatschappij-als-geheel (m.i.v. die van Vlaanderen) in het oog houdt. Dat is een zeldzame kwaliteit in onze regeringen. Maar het houdt tevens een kroniek in van een aangekondigde terugtrekking. Ik ben benieuwd hoe lang het gaat duren vooraleer minister Vandenbroucke zijn partijgenoten zodanig op de zenuwen werkt dat hij zal beslissen het schip te verlaten en terug te keren naar de veilige academische omgeving waarin hij de laatste jaren zo succesvol heeft gefunctioneerd.

Déjà-vu

Het zal voor hem een déjà-vu-belevenis zijn. Hij was al eens verantwoordelijk voor het departement Sociale Zaken in de regering Dehaene I. In maart 1995 nam hij ontslag uit de federale regering naar aanleiding van het Agustaschandaal. De PS ging vlotjes akkoord met die terugtrekking. Frank dreigde immers werk te maken van belangrijke (en noodzakelijke) saneringen inzake de gezondheidszorg. En dat was niet naar de zin van de Franstalige socialisten. Niet zoveel later streek hij zijn Franstalige collega’s namelijk tegen de haren in toen hij duidelijk maakte dat inzake de ziekteverzekering moest beknibbeld worden op de kosten. Onder druk van de PS nam hij dan ontslag in de regering. Een scenario dat er nu ook weer aankomt.

Een vroegere uitspraak van hem in de Vlaamse pers — ‘Onze politieke cultuur maakt grondig hervormen onmogelijk’ — zal hem allicht blijven achtervolgen. Het is immers zonneklaar dat men de door hem beoogde trendbreuk in de politieke besluitvorming alleen zal kunnen keren mits een grondige hervorming van onze structuren. En dat is niet bepaald wat de sp.a, laat staan de PS, en al zeker niet de syndicale organisaties ambiëren… Allicht daarom voorspel ik (en ik ben daar blijkbaar niet alleen in) een clash tussen de loyale partijsoldaat Meryame Kitir (die kan bogen op een stevig en getrouw vakbondsverleden) en de onafhankelijke denker en doener Frank Vandenbroucke.

Schrikbeeld: de volgende federale verkiezingen dreigen volledig te ontsporen

Het lijkt wel duidelijk dat De Croo I geen structurele hervormingen van onze politieke structuren zal aanpakken. De Franstalige partijen die de grote meerderheid uitmaken in de regering, zijn maar al te blij met een status quo (de garantie bij uitstek voor onvoorwaardelijke transferts van noord naar zuid, alsmede een kiesstelsel dat Franstalige politici buitenmatig bevoordeelt). Ze zullen zich met man en macht tegen ingrijpende staatshervormingen verzetten. En ook de partij van de premier zal, nu vader en belgicist Herman De Croo daarin stilaan een belangrijker stem krijgt, ook niet direct geneigd zijn om te gaan sleutelen aan de talrijke anomalieën die garant staan voor onze onbestuurbaarheid.

Daar komt bij dat de kans groot is dat de regering De Croo I ontijdig zal worden ontbonden (het gebrek aan onderlinge cohesie zal ze allicht in elkaar doen vallen als een kaartenhuisje), waardoor de partijen weinig tijd gaan hebben om de verkiezingen behoorlijk voor te bereiden. En hou er rekening mee dat het stemgedrag tussen noord en zuid bij de komende federale verkiezingen nog extremer uit elkaar gaat gedreven zijn. Dan besef je dat de voorbije regeringscrisis van meer dan 550 dagen lang maar kinderspel is tegenover wat ons over enkele jaren (maanden?) te wachten staat. Maar dat zal de schuld zijn van degenen die zich tijdens de voorbije regeringsonderhandelingen hebben verzet tegen de broodnodige structuurhervormingen (alle Franstaligen, alsmede enkele Vlaamse partijen die dankzij De Croo I regeringszitjes konden bemachtigen).

[1] Met opzet wordt hier het mannelijke voornaamwoord gebruikt, aangezien narcisme significant meer voorkomt bij mannen dan bij vrouwen.
Jan Van Peteghem :Jan Van Peteghem is ingenieur en emeritus-gasthoogleraar verbonden aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Zijn beroepservaring en wetenschappelijk werk draaien grotendeels om de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden, meer in het bijzonder de veiligheid en de gezondheid op het werk.