fbpx


Binnenland

Vrije tribune: Over de legitimiteit van het nationalisme.



De mens is ondermeer een sociaal wezen. Quasi automatisch, via aangeboren empathie, gaat hij zich associëren met en zich integreren in groep: met de partner, in het gezin, de familie, de straat, wijk en gemeente, op de werkvloer, in de vriendenkring en vereniging(en),… tot op het niveau waar taal, zeden en cultuur als gemeenschappelijke criteria een dergelijke band smeden zodat het groepsgevoel als volk door elk van haar individuele leden als een evidentie wordt ervaren. Dit gevoel tot een welbepaald volk, tot een welbepaalde natie te behoren valt niet noodzakelijk samen met het hetzelfde gevoelen voor een reeds bestaande soevereine staat. Bepalend voor het publieke gevoelen bij het ontstaan van vele Europese staten, waaronder ook België, waren de specifieke toenmalige omstandigheden van de negentiende eeuw, het actuele publieke gevoel tegenover hetzelfde volk of dezelfde staat wordt evenwel door de huidige context van de eenentwintigste eeuw bepaald.


Dit proces van identificatie op meerdere niveaus herhaalt zich steeds weer in het levensverloop van elk individu zowel als in de groep. Op persoonlijk vlak leidt dit tot duurzame relaties of tot echtscheidingen, tot hechte families of tot breuken, al of niet tot burenruzies of pijnlijke polarisaties tussen dorps- of stadsgenoten, tot verandering van job, tot nog hechtere vriendschappen of, integendeel, tot verwatering ervan, tot bloei of ondergang van de vereniging. Hetzelfde proces herhaalt zich eveneens op het niveau van volk of staat. Steeds weer dient de basis, waarop een welbepaalde identiteit of nationaliteit gebouwd is, zich te hernieuwen om zichzelf in stand te kunnen houden. Daarom moet deze identiteit zich maatschappelijk concretiseren in een algehele en rechtvaardige organisatie om blijvend als legitiem te worden ervaren. Als deze voorwaarden vervuld worden en vervuld blijven dan is er, zonder enige vorm van discussie, een stevige basis voor solidariteit binnen de groep. Dan is er ook openheid vanuit een vertrouwensvol zelfbewustzijn, zonder misplaatste nederigheid noch even misplaatste hybris naar de omgevende wereld.  


Er is wel een latent risico: deze positieve en open ingesteldheid kan, onder invloed van een nationalistisch fundamentalisme, verschrompelen tot een egoïstische opsluiting naar binnen toe met projectie van een vijandsbeeld naar de buitenwereld. Wanneer men zich van dit risico bewust blijft en niet in de val trapt, dan kan een open en positief ingesteld nationalisme een ongekende graad van solidariteit en samenwerking met anderen op een duurzame wijze mede helpen tot stand brengen. Dit nationalisme staat een verdere Europese groei en samenwerking helemaal niet in de weg, integendeel zelfs. Hier wordt het principe van de subsidiariteit concreet toegepast. De toekomst van Europa ligt net in de samenwerking tussen de mensen die van onderuit volkeren vormen, niet van staten die mensen van bovenaf in groepen opdelen.


Waarom dan wordt dit legitieme nationalisme nu zo aangevallen? Waarom blijft de premier, tegen de oproep van zijn voorzitter, de N-VA viseren die net die verandering met responsabilisering wil zoals de premier die zelf in 2007 heeft voorgesteld, en dat alles terwijl de bijeenkomst van de Franstalige voorzitters met de top van VOKA duidelijk heeft gemaakt dat zij geen enkele fundamentele verandering willen, maar enkel het status quo van de huidige regeling met dotaties, een regeling die op korte termijn onhoudbaar is? Is de aanval de beste verdediging?  Of verbergen die aanvallen eigen onzekerheid en zijn ze slechts een vlucht vooruit? Socialisten, liberalen en christen-democraten lijken meer dan ooit onzeker in de huidige politieke context, die verder evolueert ‘ab absurdo ad nauseam’.


Elke traditionele partij staat onder grote druk,… omdat ze beseffen dat ze bij de kiezers aan geloofwaardigheid blijven verliezen? Overvalt hen een existentiële angst misschien wel nog interessant maar niet meer relevant te worden? Ligt hier de reden waarom er geen Vlaams front is, puur lijfsbehoud?


Wordt in het socialistische model het individu niet, onder druk vanuit een van bovenaf opgelegde collectiviteit, naar een virtueel paradijs van vermeende materiële gelijkheid en sociale rechtvaardigheid geduwd? Links valt ondertussen verder uiteen.


Duwt het liberalisme, onder het verleidelijke vaandel van de vrijheid, net niet meer naar maatschappelijke ongelijkheid, ten voordele van een steeds kleinere groep die wel de centen hebben? De liberalen zijn intern verdeeld, de armoedeparameters staan op rood.


Ook het christen-democratisch personalisme, waarbij de mens zichzelf definieert in de kwaliteit van elke relatie met de medemens, zoekt vertwijfeld naar een weg tussen beide bovenstaande economische modellen. De beginselverklaring van Kortrijk wordt niet altijd consequent geconcretiseerd in het voordeel van alle Vlamingen. De toepassing van de beginselen wordt al te vaak beïnvloedt door de belangen van de sterkhouders van de christelijke zuil, omdat de versterking van deze zuil op de eerste plaats komt, niet het belang van de Vlamingen. Zo nodig worden zelfs de vervelende onrechtvaardigheden en scheeftrekkingen op Belgische niveau ontweken en onder de mat geveegd. Belgische verantwoordelijkheid versus het Vlaams belang, de CD&V gaat kapot aan deze onhoudbare spagaat, terwijl de Franstaligen enkel hun eigen belangen verdedigen en willen dat Vlaanderen elke rekening blijft betalen, zoals het al altijd in dit land is geweest. Zo blijven de christen-democraten aan geloofwaardigheid verliezen, net zoals de Katholieke Kerk haar geloofwaardigheid blijft verliezen, telkens haar actie niet in overeenstemming is met haar woorden.


Ondertussen slagen de drie traditionele partijen, zowel de Franstalige als de Nederlandstalige, er ook steeds minder in om oplossingen aan te brengen in het Belgische huishouden, zoals in justitie en het vreemdelingenbeleid. Evenmin wordt een doelgericht beleid gevoerd in functie van de verschillende noden tussen Noord en Zuid qua werkgelegenheid en gezondheidszorg.


Sinds 2007 is er “rustige vastheid”, synoniem voor een onwrikbaar immobilisme. Deze comateuze toestand kan alvast niet als een gevolg van ongepast nationalisme worden gebrandmerkt, zij is de resultante van het beleid van zij die de voorbije decennia de macht hebben uitgeoefend. Een begin van oplossing vereist minimaal een akkoord over een copernicaanse omwenteling van de huidige beleidsstructuren.


Wanneer dan nog  allernoodzakelijke besparingen moeten gerealiseerd worden waarbij de geldbeugel van de kiezer zal aangesproken worden, dan zal blijken welk niveau nog als rechtvaardig wordt gepercipieerd om solidariteit op te brengen want deze solidariteit zal ook controleerbaar en dus transparant moeten zijn.


Van dit alles is een steeds grotere groep van burgers zich bewust geworden, de maskers vallen. Indien de Belgicisten bovenstaande zouden willen inzien en indien de Franstalige Belgen hun claim voor uitbreiding van hun 19e eeuwse privileges in de Vlaamse Rand rond Brussel zouden willen relativeren, dan en enkel dan heeft het koninkrijk België nog kans op slagen.


Indien dit niet het geval zal zijn, dan rest er de Vlamingen enkel nog het legitieme recht op zelfbeschikking, dus onafhankelijkheid.


 


Hendrik Verbrugge
Arts, ere-burgemeester van Alken, gewezen CD&V-politicus

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.