fbpx


Buitenland, Cultuur

‘Vrouwelijke’ poëzie voor promotionele doeleinden




Twee heuglijke feiten deden zich zopas voor in de dichterswereld van dit lage land.

Enerzijds de uitreiking van de Herman de Coninckprijs 2016 aan een zekere Ruth Lasters. En anderzijds de aanstelling van een even zekere Laurence Vielle als ‘Dichter des Vaderlands van België’, eveneens voor het gezegende jaar 2016. Twee dichteressen dus, twee protocollaire hoogstandjes en… nu ja, een dubbele overmaat aan poëtisch gedram dat ons via de sponsorende media (resp. Radio 1/De Standaard en De Morgen) werd opgesolferd.

Gedram zei u? Ik wik mijn woorden want ik heb nogal wat dichters m/v onder mijn actieve lezers. Maar telkens als ik een winnend gedicht door de luidsprekers hoor galmen, voel ik vooral leegte en gezwollen pathetiek, romantische zelfliefde, metaforisch stapelwerk, alsof Van Ostaijen nooit geleefd en geschreven had. En vooral: een soort gespeelde onschuld waarin de ik-persoon zich koestert, een infantiele travestie die uiteindelijk toch maar een dekmantel blijkt te zijn van grote sociale ambities en politiek conformisme.

De vraag waarom dichters (m/v), die toch de onthechting genegen zijn en boven het kleinmenselijk gedrang staan, zo dolgraag aan poëziewedstrijden deelnemen en ze vooral ook willen winnen, blijft dus kleven. Een deel van het antwoord ligt in de kwestie wie die prijzen bedenkt en waarom.

Ideologische canon

Eerst die Herman de Coninckprijs, opgezet door boek.be, de confederatie van uitgevers en boekverkopers. Ook organisator van de Antwerpse boekenbeurs, waar bepaalde ideologische strekkingen en uitgevers niet welkom zijn,- iets wat ze dan weer gemeen hebben met de boekenbeurs van Peking.

In se is boek.be een ondertak van de papierindustrie die schrijven en literatuur bij voorbaat versmalt tot een boekenrekgebeuren met een commerciële focus. De internetschriftuur valt daar sowieso al buiten: webpublicisten, vergeet het. De vakjury bestaat uit aan de uitgeverswereld gelinkte recensenten die helemaal tot dat cultuurestablishment behoren en een handelbare kroonprins(es) zoeken tot meerder glorie van de branche bedrukt papier. Dat er op voorhand een profiel vaststond, lijkt me evident: vrouwelijk, jong en, tja, toch ook wel voldoende politiek-correct.

En dat is Ruth Lasters (Uitgeverij Polis) zonder twijfel. Een meisje dat lessen volgde aan de SchrijversAcademie, zo lees ik op wikipedia. Haar literaire carrière wordt gemarkeerd door prijzen en onderscheidingen, grote en kleine, die ze bijeensprokkelt als ‘zorgcoördinator in het multiculturele Borgerhout’. Op zich niets mis mee, maar het past me allemaal wat té goed in de welbekende ideologische canon waar de brede Herman De Coninck-kring (mede bewaakt door weduwe Kristien Hemmerechts) voor staat.

Eerlijk gezegd: ik val niet omver van het poëtisch talent van Ruth Lasters. Het lijkt eerder tot verzen versneden proza, subjectivistisch, dat wel, maar nooit echt muzikaal, gebald, of taalkundig inventief. Literair breiwerk voor familie en vrienden.

En dan is er nog Laurence Vielle als kersverse Dichter des Vaderlands van België. Vorige keer was het een man en een Vlaming (Charles Ducal), nu moest het dus een Franstalige vrouw zijn, volgens de aloude Belgische wafelbakkerskunst. Het idee komt van het Poëziecentrum Gent en de laureaat wordt hoe dan ook verondersteld om de Belgische eendracht uit te dragen. Patriottistische dichtkunst zowaar. Zo anti-nationalistisch en cosmopolitisch de Vlaamse culturo’s zich opstellen als het over Vlaanderen gaat, zo nationalistisch profileren ze zich als het l’Ancienne Belgique betreft. Een rare kronkel.

Wat bezielt iemand om achter die vlag te lopen, onder een artistiek alibi? Ik ga als Vlaams filosoof de Franstalige verzen van de frele Laurence niet vermalen, dat zou hoogmoedig zijn. Maar iemand die vandaag in België ‘dichter des vaderlands’ wil wezen, en ook meegaat in de achterliggende restauratieve missie, moet toch beseffen dat ze niet voor de kwaliteit van haar poëzie werd gekozen, maar wel omdat ze past in een politieke, socio-culturele of commerciële agenda. In feite zijn zowel Ruth Lasters als Laurence Vielle dus het equivalent van de schaarsgeklede babes in het Autosalon: vrouwelijk schoon voor promotionele doeleinden.

En jawel, ook Laurences bio verraadt iemand die geilt op prijzen en eerbetoon. Opnieuw toont zich de dichtkunst van haar minste kant: als een flou artistique waarin de valse onschuld van het vrijblijvende woordenspel noopt tot een ontmaskering, een kynische lectuur, een ontbloting van de schone schijn. Alles aan Laurence is mooi, haar verschijning, haar verhaal, haar traject, haar dichtkunst. Het kon niet anders, of bij zoveel schoonheid en morele verheffing vond de oude vaderlandsliefde een nieuw onderdak. De geest van Claus vloekt zich te pletter.

Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Johan Sanctorum

Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.