fbpx


Economie, Europa
euro

Waarom acht EU-lidstaten nog altijd een nationale munt hebben

Sommigen houden de euroboot bewust af, anderen zijn nog niet klaar



Op 1 januari 2002 hebben twaalf EU-lidstaten, waaronder België, de euro als betaalmiddel ingevoerd. Daarna volgden nog 9 lidstaten. Maar momenteel hebben acht EU-lidstaten, goed voor samen ruim 100 miljoen inwoners, de euro nog altijd niet ingevoerd. Minstens vijf mogelijke redenen, die elkaar vaak ook aanvullen, spelen hierbij een rol. De EU laat het, expliciet of impliciet, toe Een eerste reden is simpelweg dat de EU het toelaat. In het geval van Denemarken is dat expliciet het geval. Dat land…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Op 1 januari 2002 hebben twaalf EU-lidstaten, waaronder België, de euro als betaalmiddel ingevoerd. Daarna volgden nog 9 lidstaten. Maar momenteel hebben acht EU-lidstaten, goed voor samen ruim 100 miljoen inwoners, de euro nog altijd niet ingevoerd. Minstens vijf mogelijke redenen, die elkaar vaak ook aanvullen, spelen hierbij een rol.

De EU laat het, expliciet of impliciet, toe

Een eerste reden is simpelweg dat de EU het toelaat. In het geval van Denemarken is dat expliciet het geval. Dat land heeft destijds immers, samen met het Verenigd Koninkrijk, verkregen dat het de euro sowieso niet hoeft in te voeren. Dit via een zogenaamde opt-out-clausule.

Daarnaast laat de EU ook impliciet toe dat een EU-land de euro niet invoert. Het is immers zo dat EU-landen in principe verplicht zijn om de euro in te voeren zodra ze aan de convergentiecriteria voldoen. Maar dat betekent ook dat EU-landen bewust niet aan één of meerdere van die criteria kunnen voldoen om zo de euro niet te moeten invoeren.  Zweden past die strategie al een hele tijd toe. Meer specifiek neemt Zweden niet deel aan het wisselkoersmechanisme (ERM-II), wat verplicht is om de euro te mogen gebruiken.

De publieke opinie

Dat Denemarken en Zweden ‘de euroboot’ afhouden is natuurlijk ook geen toeval. In een Deens referendum stemde in 2000 namelijk 53% tegen de invoering van de euro. Ook de Zweedse bevolking wees de euro in 2003 af in een referendum (56% tegen). Uit een recente eurobarometer van juli van de Europese Commissie, afgenomen in de ‘niet-eurozonelidstaten (behalve Denemarken)’, blijkt dat de steun voor invoering van de euro in het eigen land vrij sterk varieert. En in verschillende landen is die steun eerder aan de lage kant. De publieke opinie is het meest pro in Hongarije (66%), Roemenië (63%) en Kroatië (56%). Ze is het meest tegen in Tsjechië (63%) en Zweden (62%).  In Bulgarije (48% pro vs. 50% tegen) en Polen (48% pro vs. 49% tegen) zijn er momenteel net iets meer tegenstanders dan voorstanders.

Ook competitief zonder euro

Daarbij komt uiteraard ook dat landen die tot de eurozone zouden toetreden een kosten-batenanalyse maken. Wat hebben we te winnen en te verliezen bij invoering? Dat Zweden en Denemarken nu al in de top-10 prijken van meest competitieve economieën ter wereld, een ranking die jaarlijks opgesteld wordt door het World Economic Forum, zorgt er dan ook mee voor dat deze landen niet meteen staan te springen om de euro in te voeren. Ook Polen, een land met 38 miljoen inwoners en een sterke gemiddelde jaarlijkse economische groei in de periode 2013-’18, is momenteel niet van plan om de nationale munt vaarwel te zeggen. Volgens de Poolse regering biedt de zloty dan ook meer voordelen dan toetreden tot de eurozone, meldt de VRT.

Geen weg terug

Tegenover de mogelijke baten van de euro staat natuurlijk het loslaten van de vertrouwde nationale munt. En het quasi onomkeerbare karakter van het invoeren van de euro. Want eens je als EU-land de euro invoert, is er eigenlijk geen weg terug. De enige manier om, overeenkomstig EU-recht, uit de eurozone te stappen, is door het EU-lidmaatschap op te zeggen. Maar zelfs dan nog zou het financieel erg moeilijk zijn. Landen uit de eurozone hebben immers vaak enorme schulden in euro opgebouwd. Volgens de Franse econoom Patrick Artus zal dan ook geen enkel land de eurozone verlaten.

Komt daarbij dat de eurocrisis van 2009 het vertrouwen in de eurozone aantastte — al werkte de EU intussen wel aan strengere spelregels voor de eurolanden — en tegelijk aantoonde dat stabiele nationale munten ook in die financiële storm stand kunnen houden. Dit alles is natuurlijk niet bevorderlijk om lidstaten zoals Polen over de streep te trekken.

Wel intentie, maar nog niet klaar

Tot slot zijn er natuurlijk ook een aantal landen die de euro vlug willen invoeren, maar nog niet klaar zijn. Zes van de acht EU-landen buiten de eurozone zijn pas toegetreden tot de EU na de invoering van de euro in 2002, meer bepaald Hongarije, Tsjechië en Polen in 2004, Bulgarije en Roemenië in 2007 en Kroatië in 2013. Hongarije, Tsjechië, Polen en Roemenië nemen (net als Zweden) nog niet deel aan het wisselkoersmechanisme ERM-II. Van die landen heeft volgens de Europese Commissie enkel Roemenië al een streefjaar vooropgesteld om de euro in te voeren, meer bepaald 2024.

Bulgarije en Kroatië nemen sinds 1 juli 2020 wel al deel aan het wisselkoersmechanisme, een belangrijke stap richting invoering van de euro. Deze landen kunnen ten vroegste binnen twee jaar deel uitmaken van de eurozone. Kroatië, Bulgarije en Roemenië hebben dus wel degelijk de intentie om de euro op vrij korte termijn in te voeren, maar zijn momenteel nog niet klaar om te voldoen aan alle convergentiecriteria.

Nicolas Van Haecke