Advertentie
Geschiedenis, Multicultuur & samenleven
Vrije Tribune
Vrije Tribune
David Dessin

Waarom ik niet in een ‘Europees’ christendom geloof

Confessie van een hedendaags katholiek
christendom

Er wordt zoveel gepraat over de ‘Europese islam’ dat niemand zich nog afvraagt of er nog wel zoiets als een ‘Europees christendom’ is. Ik stelde me die vraag, toen Joren Vermeersch onlangs zijn hoop uitsprak dat het christendom de Europese beschaving kon redden. In zijn reactie schaarde Othman zich achter dat doel, maar dan via een samenwerking van christenen, de islam en de Europese ‘politieke krachten’. Ik juich dat enthousiasme toe, maar kan een religie als het christendom dat wel – in deze seculiere wereld?

In mijn God is een Vluchteling (Polis 2017) beschrijf ik hoe weinig politiek het christendom in haar eerste eeuwen wel niet was. De wereldvreemde joodse rabbi die ergens op een heuvel in het westen van Azië een bizarre boodschap van absolute en onvoorwaardelijke naastenliefde verkondigde was geen politiek leider. Zijn leer maakte geen deel uit van een sinister plan om met geweld een of ander rijk te vestigen. Uiteindelijk wordt Christus door een politieke heerser – op vraag van zijn eigen volk – doodgemarteld. Hij verrijst, herhaalt zijn boodschap en draagt zijn leerlingen op hetzelfde te doen, tot hij spoedig opnieuw zal terugkomen en de wereld zal eindigen.

Romeinse recht

Zijn volgelingen vormden een vervolgde, apocalyptische sekte die zich in alle windrichtingen verspreidde, van het Perzische rijk tot Indië en wat we vandaag Ethiopië noemen. Niet via legers en legeraanvoerders, maar via sandalen en een Bijbel, op de vlucht voor vervolging. Het idee dat er zoiets als een ‘christelijk rijk’ zou bestaan was vreemd aan deze mensen. Onder het Perzische rijk, en later de islam en in het Chinese keizerrijk werd het christendom afwisselend vervolgd en getolereerd, waarna het in verdrukking geraakte om in de veertiende eeuw bijna uitgeroeid te worden in geheel Azië.

Het is een geschiedenis die we zelden horen, gewend als we zijn aan oude verhalen van een machtig, christelijk Europa. In realiteit echter is de geschiedenis van het christendom in Europa niet meer dan de optelsom van gefaalde pogingen om tot een ‘christelijk rijk’ te komen.

Die geschiedenis begon toen één gemeenschap in een verre, westelijke uithoek van het gebied waarover het christendom uitgewaaid was in de vierde eeuw ineens een wereldrijk in de schoot geworpen kreeg. Plots moest men met dat apocalyptische verhaal van totale overgave aan elkaar een politiek rijk gaan besturen. Ik daag elke lezer uit het evangelie te lezen en daar een politiek programma in terug te vinden … Het christendom had geen andere keus dan te doen wat het altijd zou doen: zich aanpassen aan seculiere wetten. Een Bijbelse wereldvreemde boodschap als ‘bemint elkander als uzelf’ leidde tot betere ouderenzorg, alsook het einde van de slavernij, maar het Romeinse recht bleef verder wél gewoon bestaan.

Pausen als modderfiguur

Maar hoe kon men zo’n Romeins rijk dan ‘christelijk’ noemen? Eusebius schreef een kerkgeschiedenis waarin God het Romeinse rijk had geholpen zodat het christendom later politieke macht zou verwerven. Origineel was het wel (voor wie de geschiedenis van het Romeinse rijk volledig negeert), maar zijn werk verloor alle geloofwaardigheid toen dat Romeinse Rijk ten onder ging. Augustinus daarentegen schreef zijn Stad van God in de nasleep van de val van Rome, met een diep pessimisme ten aanzien van de wereldlijke macht. Christenen waren slechts pelgrims op doortocht in de civitas terrena, de wereldse Stad. Dat kon een heel goede, rechtvaardige stad zijn, die zelf door christenen bestuurd werd, maar een ‘christelijke stad’ kon het nooit zijn.

Pausen die in die eeuwen daarna toch beweerden over het christelijke rijk te heersen sloegen in de praktijk vooral een modderfiguur. Hun caeseropapisme werd betwist door andere pausen, antipausen, bisschoppen, allerlei monastieke ordes en eigenwijze kerkraden. Hoogstens was er een eindeloze discussie over de vraag of de paus überhaupt wereldlijke macht kon hanteren, af en toe afgewisseld met apocalyptische oprispingen. Toen de Frankische krijgerkoning Karel de Grote de eerste Heilige Roomse Keizer werd in 800 werd hij dan wel gekroond door een paus, maar stelde hij zichzelf allereerst in rechte lijn met het keizerlijke Rome, niet met de Bergrede. Anders dan in het Midden-Oosten of China is men er in Europa nooit in geslaagd een politieke theologie te ontwerpen waarmee een groot religieus rijk kon worden bestuurd.

Christendom komt en gaat

In de zestiende eeuw riep Luther dan ook op uit te scheiden met het idiote idee van een christelijke politiek, en zich te schikken naar de politieke machthebbers. Er waren enkele zware godsdienstoorlogen voor nodig, maar uiteindelijk hielden Europeanen op de civitas terrena, de seculiere wereld als ‘christelijk gebied’ te beschouwen. Christelijke moraal en politiek werden terug gescheiden. ‘De mens is eeuwig, zijn redding is hierna. De staat is niet voor de eeuwigheid, zijn redding is nu of nooit’ zei Kardinaal Richelieu. Denkers als Spinoza, Locke, Montesquieu, Hume en de Tocqueville voltrokken die scheiding in de eeuwen daarna. ‘Houd de emotionele “ethiek van de overtuiging” weg van de “ethiek van de verantwoordelijkheid”’ , schreef Max Weber in zijn Politik als Beruf in 1919. Nog steeds aanbevelingswaardige lectuur voor politici als Angela Merkel die zich in hun politiek teveel laten leiden door hun christelijke Gesinnungsethik.

Het christendom heeft een immens grote invloed gehad op de Europese cultuur, maar het is onzin te spreken van zoiets als een ‘christelijk rijk’. Het christendom komt en gaat, maar zet – ondanks alle pogingen – nooit ergens definitief zijn tenten op. In die zin is het christendom inderdaad uitzonderlijk, zoals Joren Vermeersch beweert. Alleen red je daar geen beschaving mee, noch van, noch mét de islam.

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans