fbpx


Mijmering

Waarom je bekwaamheit ook met een t kan schrijven



dyslexie

Ik meng me graag in het maatschappelijk debat. Als jonge politica en columniste weet ik graag wat er leeft. Ik wil voelen waar mensen van wakker liggen en van dromen, wat hen degouteert en passioneert. Sociale media zijn ideaal om de vinger aan de pols te houden, maar ze zijn ook een broedhaard van frustratie, negativiteit en verwijten.

Ook ik krijg geregeld een tsunami van verwijten na een of andere politieke tweet. Ik ben dan een feminazi, een mottige trut, een politiek correcte zaag, een racist of communist. Ik heb het allemaal gelezen en gehoord. Eerlijk, mij raakt dat niet. Laat ze maar tieren en brullen, ieder zijn stijl, het is – gelukkig – de mijne niet.

Dyslexie

Twee weken terug tweette ik over diversiteit. En ja, dan bij uitstek staat heel twitterend Vlaanderen klaar met zijn ongezouten, straffe en absoute waarheid. Ik was voorbereid op gepeperde en grove reacties van het Grote Gelijk en dacht: ‘Laat maar komen. Een mens raakt eraan gewend. Het raakt mijn kouwe kleren niet.’ Een mens kan zich vergissen. Deze keer kwamen ze binnen, wat hoe je jezelf ook ‘vermant’ er blijven kwetsbare plekken.

‘Columniste, auteur, … maar kan nog niet eens een paar woorden tweeten zonder fouten.’

 ‘Als zelfs parlementairen ni zonder dt foooooten kunnen schrijven. Erg heel erg en die gaan beslissen over wetten en regels.’

 ‘Haha leer eerst schrijven. Onbekwaam! ‘

Dat ze zelf spellingsfouten schrijven of niet weten dat ik helemaal geen parlementslid ben, vergeef ik hen graag, maar de spellingsfout in mijn tweet vinden ze onvergeeflijk, doodzonde. Vaak bekruipt me dan de drang om me te verdedigen, uit te leggen dat ik dyslexie heb. Dat – hoeveel moeite ik ook doe en hoe vaak ik ook nalees – er af en toe fouten blijven staan. Ik zie ze niet, mijn brein werkt anders. Moet ik me daarvoor verdedigen of excuseren? Maar nog vaker bekruipt me een onbehaaglijker gevoel, slaat de twijfel toe en denk ik ‘ben ik nu echt onbekwaam?’

Dysorthografie

Ik ben opgegroeid in een talig gezin. Nog voor ik kon kruipen of stappen werd ik omringd door boekjes en verhalen. De verhaaltjes voor het slapengaan waren een dagelijks ritueel. Ik keek er naar uit om te leren lezen en schrijven. Het eerste leerjaar bij Zuster Louisa, een schat van een leerkracht, was een ontdekkingstocht die vlot verliep. Zuster Louisa noemde me ‘een pienter meisje’ en juist daarom vond ze het vreemd dat ik bij het ‘hakken en plakken’ (de voorbereiding op het lezen) de letters door elkaar ‘klutste’: T-A-K, las ik steevast als kat. Extra oefenen samen met mijn mama en ja, het kwam in orde. Al viel het mijn ouders op dat ik fouten bleef schrijven op een kaartje voor vader- of moederdag of bij mijn tekeningen (ik was een fervent striptekenaar). Op mijn schooldictees had ik steevast alle punten, dus geen reden om je zorgen te maken, toch?

In het vijfde leerjaar, bij de eerste kennismaking met de taal van Molière, begon het ‘door elkaar klutsen’ van letters opnieuw. Toen trok mama aan de arlarmbel, werd ik getest en werd het overduidelijk: ‘dysorthografie’ was het label dat op mijn leerstoornis geplaatst werd en logopedie ten spijt, ik draag het mee voor de rest van mijn leven. Ik heb er geen spijt van. Bij de logopedist leerde ik trucjes om te onthouden dat bij ‘deur’ eerst de ‘e’ komt en dan de ‘u’, ik gebruik ze nog. Maar ik leerde veel meer dan dat: ik leerde plannen, ik leerde volhouden, ik leerde dat een hindernis een uitdaging is, geen reden om de handdoek in de ring te gooien. Het heeft me gemaakt tot wie ik vandaag ben: een doorbijter met empathie voor wie het om één of andere reden soms moeilijk heeft.

Leerstoornis

Leven met een leerstoornis is geen evidentie en het helpt niet als dat geminimaliseerd wordt, laat staan weggelachen. ‘Iedereen heeft tegenwoordig wel iets: een leerstoornis, een concentratiestoornis. Er zijn alleen geen domme of stoute kinderen meer. Wat zijn die termen eigenlijk waard? ‘

Wie een leer- of concentratiestoornis heeft, die weet dat het geen cadeau is. Dagelijks merk ik hoe het me belemmert. Begrijp me niet verkeerd. Ik heb van thuis meegekregen dat leven met een leerstoornis geen excuus is om niet het beste van jezelf te geven. Dysorthografie betekent niet dat je niet de ambitie moet hebben om foutloos te schrijven, integendeel. Het betekent dat je keihard moet werken om hetzelfde resultaat te behalen. En dat deed ik. Jaren logopedie, alles twintig keer nalezen, hulp vragen, veel meer en langer studeren voor talen om met de hakken over de sloot te geraken. Eindeloos lezen om mijn taalgevoel aan te wakkeren – gelukkig is dat een lust en geen last, op taaluitwisseling in een Waals gezin, een semester ‘op Erasmus’ in Namen tijdens mijn hogere studies, ik deed het, ik ben er trots op en het verrijkte me.

En toch zit er al lang ‘iets vast’ als het over taal en spelling gaat. Iets onderhuids. Iets dat me nu pas duidelijk wordt. Ik heb me lang slecht gevoeld en geschaamd, lang het gevoel gehad dat het me belemmerde, dat het me toekomstkansen zou ontnemen. En dat gevoel is niet onlogisch, het werd me soms – weinig subtiel – ingelepeld. Op school kreeg ik de vraag van klasgenoten waarom ik geen TSO had gekozen als ik toch niet kon schrijven. Wat een verschrikkelijke uitspraak. Alsof leerlingen die voor een TSO-opleiding kiezen niet kunnen schrijven en alsof mijn spellingsfouten mij het recht ontnamen en me onbekwaam maakten om te kiezen voor een opleiding die ik boeiend vond omwille van de combinatie van wiskunde, wetenschappen, geschiedenis en ja ook talen, want dat is zoveel meer dan spelling.

Stigma

Onbekwaam zijn. Dat stigma hangt al veel te lang vast aan wie niet foutloos schrijft. Alsof mensen die spellingsfouten schrijven niet intelligent kunnen zijn. Geef toe, we maken die denkfout allemaal. Als we een mail krijgen van iemand met een dt-fout dan komen onze haren recht. ‘Hoe onprofessioneel’ denken we in het beste geval; ‘wat een dommerik’ wellicht vaker. We twijfelen of we het laten weten of corrigeren, de taalpurist in ons schiet wakker, maar het is bijna te gênant, zo’n fout, zo’n kemel…

Van fouten kan je leren. Voor wie dysorthografie heeft, geldt dat net iets minder, toch wat spellingsfouten betreft. Je zal ze keer op keer maken, want je ziet ze niet. Daarom laat ik zoveel mogelijk nalezen. En ja, ik waardeer het wanneer mensen me , gevraagd, op mijn fouten wijzen. En ja, ik aanvaard het graag als mensen me, ongevraagd, maar hoffelijk op mijn fouten wijzen. Maar alles in mij revolteert als mensen me schofferen, me het gevoel geven dat ik waardeloos ben. Het maakt me kwaad, niet alleen voor mezelf, maar voor iedereen die met een zichtbare of onzichtbare beperking leeft, voor iedereen die dubbel hard werkt, soms voor de helft van het resultaat.

Talent

Ik heb lang gedacht dat ik geen talent had voor taal. Mijn engagement in de politiek bracht daar verandering in. Mensen merkten op dat ik sterk ben in debatten, dat ik gemakkelijk de juiste woorden vind, dat ik snel en inhoudelijk een gesprekspartner van repliek dien. Ik kreeg her en der de vraag om mijn visie op papier te zetten, om een opiniestuk te schrijven en ik merkte dat ik dat graag doe: gedachten en ideeën, twijfels en zekerheden vertalen in woorden met de juiste nuance en het juiste gevoel. De positieve feedback deed me ontdekken dat talent voor taal niet samenvalt met talent voor spelling.

Taal is oneindig veel rijker, geschreven taal is oneindig veel rijker. Het is de speling van de woorden op het blad, de witruimte die spreekt tussen de regels, de komma’s en punten die met elkaar dansen. Taal heeft strakke regels, maar taal is ook kneedbaar. Taal is regels volgen en durven regels overboord gooien: schrijven waar nooit over geschreven wordt. Het is zelfs durven schrijven dat je bekwaamheit ook met een ‘t kan schrijven.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Lore Baeten

Lore Baeten (24 jaar) is gemeenteraadslid voor CD&V in Sint-Niklaas. Sociaal werker van opleiding en studeert internationale politiek in Gent.