fbpx


Analyse
dieren

Waarom wel zoogdiervlees eten

Omdat carnivoren best wel respect kunnen betuigen aan dieren



Ik ben zeker geen vegetariër, maar apprecieer wel lekker gemaakte groentjes bij mijn vlees. Ik voel me mens, een vleesetende mens, en ik ben daar dankbaar voor. Toch vind ik ook wel dat we vaak te weinig respect tonen aan ons slachtvee. De manieren waarop we koeien, varkens en kippen kweken, kunnen niet altijd door de beugel – vooral in de anonieme setting van de megaslachthuizen. Daar ligt een ongezonde relatie, met risico op overdraagbare ziektes en misschien zelfs het…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Ik ben zeker geen vegetariër, maar apprecieer wel lekker gemaakte groentjes bij mijn vlees. Ik voel me mens, een vleesetende mens, en ik ben daar dankbaar voor. Toch vind ik ook wel dat we vaak te weinig respect tonen aan ons slachtvee. De manieren waarop we koeien, varkens en kippen kweken, kunnen niet altijd door de beugel – vooral in de anonieme setting van de megaslachthuizen. Daar ligt een ongezonde relatie, met risico op overdraagbare ziektes en misschien zelfs het minder gezonde vlees. En het maakt een spirituele relatie met het dier zo goed als onmogelijk.

Ik deel dan ook de bezorgdheden van Hendrik Wallijn als hij in Doorbraak zoekt naar een meer ethische en gezonde manier om met dieren om te gaan – zie ‘Zoogdieren eten, waarom nog?’ Toch lijkt het mij wel degelijk ethisch en medisch verantwoord het vlees van zoogdieren te eten, mits ze goed werden verzorgd. Toch is er iets aan de hand met onze massa-vleesindustrie: de slechte behandeling van de dieren

Spirituele relatie tussen mens en dier

Het klinkt misschien vreemd, maar vlees eten kan een spirituele verbondenheid met de dierenwereld uitdrukken. Sommige Indianen-jagers toonden zoals bekend hun dankbaarheid na het doden van hun prooidier. Zelf voel ik me als carnivoor ook dankbaar en dichter bij de wildheid van de natuur, de diepe vaak wrede realiteit van onze beperkte tijd op aarde. Veel meer dan moest ik het houden bij enkel groenten.

Bovendien komt er zo een band met het miserabele bestaan van onze voorouders: zij leefden in de dierlijke toestand van eten of gegeten worden. Een jager kan daarom meer respect hebben voor het dier dan een salon-dierenrechtenactivist. Kan je in die zin misschien zelfs een spirituele dimensie zien in de hertenkop aan de muur van de jager?

Vlees eten is niet onethisch

Een kat kan uren spelen met een muis. De onderlinge wreedheid tussen chimpansees is goed gedocumenteerd in de boeken van Frans De Waal. Zelfs dolfijnen kunnen er wat van, lees ik: ‘Sommige tuimelaars stompen bruinvissen tot stervens toe. Dit lijken ze te doen voor de lol of als training voor onderlinge gevechten.’ Mocht de mens gelijk zijn aan het zoogdier, krijgt hij ofwel diezelfde rechten als deze wrede dieren, ofwel moeten we een speciale politiemacht optrommelen om wereldwijd al deze stoute katten, vossen, chimpansees en tuimelaars levenslang in de gevangenis te stoppen.

Liever ga ik ervan uit dat de mens veel meer is dan het dier, ook het zoogdier. De mens is in staat tot moraliteit – en die ook naast zich neer te leggen. Misschien lijken sommige dieren even iets van moraliteit in hun gedrag te vertonen, maar is dat niet meer uit moederlijk instinct dan diep idealisme? Vandaar het fundamenteel verschil tussen het doden van een ander wezen met de potentie van een moreel besef (een andere mens) en een wezen zonder (een dier).

Eten of gegeten worden

Uiteraard ervaart een dier ook pijn. Maar een wild dier is intrinsiek veroordeeld tot een bestaan van eten of gegeten worden. Zelfs een tamme slachtkoe zou niet eens bestaan, mochten we er niet van eten. Het anarchistische rijmpje ‘koeien vrij, flikken in de wei’ (dat ik in mijn wilde jeugd nog heb meegeschreeuwd) klopt niet: moesten we alle koeien vrij laten, de meesten onder hen zouden een trage miserabele dood sterven waartegenover onverdoofd slachten lijkt op een wandeling in het park.

Toch zouden we ons wat meer mogen aantrekken van dierenleed. Daarbij denk ik wat minder aan verdoofd slachten – je kan ook onverdoofd een dier een snelle dood geven, waarbij je nog de kans hebt het dier met mededogen recht in zijn ogen te kijken (terwijl het bloed snel uit de beide halsslagaderen gutst, zijn krachten afnemen en zijn bewustzijn na een paar tellen verdwijnt).

Het is veel gemakkelijker zo’n dier snel-snel verdoving te geven dan om te zorgen voor een rustige slacht zonder onnodige opwinding. Het is veel gemakkelijker, voor een bureaucraat, om na te kijken of het dier verdoofd is bij het slachten, dan of het wat respect kreeg tijdens zijn leven. Neen, dat verdoofd slachten lijkt me vaak een fetisj voor wie niet echt wil nadenken hoe respectvol met dieren om te gaan.

Megaslachthuizen

In hun boek Scared to death  koppelden Richard North en Christopher Booker vleesschandalen zoals de uitbraken van dolle koeienziekte, mond-en-klauwzeer en het dioxineschandaal aan de bureaucratisering van de gezondheid en de groei van de voedselindustrie.

Het Britse eiland wemelde ooit van de kleine slachterijen. Bureaucraten kwamen dan met de éne na de andere eis, zoals de aanwezigheid van een dierenarts in een slachthuis. Vaak zien die eisen er wel goed uit op papier, maar grote slachterijen kunnen goedkoper eraan voldoen dan kleine. Dat werd dan de doodsteek voor kleinschaligheid en de geboorte van de megaslachthuizen, verzamelplaatsen van enorme hoeveelheden slachtvee en dus ook een mogelijke broeiplek voor ziektes (zoals Corona).

Onder meer de fameuze uitbraak van de dolle koeienziekte in 1996 werd zo geschiedenis. Experts voorspelden dat dit zou kunnen leiden tot 500 000 (menselijke) doden per jaar – waarschijnlijk een grove overschatting. Een hele export business van UK-vlees kreeg zo een nekslag zonder verdoving, en dit kostte 3,45 miljard pond, heel wat faillissementen en hoogstwaarschijnlijk niet weinig gezinsdrama’s. Ook zorgde het voor een verdere stimulans op de megavleesindustrie – niet enkel in Engeland.

Vleesvervangers beter en gezonder?

En vleesvervangers dan? Dat argument hoor je vaak, ook Hendrik Wallijn doet dat: het kopiëren van alle kenmerken van een voedingsproduct in smaak en textuur, in de hoop dat dit gezonder, goedkoper en beter is dan het natuurlijk origineel en toch lekker.

Dit zou de megalomanie van onze voedingsindustrie nog meer versterken, vrees ik. Het doet me wat denken aan het verhaal achter margarine, de ‘plantaardige boter’, waarvan de voedingsindustrie ook claimt dat het gezonder is dan het origineel. Tot de ongezonde transvetten erin werden ontdekt (die zitten er ondertussen niet meer in, maar dat bewijst niet dat margarine nu plots wel gezond is).

Terug naar zoogdiervlees, het is bekend dat de traditionele Masai en Inuït een dieet hadden van extreem veel rood vlees – zonder last te hebben van beschavingsziektes. Dat gaat in tegen wat de officiële voedingswetenschap zegt, maar die laatste was geloof ik ook al fout over zout, volle melk, eieren, suiker, boter.

Toch is er misschien een probleem met ons vlees. In zijn boek Een pleidooi voor echt eten  verdedigt Michael Pollan de traditionele voeding, terwijl hij tegen de voedingsindustrie, -deskundigen en kunstmatige voeding te keer gaat. Vandaag eet het moderne vee te veel granen, omdat die goedkoper zijn te produceren dan bladvoeding. Maar granen bevatten meer omega-6-vetzuren, bladeren meer omega-3-vetzuren en zoogdieren kunnen deze niet zelf produceren. Te veel omega-6 zou aan de basis liggen van heel wat ontstekingsziekten.

Gezonder, lekkerder, diervriendelijker, maar duurder

Toch een kanttekening in mijn verhaal. Voor de middenklasse, waartoe Hendrik Wallijn en ikzelf behoren, is het dan wel gemakkelijk meer te willen betalen voor gezonder, lekkerder en diervriendelijker vlees. Maar voor wie de eindjes aan elkaar moet knopen is dat lang niet zo evident.

De moderne mens is misschien niet altijd goed in staat geweest om voedsel op een goede manier te produceren, alvast wel om dat op een goedkope manier te doen in grote hoeveelheden. De meeste hongersnoden over de hele wereld zijn erdoor opgelost – lees maar het boek Feitenkennis  van Hans Rosling.

Maar armoede is nog niet de wereld uit, hoewel het ook op dat vlak steeds beter gaat. Hier bestaat dus geen eenzijdige oplossing, maar wel vertrouwen in de menselijke creativiteit in combinatie met een meer ethische en zelfs een soort nuchtere spirituele relatie met ons voedsel.

Rob Lemeire

Rob Lemeire (1973) is burgerlijk ingenieur. Hij was radicaal groen, nog voor dat mainstream was. Nu milieuactivisme zelf de heersende stroming is geworden voelt hij eerder de neiging om sterk op de rem te gaan staan.