fbpx


Cultuur

Waarover men niet spreken kan: stilleven met Max Sebald




Er bestaan maar weinig foto’s van Max Sebald waarop we de schrijver zien lachen. Blijkens zijn net verschenen biografie had de man nochtans een groot en scherp gevoel voor humor. Maar doorgaans was hij degene die anderen aan het lachen bracht; zelf lachte hij zelden. Zijn aard maakte hem dat blijkbaar lastig.

‘Melancholisch’ is het woord waarmee men de auteur dan al snel typeert. Datzelfde woord keert ook terug in de meeste beschouwingen over zijn werk. We hebben te maken met een schrijver die niet met lichte tinten werkt. Mist en regen bepalen zijn mentaal klimaat. Sebalds werk is door en door elegisch: het draait om verlies, sterfelijkheid en het onvermogen tot geluk.

Initialen

Max is niet de echte voornaam van de in Zuid-Duitsland geboren Sebald (1944-2001). Die nieuwe roepnaam koos hij toen hij in 1966 naar Engeland trok om er lessen Duits te geven aan de universiteit van Manchester. Het duurde tot halverwege de jaren tachtig voor zijn literaire carrière echt op gang kwam.

Zijn ouders hadden hun zoon Winfried Georg gedoopt. Wie de literatuur de voorbije decennia een beetje gevolgd heeft, kent de initialen wellicht. Ze staan op de kaft van een reeks boeken die wereldwijd werden geprezen als het werk van een van de grootste auteurs van de tweede helft van de twintigste eeuw.

Ik noem zijn bekendste titels naar hun Nederlandse vertaling; de bijbehorende jaartallen zijn die van de oorspronkelijke Duitse uitgaven: Duizelingen (1990), De emigrés (1992), De ringen van Saturnus (1995) en Austerlitz (2001). Vier absolute meesterwerken in net geen dozijn jaren.

Sprekende stilte

Speak, Silence, de titel van de pas verschenen biografie van Sebald is dubbel toepasselijk. Ten eerste omdat het doen spreken van de stilte misschien wel dé centrale thematiek van de schrijver is. Zijn werk is immers een reactie op wat hij in verschillende interviews ‘de samenzwering van de stilte’ heeft genoemd: het initiële doodzwijgen van de wreedheden van de Duitsers tegen de Joden in de Tweede Wereldoorlog.

Sebald is geboren op het einde van die oorlog. Op school hoorde hij niets over het recente verleden van zijn land, tot hij een film over een concentratiekamp te zien kreeg. Hij was erg van slag en raakte ervan overtuigd dat ook zijn vader een nazi was, en dus mee verantwoordelijk voor het morele failliet van zijn volk. Tussen vader en zoon kwam het nooit meer goed.

Verdraaide waarheid

Er is nog een tweede reden waarom Carole Angier (eerder ook al de biografe van Primo Levi) met Speak, Silence een meer dan geschikte titel heeft gevonden voor Sebalds levensverhaal. Zijn vrouw en dochter weigerden hun medewerking aan Angiers onderzoek. Veelzeggende persoonlijke bronnen kreeg ze dus niet te zien. De stilte over Sebald waarop de biografe botste, kon niet zomaar tot spreken worden gebracht.

Ook vele andere getuigen die Angier wilde ondervragen, lieten er het zwijgen toe, om redenen die overigens niet altijd duidelijk zijn. Bij sommigen hadden de boeken van de auteur duidelijk kwaad bloed gezet. Sebald putte voor zijn werk (een unieke mix van documentaire, geschiedschrijving, dagboek en fictie; ‘essayistic semi-fiction’, zoals een vriend van de auteur het ooit toepasselijk noemde) uit verhalen die hij rondom zich zag en hoorde. Wat hij van die verhalen maakte, zinde degenen die zichzelf en anderen in zijn boeken herkenden vaak niet. Of de waarheid was te pijnlijk, of de verdraaiing ervan deed nog meer zeer.  In de geboorteplek van de schrijver – het Beierse Wertach – is blijkens de eerste hoofdstukken van Speak, Silence niet iedereen erg opgezet met het werk van hun bekendste dorpsgenoot.

Gevoelige eenzaat

Gelukkig kreeg Carole Angier wel de medewerking van Sebalds zussen en een aantal andere intimi. Al is dat laatste woord misschien niet goed gekozen. Uit veel van wat Angier zegt (en ook op grond van wat ze niet kan zeggen) blijkt dat Sebald er de man niet naar was om zijn diepste gedachten en gevoelens met anderen te delen. Hij komt over als een extreem gevoelige eenzaat, die het leven als een strijd ervoer, een bron van pijn waartegen hij anderen wilde beschermen door er niet over te spreken. Hij schreef alleen.

Duidelijker dan bij Angier komt dat beeld naar voren in de ontroerende memoires die Philippa Comber in 2014 publiceerde over haar jarenlange vriendschap met Sebald (Ariadne’s Thread. In Memory of W.G. Sebald). De ‘Max’ die we daar te zien krijgen, is een getormenteerde ziel die zijn schrijven ten dienste wil stellen van een ideaal dat hem zelf alvast geen verlossing bracht: het documenteren van individueel lijden en oorlogstrauma’s, hij werd er niet vrolijk van.

De last van het verleden

Twee voorbeelden voor wie het werk van Sebald nog niet kent. In De emigrés vertelt hij in vier lange verhalen het leven van evenveel joodse ballingen die, decennia na de oorlog, ten onder gaan aan pijnlijke herinneringen en de last van een ondraaglijk verleden. In Austerlitz staat het leven centraal van een man die in Wales wordt opgevoed, maar in volle volwassenheid ontdekt dat hij in het vermeende land van zijn jeugd terechtkwam via een kindertransport: hij is een joodse wees uit Praag – de stad van een van Sebalds literaire helden, de stad van Kafka.

Zoals gezegd kan de biografie van Carole Angier Sebald niet echt tot leven wekken. Maar ze heeft een andere grote verdienste: ze brengt de lezer terug naar Sebalds wonderlijke boeken. Indertijd heb ik die allemaal gelezen, zelfs herlezen, en intussen ben ik al meer dan een week weer aan het grasduinen in Sebalds proza. Wie hem nog moet ontdekken, raad ik de openingsbladzijden van Austerlitz aan, waarin de verteller Jacques Austerlitz ontmoet in het Centraal Station van Antwerpen, na een bezoek aan de zoo. De kans dat Sebalds zinnen u bij het nekvel zullen grijpen is bijzonder groot – zacht, maar stevig.

Nobelprijs

Austerlitz is Sebalds laatste boek. Het kwam uit begin 2001: zelf vond de auteur de roman ‘ein absoluter Reinfall’, een mislukking over de hele lijn. De internationale kritiek was het daarmee niet eens: nog altijd wordt het boek genoemd als een van de beste naoorlogse romans ooit, het werk van een potentieel Nobelprijswinnaar.

Op het eind van het jaar waarin Austerlitz verscheen, kwam de auteur aan zijn einde, in een van zijn vele auto-ongelukken. Zijn dochter – die voor het overige nauwelijks aanwezig is in deze biografie – zat bij hem in de wagen, maar bleef ongedeerd. Sommige van zijn vrienden – Sebalds fascinatie voor zelfdoding indachtig –speculeerden dat het ongeval geen ongeval kon zijn. Volgens Carole Angier gaf de lijkschouwing nochtans uitsluitsel: ‘It was a heart attack waiting to happen.’

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Jurgen Pieters

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent.