JavaScript is required for this website to work.

Warmtepompen dan toch niet verplicht vanaf 2026?

Kabinet Demir antwoordt op kritische vragen over warmtepompen

CommentaarLode Goukens10/3/2023Leestijd 5 minuten
De buitenunit van een warmtepomp.

De buitenunit van een warmtepomp.

foto © Flickr - Green Energy Futures

Als warmtepompen niet milieuvriendelijk zijn, waarom promoot de Vlaamse regering ze dan nog? Het kabinet Demir geeft antwoord.

Een Nederlandse studie van de Nationale Milieu Database (NMD) toonde aan dat warmtepompen veel meer milieuvervuilend waren dan de overheid algemeen had aangenomen. Dat heeft voor veel commotie gezorgd. Maar wat vinden Vlaams minister voor Energie Zuhal Demir (N-VA) en het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) er eigenlijk van?

In zijn reactie gaf VEKA aan dat de statistieken over het aantal warmtepompen niet exact zijn. ‘Wij gaan uit van 500.000 geplaatste warmtepompen in Vlaanderen. Op de energiekaart zie je het aandeel warmtepompen en aandeel zonnepanelen in nieuwbouw. Dit is berekend op het aantal vergunningsaanvragen per jaar.’

Volgens de statistieken van VEKA en Fluvius waren er in 2022 dus circa 500.000 warmtepompen op 3,3 miljoen woningen in Vlaanderen. In november 2021 voegde de Vlaamse overheid enkele extra maatregelen toe aan de huidige doelstellingen in het Vlaams Energie- & klimaatplan 2021-2030. Als de warmtepomp in 2026 verplicht wordt voor de nieuwbouw, over hoeveel warmtepompen praten we dan?

Geen verplichting

Katrien Smet, woordvoerder van minister Zuhal Demir geeft een verrassend antwoord: ‘Warmtepompen worden in Vlaanderen niét verplicht in nieuwbouw vanaf 2026. Vanaf 2025 mag een aardgasaansluiting bij nieuwbouw niet meer. En sinds 2021 mag een stookolieketel niet meer in nieuwbouw. Maar de bouwheer die vanaf 2025 een nieuwbouw plaatst kan nog kiezen uit verschillende verwarmingstoestellen, zoals een warmtepomp, een pelletketel of aansluiten op een warmtenet’.

Het kabinet ontkent dus de verplichting van warmtepompen die ze samen met de renovatieplicht invoerde eind 2021. Nochtans moet er wel degelijk een warmtepomp in de aanvraag zitten om een bouwvergunning te krijgen. Wie controleert of die warmtepompen ook allemaal geïnstalleerd worden? De woordvoerster verwijst naar de Energieprestatie en Binnenklimaat-berekening (EPB) en zegt dat de vraag niet klopt: ‘Via de EPB-aangifte die voor iedere nieuwbouwwoning verplicht is, kan je wel degelijk nagaan welke installatie er geplaatst is. In opdracht van de Vlaamse Regering, houdt het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) toezicht op het naleven van de procedure en het voldoen aan de EPB-eisen.’ VEKA kan ook boetes uitdelen.

Uitstoot verwaarloosbaar

Een studie in Nederland gaf aan dat warmtepompen helemaal niet milieuvriendelijk zijn. Moet men het subsidiëren of promoten dan niet herbekijken, als dat inderdaad zo is? De woordvoerster vindt de cijfers van het Nederlandse NMD uit de context getrokken. ‘De cijfers van NMD gaan enkel over de productie van een warmtepomp en nemen de gebruiksfase niet mee in hun analyse. Wanneer je de gebruiksfase mee in rekening neemt, is de uitstoot van de productie quasi verwaarloosbaar. Het is ook niet de bedoeling om warmtepompen in nieuwbouw te gaan subsidiëren, PV-installaties bij nieuwbouw subsidiëren we ook niet.’

De conclusie van het kabinet-Demir is dus dat de uitstoot van de productie quasi verwaarloosbaar is. Blijkbaar vinden zij de gassen in de warmtepompen, die veel erger zijn dan CO2, geen onderwerp om bij stil te staan. Die gassen ontsnappen nochtans tijdens de levensduur van de warmtepomp. Hoe valt dit te rijmen met de bewering dat levensduur essentieel is?

‘De stichting NMD heeft enkel de milieu-impact onderzocht van de productie van het toestel zelf, niet over de volledige levensduur’, aldus Smet die verwees naar de de website van duurzaamheidspecialist, en uiteraard voorstander van warmtepompen, Thijs ten Brinck en de veelgestelde vragen (FAQ) die de NMD na de heisa over de studie online zette na de boze reacties van tal van lobbygroepen.

Klimaatdoelstellingen

Uit het antwoord van Smet komt naar voor dat de klimaatdoelstellingen de belangrijkste drijfveer zijn van het kabinet-Demir: ‘Die milieu-impact blijkt hoger dan eerder werd aangenomen, omdat niet alle onderdelen van de warmtepomp (zoals de koudemiddelen en de elektronica) in de oude data waren meegenomen. De winst in het energiegebruik tijdens het gebruik wordt niet meegerekend. Door warmtepompen verbruiken woningen helemaal geen aardgas meer en daalt de CO2-uitstoot in de gebruiksfase. Warmtepompen dragen dus bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.’

Hoe realistisch is het om in alle woningen — ook oude — warmtepompen te voorzien? Smet geeft toe dat een warmtepomp niet past in alle woningen. ‘De woning wordt het best eerst geïsoleerd en de toevoertemperatuur van de radiatoren (of vloerverwarming) is best zo laag mogelijk. In dat geval wordt een warmtepomp wenselijk voor de woning. In een renovatiecontext investeert de bouwheer altijd beter eerst in isolatie alvorens een warmtepomp te overwegen.’

Subsidies

De gemiddelde kost, inclusief installatie, zou rond de 10.000 euro schommelen. Hoe is dat met energiebesparingen terug te verdienen op een levensduur van tien tot vijftien jaar? Smet verwijst naar de site van de Vlaamse overheid: ‘Er staat een overzicht van de kostprijs van de verschillende verwarmingstechnologieën voor verwarming’.

Hoe hoog moeten subsidies dan niet zijn om de investering wel rendabel te maken? Dat is volgens de woordvoerder heel afhankelijk van de situatie: ‘Energieprijzen zijn de laatste tijd zeer variabel en het energieverbruik van een woning varieert sterk. Stel dat u een woning hebt die 11.000 kWh aardgas op jaarbasis nodig heeft voor verwarming en geschikt is voor een warmtepomp. Met een warmtepomp met een goede efficiëntie, zal het verbruik voor die warmtepomp ongeveer 2500 kWh elektriciteit bedragen. De verhouding tussen gasprijs en elektriciteitsprijs is hier dus ook erg belangrijk.’

Een belangrijke vraag is hoeveel warmtepompen Vlaanderen de afgelopen jaren subsidieerde. Over welke bedragen ging dit? Sedert 2008 betaalde de Vlaamse overheid 1,5 miljoen euro aan warmtepompen voor niet residentiële gebouwen en 21,5 miljoen euro voor residentiële woningen. In het laatste geval waren dat 14.421 warmtepompen. Dat valt natuurlijk in het niet vergeleken met de 283 miljoen euro voor dakisolatie sinds 2008, of de 40 miljoen euro voor condensatieketels die de Vlaamse regering ondertussen gaat verbieden.

Mattheuseffect

Welke doelgroepen het vaakst de begunstigde zijn van die subsidies, daar heeft de Vlaamse overheid geen cijfers over. Dat zou niettemin interessant zijn, want zoals bij alle subsidies speelt hier het mattheuseffect. Het mattheuseffect is de sociologische vakterm voor het rijker worden van de rijken en het armer worden van de armen. Dit effect, dat Robert K. Merton het eerste beschreef, is in Vlaanderen bekend door de voormalige CVP-senator en inspirerende professor Herman Deleeck van de universiteit Antwerpen. Diens visie was dat een bepaalde elite of middenklasse beter de weg kent en veel ruimer profiteert van sociale maatregelen en diensten dan de eigenlijk beoogde doelgroepen.

Kort na de invoering van de EPB-regelgeving op 3 februari 2009 zei Annemie Bollen, medewerker Energie van de studiedienst van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) in de Commissie voor Openbare Werken, Mobiliteit en Energie van het Vlaams Parlement: ‘Sociale groep en inkomen zijn dan ook vaak meer bepalende factoren voor het energieverbruik dan isolatie. Dat vindt de SERV verrassend.’

Effect valt tegen

Over de EPB-regelgeving merkte de SERV toen op: ‘EPB leidt ook niet automatisch tot een lager verbruik omdat ze geen rekening houdt met de energie-inhoud van de woning zelf. Dat behelst de energie nodig voor de constructie van de woning en de materialen erin, en de sloop.’ Kortom, de conclusie van NMD in Nederland.

Nog eentje uit de bloemlezing: ‘De EPB-regelgeving bevoordeelt verder dure technieken en installaties ten opzichte van keuzes in het ontwerp. Zo heeft het plaatsen van fotovoltaïsche panelen een aanzienlijke invloed op het E-peil. Het verbeteren van de compactheid en de oriëntatie van de woning heeft in de berekeningsmethodiek dan weer veel minder effect, hoewel dat zeer kostenefficiënte maatregelen zijn.’

Of wat gedacht van ‘De sociaaleconomische haalbaarheid van een verstrenging van het E-peil is nooit getoetst op draagvlak bij de doelgroep van de potentiële bouwers.’

Lode Goukens is master in de journalistiek. Zijn masterproef behandelde de journalistieke cartografie. Voordien was hij jaren beroepsjournalist en schrijver. Begonnen als officieel IBM multimedia developer in 1992 en één van de eerste professionele ontwikkelaars van DVD’s (dvd-authoring) schreef hij ook het eerste Belgische boek over het Internet in 1994. Hij behaalde ook al een master in de kunstwetenschappen en archeologie en een master filmstudies en visuele cultuur. Momenteel is hij bezig aan een master geschiedenis en een doctoraat.

Commentaren en reacties