Binnenland, Commentaar, Multicultuur & samenleven

Wat is er in godsnaam mis met een lentefeest?

Na Pasen begint het ‘communieseizoen’. De tijd van de eerste communie en het vormsel (vergeet de ‘plechtige communie’). Het is voor mij als gelovige en catechist elk jaar een verrijkende en toch ook verwarrende ervaring.

We leven op dit moment in het begin van een nieuwe, post-christelijke tijd. De kinderen die deze periode hun eerste communie doen of gevormd worden, zijn (achter-) kleinkinderen van de generatie die de kerk heeft verlaten. Hun ouders kregen meestal geen ‘gelovige opvoeding’ en hun kinderen ook niet. Ze zijn niet anti-religieus, eerder a-religieus. Jezus is een personage uit de godsdienstles. Meer niet.

Ja, er zijn ouders die zichzelf christen noemen, zonder daar noemenswaardige consequenties aan te koppelen. Ze geloven zonder zich tot de kerk te rekenen en doen een beroep op de kerk voor sacramenten en rituelen. Of ze noemen zich niet-gelovig, maar vinden dat de rituelen tot onze cultuur behoren. Het komt mij niet toe het geloof van anderen te beoordelen, in die val mag je als catechist of gelovige niet trappen. Je staat soms versteld van de gelovige inzichten die ouders tijdens catechesemomenten delen.

Maar daarnaast is het verwarrend te zien dat een deel van de ouders en familie van vormelingen tijdens het vormsel en de voorbereidende vieringen niet te communie gaan. Ze zeggen daarbij eigenlijk dat ze niet gelovig zijn. Dat is hun goed recht, maar waarom kiezen ze dan voor het vormsel voor hun kind? Wetende dat in onze parochie een duidelijk engagement wordt gevraagd van de ouders, inclusief catechesemomenten voor kinderen én ouders. Je voelt op zo’n catechese bij bepaalde ouders de afkeer voor (het spreken over) kerk, Jezus of God. Waarom doen mensen zichzelf dat aan?

Universeel religieus gevoel

Bij de ‘intakegesprekken’ met de ouders aan het begin van het catechesejaar hoor je ouders spreken over ‘traditie’ of zeggen ze dat het kind het zelf graag wil. Maar hoe komt dat dan? De kans is klein dat er thuis veel over de kerk, Jezus of God gesproken wordt. Is er dan een soort universeel religieus gevoel (religieus in de breedste betekenis) dat, bij gebrek aan andere rituelen, in ons land naar de katholieke kerk leidt? Of is het de godsdienstles op school? Maar wat dan met de kritiek dat er tijdens de godsdienstlessen geen godsdienst meer gegeven wordt – door leerkrachten die zelf niet geloven? En hoe plaats ik dat in mijn ervaring dat atheïsme hip is en ik mezelf regelmatig moet rechtvaardigen waarom ik ‘in sprookjes geloof’. Zoals atheïsten dat graag op mijn Twittertijdlijn gooien.

Hetzelfde doet zich voor bij de eerste communie van onze jongste, later in mei. Ook daar zie je ouders die tijdens een voorbereidingsviering blijven zitten tijdens de communie. Waarom dan een eerste communie? Traditie? Keuze van het kind? We hebben bij onze drie kinderen overwogen om ze apart, in de gewone zondagsviering, hun eerste communie te laten doen. Ze waren er klaar voor. Telkens hebben we dat, beschroomd om zoveel hoogmoed, laten varen.

Als gelovige is het een verleiding om je daaraan te ergeren. ‘Oordeel niet en je zult niet geoordeeld worden’, zei Jezus, het komt ons niet toe het geloof van een ander te beoordelen. Als kerk moeten we leren om dit alles als een kans te zien. Eerste communie en vormsel zijn momenten om catechese te geven. Kansen om mensen te vertellen hoe waardevol die evangelische levenswijze kan zijn voor hen. Ik erger me niet, zoals Patrick Loobuyck vermoedt. Ik ken de parabel van de zaaier en ik heb gelezen dat de maaier de zaaier niet kent. Dus ik zaai als de gelegenheid zich voordoet. Maar toch stel ik me de vraag: wat is er mis met een lentefeest?

Deze opinie verscheen eerder in De Morgen

Foto (c) VRT (still uit De Zevende Dag)

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans