Analyse, Economie
Essay
Essay
Luc Nijs

Wat is er met ons arbeidsethos gebeurd?

Een pleidooi voor een andere visie op werk
Arbeidsethos

Sinds een paar dagen geniet ik van een beetje vakantie. En zoals ieder jaar gaat dat gepaard met allerlei capriolen van ochtend- en avond/nachtwerk om de familie te ontlasten en toch te garanderen dat zakelijk alles soepel blijft lopen. Niet noodzakelijk leuk, wel nuttig en nodig. Het hoort er bij. Sommigen zouden zeggen ‘je hebt er zelf voor gekozen’. Nu hoor je mij niet klagen, het is nog steeds een aanzienlijke verbetering vergeleken met de 100-120 uren/week die de rest van mijn jaar kenmerken. Dat zouden persoonlijke reflecties gebleven zijn mocht ik niet in een lang en interessant gesprek zijn terecht gekomen met een Duits koppel verderop in de straat die er een huisje huurden.

Nieuwe kennissen uit Hamburg

Het betrof een koppel uit de buurt van Hamburg, beiden halverwege de zestig. Na een initiële vluchtige groet en een soort van intake-gesprek aan de brievenbus op een ochtend eerder die week, dienden we toch eens een avondje langs te komen om wat verder te keuvelen. Inclusief het nuttigen van het ‘Abendbrot’. Vanzelfsprekend kwam het onderwerp ‘werk’ op een gegeven moment ter sprake.

Toen werd het interessant. Hij vertelde me dat hij flink genaaid was geweest voor een paar ton (in euro) in een houthandel die hij samen had gehad met een partner. Dat hij op een avond op zoek naar een nieuwe ‘uitdaging’ de krant had opengeslagen en zag dat er een lokale markthandelaar zijn mobiele markthandelswagen inclusief handelszaak (pannenkoeken, ijs, etcetera) over wilde dragen (wegens leeftijd). Dus belde hij de dag erna voor een afspraak. Enkele weken later was hij eigenaar van een handelszaak en een mobiele handelskar.

Vroeger en nu

We hebben het over dertig jaar geleden. Wat in het begin 1 kar was werden er op 5 jaar tijd 15, waarmee ze 25 jaar lang allerlei (kerst)markten in binnen- en buitenland afschuimden. En dat is aanpoten. Dagen van 18 uur, weken van zeven dagen. Dan is er nog de administratie, inkoop en voorbereiding. Dan heb je ook nog de reguliere weekmarkten. Maar het loonde, het geld klotste bij momenten tegen de plinten. Maar nu was het tijd om de zaak over te dragen. Jaren zocht hij reeds, maar niemand daagde op of ze verdwenen sneller dan ze gekomen waren als ze hoorden wat er allemaal bij kwam kijken. Niemand wil nog ‘echt’ werken zuchtte hij, zelfs niet als er een aantoonbare waardecreatie en vermogensopbouw aan vast hangt. Met ‘echt’ bedoelde hij allicht meer dan de gebruikelijke 36 uur per week.

De overheid is deel van het probleem

Nu moet u mij niet overtuigen dat we een maatschappij van ‘entitlement seekers’ zijn geworden. Van zodra de schoolbanken verlaten zijn, is de zoektocht naar een baan zonder werk maar met bovengemiddeld loon, vakantiedagen, dertiende maand, auto, vakantiegeld, bonus etcetera begonnen. En dat vaak met nul kennis of aantoonbare vaardigheden. Levenslang leren stelt nog altijd niets voor, want dat is toch investeringen zonder direct betaald te worden. En dan is er de overheid die een fnuikende rol in dit verhaal speelt. Zij heeft de mensen geleidelijk aan leren aanschuiven aan de publieke ruif van ‘gratis’ maar eigenlijk steeds een ander zijn geld. Ruime faciliteiten, forfaitaire ziektedagen, afkoop opleidingsjaren, gratis nadenkjaren en gelijkgestelde periodes, (zeer) ruim pensioen,…

Het heeft er toe geleid dat tegenwoordig zelfs veelbelovende universitairen voor een hangmatbestaan in de administratie kiezen. Wat een verlies aan potentieel is dat! Zo hebben we bij benadering 40.000 ambtenaren bij financiën, in essentie om mensen lastig te vallen. Geld ophalen voor publieke doeleinden zou zo efficiënt mogelijk moeten gebeuren want het is een basis-utilitaire functie en zou dus tegen een absolute basiskost dienen te gebeuren. Wie nog een stapje ambitieuzer is in het ‘entitlement seeking– verhaal’ gaat natuurlijk voor een kabinettaire of parlementaire loopbaan, waar je ongegeneerd en ongehinderd leert om te gaan met gratis geld van een ander.

Dat geldt ook voor quasi-overheid zoals de VRT of de NMBS. Als kleinzoon van 2 slagers leerde ik al vroeg dat de grootste varkens altijd vooraan staan bij de ruif. Het heeft geleid tot een maatschappij die duidelijk uit balans is. De overheid concurreert op asymmetrische basis met de private sector en heeft met haar ambtenarenstatuut en pensioenmodel financieel ongedekte illusies gecreëerd.

Pensioenproblematiek

In lijn met Noels is de vaak aangedragen oplossing voor de reeds 3 decennia bestaande pensioenproblematiek een van (of een combinatie van) langer werken, lagere pensioenen of de rekening doorschuiven naar volgende generaties. Toch is dit te simplistisch naar mijn smaak. Dat laatste is ten dele onvermijdelijk daar je een aanzienlijk, zo lang genegeerd probleem niet in 1 generatie opgelost krijgt. Tenzij je een soort van resetknop indrukt waarvoor allicht maatschappelijk geen draagvlak bestaat.

Langer werken is dan weer een holle slagzin. De eerste ambitie zou moeten zijn om iedereen zijn basisloopbaan te laten voldragen. Dan dienen we na te denken over wat werkbaar werk we mensen na hun 65ste kunnen laten doen. Er is geen enkele arbeidseconoom die een definitie heeft van ‘werkbaar werk’ en geen mens weet wat dat in de praktijk betekent. Dus geselen we elkaar maar met begrippen als inloop- en uitloopbanen, maar geen mens die weet of dat allemaal implementeerbaar en realistisch is.

Economisch presteerbare jaren

Bedrijven zijn er niet om (soorten) werk te creëren dat er niet is of nodig is. Bovendien gaat het langer-werken-verhaal uit van een onbewezen assumptie. Namelijk dat de langere/latere (vaak gemedicaliseerde) levensjaren ook effectief nog economisch presteerbare jaren zijn. De pensioenleeftijd direct koppelen aan de stijgende levensverwachting is dan ook ultieme dwaasheid. Een ‘zwareberoepenlijst’ is dan niet meer dan de zoveelste vorm van dienstbetoon. Met de officiële lijst van criteria voor ‘zware beroepen’ eindig je enkel met oeverloze en zinloze discussies. Dan komt het aspect lagere pensioenen. Dat is enkel mogelijk als je eerst de 3 pensioensystemen gelijk trekt.

Dat zal allicht enkel mogelijk (lees: betaalbaar) zijn op het niveau van het pensioen in de private sector en die zijn al te laag (zelfs bij de laagste van Europa). De Croo jr. was er voor de zomer snel bij om het probleem op te lossen door het door te schuiven naar de private sector. De tweede pensioenpijler diende verplicht en bijdragen hoger. Die worden gefinancierd door werkgever en/of werknemer. Wat de Croo eigenlijk zei was: niet uit de publieke ruif. Zo kan ik ook problemen oplossen. Maar goed, we hebben de hele familie De Croo nog nooit kunnen betrappen op goede ideeën.  Ook hier dus de zoveelste financiële illusie. Als langer werken in de praktijk niet gerealiseerd kan worden is het langer werken-criterium eigenlijk een simpele, ordinaire (allicht flinke) korting op je pensioen.

De Obamisering van de maatschappij

Ik droom nog altijd van een toekomst waar mensen zodanig burger zijn dat ze niet meer hoeven te treuren over hun wettelijk pensioen dat er al dan niet aan zit te komen. Wie zijn vertrouwen neerlegt bij een instabiel, korte-termijn denkend en onbetrouwbaar systeem dat ondertussen +/- 450 miljard euro schuld meesleept, zal vroeg of laat bedrogen uitkomen. Ik ijver nog steeds voor zo groot en zo vroeg mogelijke financiële onafhankelijkheid van mensen. Maar daar is een en ander voor nodig.

Een ander arbeidsethos, een andere benadering van het begrip risico, dàt is nodig! Positief benaderd is het de onzekerheid over de toekomst die men nodig heeft (opportuniteit) om financieel aantrekkelijk uit te buiten en een financiële verfijndheid die veel verder gaat dan 270 miljard spaargeld op quasi-renteloze spaardeposito’s. Of een tweede of derde appartement om gratis en zogezegd risicovrij wat quasi-onbelaste huurinkomsten binnen te slepen. Dat fiscale gat sluiten is allicht een van de weinige plekken op het fiscale spectrum waar je in een beweging nog redelijk wat geld kan scoren om de begrotingsput van 10 miljard te dempen.

Maar misschien het belangrijkste aspect is een andere mentaliteit en instelling. ‘Just do it’ orakelt de slogan van Nike. ‘Fail forward’ adviseert Elon Musk. Ik kan er nog 10 aan de lijst toevoegen. We moeten jonge mensen leren dat proberen en falen prima zijn, zolang je er maar van leert. Dat kennis niet het doel is maar wat je er mee doet. Dat ‘excellentie’ en ‘kwaliteit’ meer te maken hebben met een gerichte mentaliteit en karakter dan met normatieve eisen die je op een systeem toepast. Ik vrees dan ook dat ons falende onderwijssysteem (nog steeds) met de verkeerde behandelingen wordt gemarteld en we nog lang in het slop zullen blijven steken. Nog even en het is irrelevant.

The enforcer

Onze zoon (12) noemt me soms wel eens smalend ‘The Enforcer’. Daarbij verwijst hij naar mijn drill sergeant-achtige discipline waarmee ik mijn academische en professionele activiteiten combineer met familie en maatschappelijke engagementen. Of ook de (in zijn ogen) brutaliteit waarmee ik andere mensen (hem ook!) verantwoordelijk houd voor resultaten. Wees nu eerlijk, er is toch niets vervelender en meer ontmoedigend dan ‘visie en ambities’ die de hele dag over de tafel vliegen zonder resultaten. ‘Executie’ is een vaardigheid die altijd een grote vraag kent en laag in aanbod is. Niet lullen maar poetsen heet dat dan in Rotterdam, een stad waar ik aan het begin van mijn loopbaan een vijftal jaren werkte en waar ik met veel plezier aan terugdenk.

Ik had liever een Obama gehad die had gezegd ‘Yes, we will’ eerder dan ‘Yes, we can’. Jezelf verantwoordelijk houden voor resultaten, dingen organiseren als een proces (en niet als een reis), ophouden met chillaxen. Niet meer plannen maar vooral doen, beslissingen leren nemen en de gevolgen aanvaarden. De lat iedere dag opnieuw pijnlijk hoger leggen, het hoort er allemaal bij. Zelfs als je alleen maar het tegenovergestelde ziet, in je straat, bij je vrienden, op TV en op sociale media. Ik wens mijn tijdelijke Duitse buur dat iemand met die kenmerken spoedig opduikt aan zijn voordeur.

Luc Nijs

Luc Nijs is de bestuursvoorzitter en CEO van investeringsmaatschappij The Talitha Group en doceert o.a. International Capital Markets aan de universiteit Leiden. Hij is de auteur van een reeks boeken over internationale financiën, kapitaalmarkten en aanverwante onderwerpen.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans