Zonder categorie
telefoon

Weg met de telefoon!

We kibbelden wat. Eén van mijn collega’s bij Doorbraak vond dat een bepaalde schrijver te lang op zich liet wachten. ‘Ik heb al zo vaak aan zijn mouw getrokken dat hij ermee over de grond sleept!’, reageerde ik. Volgens mij is het niet eens overdreven. ‘Bel hem dan toch op!’ Mijn rugspieren verkrampten lichtjes. ‘Opbellen…’, zuchtte ik diep. ‘Alsof ik in mijn vrije tijd niets liever doe dan mensen opbellen’. Mompelend droop ik af.

U mag weten dat ik leef in de overtuiging dat de telefoon een van de meest onbeleefde toestellen uit de menselijke geschiedenis is. Ja, ik weet ook wel dat mosterdgas of de atoombom ook niet getuigen van etiquette, maar de telefoon? Nee, ik moet hem niet. Zit je ’s avonds rustig te eten, dan rinkelt dat ding en dwingt het je om op te nemen. En als je weerspannig bent, dan is er wel een of andere disgenoot die zegt: ‘Allé, pakt op!’.

Telefoon in de hoek

Ik vind het ook zo lastig om met mensen te spreken die je niet ziet. Zeker als je ze maar van verre kent. Laat staan dat je zelfs niet kent. Horror! Als die aan de andere kant dan nog zeggen: ‘Nee, nee. ’ t Is niet erg’, dan weet je dat je sowieso stoort. Mijn rug verkrampt weer wat.

Op dat vlak heb ik een enorme sympathie voor de vroegere keizer van Oostenrijk, Franz Josef. U weet wel, die van Sissi. En ook die wiens handtekening de Eerste Wereldoorlog op gang bracht. Dat is iets minder koekendozenromantiek. Hij weigerde een telefoon te hebben of te gebruiken. En hij had een punt. Je kan de dingen evengoed opschrijven of persoonlijk komen zeggen.

Soms denk ik aan mijn grootvader zaliger, die laat in de jaren 90 de pijp aan Maarten gaf. De man was even kaal als de Oostenrijkse keizer. Echter, hij had wel een telefoon. Eentje van bakeliet. Als men hem belde, dan hoorde men dat tot drie huizen verder. Die zwarte telefoon stond in de hoek van de gang. Dat was zijn plaats. Het ding bezorgde je immers telkens weer een hartaanval, en was bijgevolg terecht ongeliefd. Alleen het toilet verdiende nog minder respect. Dat was een huisje in de tuin. Geloof me, het klinkt idyllischer dan het was. Zeker in volle winter.

De telefoon stond in het oude huis van mijn grootouders ver weg van de eetplaats en afgeschermd van de propere voorplaats, waar je alleen op zondag ging zitten luisteren naar het slaan van de klok. De telefoongesprekken die mijn grootvader voerde waren ook opmerkelijk kort. ‘Zeg! Breng jij nog een halve kilo worst mee?’ Voor je kon antwoorden, haakte hij in. Hij was ongelooflijk economisch.

Relikwie

Een groot contrast met mijn zus in diezelfde jaren 90. Zij was minder economisch en leek wel telefoonverslaafd. Wij hadden toen twee vaste telefoons in huis. Het klinkt vandaag haast prehistorisch. Eén telefoon stond boven en eentje beneden. Mijn ouders vonden niks leuker om beneden – terwijl mijn grote zus boven languit aan het toestel lag te tateren met vriendinnen – de hoorn van de haak te nemen om te zeggen dat ‘het lang genoeg heeft geduurd’. Nogmaals: ze was niet zo economisch. Zeker niet als de telefoonrekeningen kwamen.

Nu heb ik zelf een gezin en ik wilde onze telefoon nostalgisch in de gang hebben. Maar mijn vrouw moest er niets van weten. En – zoals bijna altijd – heeft ze eigenlijk wel gelijk. Onze smartphones liggen toch op de kast. We lopen allemaal voortdurend aan dat computertje te prutsen dat lang geen telefoon meer is. We swipen meer dan we luisteren. Ons vast toestel staat nu gewoon in de woonkamer. Alleen enkele familieleden en abonnementenverkopers van Knack bellen ons nog op het vaste toestel op.

Soms denk ik: ‘Weg met die telefoon!’. Maar hij staat er als een relict dat vooral stof vangt. En die smartphones? Ik wil die om de zoveel tijd de vuilnisbak in kieperen. Maar aan de andere kant: hoe weet ik dan, wanneer ik naar het vak in de winkel sta te turen, of kristalsuiker wel hetzelfde is als rietsuiker? Het is zo verdomd nuttig.

U moet mij nu excuseren. Ik moet nog een telefoontje plegen.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans