fbpx


Economie
werkzaamheid

Werkzaamheidsgraad op 80% is noodzaak

Hoe onze economie op te krikken in een snel veranderende wereld?



De werkzaamheidsgraad wordt ook nog de geharmoniseerde activeringsgraad genoemd. Het is de verhouding tussen de gehele beroepsbevolking en de bevolking op arbeidsleeftijd (15-64 jaar). Het gaat dus om de participatiegraad van de actieve (werkende of werkzoekende) bevolking. De leeftijd van 15 jaar is echter heel jong. In veel landen, zoals België, bestaat er de schoolplicht tot 18 jaar. Dat heeft tot gevolg tot gevolg dat de activeringsgraad volgens deze klassieke definitie wel onderschat wordt. Velen studeren zelfs tot hun 20…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De werkzaamheidsgraad wordt ook nog de geharmoniseerde activeringsgraad genoemd. Het is de verhouding tussen de gehele beroepsbevolking en de bevolking op arbeidsleeftijd (15-64 jaar). Het gaat dus om de participatiegraad van de actieve (werkende of werkzoekende) bevolking. De leeftijd van 15 jaar is echter heel jong. In veel landen, zoals België, bestaat er de schoolplicht tot 18 jaar. Dat heeft tot gevolg tot gevolg dat de activeringsgraad volgens deze klassieke definitie wel onderschat wordt. Velen studeren zelfs tot hun 20 jaar of langer in het hoger onderwijs. Om die reden gaan veel statistieken uit van de arbeidsleeftijd tussen 20 en 64 jaar.

Werkzaamheidsgraad onvoldoende in België

Ons land doet het niet zo goed in vergelijking met andere Europese landen voor de leeftijd tussen 20 en 64 jaar. In de Europese Unie (EU) met het Verenigd Koninkrijk (EU28) bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2019 gemiddeld 73,9%. In de Europese Unie zonder het Verenigd Koninkrijk (EU27) ging het om 73,1%. Zweden (82,1%) kende de hoogste werkzaamheidsgraad, gevolgd door Duitsland (80,6%) en Tsjechië (80,3%). In Griekenland werd de laagste werkzaamheidsgraad genoteerd (61,2%), voorafgegaan door Italië (63,5%) en Kroatië (66,7%). We zien dus een duidelijk verschil tussen Noord- en Zuid-Europa, dat ook tot uiting komt in België.

In 2019 lag de werkzaamheidsgraad tussen 20 en 64 jaar voor België in zijn geheel op 70,5%. Dit komt vooral door Vlaanderen (75,5%). Daar ligt de activeringsgraad duidelijk hoger dan in de andere gewesten. Voor het Waals Gewest ging het om 64,6%. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om 61,7%. In 2020 was de Vlaamse werkzaamheidsgraad licht gedaald tot 74,7%. Hier zal de coronacrisis meegespeeld hebben.

De activeringsgraad blijft in België dus laag, alhoewel ze wel stijgt. In 2005 stond hij nog op 66,7%. België had de Lissabon-strategie van 2000 onderschreven. Die stelde dat de EU in 2010 moest veranderd zijn in de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld, met een arbeidsparticipatie van 70% en een economische groei van 3%. Dit is de zogenoemde economische pijler van de strategie. De 70% werd ondertussen reeds bereikt, maar is nog onvoldoende.

Probleemcategorieën

In België gaat het om ongeveer 1,4 miljoen mensen die zo buiten de arbeidsmarkt vallen. In Vlaanderen is er vooral een probleem met de volgende categorieën:

  • bij de 55-plussers is de activeringsgraad 55,7%. Dat is wel een sterke stijging tegenover het jaar 2000 (23,7%);
  • bij laaggeschoolden is het 53.7%, tegenover 88,1% bij hooggeschoolden;
  • 46% van de personen met een handicap of langdurig gezondheidsprobleem is actief, tegenover 80,2% voor hen zonder hinder;
  • bij personen geboren buiten de EU bedraagt de werkzaamheidsgraad 59,2%, tegenover 76,3% voor zij die geboren waren in België en 76,1% voor zij die geboren zijn in de EU. Dit is in feite de groep met het grootste probleem omdat je ze zo in feite buiten de maatschappij stelt.

 

Waarom is een hogere werkzaamheidsgraad zo belangrijk?

De demografische evolutie heeft tot gevolg dat er iets moet veranderen om onze sociale zekerheid en de pensioenen in het bijzonder betaalbaar te houden. De babyboomers gaan nu op pensioen, en door de vooruitgang in de medische wetenschap wordt iedereen ouder. De financiering van onze welvaartsstaat vereist een andere houding en mentaliteit van de bevolking op activiteitsleeftijd als we die willen behouden. Men denkt hierbij dan vooral aan:

  • de toename van de werkzaamheidsgraad in de bevolking. Er is de laatste 20 jaar wel een positieve evolutie merkbaar, maar ze is onvoldoende. Het vroegere brugpensioen, nu stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, wordt terecht afgebouwd;
  • de verlenging van de pensioenleeftijd. Maar dit verloopt in België heel moeizaam: de wettelijke pensioenleeftijd wordt pas in 2025 verhoogd tot 66 jaar en slechts in 2030 tot 67 jaar. Nochtans is dit logisch daar we nu allen veel langer gezond blijven en zo langer kunnen leven.

 

Tegelijkertijd kan door de ruimere werkkrachten de potentiële economische groei toenemen. Die is eveneens broodnodig om de pensioenlasten en de ziekteverzekering van de komende vergrijzing te financieren.

Regeringsakkoord 2020

In het akkoord gaat men daarop in. Er wordt driemaal verwezen naar het feit dat men tegen het jaar 2030 een werkzaamheidsgraad van 80% wil bereiken. Het wijst erop dat de regering dit heel belangrijk vindt. Er wordt daarbij slechts eenmaal indirect verwezen om welke doelgroep het zou kunnen gaan qua leeftijd wanneer men zegt dat gewerkt wordt op de inactiviteitsgraad. Die bedraagt momenteel 22,8% in de categorie van 25 tot 64 jaar. De regering maakt het zich dus eigenlijk gemakkelijk, daar velen tussen 20 en 25 jaar toch nog studeren, of naar hun eerste job zoeken. Men mocht ambitieuzer zijn, en de doelstelling fixeren op de leeftijdscategorie tussen 20 en 64 jaar, of zelfs ouder.

Verder zegt men dat jobs creëren een prioriteit is voor deze regering. Hoe hoger de werkzaamheidsgraad, hoe sterker onze sociale zekerheid. Een kwaliteitsvolle job is de beste sociale bescherming en een belangrijke bron van emancipatie. De regering zal werken belonen, de meest kwetsbare groepen op weg naar werk begeleiden.

Men verwijst ook naar het optrekken van de activiteits- en werkzaamheidsgraad van de oudere werknemers die zeer belangrijk is. De regering zal hierrond concrete initiatieven nemen, in samenspraak met de sociale partners en de deelstaten. Teneinde de effectieve loopbaanduur van de werknemers op te trekken, zullen er maatregelen worden genomen inzake eindeloopbaanregeling. Dat kan onder andere worden gerealiseerd via deeltijds pensioen, zachte landingsbanen, vorming en heroriëntatie doorheen de loopbaan, en door overdracht van knowhow tussen generaties van werknemers te bevorderen.

Oplossing voor verdwijnen transfers naar Wallonië

In het boek Vlaanderen betaalt. De mythe van de omgekeerde transfers stelt Didier Paquot, chief economist en onderzoeksdirecteur bij het Institut Jules Destrée, dat de financiële transfers tussen Vlaanderen en Wallonië uitsluitend voortkomen uit de lage tewerkstellingsgraad van 63,7% in Wallonië anno 2020. Wanneer deze zoals in Vlaanderen 74,7% zou bedragen, zouden er in Wallonië 229.386 banen bijkomen. Dat zou minstens 11,8 miljard euro supplementaire inkomsten opleveren. De transfers zouden dan inderdaad sterk terugvallen.

Paquot probeert dan de oorsprong van de lage tewerkstellingsgraad in Wallonië te achterhalen. Hij stelt vast dat de werkgelegenheidsratio Wallonië/Vlaanderen vooral tussen 1981 en 1995 sterk verslechterd is. Die zakte toen van 55% naar 47%. Dit verslechterde nog wat tot 1999, stabiliseerde tot in 2013, en liet nog een lichte achteruitgang zien tot 45% in 2018. De periode 1981-1995 valt samen met de diepgaande herstructurering van de Europese en de hele Waalse industriële nijverheid.

Contrat d’avenir

De Waalse economie haakt wellicht zelfs eerder af. Vanaf 1955 ligt het (bruto binnenlands product) bbp per inwoner in de twee regio’s heel dicht bij elkaar. De curves kruisen elkaar in 1966 en zullen tot 1997 aanzienlijk uiteenlopen. Maar tussen 1981 en 1995 verliest de maakindustrie in Wallonië bijna 91.000 arbeidsplaatsen, of 36%! Ook de bouw zag toen af met 15.500 minder arbeidsplaatsen. Dit wordt slechts voor een deel gecompenseerd door de handel. Dit omdat de industriële ondernemingen een deel van hun activiteit naar het buitenland verplaatsten.

Het gewest probeerde hier iets aan te doen. In 1999 was er het ‘Contrat d’avenir’. Daarna, tussen 2005 en 2017, nog eens 3 zogenaamde Marshallplannen om de Waalse economie op te krikken. Maar de plannen waren op zijn zachtst gezegd geen succes. Volgens Paquot is dat onder andere toe te schrijven aan het feit dat ze ondergefinancierd waren (minder dan 5 % van de middelen in het gewest). Voorts werden de plannen niet goed tussentijds geëvalueerd en slechts zelden bijgestuurd waar nodig. Er was onvoldoende begeleiding voor de mensen die echt de verandering wilden realiseren.

Hoe kan men dit realiseren?

In het regeerakkoord worden reeds enkele middelen opgesomd. Men heeft nu wel pech met de coronacrisis. Die zal het niet zo gemakkelijk maken om tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van 30% te bereiken. Het feit dat een massa babyboomers nu op pensioen gaat heeft wel tot gevolg dat de totale activiteitsrijpe bevolking zal dalen als de instroom van nieuwe jonge krachten lager is. Dit kan dan technisch gezien gemakkelijker tot een hogere werkzaamheidsgraad leiden.

Om een hogere activeringsgraad te bereiken moet de arbeidsmarkt veel flexibeler worden, en daarmee gepaard gaande de jobcultuur. Je moet niet meer gans je leven bij eenzelfde werkgever in dienst zijn. Ontslag moet gemakkelijker gaan. Maar daaraan gekoppeld moeten aanwervingen ook eenvoudiger kunnen. Een werkgever moet minder geconfronteerd worden met torenhoge ontslagvergoedingen. Dat verhindert immers sterk nieuwe aanwervingen. Vraag en aanbod van arbeid moeten beter op elkaar afgestemd kunnen worden.

Jobs komen en verdwijnen door de veranderende technologie. We moeten de opportuniteiten die dat creëert, meer omarmen. De grootste e-commerce platforms (zoals Bol.com) zitten in het buitenland omdat we nachtarbeid te lang tegenhielden.

Geen betutteling

De uitkeringen van de overheid moeten gaan naar de mensen die het echt nodig hebben, niet naar hen die het kunnen missen. Uitkeringen moeten meer een springplank worden naar een nieuwe job, in plaats van een valkuil te zijn waardoor men in het regime van de betutteling blijft zitten. Niet enkel voor de werkzoekende werklozen, maar ook voor de grote groep inactieven op arbeidsleeftijd.

De belastingdruk op arbeid, een van de hoogste in de wereld, zit al op zijn limiet. Het zal niet gemakkelijk zijn, maar we moeten naar alternatieven zoeken en een veel eenvoudiger belastingsysteem. Zo kunnen er in de privésector gemakkelijker productieve jobs gecreëerd worden. Ze mogen niet gecreëerd worden in het reeds zware Belgische overheidsapparaat. Daar zijn ze immers meestal niet productief en dragen bij tot een verlies van middelen.

Niet-Europese migranten moeten gemakkelijker toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. Zonder enige discriminatie. We gaan ze echt nodig hebben. In het begin kan men daarvoor arbeidsplaatsen subsidiëren indien nodig, maar het mag ook niet blijven duren. Men moet op tijd kunnen stoppen met deze overheidstoelagen.

Dit alles vereist wel dat er voldoende opleidings- en begeleidingsopportuniteiten zijn. De wereld verandert immers zeer snel. Op dit vlak is reeds wat gerealiseerd binnen de schoot van de Vlaamse VDAB. Men moet echter nog meer in die richting gaan. En daaraan gekoppeld moet ook de mentaliteit bij vele werknemers nog veranderen.

[ARForms id=103]

Paul Becue

Paul Becue is lic. Rechten, TEW en Diplomatieke Wetenschappen. Hij heeft een lange ervaring in de financiële sector. Zijn boeken over kredietverzekering gelden als de referentie.