Wie betaalt de coronafactuur?

Wie gaat de factuur betalen?

Nu de lockdown wordt afgebouwd, stevenen we af op een politieke megakwestie: wie betaalt de coronafactuur? Sociale welvaartstaten zijn sterk in het verdelen van sociale voordelen. De hold-up van Limburgs Belang uit éénpartijprovincie Limburg, waarbij retroactief € 200 miljoen over gepensioneerde mijnwerkers werd uitgestrooid, zal wellicht het laatste optreden zijn van de welvaartstaats-Sinterklaas. De volgende jaren gaat het over uitdelen van lasten.

Een gigantische factuur

De coronafactuur is gigantisch. Volgens een (waarschijnlijk optimistische) raming daalt het bbp in België met zo’n 8%. In euro’s uitgedrukt gaan we er dus met 37 891 miljard op achteruit (8% van € 473 638 miljard bbp). Wat niet geproduceerd wordt, kan niet herverdeeld worden.

Het overheidsbeslag in België bedraagt 50,3% van het bbp. De staat krijgt dus, bij ongewijzigd beslag, een kleine € 19 miljard minder binnen. Maar bleef het daar maar bij! Door de coronacrisis zijn de overheidsuitgaven fors gestegen. Door de tijdelijke werkloosheid en de stijging van de gewone werkloosheid. En ook door premies aan kmo’s, subsidies aan het bedrijfsleven, een gestegen factuur van gezondheidszorgen, enz. Men schat dat hierdoor de overheidsschuld, nu 100% van het bbp, opveert naar 115% van het bbp. Een stijging met € 71 miljard!

Nietsdoen en de jongeren laten betalen

We kunnen nietsdoen en gewoon de schuld laten oplopen. Door de lage rente valt de factuur dan wel mee, zou men kunnen denken. We betalen jaarlijks zo een € 10 miljard aan rentelasten, of 2,3 % van het bbp. Een stijging van de schuld zou ‘maar’ een stijging van de rentelast van € 1,5 miljard opleveren. Twee opmerkingen hierbij, die het nietsdoen-plaatje minder mooi maken.

Vooreerst laten we dan de coronafactuur volledig door de jongere generaties betalen. Generaties die al zwaar zullen moeten betalen voor de vergrijzingstsunami en het klimaatbeleid. Ten tweede, het is hoegenaamd niet zeker dat de rente zo laag blijft. Door de coronacrisis zullen quasi alle Europese landen een verhoogd beroep doen op de kredietmarkt, waardoor de rente onafwendbaar moet stijgen. Als de rente sterk stijgt, komt België met een overheidsschuld van 115% in zeer zwaar weer.

‘De Grauwe’ werkelijkheid

We kunnen ook richting Frankfurt kijken en hopen dat de ECB de geldmachine op turbosnelheid zet. Om de coronafactuur van alle Europese landen volledig monetair te financieren moet echter een Quantitative Easing- programma gelanceerd worden dat een veelvoud bedraagt van het lopende (ongeveer € 20 miljard per maand).

‘De Grauwe’ werkelijkheid van een gigantische monetaire financiering kan niet anders zijn dan inflatie, ja zelfs hyperinflatie. Iedereen, maar vooral de bescheiden inkomens, draaien dan op door gestegen prijzen. Bovendien ontwricht inflatie het economisch systeem door vervalsing van de relatieve prijzen. De Duitsers weten zeer goed waarom zij de ECB-geldmachine in toom willen houden.

Sociale rechtvaardigheid en efficiëntie

Alhoewel men de voornoemde remedies (schuld laten oplopen, monetaire financiering) in beperkte mate kan toepassen, kan men er niet onderuit dat ook men ook de burgers zal moeten aanspreken om een deel van de coronafactuur te laten betalen. Bij deze inlevering moeten twee belangrijke principes centraal staan.

Ten eerste, sociale rechtvaardigheid. Wie heeft de grootste offers gebracht in coronatijd, en voor wie zijn deze offers gebracht? En ten tweede, efficiëntie. De inlevering moet zo weinig mogelijk de incentives voor werken en ondernemen ondermijnen, ten einde een snelle heropstart niet te bemoeilijken. Hierover zal een zeer delicaat debat moeten gevoerd worden. Er zal een sterke en moedige regering nodig zijn om een rechtvaardig en efficiënt inleveringsbeleid te kunnen voeren. Of dat kan in België? Dat is een ander hoofdstuk.

Door de coronacrisis en de daaropvolgende lockdown zijn er twee grote transfers gebeurd die relevant zijn voor een rechtvaardig inleveringsbeleid.

Jong betaalt oud

Zoals ik in een eerder Doorbraak-artikel stelde, is er in de eerste plaats een transfer van jong naar oud. De reële en de potentiële slachtoffers van het coronavirus zijn grotendeels vijfenzestigplussers. De ziekte- en verzorgingskosten werden voornamelijk aan hen besteed. Belangrijker nog zijn de lockdown-kosten die in feite preventiekosten zijn. Die worden gedragen door de actieve bevolking voor de bescherming van de oudere bevolking.

De actieve generatie heeft een inkomensdaling moeten ondergaan om het risico op corona vooral bij oudere mensen drastisch te reduceren.  Het zou maar rechtvaardig zijn dat de ouderen die iets kunnen terugdoen naar de actieve generatie, effectief ook iets terugdoen. Een deel van de coronafactuur zou kunnen betaald worden met een inlevering op dat deel van de pensioenen dat een nettopensioen van € 2000 overtreft.

Privaat betaalt publiek

Corona en de lockdown zorgden voor nog een andere transfer, namelijk van de private naar de publieke sector. Met de lockdown kregen caféhouders en restaurateurs geen cent meer binnen. Winkeliers zagen geen klanten, het gehele personeel van de luchtvaartsector viel zonder inkomen. Arbeiders en bedienden uit vele bedrijven vielen zonder inkomen. De private sector onderging een waar sociaal bloedbad. Dat werd slechts zeer gedeeltelijk gecompenseerd met uitkeringen en premies.

De lockdown was echter onzichtbaar op de loonbriefjes van iedereen die in de publieke sector is tewerkgesteld. Het gaat hierbij niet over een kleine groep. Er zijn 894 000 mensen tewerkgesteld in de publieke sector (ambtenarij en onderwijs) en 122 000 in de kunsten- en culturele sector. Voor de publieke sector moet gelden wat voor de ouderen geldt: wie iets kan doen, moet effectief iets terugdoen.

Een nieuwe Gut-operatie: corona-heropstart-bonds.

Tenslotte moet het lenigen van de coronafactuur op een efficiënte wijze gebeuren. Via coronataksen op ouderen en werknemers uit de publieke sector inkomen afromen en in de bodemloze put van de Belgische staatskas storten, is een slecht idee. Er is geen garantie dat dit geld naar de coronaverliezers — de actieven uit de private sector — terugvloeit. Of dat het incentives zal opleveren om deze sector uit het coronaslop te halen.

Een beter idee is het uitbetalen van een deel van (hogere) pensioenen en overheidslonen in aandelen en/of obligaties in private ondernemingen. De uitgifte van deze corona-heropstart-bonds is uiteraard een technische kwestie die met de banksector moet worden uitgewerkt. Deze vorm van uitbetaling heeft wel twee kapitale voordelen. Enerzijds zal het de private sector zuurstof verschaffen om snel herop te starten. Op lange duur is dat ook voor de publieke sector gunstig, want die sector wordt door de private sector gefinancierd. Anderzijds maakt men gepensioneerden en publiek tewerkgestelden deelgenoot van het lot van de private sector. Zo keert het aanzienlijke politieke gewicht van deze groepen zich niet tegen de private sector.

Mirakeloplossingen voor de coronafactuur zijn er niet. Dommere en slimmere wel. Camille Gut wist na WO II met slimme monetaire maatregelen de Belgische economie zeer snel terug op de rails te krijgen. Wie wordt de Gut van corona?

Boudewijn Bouckaert :Boudewijn Bouckaert (1947) is emeritus hoogleraar rechten en 'law and economics' aan de Ugent. Hij was Vlaams Parlementslid voor LDD en voorzitter van de klassiek-liberale club Nova Civitas en van het Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen. Vandaag is hij voorzitter van de klassiek-liberale denktank Libera!