fbpx


Buitenland

‘Wij zijn niets meer dan een speelbal in de handen van de Marokkaanse en Spaanse overheid’

Reportage: Melilla en Ceuta, toetssteen voor het Europese migratiebeleid



Afgelopen weekeind vielen er 23 doden – voornamelijk Soedanezen - bij de bestorming van de grenshekkens aan de Spaanse enclave Melilla, op het Afrikaanse vasteland. Doorbraak Magazine trok eind vorig jaar nog naar Ceuta, in het uiterste noorden van Marokko, waar jaarlijks tienduizenden Afrikaanse gelukszoekers de EU trachten binnen te raken. Een reportage van aan de frontlijn van het Europese migratiebeleid (deze longread verscheen in december 2021 al in Doorbraak Magazine). Wanneer je vanuit het centrum van Ceuta - al bijna 400 jaar…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Afgelopen weekeind vielen er 23 doden – voornamelijk Soedanezen – bij de bestorming van de grenshekkens aan de Spaanse enclave Melilla, op het Afrikaanse vasteland. Doorbraak Magazine trok eind vorig jaar nog naar Ceuta, in het uiterste noorden van Marokko, waar jaarlijks tienduizenden Afrikaanse gelukszoekers de EU trachten binnen te raken. Een reportage van aan de frontlijn van het Europese migratiebeleid (deze longread verscheen in december 2021 al in Doorbraak Magazine).

Wanneer je vanuit het centrum van Ceuta – al bijna 400 jaar een stukje Spanje in Afrika – en via de hoofdweg la playa El Tarajal nadert, oogt het plaatje nog bedrieglijk idyllisch. Ook eind oktober kleurt de zee hier nog helblauw, en in de verte kleven een aantal minuscule dorpen als wazige witte vlekken tegen het gebergte. Tot die weg plots stopt, en de idylle abrupt verstoord wordt door een afzichtelijk bouwsel in glas en staal, wachthokjes, telecommunicatieapparatuur en metershoog hekwerk. Hier, aan deze Spaanse grenspost, eindigt en begint het beloofde land. Het hekwerk, bovenaan voorzien van prikkeldraad, loopt nog een stukje door in zee en slingert zich aan de andere kant acht kilometer de bergen in om dan opnieuw naar de zee af te dalen. Aan de Marokkaanse kant van de grens duiken nog hogere hekkens op, op regelmatige afstand onderbroken door wachttorens.

Daar, op Marokkaans grondgebied, spelen duizenden migranten uit zwart-Afrika al jarenlang een kat- en muisspelletje met de Marokkaanse politie en grenswachten. Ze verschuilen er zich in de bosjes en proberen dan ’s nachts de grens over te raken, waarbij ze doorgaans vanuit een van de vele baaitjes of landtongen zwemmend Ceuta trachten binnen te komen. Toch bleef die grens niet voor iedereen hermetisch afgesloten: tot voor de uitbraak van de pandemie mochten duizenden Marokkaanse dagloners elke dag opnieuw de oversteek maken om in Ceuta aan de slag te gaan. Op voorwaarde dat ze een soort werkvergunning konden voorleggen. Een goede zaak voor Spanje én Marokko: de goedkope Marokkaanse werkkrachten hielden de wankele lokale economie in de Spaanse enclave overeind, en duizenden Marokkaanse families aan de andere kant van de grens genoten een min of meer stabiel inkomen.

Belga

Vluchtelingen op weg naar de grens met Spanje.

Toen covid zijn intrede deed, sloot Marokko de grens van de ene dag op de andere volledig af. Een ramp voor de duizenden Marokkaanse dagloners die hun volledige inkomen plots zagen verdampen, maar ook in Ceuta zelf viel de economische activiteit haast volledig stil. Inclusief de smokkelactiviteiten, een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor het grensstadje. Nog veel fundamenteler op lange termijn was dat Marokko Spanje ook pijnlijk duidelijk maakte dat het perfect in staat was de belangrijkste levensader van de enclave haast volledig door te snijden. Geen licht detail, in de wetenschap dat Ceuta sowieso al decennialang aan de Spaanse subsidiekraan hangt en sterk afhankelijk is van de goedkope werkkrachten én de handel met Marokko. De volledige sluiting van de grens is uiteraard ook een tweesnijdend zwaard, maar de stijgende armoede en onvrede aan de Marokkaanse kant van de grens, neemt de Marokkaanse regering er dan maar bij als collateral damage. Een dictatoriaal regime kan zich dit uiteraard ook net iets gemakkelijker veroorloven.

Cristiano Ronaldo

Flashback naar 17 en 18 mei vorig jaar. Nadat de Marokkaanse veiligheidsdiensten er achter waren gekomen dat de Spaanse regering in het uiterste geheim Brahim El Ghali voor verzorging naar een Spaans ziekenhuis had laten overbrengen, was het hek plots van de dam. Marokko besloot Spanje een lesje te leren en de strenge bewaking aan de eigen kant van de grens een dagje op te heffen. El Ghali is de leider van het Polisario Front, dat al jarenlang in een verbitterde strijd verwikkeld is met Marokko voor de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara. Marokko claimt het bezit van die Westelijke Sahara en beschouwt El Ghali als een terrorist.

Wikimedia Commons

De chaos op het terrein én de diplomatieke rel die de plotse openstelling van de grens veroorzaakte, namen de Marokkanen er met veel plezier bij. Sterker nog: het regime wakkerde de binnenlandse woede over de Spaanse beslissing om El Ghali in een Spaans ziekenhuis te verzorgen nog wat verder aan. Patriottisch geïnspireerde verontwaardiging inzetten voor binnenlands gebruik, het is en blijft een beproefd recept in vele dictaturen. De Marokkanen duwden de Spaanse buren ook nog eens fijntjes met de neus op de harde feiten: volgens Rabat zouden de Marokkaanse grenswachten en het leger – onder meer in Ceuta – de voorbije tien jaar zomaar eventjes 450.000 illegale migranten hebben belet om de oversteek naar Spanje te maken. Met andere woorden: de Spanjaarden en de EU konden maar beter een toontje lager zingen, ontpopte Marokko zich immers al niet jarenlang tot een van de meest betrouwbare partners van diezelfde EU in de strijd tegen de illegale migratie?

‘We wisten niet wat ons overkwam’, blikt Luis Alvariñas terug bij een koffie op het terras van het wat vergane Parador-hotel vlakbij de haven van Ceuta. Hij is hoofdredacteur van de online-krant InfoCeuta en gaat er prat op in de stad over uitstekende voelhorens te beschikken. ‘Totaal onverwacht ging de grens aan Marokkaanse zijde open, en de grenswachters moedigden de eigen bevolking uit de grensdorpen zelfs actief aan om de oversteek te wagen. Kinderen van hooguit 10 of 11 jaar kregen te horen dat Cristiano Ronaldo himself in Ceuta een demonstratiewedstrijd kwam spelen.’

Minderjarig

Met de bekende gevolgen: naar schatting zowat 12.000 Marokkanen en zwart-Afrikanen lieten zich dit geen tweemaal zeggen en waadden of zwommen richting Europa. De politie en grensbewaking aan de Spaanse kant van de grens waren totaal verrast en werden overrompeld. Madrid stuurde diezelfde dag nog soldaten en pantservoertuigen naar de grens, wat resulteerde in behoorlijke hallucinante taferelen op en rond het strand. Volwassen mannen, maar net zo goed vrouwen en nog zeer jonge kinderen, werden er achtervolgd door bewapende Spaanse militairen die hen opnieuw richting Marokko probeerden te drijven.

Belga

Marokkaanse dagloners tijdens een demonstratie.

Een dag later ging de grens al opnieuw op slot, maar enkele duizenden vooral jonge migranten bleven uit de handen van de Spaanse politie en doken onder in Ceuta. Volgens Juan Vivas, de huidige president van de autonome stad, zouden op er dit moment nog zowat 1200 illegale migranten verblijven. In werkelijkheid ligt dat cijfer wellicht een heel stuk hoger. Zowat de helft van hen zouden minderjarig zijn. Zij kunnen wettelijk gezien ook niet zomaar worden teruggestuurd, besliste een Spaanse rechter.

Sindsdien is de sfeer in de enclave nog een stuk gespannener dan normaal al het geval is, en werd de aanwezigheid van de Spaanse politie, de Guardia Civil en het leger er stevig opgevoerd. Je kan in Ceuta geen twee straten door zonder op een politiewagen of op een handvol patrouillerende agenten te stoten, en volgens sommige inwoners zijn ook de criminaliteit en de onveiligheid de voorbije maanden de hoogte ingeschoten. De extreemrechtse partij Vox laat in Ceuta geen kans onbenut om verder te kapitaliseren op de woede en ongerustheid van de lokale bevolking, die al jarenlang het gevoel heeft door Madrid in de steek te worden gelaten.

Leger als grootste werkgever

‘Ceuta kan onmogelijk overleven zonder de indrukwekkende subsidiestroom vanuit Madrid’, stelt Alvariñas. ‘Sinds oudsher is het leger hier het grootste bedrijf én de belangrijkste werkgever. Op een gegeven ogenblik waren hier tot 18.000 militairen gelegerd. Daarnaast zijn er ook gigantisch veel Spaanse en lokale ambtenaren aan de slag. Die worden naar hier gelokt met hogere lonen. Voor wie niet in overheidsdienst werkt, is er nog amper werk te vinden. Drugs en smokkel zijn het enige wat ons nu nog rest. Het waren immers vooral de zowat twintigduizend goedkope Marokkaanse werkkrachten die dagelijks de grens overstaken die de bescheiden privésector hier nog enigszins draaiende hielden.’

Over de inzet van die dagloners, vooral afkomstig uit het vlakbij gelegen Tétouan, hadden Spanje en Marokko al jarenlang een overeenkomst ‘van goed nabuurschap’ afgesloten. Zij mochten op vertoon van hun paspoort de grens over – en werkten dus de facto in de EU – maar het was hen strikt verboden de oversteek naar het Spaanse vasteland te maken. Net dit soort afspraken is ook tekenend voor de vaak bijzonder diepe kloof die er gaapt tussen het migratiemodel dat in de Brusselse cenakels wordt uitgetekend enerzijds en de praktijk op het terrein anderzijds. Spanje en Marokko zijn immers ook buren die liefst met elkaar on speaking terms blijven, en in Ceuta alleen al wonen tienduizenden Spanjaarden van Marokkaanse origine die vaak ook familie hebben aan de overkant van de grens.

‘Marokko heeft Ceuta nodig, en omgekeerd’, bevestigt ook Ramón Rodriguez. Hij is secretaris-generaal van de lokale afdeling van de uiterst linkse partij Unidas Podemos, en toonde zich als enige politicus in Ceuta bereid om ons te ontmoeten. ‘De tragische gebeurtenissen van dit voorjaar zijn voor mij een perfecte illustratie van het failliet van het huidige Europese migratiemodel. Spanje had Marokko op de tenen getrapt en dus besloot het regime in Rabat even de deur open te zetten en die pas opnieuw te sluiten nadat Spanje met enkele tientallen miljoenen euro’s over de brug was gekomen. Pure chantage dus. Marokko zit, onder meer door de pandemie, economisch zwaar in de miserie, en oefende al een hele tijd druk uit op de EU met het oog op  extra financiële steun. Maar tegelijk is dit beleid natuurlijk ook een echte schande voor de EU: in ruil voor die Europese centen houdt Marokko duizenden migranten tegen – ook heel wat vluchtelingen uit zwart Afrika – en Rabat gaat daarbij niet altijd even zachtzinnig te werk.’

Prikkeldraad

Belga

De grens tussen Marokko en Spanje.

Voor de bewaking van die grensstrook van zowat 8 kilometer zetten de Marokkanen overigens ook drones en andere hoogtechnologische apparatuur in, gefinancierd met Europees geld. Aan de Spaanse kant van de grens tekenen Spaanse agenten en guardia civil voor de bewaking, af en toe bijgestaan door militairen. In de haven van Ceuta, die volledig afgesloten is met hoge muren en prikkeldraadafsluitingen, zijn ook agenten van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex actief. ‘Ik heb het gevoel dat de Spaanse overheid binnen de muren van de stad en langs de landsgrens met Marokko zelf liever geen Frontex-agenten wil’, geeft Rodriguez aan. ‘De illegale handel leverde Ceuta immers heel veel inkomsten op, en Madrid wilde de lokale bevolking hier dan ook niet al te zeer tegen de haren strijken. Ook Marokko zelf was niet gediend van al te veel Europese controle, de hele regio rond Ceuta teert op het geld dat de Marokkaanse dagloners hier verdienen. Veel hypocrieter kan het systeem dus niet worden. Jarenlang bestond er hier een soort van broos evenwicht, waarbij beide landen elkaars belangen min of meer respecteerden. De gebeurtenissen van mei zijn in mijn ogen dan ook een belangrijke gamechanger. Marokko heeft die ‘deal’ nu eenzijdig verbroken: Europa toont al jarenlang aan dat het onmachtig is om het migratieprobleem zelf op te lossen en dus wordt het verplicht om een oplossing af te kopen. Spanje mag dan wel een trouw EU-lid zijn, het wil de goede relaties van vroeger met Marokko ook niet al te veel op het spel zetten. Bovendien heeft het zelf ook belang bij een relatief stabiel sociaal klimaat in een bevolkingsrijk buurland zoals Marokko.’

Rodriguez toont zich allerminst verbaasd dat andere lokale politici weigeren met buitenlandse journalisten te praten. ‘Op geopolitiek vlak hebben Spanje en Marokko elkaar nodig, maar tegelijk wil Spanje uiteraard ook een goede leerling in de Europese klas blijven. Het moet dus minstens in theorie ook het Europese migratiebeleid onderschrijven en wil liefst dat de EU met nog meer geld over de brug komt. En dus houden de politici pottenkijkers die hier de lokale gang van zaken en de concrete aanpak op het terrein komen bekijken liefst uit de buurt.’

Gendarme van Europa

Wat die aanpak zoal inhoudt, kunnen we de volgende dag met eigen ogen vaststellen, wanneer Tarik me in zijn gammele Mercedes meeneemt op een tocht langs de grens. Hij omschrijft zichzelf als een voorbeeld-inwoner van Ceuta: geboren en getogen in het stadje en dus ook de trotse eigenaar van een Spaans paspoort, maar met Marokkaanse roots en flink wat familie aan de andere kant van de grens. Van zodra we het echte centrum van Ceuta verlaten hebben, verandert het straatbeeld radicaal: nette woningen in Spaanse stijl en tapas-bars maken plaats voor wat groezelige staatjes en veel armzaliger optrekjes, en nauwelijks een kwartiertje later duikt de grens op. Bij helder weer kan je van hier, aan de overkant van het eindeloze blauw van de Middellandse Zee, nog net de rots van Gibraltar onderscheiden. Hoge muren versterkt met prikkeldraad – op regelmatige afstanden onderbroken door wachttorens – slingeren zich door de bergen en lopen ook aan deze kant van de grens een eindje door tot in zee. ‘Het hekwerk dateert al van de jaren negentig, maar werd de voorbije jaren wel regelmatig versterkt’, legt Tarik uit, terwijl we een eerste keer halthouden op enkele steenworpen van het hekwerk. ‘Het strand aan de Marokkaanse kant is niemandsland, en ook vissersboten zijn in deze zone niet toegelaten.’

FM

Volgens Tarik is Marokko de gendarme van Europa.

We rijden verder, opnieuw wat hoger de bergen in, richting CETI (Centro de Estancia Temporal de Inmigrantes). In dit halfopen – en in theorie ook tijdelijk – opvangcentrum vinden zowat 500 migranten uit zwart-Afrika onderdak in afwachting van de behandeling van hun asielaanvraag. Zij hebben er doorgaans al een lange zwerftocht vanuit centraal of zuidelijk Afrika op zitten, en slaagden er vervolgens ook in om uit de klauwen van de Marokkaanse politie te blijven en Europees grondgebied te bereiken. Zodra ze daar een asielaanvraag indienen, mogen ze ook niet zomaar worden teruggestuurd.

‘Marokko is de gendarme van Europa, zij knappen het vuile werk op voor de Europeanen’, concludeert Tarik ietwat bitter. ‘De sukkelaars die hier vaak maandenlang moeten wachten op een beslissing hebben geluk gehad: zij zijn in Europa geraakt, maar welke toekomst wacht hen? Doorgaans komen ze niet in aanmerking voor politiek asiel, en hun landen van oorsprong weigeren haast altijd hen opnieuw op te nemen.’

Foto’s nemen of praten met de migranten is hier niet toegestaan en dus vervolgen we onze tocht richting El Tarajal, de officiële grenspost tussen Spanje en Marokko. Nadat die anderhalf jaar geleden volledig op slot ging, hangen hier dagelijks honderden voornamelijk jonge Marokkanen rond die illegaal in Ceuta verblijven en tegen beter weten in hopen dat er ook voor hen een asielprocedure zal worden opgestart. Gevangen tussen hamer en aanbeeld: Marokko is hen doorgaans liever kwijt dan rijk, Spanje stuurt hen elke dag opnieuw met een kluitje in het riet. Ze verblijven hier nu in barakken en inderhaast door het Rode Kruis neergepote containers hogerop de omringende heuvels, en de wanhoop en woede zijn er haast tastbaar. ‘Officieel zouden er nog zowat 1.500 jongeren, zeer jonge kinderen vaak nog, in en rondom de stad rondzwerven nadat Marokko de grens eerder dit jaar een dag openstelde’, vertelt Tarik. ‘Het klinkt wellicht vreselijk, maar heel wat onder hen zijn echt weggevlucht van hun ouders, van het misbruik en van hun compleet doelloze bestaan in Marokko. Ze willen absoluut niet meer terug, en nemen dus vaak absurde risico’s om in de haven op een boot of vrachtwagen te raken. Zo zijn er hier de voorbije maanden al verschillende doden gevallen.’

Gekneusd gelaat

Nauwelijks zijn de we de auto uitgestapt, of Nassim (22) komt op ons toegehold en toont ons met nauwelijks ingehouden woede een document dat bevestigt dat hij een asielaanvraag voor Spanje heeft ingediend. ‘Intussen wacht ik hier al vijf maanden’, klinkt het opgewonden. ‘Ik slaap nog in een container van het Rode Kruis, maar heel wat andere jongeren hebben helemaal geen onderdak en vinden hier ook geen werk. De Spaanse politie en ambtenaren hier maken ons van alles wijs, en vertellen ons dat het hele dossier vastzit in Madrid. Wij willen graag politiek asiel, zodat we in het échte Spanje, aan de overkant van de straat van Gibraltar, een nieuw leven kunnen opbouwen.’

FM

Nassim wil politiek asiel aanvragen.

Terwijl hij zijn verhaal doet, in behoorlijk Spaans, stromen in een mum van tijd ook tientallen andere, hoofdzakelijk Marokkaanse, jongeren toe. Het merendeel van hen zwaait met gelijkaardige documenten, één van hen toont ons zelfs een kopie van zijn diploma die zou moeten aantonen dat hij een rechtendiploma behaalde aan de universiteit van Rabat. Dat de zoektocht naar een betere toekomst evenwel niet volstaat als argument om in aanmerking te komen voor politiek asiel in Spanje of in een andere EU-lidstaat, lijkt stilaan ook tot de meesten door te dringen. ‘Wisten wij veel, we hebben eind mei onze kans gegrepen toen de grens plots openging’, klinkt het kwaad uit een andere mond. ‘In Marokko is er niets, geen werk, geen toekomst, en de politie mishandelt ons.’ Waarop Saïd prompt zijn smartphone bovenhaalt en ons enkele foto’s toont van zijn gekneusd gelaat, naar eigen zeggen het gevolg van vroegere mishandelingen door de Marokkaanse politie. ‘Als we dan toch geen kans op asiel maken, waarom moedigen de Spaanse autoriteiten ons dan al maandenlang aan om asiel aan te vragen? Wij zijn niets meer dan een speelbal in de handen van de Marokkaanse en Spaanse overheid.’

Politieke spelletjes en zelfs regelrechte chantage op de kap van arme donders die vaak zelf niet beter weten, waar hebben we dat nog eerder gezien en gehoord? Nog geen twee weken nadat Marokko de grens even had opengesteld, besloot de Spaanse regering om Marokko 30 miljoen euro uit te keren ‘om de strijd tegen de illegale migratie mee te financieren’. Een peulschil uiteraard in vergelijking met de Europese steun ter waarde van zowat zes miljard euro die Turkije in 2016 binnenrijfde na de grote migratiecrisis een jaar eerder, maar toch.

Er lijkt zich intussen een duidelijk patroon af te tekenen. De Turken herinnerden de EU er de voorbije jaren al meermaals aan dat ze de deur weleens opnieuw open zouden kunnen zetten – een waar horrorscenario voor de meeste Europese politici – als Europa zich in bepaalde dossiers niet ietwat welwillender opstelde. En afgelopen zomer raakte bekend dat Europa nog eens ruim 3,5 miljard zou uittrekken om de Turken te helpen met de opvang van Syrische vluchtelingen. En zie, aan de andere kant van de Middellandse Zee lijken nu ook de Marokkanen almaar beter te begrijpen dat migratie stilaan is uitgegroeid tot dé achilleshiel van Europa. En dat daar dus grof geld mee te verdienen valt.

Tweedracht

Intussen groeien ook de bij de lokale bevolking in Ceuta de woede en de tweedracht. Sommigen klagen over de in hun ogen te lakse aanpak van de illegalen en klagen over de toenemende onveiligheid, anderen willen dat de grens weer opengaat en stellen zich vragen bij de soms zeer repressieve aanpak van de illegalen door de veiligheidsdiensten.

‘Waarom ontfermt Europa zich niet over al de jongeren die hier nu doelloos door de stad zwerven’, vraagt Luis Alvariñas zich hardop af. ‘Op het Spaanse vasteland leven er intussen al honderdduizenden Afrikaanse vluchtelingen – doorgaans illegalen – en daar kraait geen haan naar. Waarom worden deze jongeren dan ook niet gewoonweg overgebracht naar het Spaanse vasteland?’

Wikimedia Commons

Het is vaak aanschuiven aan de grens Marokko-Spanje.

Een Spaanse rechter besliste intussen dat de minderjarigen niet zomaar mogen worden teruggestuurd, en ook Marokko hielp aanvankelijk ijverig mee om hun terugkeer te vertragen of onmogelijk te maken. Intussen lijkt de Marokkaanse overheid stilaan het geweer van schouder te veranderen, maar veel van die jongeren willen eenvoudigweg zelf niet meer terug. Ramón Rodriguez vraagt vooral aandacht voor het bredere plaatje. ‘De EU besteedt haar grenscontroles – en dan vooral het vuile werk – almaar vaker uit aan derde landen, die het vaak ook niet zo nauw nemen met de mensenrechten. Waardoor ze tegelijk ook bijzonder kwetsbaar wordt voor allerlei vormen van chantage. Je zal me niet horen beweren dat Marokko de migranten die het bij de lurven vat alvorens ze de grens trachten over te steken echt mishandelt, maar ze pakken ze wel op en zetten ze vervolgens een eind verder opnieuw af in de woestijn. Europa weet dat ook, maar verkiest er de ogen voor te sluiten. Dit is voor mijn partij geen duurzame oplossing. De échte oplossing ligt wat ons betreft in lange termijn-investeringen in duurzame ontwikkelingshulp, en in eerlijke handel met de Afrikaanse landen waaruit die gelukszoekers nu wegvluchten. Op korte termijn zie ik geen echte oplossing, maar laat ons ook eerlijk zijn: de meeste Europese landen smeken vandaag om extra werkkrachten. Kunnen we het geld dat we vandaag investeren in al die hoogtechnologische grensbewaking dan niet beter investeren? Twintig jaar al voert Europa een migratiebeleid dat op het terrein onhoudbaar blijkt. Het enige gevolg daarvan is dat populistische partijen in heel Europa de wind in de zeilen hebben gekregen. Wij krijgen hier echt het gevoel mee te spelen in een slecht theater.’

Hoog prijskaartje

Het uitbesteden van de bewaking van EU-grenzen aan derde landen lijkt stilaan een breed aanvaarde politieke optie te worden, zij het wel eentje waar een hoog prijskaartje aan vasthangt. Wellicht niet in het minst omdat het vuilste werk – illegale migranten afschrikken en desnoods ook met geweld tegenhouden of hen van de hekkens of muren plukken – zo uitbesteed wordt aan niet-Europese landen. Doorgaans ook landen waar de media en de publieke opinie niet zo veel in de pap te brokken hebben, of waar het respect voor de mensenrechten op een lager pitje staat dan in Europa.

Vít Novotný, senior research officer en migratiespecialist bij het Wilfried Martens Centre for European Studies in Brussel, ziet op dit moment ook weinig andere opties. ‘In eerste instantie weet ik niet of het grensbewakingsagentschap Frontex over voldoende capaciteit beschikt om permanent de zuidelijke grenzen van de EU mee te helpen bewaken. Los daarvan moet elke Frontex-interventie ook eerst goedgekeurd worden door de regering van de lidstaat waar die agenten zouden worden ingezet, in dit geval dus de Spaanse regering. Frontex opereert vandaag wel aan de zeegrenzen tussen Spanje en Marokko en in de haven van Ceuta, maar we weten gewoonweg niet of het agentschap ook aan de landsgrens daar aanwezig is. Die informatie wordt niet gedeeld. Net zomin als we weten of Spanje vorig jaar extra bijstand heeft gevraagd aan Frontex toen de situatie in Ceuta uit de hand liep.’

Novotný is het fundamenteel oneens met mensen die het een schande vinden dat de EU landen zoals Turkije en Marokko flink wat geld toeschuift om de EU-buitengrenzen te bewaken. ‘De gevolgen van het alternatief hebben we in 2015 in Griekenland en in mei van dit jaar in Ceuta gezien: migranten stromen massaal de EU binnen, en voor de politici in de betrokken landen is dit min of meer politieke zelfmoord. Stellen we ons dan bloot aan chantage? Ongetwijfeld, maar er is momenteel geen beter alternatief – tenzij harde pushbacks – en meestal werkt deze aanpak ook behoorlijk. Ik heb echt wel het gevoel dat er op Europees niveau een brede politiek consensus groeit rond het tegengaan van illegale migratie, van Polen over Griekenland en Kroatië tot Spanje. De hamvraag is hoe ver je hierin wilt gaan: als mensen massaal en georganiseerd in grote groepen de grens overzwemmen – zoals afgelopen voorjaar in Ceuta gebeurde – dan kan je daartegen niet zoveel ondernemen. Tenzij het vuur openen uiteraard, en ik denk dat iedereen het erover eens dat we dit niét willen. Als we échte asielzoekers de kans willen blijven bieden om in de EU politiek asiel aan te vragen, dan gebeurt dit best via hervestiging vanuit buurlanden of landen in de regio. Zo’n sterk gecontroleerd proces laat je toe om perfect te controleren wie je binnenlaat. Het biedt ook een antwoord op het probleem dat het almaar moeilijker wordt voor asielzoekers om tot in de EU te komen om asiel aan te vragen. Dit is geen perfect systeem, maar voorlopig zie ik geen beter alternatief.’

Filip Michiels

Filip Michiels is zelfstandig journalist.