Winst in tijden van corona

OVerlijdensbericht van Alfons De Ridder (alias Willem Elsschot) en zijn vrouw, Josephine Scheurwegen

De beroemdste, beruchtste, bekwaamste schrijver van cursiefjes – zoals columns tot de jaren tachtig van de vorige eeuw genoemd werden – is Simon Carmiggelt, bijgenaamd Kronkel. Onder die naam schreef hij wekelijks ‘een stukje’, zoals hij het zelf noemde voor de Nederlandse krant Het Parool. Bij die krant was hij op zijn plaats. De krant is ontstaan als verzetskrant in de Tweede Wereldoorlog en Carmiggelt trad toe tot de illegale redactie in 1943.

Een ander redactielid was Geertjan Lubberhuizen. Hij schreef onder een verzetsnaam die hij later gaf aan een uitgeverij om jonge auteurs van Het Parool een kans op uitgave te geven: de Bezige Bij.

Het kettingrokende meisje dat de artikels uittikte was tevens een troostmeisje. Als een lid van het verzetsblaadje een dip had, trok ze hem het bed in. Toen de kerel er weer uitkwam was hij opnieuw klaar voor de strijd en stak ze een sigaret op. Haar naam: Annie M.G. Schmidt.

Zowel Simon Carmiggelt als Annie M.G. Schmidt schreven na de oorlog liedjesteksten en revuepraatjes voor onder anderen Wim Kan, Conny Stuart en Wim Sonneveld. Een passage uit een bindtekst van Wim Kan zal ik nooit vergeten: ‘Het eerste wat ik ’s ochtends doe is de kranten doorbladeren tot bij de overlijdensberichten. Om na te gaan wie er overblijft.’

Het is wat ook ik doe bij de ochtendthee. Niet zozeer nagaan wie er nog in leven is. Als voormalig letterzetter/drukker die duizenden rouwbrieven en –prenten heeft gedrukt ben ik eerder benieuwd hoe ze zijn opgesteld. Die van De Standaard  zijn deftig, op het bekakte af, terwijl die van Het Laatste Nieuws  veel foto’s van de gestorvenen heeft, overwegend met een breedsmoelglimlach waarbij het vals gebit aardig in beeld komt. Die van het parochieblad van de VTM zijn kleiner dan die van Het Nieuwsblad.

De grootste rouwadvertenties verschijnen, maar beperkt in aantal, bij De Tijd. Wie weet dat deze krant op formaat Broadsheet gedrukt wordt, weet dat deze overlijdensberichten flinke lappen zijn. Logisch, lijkt me. Een zeldzame arme die deze financieel, economische krant leest.

Niet alle rijken willen de dood van een geliefde breed uitgesmeerd zien, maar wie dat wel doet heeft een beperkt emotioneel engagement met de overledene. Het valt op te maken aan de stijl van de advertentie. Heel wat advertenties zijn zo opgemaakt dat de namen van de nabestaanden flink in beeld komen. De Franstalige bourgeoisie bakt het nog erger. Onlangs zag ik een advertentie waarin de voor- en familienaam van de overleden vrouw niet voorkwam. De familienaam van haar eerder overleden man stond pontificaal bovenaan, voorafgegaan door ‘Mevrouw’. Terwijl die vrouw vijf kinderen had opgevoed en dertien kleinkinderen verwend, terwijl haar man kapitaal na kapitaal binnenrijfde.

Zelfde schip, andere boeg. De kranten doen momenteel gouden zaken met overlijdensberichten. Er is niet enkel verlies maar ook winst in tijden van corona. Sommige buiten de dood flink uit. Maar met ondergetekende lukt dat niet. Toen mijn vader stierf is er na overleg met mijn broers en zus beslist een advertentie te plaatsen in een – intussen opgedoekt – kopblad van de Gazet van Antwerpen, de Gazet van Mechelen.

Per fax had ik de tekst opgestuurd, zoals het past voor iemand wie thuis is in de grafische sector. Toen de advertentie verscheen vroeg mijn zus hoeveel dat wel kostte. Geen frank, zei ik. – ‘Hoezo?’ – ‘Wel er is een fout ingeslopen,’ zei ik en vervolgde: ‘In dat geval kan de opdrachtgever de factuur betwisten, wegens niet conform aan de opdracht.’

Mijn moeder wachtte nagelbijtend af. De factuur arriveerde. Ik gooide ze in de papiermand. Een maand later een ‘Herinnering van betaling’. Richting papiermand. Een tweede herinnering, gevolgd door een derde. Korte tijd nadien werd ik opgebeld. Als ik binnen de acht dagen niet betaalde zou de zaak doorgegeven worden aan de juridische dienst. Geen haar op mijn hoofd denkt eraan de factuur te betalen, zei ik. ‘Want, kijk, er is een fout begaan.’ – Een fout?! De tekst is verschenen zoals u hem heeft bezorgd!’ – ‘Ja, maar met bovenaan een kruisteken. En dat had ik niet vermeld.’ – ‘Meneer, dat doen we altijd. We zijn een katholieke krant.’ – Laat dan de katholieke kerk de factuur betalen,’ zei ik. De man haakte in en nooit is er nog een aanmaning gekomen, of een telefoontje.

Nadat mijn moeder gestorven was verscheen een rouwadvertentie in De Standaard. Ook die werd niet betaald. Na diverse schriftelijke aanmaningen alweer een dreigtelefoontje. ‘Een ander toontje, meneer, om te beginnen,’ zei ik bedaard. ‘U gaat dus niet betalen?’ blafte de man aan de andere kant van de lijn. ‘Vandaag niet, evenmin als morgen of volgend jaar.’ – ‘En waarom niet, als ik vragen mag.’ – ‘Omdat de advertentie keurig verschenen is in De Standaard…’ – ‘Betaal dan!’ ‘… maar ook in Het Nieuwsblad en De Gentenaar. Dat heb ik niet gevraagd, mondeling noch schriftelijk.’ – ‘Maar meneer, dat doen we altijd.’ – Dat klopt jongeman. Helaas was dat niet de vraag. Het is een truc van jullie om de prijs van een advertentie op te drijven. En het is koppelverkoop, wat bij wet is verboden.’

Het werd stil aan de andere kant van de lijn. Tot ik een klik hoorde. Met de dode hoorn aan het oor dacht ik aan iemand die me dit soort trucs geleerd heeft. Hij heeft de techniek van de bedrieger bedrogen te boek gesteld en – by the way – Simon Carmiggelt was bevriend met de auteur. Het boek is mijn bijbel geweest in tijden van het organiseren van literaire initiatieven. Namelijk: Lijmen  van Willem Elsschot.

Twaalf stielen en dertien, wat zeg ik, veertien ongelukken. Dat is het resultaat van mijn professioneel leven. Was ik maar rouwondernemer geworden. Dan zou ik nu een kasteel hebben in een randgemeente van Gent, een tiental appartementen boven mijn zaak, een domein in Toscane en een stel oldtimers waar ik mee kan rondtoeren in Knokke Le Zoute en Monaco. Dat is wat anders dan de toespijs op je brood verwerven als columnist. Dagelijks te pennen in een leegstaande winkel die ’s winters een ijskelder is en ’s zomers een sauna.

Guido Lauwaert :Guido Lauwaert (1945) is organisator, regisseur, acteur, auteur, columnist, recensent voor o.a. Het Laatste Nieuws, NRC Handelsblad, Het Parool, VPRO-radio, Knack en Doorbraak. Hij richtte de Poëziewinkel op (later Poëziecentrum) en heeft een grote liefde voor Willem Elsschot en Paul van Ostaijen.