Binnenland

Worstelen met de hoofdstad

Brussel laat N-VA niet los

Een duidelijke N-VA-stellingname over Brussel is om meerdere redenen belangrijk. Niet alleen staat of valt het confederale model met een werkbare oplossing voor Brussel, de hoofdstad is ook een geliefkoosde stok om de Vlaams-nationale hond mee te slaan. De afwezigheid van een coherent project voor Brussel kan in de campagne moordend zijn voor een partij die door tegenstanders wordt voorgesteld als de beste garantie op een nieuwe institutionele crisis zonder einde. Maar zelfs los van de verkiezingen is N-VA het aan zichzelf verplicht om met een wervend Brussels verhaal naar buiten te komen : de Vlaams-Nationalisten zijn namelijk een belangrijke factor geworden binnen de Brusselse politiek. Een vergelijking tussen de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 en de gewestverkiezingen van 2009 leert dat N-VA vandaag virtueel de grootste Vlaamse partij van Brussel is. Zo’n partij is de Brusselaars duidelijke antwoorden verschuldigd.

Het uitblijven van een sterk Brusselvoorstel heeft ook te maken met interne verdeeldheid binnen N-VA. Het is geen geheim dat er binnen de partij mensen zijn die best bereid waren om dat toch wat vreemde Brussel te offeren op het altaar van de Vlaamse onafhankelijkheid. Als Brussel de enige prijs zou zijn om het einde van België te bezegelen, dan waren meer dan een paar N-VA’ers bereid om die prijs te betalen. Dat kamp lijkt echter intern het pleit verloren te hebben. Bourgeois zei daarover in De Standaard: ‘De stemmen bij N-VA om Brussel los te laten, zijn verstomd. Brussel als gemeenschappelijke hoofdstad laten we niet los’. (DS 16 maart 2013).

Het credo dat Brussel niet mag worden losgelaten is alvast één duidelijk basisprincipe dat het hoofdstadplan van N-VA straks zal schragen.  Dat betekent in  praktijk dat de partij zich hardnekkig blijft verzetten tegen alle initiatieven die Brussel en omgeving claimen als Franstalig uitbreidingsgebied (denk maar aan de scherpe kritiek op de metropolitaine gemeenschap, de Fédération Wallonie-Bruxelles, en de ontdubbeling van het gerechtelijke arrondissement BHV).  De N-VA profileert zich ook als de laatste verdediger van de taalgaranties van de Nederlandstaligen in Brussel, die door het Vlinderakkoord geweld worden aangedaan. Voor N-VA moet de Vlaamse aanwezigheid in Brussel net worden versterkt. De partij is bijvoorbeeld voorstander van een bonus-malus-systeem om het gebrek aan tweetaligheid bij Brusselse politieagenten al dan niet te belonen, scherpere controle op de tweetaligheid van Brusselse politici en functionele tweetaligheid bij de brandweerkorpsen en ambulanciers. Om het tweetalig karakter van de hoofdstad verder aan te scherpen, ziet de N-VA een grote rol weggelegd voor de Brusselse scholen, en heeft die partij voor het onderwijs in het hoofdstad zowaar een heus actieplan klaar.

Behalve op een volgehouden Vlaamse aanwezigheid in de hoofdstad, hamert N-VA ook op drastische interne hervormingen binnen Brussel. N-VA is ondubbelzinnig over de ideale toekomst van Brussel: 1  burgemeester in plaats van 19, 1 OCMW in plaats van 19, 1 politiezone met 1 chef in plaats van 6, 1 sociale huisvestingsmaatschappij in plaats van 35 enzovoort.’. Die interne herstructurering moet volgens N-VA worden aangemoedigd (of opgelegd?) door het federale niveau. Dat kan volgens de partij door de broodnodige externe financiering van Brussel te koppelen aan een interne stadshervorming die de hoofdstedelijke structuren danig afslankt.  Uiteindelijk moet Brussel meer de structuur krijgen van een (grote) stad dan die van een autonoom gewest. De ‘ambitieuze’ gemeenschappen moeten ruimte krijgen in de hoofdstad en Brusselse Vlamingen moeten dankzij een systeem van gemeenschapskeuze toegang krijgen tot alles wat Vlaanderen ook aan andere Vlamingen aanbiedt.

De principes van N-VA roepen heel wat vragen op. Hoe gaat dat er in de praktijk allemaal uitzien? Kunnen de N-VA-principes wel worden volgehouden eenmaal er onderhandeld moet worden met de Franstaligen? Hier is een lectuur van de getorpedeerde onderhandelingsnota van koninklijk verduidelijker Bart De Wever interessant. De Wever kreeg voor zijn nota heel wat kritiek uit Vlaamsgezinde hoek, omdat hij zich bereid toonde heel wat verregaande toegevingen te doen om BHV gesplitst te krijgen. Maar het werkstuk weerspiegelt toch ook vele elementen uit de Brusselse opstelling van N-VA. In het compromisvoorstel van de N-VA-voorzitter krijgen de gemeenschappen meer inspraak in de hoofdstad (bijvoorbeeld door gemeenschapsministers volwaardig stemrecht te geven in de gemeenschappelijke gemeenschapscommissies), een deel van de herfinanciering van Brussel werd wel degelijk verbonden aan het doorvoeren van interne Brusselse hervormingen en er werd stelling ingenomen tegen de Franstalige pogingen om de taalwetgeving te versoepelen.

Oktober 2010 is echter een politieke eeuwigheid geleden. De N-VA heeft zich ondertussen ontpopt tot de kampioen van het confederale model en een nieuwe brede toekomstvisie voor Brussel dringt zich op.  De geloofwaardigheid en het succes van het confederale alternatief dat N-VA in 2014 naar voor zal schuiven, hangt af van een sterk en aantrekkelijk project voor Brussel.  Het standpunt van N-VA over Brussel leest vandaag als een kort manifest met algemene principes, aangevuld met een waslijst van concrete kritiek op wat fout gaat in Brussel en hier en daar een eigen voorstel om de situatie te verbeteren. De duidelijke, allesomvattende en enthousiasmerende visie ontbreekt voorlopig. Bovendien valt het op dat er weinig liefde verloren is tussen N-VA en de hoofdstad. Emotie is natuurlijk geen basisvereiste voor een politiek discours, maar het valt toch op dat Brussel binnen het N-VA-discours op de eerste plaats een instrument is voor Vlaamse belangenbehartiging:  onze sociale, culturele en economische belangen  bewaken en het onafhankelijke Vlaanderen van de toekomst een plaats op het internationale toneel  garanderen.  ‘Brussel moet beter’, herhaalt N-VA verschillende keren als het over de hoofdstad gaat. Een terechte opmerking, maar hetzelfde geldt misschien wel voor de Vlaams-nationalisten zelf. Als het op Brussel aankomt, zal N-VA beter moeten.

Lees eerder stukken over de Vlaamse partijen en Brussel:

Sp.a: ‘Vlaanderen van morgen’ zal zonder Brussel zijn (lezen

CD&V: tussen droom en daad (lezen)

Open Vraag: wat wil VLD met Brussel? (lezen)

Groen: Het heldere compromis (lezen)

Vlaams Belang: Hindernis wordt sleutel (lezen)

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

Daniel Walraeve

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Daniel Walraeve?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans