Multicultuur & samenleven
Sprekershoek
Sprekershoek

Zedig badpak of salafistisch uniform?

Antwoord aan moraalfilosoof Patrick Loobuyck

Afgelopen weekend liet moraalfilosoof Patrick Loobuyck zich nog eens interviewen in De Standaard over boerkini’s, halalmaaltijden en toestanden. Moraalfilosofen heb ik altijd al een rare soort gevonden. Ofwel ben je filosoof en probeer je de dingen wat scherper te zien dan de rest en dat in een discours te gieten, ofwel ben je moralist/ethicus en verdedig je een bepaald mensbeeld en de waarden die daaraan vasthangen. Maar moraalfilosoferen? Dat soort cumul vraagt om glijpartijen en ongelukken. Loobuyck gaat dan even ook plat op zijn buik, net in de kern van zijn vertoog.

De paradox van de weldenkendheid

Enerzijds is er voor hem geen twijfel: onze liberale democratie, erfstuk van de Franse Revolutie en de Verlichtingsfilosofie, is nog altijd superieur. We zijn vrijheidsgezind, verdraagzaam, pluralistisch. Het verbieden van ideeën zit echt niet in onze cultuurgenen. Dus predikt Loobuyck: leven en laten leven. Zij de halal, wij onze varkenshaas; zij de thee, wij de alcohol; zij de boerkini, wij de bikini. We moeten vooral polarisering vermijden en de redelijkheid zoeken, aldus nog onze brave borst, komaan zeg, wat betekent nu een vierkante cm textiel min of meer? Laat die vrouwen toch pootjebaden in hun smurfenpak!

Maar kijk, daar doemt de paradox van de weldenkendheid en de political correctness op: immers, als we onze verdraagzame samenleving superieur vinden, dan moeten we die ook met hand en tand verdedigen tegen onverdraagzaamheid. Dat is dus exact wat we wél moeten doen: polariseren. Duikt er een ideologie of religie op die korte metten wil maken met de vrije samenleving, en die democratie zelfs als een duivelse uitvinding beschouwt, dan moeten we net niét verdraagzaam zijn. Als zij radicaliseren, wij dan ook. De vergelijking met het fascisme is voldoende gemaakt: als we geen fascistische ideologie dulden, dan hoeven we ook geen religie te tolereren die zichzelf uitroept tot de enige ware en ook alle middelen wil inzetten om de wereld van het heidendom te verlossen.

Het is met tolerantie zoals met elk genotsmiddel: aangenaam bij matig gebruik, maar je moet niet overdrijven, je kan er zelfs dood aan gaan. Af en toe neen zeggen dus. Elke samenleving die op zo’n moment op haar strepen staat, polariseert, beste mijnheer Loobuyck, dat is toch niet moeilijk? Aan ons dus om grenzen te bepalen en, jawel, ook symbolen te contesteren als die uitdrukkelijk verwijzen naar een theocratisch-autoritair samenlevingsmodel dat we ten gronde verwerpen.

Symbolen doen er wél toe

Dus ja, ik begrijp perfect waarom mensen vandaag een probleem hebben met dat moslimabadpak. De publieke argwaan tegenover de boerkini gaat helemaal niet over een kledingstuk, of vrouwenmode, of zelfs niet over een religie op zich. Mocht een ontwerper terugkeren naar de badmode van de jaren ’30 van vorige eeuw, wie zou er zich druk over maken? Mochten boeddhistische baadsters (bestaat dat…) op het strand flaneren of het schuimend nat opzoeken in fluo-oranje gewaden die over de grond slepen, wat kan het ons schelen? Neen, de boerkini is het symbool geworden van de onredelijkheid, en sorry, daar hebben de moslims wel zelf voor gezorgd.

Deze perceptie koppel ik gewoonweg terug aan die gruwelijke foto’s van onthoofde IS-gijzelaars en stel vast: we hebben redenen om ons zorgen te maken. Geen paniek, geen hysterie, geen angst, wel op zijn minst gezonde argwaan tegen sluipende tendensen rond misplaatste “verdraagzaamheid”. Moraalfilosofieën zoals deze van Patrick Loobuyck dus.

Ik ga dan nog voorbij aan de welles-nietes-discussie of die moslima’s dat badpak vrijwillig dragen of niet. Symbolen hebben hoe-dan-ook een eigen realiteitswaarde, ze verwijzen wel degelijk naar een context. Want effectief: niets belet een academische refter om naast de obligate vol-au-vent met frieten, spaghetti bolognaise, varkenshaas met puree en de vegetarische schotel, ook een halalschotel te voorzien. Die halal is niet bepaald diervriendelijk bereid, maar de gruwelbeelden van onze slachthuizen zijn ook niet echt opmonterend.

Kritisch blijven voor sluipende vormen van intolerantie

Wat is dan het verschil? Halal en de boerkini zijn symbolen geworden van een religie die geen enkele van de liberaal-democratische waarden deelt waar mijnheer Loobuyk zo vol van is. Het is dus willens nillens een soort uniform. Ik verwijs nogmaals naar het verbod op nazisymbolen zoals het hakenkruis, vervelend voor hindoes die toevallig ook die zonnewende gebruiken, maar soit.

Misschien dat die boerkini binnen twintig jaar wél sociaal aanvaardbaar wordt, maar dan zal het zijn omdat de islam zich gedraagt zoals elke andere godsdienst: één merk in het gamma, en met respect voor de rest. Tot zolang horen wij kritisch te zijn voor sluipende vormen van intolerantie, die via een claim op de tolerantie hun bestaan afdwingen. Idem voor gescheiden zwemmen, ramadanfaciliteiten, en zo meer: het gaat om waar ze voor staan. Mensen zijn (vooralsnog) geen computers en leven in een betekenende wereld. En wie redelijkheid etaleert tegenover het onredelijke, waagt zich op een roetsjbaan richting afgrond. Af en toe mag een horrorbeeld ons daar wel aan herinneren.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans