Zuhal Demir (N-VA) bespaart 72 miljoen op energiefactuur

Zuhal Demir

Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) kondigt het sluiten van een belangrijk achterpoortje aan in de subsidieregelgeving voor het plaatsen van windturbines. Kleinere windmolens, met een vermogen lager dan 3,0 en 4,5 Megawatt (MW), hebben recht op hogere subsidies. Gemiddeld gaat dit over twee miljoen euro per turbine. ‘We stellen vast dat het voor sommige ontwikkelaars nooit genoeg is. Om veel meer subsidies te krijgen dan zij nodig hebben, chiptunen ze elektronisch hun grote installatie tot een installatie van 2,99 MW of 4,49 MW zodat ze voor meer steun in aanmerking komen, ondanks het feit dat hun turbines een veel groter vermogen hebben. Dat is onaanvaardbaar’, stelt Demir.

De Vlaamse regering stelt nu paal en perk aan die techniek. Subsidies voor windturbineparken worden voortaan toegekend op basis van het zogenaamde nominaal vermogen, zoals vermeld op de kenplaat van de turbine. Het is dus niet langer mogelijk om een windturbine van 3,0 MW elektronisch te chiptunen tot 2,99 MW.

Zelfregulering bleek niet te werken

In haar persbericht spreekt de minister van fraude. ‘Sinds mijn aantreden stel ik vast dat er door bepaalde ontwikkelaars bewust windturbines gebouwd worden die op papier net iets kleiner zijn dan de subsidiedrempels van 3,0 of 4,5 MW. Het is opvallend hoeveel projecten van 2,99 MW of 4,49 MW de revue passeren. Tegelijk gaat het meestal om installaties die een reëel vermogen hebben dat veel hoger ligt.

Ik betreur dat dergelijk gedrag een belangrijke sector een slechte naam bezorgt. Bovendien is dit regelrechte concurrentievervalsing ten opzichte van de eerlijke spelers op de markt. Ik roep belangenorganisaties ODE en FEBEG dan ook op tot zelfregulering binnen de sector. Zij kennen de gehanteerde techniek.’

ODE maakt voorbehoud bij de term ‘fraude’

Bart Bode van de Organisatie voor Duurzame Energie (ODE), nuanceert de kritiek op de sector. ‘Het gaat eigenlijk over het feit dat de regelgeving die bestond de mogelijkheid open hield om die techniek toe te passen. In 2018 heeft toenmalig minister Bart Tommelein (Open VLD) die opdeling tot 3,0 en 4,5 MW geïntroduceerd en wij waarschuwden toen al dat die arbitrair was. Op de internationale markt bestaat die klassering namelijk niet. Aan die voorwaarden voldoen is in de praktijk dus problematisch. We hebben de regelgeving toegepast zoals die bestond. In die zin vind ik het onterecht dat er over frauduleuze praktijken wordt gesproken.’

Bode verduidelijkt welke problemen zich in de praktijk voordoen. ‘De grootste moeilijkheid zit in de looptijd van de vergunningsaanvraag. Je moet daarin opgeven welk type turbine je gaat plaatsen, met alle technische gegevens, zoals het vermogen, erbij. Wanneer die vergunning in een procedure wordt aangevochten, verlopen er een aantal jaren. Als de vergunning dan uiteindelijk uitvoerbaar is, bestaat de kans dat het gespecificeerde type turbine op de markt niet meer verkrijgbaar is. Dan kan je niet anders dan de specificaties van een turbine te tunen om aan de vergunningsvoorwaarden te voldoen.’

Arbitraire normen

Bode komt nog even terug op het arbitrair zijn van de in de regelgeving opgenomen grenzen van 3,0 en 4,5 MW. ‘Wij hebben altijd gepleit voor gepaste steun. De administratie krijgt alle parameters en facturen aangeleverd en heeft dus een zicht op de effectieve kost van een project, of het nu gaat over een grote of een kleine turbine. Ze kent dus alle details om een gepaste steun te berekenen. Men spreekt nu vooral over de kleinere turbines, maar eens je over die 4,5 MW zit moet je een project-specifieke aanvraag doen. Ik bespaar u de details, maar dan gaat het over een heel ingewikkelde administratieve aanvraag.

We hebben destijds al aangebracht dat die bovengrens niet futureproof was, gezien er toen al krachtigere turbines op de markt waren. De minister wil terecht dat we de plaatsen die er zijn maximaal benutten. Maar dat wil dan ook zeggen dat die bovengrens moet sneuvelen. Waarom zou je die behouden wanneer er turbines op de markt zijn met veel grotere vermogens?’

‘Ik begrijp dat het de bedoeling is om de subsidies geleidelijk aan af te bouwen, maar we zitten in Vlaanderen momenteel al met lagere subsidies dan in de buurlanden. Daar komt nog eens bovenop dat het door de specifieke problemen met de ruimtelijke ordening veel moeilijker is om een windturbine te zetten. De schaalgrootte is ook veel kleiner. Wanneer men in Nederland een windpark bouwt, gaat het al snel over een 40-tal turbines. Wij zijn al tevreden met een park van drie à vier windmolens. Dat betekent ook dat je minder goede voorwaarden kan bekomen op de markt bij de aankoop van de toestellen.’

Vis niet verdrinken

Geconfronteerd met deze kritiek, reageert Andy Pieters, woordvoerder van het kabinet-Demir, eerder gepikeerd. ‘Dat de regelgeving niet perfect is, kan best zijn. Wij staan ook open om die kritiek te bekijken. Maar de zaak hier is dat er belastinggeld op een oneigenlijke manier wordt aangewend. In deze dossiers wordt doelbewust het vermogen verlaagd om minder energie op te wekken en meer subsidies binnen te rijven. De belangenorganisaties wisten hiervan en hadden door zelfregulering kunnen optreden, maar dat is niet gebeurd.’

‘Ik vind het vervelend dat men het argument gebruikt dat er strikt genomen geen wet is overtreden’, vervolgt Pieters. ‘Strikt genomen klopt dat ook, maar er werd wel belastinggeld gebruikt dat er niet voor bedoeld was. Het is jammer dat dit afstraalt op een sector waar heel veel spelers het spel wel correct spelen. Die vonden niet dat dit kon en moesten toezien hoe de totale pot kleiner werd door concurrenten zonder scrupules. In die zin konden we niet anders dan optreden’.

Nieuw achterpoortje ontsloten?

‘Het gaat hier over een zeven à acht procent van de aanvragen waarin deze techniek opdook. Toen we aantraden waren ongeveer 500 aanvragen hangende. Daarvan waren er 39 die het vermogen bijstelden. Het gaat dus over een minderheid waar die normvervaging bij optrad. Nu is het heel duidelijk en wij zijn vooral blij dat we van die 39 aanvragen nog 36 onder het nieuwe systeem hebben kunnen brengen. Vergeet niet, het gaat hier over 72 miljoen euro die we uit de energiefactuur kunnen houden.’

Bestaat de vrees niet dat er nu afspraken gemaakt worden met de leveranciers om het vermogen op de kenplaten aan te passen voor de Vlaamse windturbines?

Pieters is hier gerust in. ‘De Europese homologatieprocedure is zo omslachtig en duur -het kost de producent miljoenen- dat ze die niet voor de kleine Vlaamse markt opnieuw gaan doorlopen. Dat zou een nieuw achterpoortje zijn, maar de administratie heeft daarover nagedacht en ingeschat dat dit niet gaat gebeuren. We gaan dat ook in de gaten houden, maar we kunnen stellen dat dit voor de producenten geen optie is.’

Winny Matheeussen :Winny Matheeussen (1973) noemt zichzelf misantroop, hondenvriend en bergzitter.