fbpx


Cultuur, Religie

Zwarte schapen

Dagboekaantekeningen (43)


Mother Goose's Melodies

Maandag 15 maart Peter begon tijdens een nachtelijk telefoongesprek over Paustovski’s beschrijvingen van Odessa; en in mijn geest verdichtte de stad zich tot een personage, geen schrijver maar mijn tolk in 1993. Michail had Duits gestudeerd aan de Humboldt-Universität, maar Duits geleerd aan cafétafels en in verscheidene bedden. Hij was net als ik een eind in de dertig. Na twee dagen – ik had inmiddels voldoende opgenomen voor de radio, mijn opdrachtgever – stelde hij voor dat ik hem naar…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Maandag 15 maart

Peter begon tijdens een nachtelijk telefoongesprek over Paustovski’s beschrijvingen van Odessa; en in mijn geest verdichtte de stad zich tot een personage, geen schrijver maar mijn tolk in 1993. Michail had Duits gestudeerd aan de Humboldt-Universität, maar Duits geleerd aan cafétafels en in verscheidene bedden. Hij was net als ik een eind in de dertig. Na twee dagen – ik had inmiddels voldoende opgenomen voor de radio, mijn opdrachtgever – stelde hij voor dat ik hem naar Kiev vergezelde, waar hij woonde. We reisden door de lucht. De Toepolev was een triomf van socialistische techniek uit de jaren vijftig: alles begon te klapperen, deuren, stoelen, mijn tanden, terwijl het toestel op snelheid kwam en zich toen verhief boven de begane grond en mijn vooroordeel.

Michail woonde in een betonnen uitdrukkingsvorm van de oude dictatuur, die hier in Oekraïne was overgegaan in een onduidelijke variant op de democratie. In de hal beneden stond een ouderwetse kinderwagen vol aardappelen. Na zes trappen verwelkomde een afgetobde vrouw (blonde pieken, eeltige handen) ons met orthodoxe klanken en een uitdrukking van spijt om haar mond over de bolsjewieken, de democraten, haar huwelijk en de prijs van vlees en eieren.

‘Die verdomde lift is al een jaar kapot en Masja rent wel vijf keer per dag de trappen op en af,’ zei haar patriarchje, die zijn poten enkel uitstak om op het balkon een dochtertje op te tillen uit haar boven het ravijn van het Zijn schommelende wieg. Terwijl Masja aan de eettafel rode bieten fijnsneed, zag ik hoe de treden van de zes trappen zich een weg hadden gebaand in haar gezicht.

‘Wat herinner jij je van Tsjernobyl?’ vroeg ik.
‘Ik dacht wel dat je daarover zou beginnen,’ zei Michail. ‘Voornamelijk dat jullie er veel eerder van wisten dan wij. En verder… wat kun je doen? Ik werk hier als tolk, Masja werkt op de kleuterschool in deze wijk, je kunt niet zomaar weg, we hebben geen geld om te verhuizen.’

‘En je dochtertje?’
‘Marina… mijn hartje…’ Niet het ophalen van zijn schouders was opmerkelijk, maar het terugzakken: in zijn bovenrug kromde zijn voorouder de lijfeigene zich – zoals het flatgebouw het communisme was, zo was die atavistische gebogenheid het tsaristisch regime. ‘Wat kun je doen,’ herhaalde hij. ‘Het beste ervan hopen. Doorleven. Geen ongewassen sla eten.’

Michail belde een paar vrienden. De vrienden brachten vodka mee, die de kelen desinfecteerde. Bij het eten – koude bietensoep, naar modder smakende karper, aardappelpuree, de eeuwige Slavische augurken, donker brood – weerklonken de heilwensen, waarvan de omslachtigheid per glas toenam; alleen Masja zat niet aan tafel, ze pendelde tussen de tafel en de keuken, waar ze af en toe haastig een hap nam.

Van het oude stadscentrum, dat we daags nadien bezochten, terwijl de naweeën van de libatie mijn hersens kwelden, herinner ik me een schemering van stegen en een plein, nog meer schemering, geen details. Maar in de hal van het flatgebouw stond de kinderwagen op zijn hoge wielen: Michail jongleerde met de kartopli, die niet terugkeerden in zijn handen maar als gerimpelde sferen het trappenhuis in zweefden, omhoog, naar de zesde verdieping, nagekeken door Masja – een glimlach is voor het eerst op haar mond neergestreken, de huid van haar gezicht is glad en haast transparant: ze legt het hartje onder een schoon dekentje in de kinderwagen neer en gevieren maken we een avondwandeling in de warme schaduw van het flatgebouw.

Woensdag

Ik heb een elektrocardiogram nodig. De verpleegster heet Poppy en heeft haar eigen ruimte in de dokterspraktijk in Northiam (een dorp verderop), een bubbel voor ons beiden, waar wij ons schertsend aan het werk zetten: met ontblote borst ga ik liggen en zij scheert uitsparingen in de beharing waar de elektroden moeten worden bevestigd. Boven haar mondkapje is ze een jaar of vijftig; achter haar mondkapje een schoolmeisje; haar handen in lichtblauwe chirurgische handschoenen bewegen zich trefzeker over mijn borst. ‘You’re quite manly,’ zegt ze al scherend en gekscherend.

‘Oh, you ain’t seen nothing yet,’ zeg ik al grijnzend en geschoren wordend. In mijn Engeland kun je zoiets zeggen tegen een verpleegster, zelfs wanneer je op een elektrisch apparaat wordt aangesloten.

Mijn hartslag is iets te hoog, maar geen zorgen, zegt Poppy. Mijn antwoord laat zich raden. Haar lach veroorzaakt een uitstulping van onze bubbel, een evenwijdige werkelijkheid, waar Poppy en ik allebei ons mondkapje afzetten…

Zaterdag

Hoor eens hier, het kapitalisme is weliswaar een cynische bedoening, maar het communisme is nog heel wat erger. Verlichting en democratie schragen als twee kariatiden het bouwwerk van de westerse beschaving, de enige beschaving in de geschiedenis die zichzelf tijdens een lang dialectisch proces dikwijls bestraffend (en de voorbije twee eeuwen steeds luider) heeft toegesproken.

De lichtzinnigheid waarmee praatjesmakers het ‘kapitalisme’ – dat wil zeggen de kapitalistische liberale democratie – verwerpen zodra een journalist een microfoon onder hun neus houdt, waarbij ze stompzinnig genoeg vergeten dat het enige bekende alternatieve systeem zijn hecatomben miljoenvoudig heeft geofferd, maar dan in menselijke vorm, is volslagen onbegrijpelijk. Lezen die mensen dan nooit een boek?
Nee, ze lezen nooit een boek, behalve misschien af en toe een boek die naam niet waardig. Het huidige ‘progressieve’ denken is als een fungus die de hersenstam aantast. Helaas, we konden wel wat coherent vooruitgangsdenken gebruiken… Verdwaasd dwalen die kinderen door het gekkenhuis van deze eeuw, ten prooi aan fantastische hallucinaties. Nooit schamen ze zich voor hun eigen armetierige belezenheid, die merken ze namelijk niet op.

Zondag

De edele Jezus van Nietzsche is een boeddhist, die volmaakte tevredenheid bereikt binnen zichzelf, niet door de wereld te loochenen, maar door haar niet eens op te merken. De volgelingen daarentegen zijn mensen die de werkelijkheid haten en daarvoor beloond hopen te worden in een imaginair hiernamaals, wat al begon bij de apostelen en culmineerde in het Duitse keizerrijk, dat decadent genoeg was om de leugen van het christendom wel te beseffen maar er niet naar te handelen…

Aldus sprak Friedrich Nietzsche, die net als Zarathustra uit twee trocheeën bestaat en al dood was toen Duitsland daar wel naar handelde. (Voor deze waarlijk gedurfde gedachte – die evenzeer een constructie is als het geminachte christendom – moest hij noodgedwongen zelf bepalen welke brokken evangelie vervalsingen en latere toevoegingen waren.)

Dinsdag

Iemand vroeg zich af waarom middeleeuwse kunstenaars Jezus met schaam- en okselhaar afbeelden en in de neonatologische fase zelfs met een piemeltje. De vraag droop van de dunne postkatholieke ironie, die waterige saus waarin het huidige Vlaamse geestesleven baadt.

Welnu, druiloor, laat mij dan spreken namens de middeleeuwse kunst, die uit realiteitszin, liefde, humor, vakmanschap en lust een heel wat smakelijker saus wist te bereiden.
De baby is gewoon een baby, hij ligt hier in de enige wieg waar ik tijd voor had, een ouwe voederbak. Jouw grove preutsheid is mij vreemd, die lijkt me een decadentieverschijnsel waar wij middeleeuwers nog niet aan toe zijn. Natuurlijk is dat waterdingetje grappig, vraag maar aan zijn moeder, mijn lief, die behaagziek heeft zitten poseren.

De naakte man heb ik dan weer hier op de markt gezien, toen hij doodgemarteld werd, het was niet zo moeilijk het ene lijden op het andere te projecteren. Ik ben opgevoed met het denkbeeld dat de taal mens is geworden, en ik heb nog nooit een mens gezien die geheel haarloos was. Eenvoudige observatie van de werkelijkheid bewoog mijn hand toen het penseel met het ene varkenshaar zijn oksel en schaamstreek bevolkte. Jezus piste en had haar op intieme plaatsen, jazeker, maar wat een mens is schijnt tot jou als decadent niet door te dringen.

Donderdag

Wat het agnosticisme betreft: mijn held is Jacob aan de Jabbok. Aan die rivier worstelt de aartsvader – een dief, die zijn broer de erfenis ontfutselde – met een onbekende man; hij worstelt zwijgend tot de dag aanbreekt, er is geen rationele aanleiding tot de vechtpartij. Ten slotte noemt hij zijn naam, terwijl de onbekende man anoniem blijft, wat in de oude wereld betekent dat Jacob geen enkele macht over hem verwerft (daarom mogen Joden de naam van God ook niet uitspreken). Het eindigt ermee dat de onbekende hem zegent en een nieuwe naam geeft: Israël, wat ‘worstelt met God’ wil zeggen. U gelieve op te merken dat er dus een land bestaat dat officieel, principieel, zou ik haast zeggen, met de god van de westerse beschaving worstelt.

Vanuit een verre archaïsche duisternis bereikt dit krankzinnige verhaal ons, en ik vraag me af hoe de bleekzuchtige christenheid eraan toe zou zijn als men het aan de avondmaaltijd voorlas en besprak. Bij de aardappelpuree en de kotelet hoort trouwens ook het verhaal over Mozes die de stenen tafelen kapotgooit, dus de wet vernietigt.

‘s Avonds

Ons tijdvak is bovenal hypochondrisch. Alle modeverschijnselen, zoals de obsessie met ras en identiteit, zijn daarop terug te voeren; zelfs het narcisme (vaak gericht op de eigen geslachtsdelen) is au fond een ingebeelde ziekte, ja, de hele decadentie, die zich gewoonlijk uit in een afkeer van overgeleverde verbanden, zoals huwelijk, kerk of natie, is alles bij elkaar een reusachtige ingebeelde griep.

‘s Nachts

Weg met de theologen en priesters, dat akelige volkje! In hun verachtelijke sluwheid vermommen ze zich als moralisten en activisten… Hun wereldbeeld is een verwrongen christendom, dat op het oorspronkelijke lijkt als een aap op een mens – we zijn een beschaving die achterwaarts evolueert.

Zaterdag 20 maart

In de weilanden bij Hare Farm experimenteren de lammeren met de zwaartekracht – een danse macabre van dunne pootjes, en voor de zon schuift kortstondig de sombere wetenschap dat hun broertjes inmiddels geslacht zijn. Veel zwarte en gevlekte schaapjes tussen de roomkleurige dit jaar.

Roffel en Sammie trekken aan hun riem tot we de beek bereiken en parallel aan Brede Place de steile heuvel beklimmen. Halverwege ploffen we neer. Ons eigen vee apporteert stok na stok en in de zonnegloed is Joy een Saksisch herderinnetje, dat uit de zoete kleuren van haar lijfje verlost wil worden, maar nu passeren er andere wandelaars… Ze heeft een thermoskan met thee bij zich, suiker, melk, koekjes… lief matriarchaat, heers over mij!

Een paar mijl verderop steken we een paardenwei over. De aangelijnde Sammie blaft naar een merrie, die dom terugkijkt naar dat lawaaierige iets in de diepte. Een hek. Een laantje. Een huis. Vier zusjes met een puppy.

‘Wat een schattig hondje! Mag ik…?’ zegt Joy.
‘Uw honden zijn prachtig. Mogen we…?’ zeggen de vier zusjes.

Dit zijn de openingszetten van het Engelse gezelschapsspel Having a Natter. De meisjes heten Jasmine, Summer, Rose en Cici en vormen een aritmetische reeks van 5 tot 11. De paarden zijn van hen. Ze houden van boeken. Hun beleefdheid is op het anachronistische af. Ze zijn aangekleed in de jaren vijftig. Summer draagt een ijzeren brilletje.

‘Ik verzamel kinderboeken,’ zegt Uncle Benjamin. Oude kinderboeken. Barstensvol blank privilege. ‘Kom maar ‘s kijken.’

Hoe bevreemdend: ze praten met ons, volwassenen die uit de wazige groene verte opdoemden, zonder de minste verlegenheid, bijgestaan door de vormen die ze van hun ouders hebben geleerd. Maar honderd meter later zegt Joy: ‘Ik weet zeker dat die kinderen op school buitenstaanders zijn. En die met het brilletje, hoe heet ze, Summer, wordt gepest.’

Terug bij Hare Farm. Tegen het hek dat toegang geeft tot het erf is een briefje in een plastic hoesje geprikt, dat we op de heenweg hadden gemist: BLACK SHEEP MATTER.
Zeg mij, o Schrödinger, kan iets tegelijk racistisch en antiracistisch zijn?

[ARForms id=103]

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.