Forum
Groen weet het beter
Eric van der Ven: ‘In Vlaanderen is er weinig zo irritant geworden als de toon van de groene politiek.’
—
Eric van der Ven is historicus, auteur van ‘De wortels van de welvaartsstaat’ en werkt momenteel als kabinetsmedewerker van de Antwerpse burgemeester Els van Doesburg.

Ex-minister van Energie en zware tegenstander van kerncentrales Tinne Van der Straeten (Groen).
foto © Belga
Bij elke hittegolf hoor je hetzelfde verhaal: het wordt warm, de mensen zoeken verkoeling en plots wordt de airco een moreel debat. Niet over techniek of comfort, maar over goed en fout leven. Telkens staat daar dezelfde reflex klaar: Groen, dat het debat niet benadert als beleid maar als gedragscorrectie.
Dat is het echte probleem. Niet het klimaat – daarover bestaat geen ernstige discussie — wel de manier waarop Groen zich vastzet als morele scheidsrechter van hoe Vlaanderen hoort te leven. In Vlaanderen is er weinig zo irritant geworden als de toon van de groene politiek. Het is zelden gewoon: ‘Dit is beter beleid.’ Het is bijna altijd: ‘Dit zou je eigenlijk niet meer mogen doen.’ Dat verschil voel je in alles: energie, mobiliteit, voeding, wonen…
Daar zit de kern: het onderbuikgevoel in Vlaanderen richt zich niet tegen een klimaatbeleid, maar tegen een overheidsdenken dat het dagelijkse leven voortdurend wil sturen en beoordelen. Groen is daarin kampioen: geen enkele andere partij is zo bedreven in het uitleggen dat anderen het eigenlijk niet begrijpen en dommer en minder ‘verlicht’ zijn dan wie het beter weet, zij dus. Politiek wordt zo geen debat meer, maar een permanente zedenles met een deugcijfer. En ja, dat schuurt. Mensen worden niet graag wakker om beoordeeld te worden op hun levensstijl door een partij die zelf nooit een meerderheid achter zich kreeg.
Overal in beeld, nergens aan knoppen
Daar zit de eerste paradox: Groen is de grootste tovenaar van de Vlaamse politiek. Qua mediaomvang, toon en morele autoriteit zou je denken met een dominante kracht te maken te hebben. Maar electoraal is dat nooit het geval geweest. Groen heeft nooit via een verkiezingsoverwinning tot de grote spelers behoord. Het blijft hooguit een middenmootpartij die er desondanks in slaagt de toon van het debat en de kaders van ‘wat mag’ grotendeels te bepalen.
Dat contrast is waar het vertrouwen op afknapt. Een partij die zich gedraagt als een moreel kompas, maar dat mandaat nooit via de stembus kreeg, creëert per definitie wrijving. Mensen voelen haarfijn aan wanneer een boodschap niet uit een democratisch overwicht komt, maar uit een claim op het morele gelijk.
Schoolvoorbeeld van koppigheid
Niets illustreert de kloof tussen groene retoriek en resultaten beter dan de kernuitstap. Het verhaal wordt vaak verkeerd verteld als een technocratische beslissing van Guy Verhofstadt. Dat is het niet. De kernuitstap werd in 2003 vastgelegd, in een traject waarin de groenen – toen nog Agalev – dat als eis stelden bij de vorming van de eerste paars-groene regering in 1999.
Het was een pact tussen een premier die van de christendemocraten af wilde en een beweging die kernenergie als erfzonde behandelde
Verhofstadt kreeg zijn coalitie, Agalev zijn kroonjuweel: een wet die niet alleen bestaande centrales liet sluiten, maar zelfs onderzoek naar nieuwe kerncentrales verbood. Het was een pact tussen een premier die van de christendemocraten af wilde en een beweging die kernenergie als erfzonde behandelde. Geen historisch detail, maar de blauwdruk van hoe groene ideologie al twintig jaar het energiebeleid gijzelt.
Vandaag betalen we nog altijd de rekening. Om de pieken in de vraag (van gezinnen en bedrijven) op te vangen, hebben we net dat nodig waar Groen zich decennialang tegen afzette: gascentrales. Dat is de groene paradox in ‘optima forma’: minder kernenergie om ‘properder’ te worden, maar meer fossiele back-up om de facturen niet te laten ontsporen. De energie is niet schoner geworden, maar complexer, duurder en kwetsbaarder. De partij die zich opwierp als enige die de wetenschap ernstig nam, koos net in het dossier waar die wetenschap het duidelijkst was – kernenergie is de kleinste CO2-bron – voor dogma in plaats van data.
Verhaal
De opwarming van de aarde is een wetenschappelijk vastgesteld feit– geen linkse waarheid, geen rechtse leugen. Ernstig klimaatbeleid kan net zo goed uit liberale of conservatieve hoek komen (en doet dat elders ook). Het probleem is dat Groen er in Vlaanderen wél een links-progressief identiteitsverhaal van maakte, waarbij wie het niet eens is met de gekozen instrumenten wordt weggezet als ‘klimaatontkenner’. Daarmee creëerde de partij zelf een probleem dat er niet moest zijn: klimaat als links thema in plaats van collectieve verantwoordelijkheid.
Groen heeft zich niet alleen opgeworpen als dé klimaatpartij, maar ook als de bewaker van een ‘verlichte identiteit’. Neem Gent tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2024. ‘Stad van licht en liefde’, klinkt het, maar achter die slogan schuilt een opgeheven moreel zelfbeeld. Bij maatschappelijke hete hangijzers (zoals migratie) wordt elke tegenstem onmiddellijk afgedaan als een gebrek aan respect voor humaniteit en internationaal recht.
Zelfs als een standpunt op een zeer brede, democratische basis rust, geldt dat niet: wie twijfelt, staat buiten de morele gemeenschap. Groen voert zo geen debat, maar een excommunicatie. Identiteit wordt niet bevraagd, maar opgelegd: wie niet meezingt, is verdacht. En zo verandert een politieke keuze in een morele zonde.
Geld uitdelen zonder welvaart
Ten slotte de meest onderbelichte paradox: Groen presenteert zich als de beschermvrouwe van de kleine man tegen de ‘conservatieve’ krachten en als de eerste verdediger van de welvaartsstaat. Maar tegelijk remt de partij de industriële motor van die welvaartsstaat zoveel mogelijk af. ‘Degrowth’ is daarbij geen scheldwoord van tegenstanders, maar een term uit de eigen ideologische hoek.
Dat is de paradox ten voeten uit: een welvaartsstaat draait op welvaart die eerst gecreëerd moet worden, voor je ze kan herverdelen. Groen wil het herverdelen behouden en liefst uitbreiden, terwijl ze net datgene wat die herverdeling mogelijk maakt wil afbouwen. Geen ecologische visie, maar het uithollen van de welvaartsstaat langs de achterdeur: geld uitgeven dat er zonder groei almaar minder zal zijn.
Weerstand
De klimaatverandering is reëel. Daarover bestaat geen discussie. Maar de politieke vertaling ervan botst op iets anders: mensen die niet voortdurend willen horen hoe ze moeten leven, van een partij zonder electoraal mandaat die haar opgeheven moraal inzet als wapen tegen tegenstanders en die de welvaartsstaat wil handhaven terwijl ze de motor ervan uitschakelt.
Niet dat Groen het onderwerp op de agenda zet, is het probleem. Wél dat de partij doet alsof ze mag bepalen hoe die agenda wordt uitgevoerd in het leven van elke Vlaming (met de zekerheid van een gelijk dat ze nooit via de stembus afdwong).
| Categorieën |
|---|
| Tags |
|---|
| Personen |
|---|
Eric van der Ven is historicus, auteur van ‘De wortels van de welvaartsstaat’ en werkt momenteel als kabinetsmedewerker van de Antwerpse burgemeester Els van Doesburg.
Erik Bruyland: ‘Waarom werd een alternatief voor Amerikaanse sociale media zo ondoordacht en brutaal kapotgemaakt door het Belgische justitiële apparaat?’
‘Ik heb de indruk dat sommige gemeenschappen schrik hebben om zich te verbinden met alles wat “Vlaams” is.’ Gilles Gillissen, hertaler van Consciences Leeuw, over hét Vlaamse verhaal.











