fbpx


Media
Meulenaere

Hoe zou het nog zijn met Koen Meulenaere?

Waarom Vlaanderens bekendste satirecolumnist nu thuis pastarecepten uitprobeert



Iemand recent nog iets gehoord van Koen Meulenaere, de columnist die furore maakte in Knack, en na een conflict samen met Rik Van Cauwelaert verkaste naar De Tijd, waar hij als Kaaiman het Belgisch/Vlaamse politieke landschap ongenadig fileerde? Op 5 mei 2020 trok de gepensioneerde Meulenaere de deur van het redactielokaal achter zich dicht. Definitief, zo lijkt. Sommige bewonderaars vreesden met het verdwijnen van zijn rubriek het einde van de vrije pers, of toch op zijn minst de dood van…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Iemand recent nog iets gehoord van Koen Meulenaere, de columnist die furore maakte in Knack, en na een conflict samen met Rik Van Cauwelaert verkaste naar De Tijd, waar hij als Kaaiman het Belgisch/Vlaamse politieke landschap ongenadig fileerde?

Op 5 mei 2020 trok de gepensioneerde Meulenaere de deur van het redactielokaal achter zich dicht. Definitief, zo lijkt. Sommige bewonderaars vreesden met het verdwijnen van zijn rubriek het einde van de vrije pers, of toch op zijn minst de dood van het satirische genre in Vlaanderen. Of keek toch uit naar een vervolg.

Want 63 is jong en behoudens ziekte geen leeftijd om te niksen, al zeker niet als je Koen Meulenaere heet. Ik dacht dan ook dat hij dra zou opduiken in een ander medium, een alternatief magazine — gepensioneerden mogen onbeperkt bijklussen —, een semi-ondergronds blaadje à la Journaal, desnoods een eigen blog, al was het maar om zijn geest fit te houden, maar niets van dit alles: de vrees van alle Vlaamse politici zit nu thuis pastarecepten uit te proberen en in de zomer pompoenen te kweken. Al dan niet in het gezelschap van zijn levenspartner, radiostem Annemie Peeters. Het weze hem gegund. Tegelijk verbaast zo’n stilte na de opruststelling, toch bij zo’n gedreven pain in the ass van het politieke establishment. Ergens werd geopperd dat zijn houdbaarheidsdatum net daarom verstreken was en uitgever Mediafin (voor de helft bezit van, o ironie, zijn oude baas Roularta) hem liever zag vertrekken.

In het afscheidsinterview, verschenen op 30 mei in De Tijd, geeft ex-Kaaiman zelf een veel banalere uitleg: hij was het schrijven gewoon beu. Het was allemaal maar om te lachen en het had weinig om het lijf, zo’n smeuïge roddelrubriek. ‘Het is een compleet oneerlijke rubriek en ik heb het 42 jaar volgehouden’, laat hij zich ontvallen. Misschien een grappige boutade, maar ergens proeft men een soort teleurstelling: Meulenaere schijnt te beseffen dat hij binnen Knack en De Tijd maar een functie van hofnar had, die mocht schrijven wat hij wilde omdat het er toch weinig toe deed. Finaal was het allemaal maar kolder (hij gebruikt dat woord zelf), een stukje goed geschreven semi-fictie die ons doet lachen, waarna we de krant terzijde te leggen of er de kachel mee aansteken. Satire als entertainment en tegengewicht voor de ‘serieuze’ journalistiek, waarbij de columnist volstrekte carte blanche kreeg en door de redactie werd afgedekt.

Perfect komisch duo

Waren het dan allemaal uit de lucht gegrepen verzinsels wat hij schreef? Geenszins. Meulenaere kreeg inside informatie uit het politieke milieu, kostbare tips, eerst en vooral van zijn boezemvriend Rik Van Cauwelaert zelf en verder van de ganse redactie. Vooral Wetstraatroddels en geroezemoes uit de wandelgangen, de osmotische ruimtes waar de politieke en de journalistieke sferen elkaar rendez-vous geven. Alles wat niet bruikbaar was om in een ‘ernstig’ redactioneel verhaal te gieten maar toch voldoende vetranden had, vond zijn weg naar Kaaiman.

Dat had een dubbel effect. Enerzijds kwamen we wel een en ander te weten, bijvoorbeeld over het vermoedelijke nepadres van Kris Peeters in Antwerpen ten tijde van de verkiezingen (een deurmat die volgens de poetsvrouw nooit verschoof). Maar anderzijds krijgt het ‘aangebrande nieuws’ in dit satirische format ook iets onschadelijks. Het blijft opgesloten binnen de ruimte van de grap, de overdrijving en de hyperbool, ‘kolder’ dus, waardoor het werkt als een blaadje van de scheurkalender: eens goed lachen en dan weer back to business.

Zo werd de lezer geconditioneerd om het ‘serieuze’ nieuws te consumeren, en dan Kaaiman als dessert. Volgorde naar keuze. De pijnlijke waarheid voor een getalenteerd columnist, in dienst van een grote krant of weekblad, is deze: als je in Knack of De Tijd, of een ander ‘kwaliteitsmedium’, aan satire doet, heb je de functie van een soort allesbrander. De perfecte synergie met Rik Van Cauwelaert, overigens een van onze beste politieke commentatoren én Wetstraat-insiders, maakt het nog complexer: ze speelden als een perfect komisch duo, genre Gaston en Leo, met een aangever (Rik) en een performer (Koen). Waarbij Rik voor de triage zorgde tussen journalistieke content (zijn afdeling) en comedy-materiaal.

MeulenaereVRT

Al in 2007 liet Johan Vande Lanotte zich met plezier een Abrahambaard aanmeten.

Den baard en het ijskonijn

Wat ik eerder schreef over Geert Hoste en de graagte waarmee politici in zijn conférences door de mangel werden gehaald, geldt ook voor het proza van Kaaiman: wie niet in zijn verhalen voorkwam, was onbelangrijk en/of irrelevant. Het ergste wat een politicus kan overkomen, is doodgezwegen worden. In al hun wijsheid trokken de meeste geviseerden, zoals den baard Johan Vande Lanotte, er zich dan ook weinig van aan. Al in 2007 liet hij zich trouwens met plezier een Abrahambaard aanmeten in het VRT-kolderprogramma Debby en Nancy.

IJskonijn Karel De Gucht was zelfs een fan van Meulenaere of deed toch alsof (‘Ik heb zijn stukken altijd kunnen smaken’) en dat is politiek-tactisch ook de juiste manier om ermee om te gaan. De verhaaltjes werden door collega-journalisten gesprokkeld of door het Wetstraatmilieu zelf aangeleverd, verwerkt door de columnist, en door glimlachende politici terug ontvangen als bewijs van breeddenkendheid.

Voor zover ik weet heeft niet één Kaaimanverhaal een politicus ooit in moeilijkheden gebracht. Het domste wat je trouwens kon doen, was hem voor de rechter dagen. In zijn Knack-periode werd Meulenaere een paar keer gedagvaard door politici (de ‘onwettige burgemeester van Sint Truiden’ en ‘bordeelschuimer’ Ludwig Vandenhove, Freya Van den Bossche die haar thesis niet zelf zou geschreven hebben) maar telkens stelde de rechter de columnist in het gelijk, omwille van het ‘uitgesproken satirische en zelfs ludieke karakter’ van diens artikels.

Dat lijkt een overwinning voor de vrije meningsuiting, hoera, maar de motivatie van de rechter is bedenkelijk: het is maar moppentapperij, of het nu op waarheid berust of niet. Meulenaere verkreeg de status van een gekroonde nar die alles mocht schrijven in zijn ‘ludieke’ roddelrubriek. Een vrijgeleide dat hem ook compleet onschadelijk maakt. Of erger: een instrument van het systeem. Via de draaideur tussen politiek en journalistiek is de schalkse columnist zowel een zogenaamde luis-in-de-pels als een nuttige clown. Hij beledigt, ironiseert, doet lachen, maar waartoe? Om de baarden en ijskonijnen te verontrusten, of om hen te populariseren? En in hoeverre knaagt dat dubbel gevoel bij de schrijver-journalist zelf?

Iedereen die scherp kijkt en observeert kan zich een satirisch universum creëren, onder de verzamelnaam die Nietzsche ervoor bedacht: ‘de Saturnaliën van de Geest’.

Saturnaliën van de geest

Ik ben streng voor Koen Meulenaere, omdat ik hem ook bewonder(de) en stilistisch apprecieer(de). Maar de context is alles, en ‘the medium is the message’. Zowel Knack als De Tijd behoren tot de mainstream media, die in symbiose leven met het politiek establishment, en ook gedoemd zijn om een politiek correcte visie van de actualiteit te geven. Daarbinnen kan satire, als dusdanig ook aangekondigd en herkend, zelden meer zijn dan een alibi voor die politieke correctheid. Dat Kaaiman en De Tijd zich lieten sponsoren door Katoen Natie/Fernand Huts om zijn verzamelde columns uit te geven — terwijl uitgevers elkaar waarschijnlijk stonden te verdringen — is misschien ook wel een aspect van die postmoderne lankmoedigheid.

De vraag is of satire nog een toekomst heeft, en in welke vorm. In pakweg Rusland of Turkije heeft het genre sowieso een subversief karakter, daar is zenuwgas in je onderbroek een bewijs van goed bezig zijn. In West-Europa en Vlaanderen is het wat complexer. De dodelijke aanslag op de Charlie Hebdo-kantoren in 2015 toont de twee uitersten: ofwel word je afgeslacht door extremisten — gelukkig nog altijd een uitzondering —, ofwel vervul je de rol van onschadelijke/nuttige nar. Iets als Jo Van Damme in De Standaard: flauw bladvulsel dat voor satire moet doorgaan. Dan verkies ik nog de humorrubriek van Kerk en Leven.

De les uit het Meulenaereverhaal, de briljante columnist die op de dag van zijn pensioen zijn pen begroef, is misschien wel dat satire in de mainstreampers niet thuis hoort, toch niet als kritisch-subversief genre. Als de gevestigde pers ons in de daartoe bestemde hoekjes laat gniffelen, is er op zijn minst een dubbele agenda. Dus dringt zich een exit op. Satire is marginaal en moet dat blijven. Dat geldt ook voor cartoons. In die zin vind ik het dubbel jammer dat Koen Meulenaere zich op zijn oude dag niet heeft gewaagd aan een avontuur in de ‘alternatieve’ sfeer, weg van de perskaartjournalistiek.

Maar breder heb ik het gevoel dat elke vorm van gerubriceerde satire een dierentuinfenomeen is waarin we een aap toeren zien uithalen. Kolder dus. Benoem je de humor als humor, en satire als satire, dan is de kracht al weg en krijg je de Pavloviaanse mechanica van de lachband. Dus is het kwestie om labels en uithangborden te ontlopen.

Humor is eigenlijk overal, en het zijn vooral de ‘wilde’ vormen, de onkruidversies, die aan de recuperatie ontsnappen. Graffiti, internetmemes, toogmoppen, maar ook bijvoorbeeld een komische wending in een ernstig artikel, de ironie die doorschemert, een boutade met een dubbele bodem, een titel waaraan de goegemeente zich mispakt. De beste grap zit verstopt in de ernst, als de ‘muis in de tekening’, het vergt een zoektocht, een intelligente lectuur.

Kaaiman mag gaan rusten, zijn erfenis zal niét in een nieuwe roddelrubriek zitten, geen nieuwe achterk(r)ant, maar in… drie puntjes, vochtige plekken waar de ernst afbrokkelt. Wellicht was het dat wat de filosoof Friedrich Nietzsche in zijn Vrolijke Wetenschap aankondigde: incipit parodia, de parodie loert overal, zoals schimmel op een kaas. De actualiteit zelf is al hilarisch genoeg. Het politiek theater wordt zo karikaturaal dat we geen narren of hekelschrijvers meer nodig hebben. Iedereen die scherp kijkt en observeert kan zich een satirisch universum creëren, onder de verzamelnaam die Nietzsche ervoor bedacht: ‘de Saturnaliën van de Geest’. De lach is ons enige waarachtige werelderfgoed. Al de rest is dwaasheid, iets wat ene Desiderius Erasmus reeds met een niet al te ernstig te nemen serieux verkondigde.

[ARForms id=103]

Johan Sanctorum

Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.