fbpx


Binnenland

Iedereen wint

maar 'België ruikt naar fin de régime'


Aangezien de onderhandelaars nog altijd geen teksten beschikbaar stellen van het bereikte akkoord over de toekomstige financiering van de deelstaten, kan er naar hartenlust gegoocheld worden met getallen. De miljoenen en miljarden vliegen in het rond.


Plus 300 of min 2500?


John Crombez, begrotings- en cijferspecialist van de SP.a, laat zonder verdere details weten dat Vlaanderen tegen 2030 gecumuleerd, dus opgeteld voor de hele periode, 800 miljoen wint. In dat jaar 2030 zelf zou de meerinkomst 298 miljoen bedragen (Paul Geudens in Belang van Limburg, 27 september 2011). Bart De Wever (N-VA) zet deze cijfers in een vraaggesprek met De Tijd (1 oktober 2011) even in perspectief. ‘Volgens diezelfde logica – alle jaren optellen – krijgt Brussel er in dezelfde periode 13,22 miljard bij.’ Hij had voor alle duidelijkheid over 13 200 miljoen euro voor Brussel kunnen spreken, tegenover de 800 miljoen die Vlaanderen er volgens Crombez bij krijgt.


N-VA zet daar een verlies voor Vlaanderen tegenover van 2,5 miljard in 2030 (niet per jaar maar alleen al voor dat jaar). Een behoorlijk verschil. Wie heeft het bij het rechte eind? Zonder over de gehanteerde modellen te beschikken, is het moeilijk daar een duidelijk antwoord op te geven. ‘Alleen de N-VA kan het in enige mate. De partij zat een jaar lang mee aan de onderhandelingstafel en weet hoe de modellen werken…’, schrijft De Tijd op 28 september 2011. Ook N-VA geeft op de webstek haar berekeningen niet prijs, maar de leider van de Kamerfractie Jan Jambon lichtte een tipje van de sluier in Terzake en de journalisten werden gebriefd.


De Tijd tokkelde op de rekenmachine. In de prognose van Di Rupo zullen de belastingsontvangsten jaarlijks stijgen met 5,1% procent, N-VA houdt het op 4,1%. Maar De Tijd ontdekt dat de daadwerkelijke groei sedert 1990 slechts 3,8% bedroeg en sedert 2000 zelfs maar 3%. De Tijd concludeert: ‘Het antwoord is dat het wellicht nog minder wordt’ dan N-VA voorspelt. En dus dreigt de rekening voor Vlaanderen nog hoger op te lopen. Paul Geudens besluit in zijn artikel, als de groei van de belastingen de volgende 18 jaar het tempo volgt van de voorbije achttien gaat ‘Vlaanderen door de nieuwe financieringswet er in 2030 zo’n 2,5 miljard euro op jaarbasis op achteruit. En dan mag er economisch en financieel niets tegenvallen, anders wordt het nog erger.’


hoongelach


Louis Verbeke, voorzitter van de Vlerick Leuven Gent Management School, schrijft in een opiniestuk voor De Tijd op 4 oktober 2011: ‘Het is gewoon onmogelijk een “winst” van honderden miljoenen te “voorspellen” over een periode van 20 jaar. Er zijn te veel variabelen en onzekerheden.’


Indien iemand zo’n voorstel indient bij de raad van bestuur van een onderneming ‘zou hoongelach nauwelijks vermeden kunnen worden’, vindt Verbeke. Elke economist weet dat zo’n lange- termijnvoorspellingen maar één zekerheid bieden: ze zullen niet uitkomen. Men kan op z’n best een vork proberen aan te geven en dan komen we in 2030 op een resultaat dat ligt tussen een Vlaamse winst van 300 miljoen en een verlies van 2500 miljoen. De kans dat het resultaat in de realiteit op winst uitdraait is statistisch eerder klein te noemen. En als het dan toch positief uitdraait, dan zal dat zijn omdat Vlaanderen economisch uitzonderlijk goed presteert en de verdiensten dus helemaal zelf mag opeisen.


Bij dat alles wordt er dan van uitgegaan dat de regeling ook de volle twintig jaar zal blijven bestaan. Verbeke daarover: ‘We weten zeker dat er tijdens die 20 jaar opnieuw zeer veel zal worden gesleuteld. Er is dus een systeemeigen zekerheid dat het model nooit de volle 20 jaar haalt. Het is dus illusoir er cijfermatige overwinningen aan te verbinden.’


Wallonië krijgt een jaarlijkse compensatie voor de minopbrengsten van het nieuwe systeem van 575 miljoen per jaar, vanaf jaar elf tot jaar twintig terugvallend naar nul. Die regeling zal haast zeker tijdens de rit worden herzien als het Waalse economische herstel uitblijft.


Meer autonomie?


Naast de oefening met de weegschaal, blijft de vraag of het nieuwe systeem meer autonomie en meer eigen verantwoordelijkheid invoert. Herman Matthys, professor overheidsfinanciën aan de VUB, gelooft er niets van. ‘Bij de vorige financieringswet kregen we een lightversie waarbij de regio’s belastingsverminderingen konden toekennen tot 6,75 procent, dat wordt een maxiversie’ (Trends, 29 september 2011).


De bewegingsvrijheid blijft beperkt. ‘Ook de progressiviteit van de belastingen wordt federaal gecontroleerd, net als de tarieven. Een Vlaamse vlaktaks invoeren is onmogelijk. Van een eigen Vlaamse inning van die nieuwe belastingen is ook geen sprake’, zegt Matthys. Trends staat vast dat ‘de financieringswet niet transparanter maar ingewikkelder wordt’.


Maar de transfers worden dan toch ingedijkt? Trends daarover in hetzelfde artikel: ‘De grootste geldstromen tussen de deelstaten lopen via de gemeenschappen en de sociale zekerheid, en daar wordt nauwelijks aan geraakt. En voor de gewesten zorgt de nieuwe wet amper voor een verschil aan het eind van de rit.’


Brussel wint fors


Brussel wint in elk geval. Het gewest zou nu ondergefinancierd worden. Volgens een studie van de Leuvense denktank Vives is dat helemaal niet het geval. Trends voegt er aan toe: ‘Een van de problemen van het Brussels Gewest zijn de hoge uitgaven voor de bevoegdheden die niet tot het Gewest behoren. Zo is er de betoelaging van de Franse Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschap voor onder meer onderwijs en welzijn. Het gaat hier om een jaarlijks bedrag van 300 miljoen euro op een totale begroting van 3 miljard.’ Het komt er op neer dat Brusselse politici beweren te weinig geld te krijgen, maar wel een grote som geld besteden aan zaken waarvoor dat Gewest niet eens bevoegd is.


Het akkoord voorziet voor Brussel 461 miljoen euro (geïndexeerd en dus jaarlijks groeiend) extra. Dat betekent naar verhouding een groei van de middelen met ruim 15%. Welke formule wordt gebruikt om Brussel veel meer geld te geven zonder dat iemand verarmt, zal iedereen benieuwen.


Verbeke schrijft: ‘België ruikt naar “fin de régime”. De nota-Di Rupo “ademt” vrees voor elke ernstige koerswijziging, elke nieuwe strategie. Ze beloont wie fout waren en stuurt de rekening naar de “anderen”: de Vlamingen, de werkenden, de spaarders, de meertaligen…’ Hij sluit af met een ironische bekentenis: ‘Ik begrijp niet hoe een sanering iedereen rijker kan maken. Het zal wel aan mij liggen…’

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.