Actualiteit
Israël

Ilan Pappé is zichzelf voorbij aan het lopen

Op maandag 14 mei was er in de Leuvense aula Zeger Van Hee (college De Valk) een lezing van Ilan Pappé , zowat de meest radicale ‘New Historian’ uit Israël, geëmigreerd van de universiteit van Haïfa naar die van Exeter in Groot-Brittannië (omdat hij zich bedreigd voelde). Zijn basisstelling is dat het zionisme in 1948 met het Plan Dalet een politiek van etnische zuivering heeft ingezet die voortduurt tot vandaag. Hij leidt dit af uit een grondig onderzoek van Israëlische archieven, maar botst daarbij met een andere New Historian, Benny Moris. Die onthulde eveneens het optreden van het zionisme in 1948 als strijdig met de mensenrechten, maar ontkent dat daar een systematisch plan achter zat. Pappé vertelde in Leuven niets nieuws, wat ook niet te verwachten was.

Pappé heeft geen perspectief meer

Laten we duidelijk zijn van in het begin: ik denk dat Pappé gelijk heeft, maar weinig doet met dat gelijk. Hij steunt de Palestijnen, wat zijn goed recht is (dat ook aan de universiteit van Haïfa niet bestreden werd) maar leeft in een wolk waar het om het heden  gaat. Ik sta ook al bijna vijftig jaar achter de Palestijnen en vooral achter de Eén-staat-verklaring van de PLO in 1968, die deze heeft opgegeven in 1993 om een vredesproces mogelijk te maken. De enige Palestijnse groep die eraan vasthoudt is het marginale Democratisch Front (DFLP) van de ‘christelijke’ marxist Nayef Hawatmeh. De positie van Pappé sluit daar zeer sterk bij aan.

Uiteraard kreeg Pappé een vraag wat hij vindt van het verzet (het was de dag van de 55 doden in Gaza). Zijn standpunt daarrond had hij reeds geformuleerd in 2011 toen jonge Palestijnen in Israël zelf, geïnspireerd door de zogeheten ‘Arabische Lente’ in Kaïro, een plein wilden bezetten. Hij heeft hen toen bezworen dat niet te doen, niet omdat zij geen recht op verzet zouden hebben – zelfs het internationale recht erkent dat – maar omdat dit volgens hem pure zelfmoord zou zijn geweest. Het is toen niet gebeurd, maar vandaag is de suïcidale politiek in de Gazastrook blijkbaar onstuitbaar. De Palestijnen daar waren nochtans verwittigd dat het Israëlische leger met scherp zou schieten. Toch trokken ze in doodsverachting op naar de grens. Uit wanhoop of uit fanatisme?

Massada als een boemerang terug

Persoonlijk vind ik dat waanzin, vergelijkbaar met die van de Judeïsche zeloten in Massada in 73 als laatste fase van de grote opstand tegen de Romeinen, zoals beschreven door Flavius Josephus: liever dan zich over te geven besliste het garnizoen daar, onder leiding van de sicarius of ‘sluipmoordenaar’ Eleazar ben Ya’ir, om met vrouwen en kinderen zelfmoord te plegen, 960 personen in totaal. De ironie wil dat dit beschamend gebeuren in Israël door generaal/archeoloog Ygael Yadin tot een nationale mythe werd gemaakt om de liefde van het Judeïsche volk voor het aan hen Beloofde Land in de verf te zetten. Vandaag wordt Israël blijkbaar geconfronteerd met een omgekeerde liefde van zijn tegenstrever voor hetzelfde land, plus hetzelfde fanatisme. Om Pappé te citeren: de zionisten geloven niet meer in God, maar zij geloven wel dat zij recht hebben op het land dat God hen geschonken heeft. Maar dat doen de Palestijnen dus ook.

We zien vandaag echter hoe krachteloos en machteloos het Palestijnse verzet is. Deels omdat zijn ‘broedervolkeren’ het laten stikken (behalve wat Marokkaanse rotjochies bij ons die er een excuus in zien om af en toe amok te maken); deels omdat die broedervolkeren het te druk hebben met onder elkaar oorlog te maken; en deels omdat het zelf tot niets komt. Typerend is dat met de Europese steun, die overvloedig is maar verspild wordt in corruptie en afgeleid naar heimelijke militaire investeringen. Jarenlang maakten ‘vredesactivisten’ zich vrolijk omdat Israël zelfs cement op de lijst van de strategische grondstoffen had gezet die in Gaza niet mochten ingevoerd worden. Tot duidelijk werd dat dit niet gebruikt werd om huizen of scholen te bouwen, maar ondergrondse tunnels om wapens te smokkelen en zelfmoordbrigades te doen passeren.

Georganiseerde collectieve zelfmoord

Het elan werd gebroken na de oorlog in Libanon in 1982, toen de PLO verdreven werd naar Tunesië. Toen ze na de Oslo-akkoorden in 1993 terugkeerden naar de ‘bezette gebieden’, splitsten ze zich op in een corrupt geworden PLO op de Westbank en een godsdienstwaanzinnig Hamas (een afsplitsing van de Moslimbroeders) in Gaza.

Opvallend bij het huidige protest is dat het geen enkel perspectief meer heeft, het is geen verzet meer maar georganiseerde collectieve zelfmoord. Dat gaat zo ver dat mensen hun kleinste kinderen meenemen om daarna Israël te verwijten geen hart te hebben. Wie neemt nu een baby van acht maanden mee om aan sightseeing te doen in een oorlogszone? In plaats van medelijden te hebben, zou men die moeder moeten opsluiten. In feite heeft Hamas alle hoop opgegeven en het enige wat het de mensen nog kan beloven is dat ze bij Allah in het paradijs zullen beloond worden.

Opvallend is ook dat het protest op de Westbank, die gecontroleerd wordt door de PLO, de afgelopen periode eerder beperkt bleef. Het leven daar is nochtans moeilijk genoeg met voortdurende checkpoints die elke verplaatsing hinderen en steeds toenemende nederzettingen van waaruit kolonisten de lokale bevolking treiteren. Toch blijft men daar een zeker positivisme koesteren en werken aan een, zij het bijzonder moeilijke, toekomst.

De waarheid is daarom dat Hamas niet opereert met het oog op een oplossing, maar met het oog op het onmogelijk maken van elke oplossing. Dat voedt de angst voor een vernietiging bij de Israëlische bevolking, en verzekert Benjamin Netanyahu van voldoende steun om een onverzettelijke politiek te voeren. Het gevolg is dat zelfs een criticaster van het zionistische optreden in 1948 als Benny Morris vandaag openlijk spreekt over de noodzaak van een etnische zuivering.

Het ‘disproportioneel geweld’

Daar staat de oplossing van Pappé tegenover: vasthouden aan de mensenrechten en vanuit kritiek op het overtreden daarvan Israël internationaal (zelfs academisch) isoleren (wat strijdig is met de Freedom of Speech). Zijn betoog ter zake klinkt heel Gandhi-achtig maar snijdt volgens mij geen hout en wel om twee redenen.

Zelfs gegeven het feit dat Israël zich misdraagt, dan nog zijn de schendingen van de mensenrechten in de omringende Arabische landen honderden en duizenden keer erger. En nu ben ik het ermee eens dat het ene misdrijf het andere niet uitwist, maar er bestaat ook zoiets als proporties. De klachten over ‘disproportioneel geweld’ aan de Gazagrens klinken ronduit belachelijk als je ze vergelijkt met wat in Syrië of Yemen gebeurt.

Maar er is een tweede element: Israël is, wat je er ook over moge denken, een geslaagde staat. Nagenoeg de gehele Arabische wereld toont ons ‘a failed society’. Slechts op sommige plekken overeind gehouden door gratis oliegeld waarmee westerse expatriates en oosterse semislaven worden ingehuurd om de boel draaiende te houden. Ik schreef al in 1994, na een bezoek aan het nochtans tolerante sultanaat Oman, dat wie het vermaledijde Zeventigpuntenplan van het Vlaams Blok in werking wilde zien, een enquête moest opzetten in de oliestaten aan de Golf.

Israël heeft het geweldige voordeel vandaag dat het wél iets nuttig doet met zijn geld (dat voor een deel uit het buitenland komt via de zionistische netwerken) en zijn bevolking veiligheid verzekert, zoals bewezen werd door de succesvolle Girostart, drie dagen lang. Niemand ter wereld is gek genoeg om een stabiele staat te ontmantelen te midden een zee van irrationeel geweld.

Pappé glijdt daar zorgvuldig langsheen en schiet dus zichzelf voorbij. Hij zegt dat hij niet snapt waarom zoveel diplomaten zo onwetend zijn over de oorzaken van het conflict, maar de reden ligt voor de hand: diplomaten interesseren zich niet voor de geschiedenis, maar voor de feiten op het terrein. En dan stellen ze vast dat Israël wérkt, in de dubbele zin van het woord. En dat de buurlanden niét ‘werken’. Zo simpel is dat.

Een massamoord verdoezelen

Wie ook langs de werkelijkheid heen glijden, zijn de zogeheten ‘vredesactivisten’. Ze maken zichzelf om het even wat wijs. Op de avond werden pamfletten verspreid waarin op donderdag 17 mei vrijspraak wordt gevraagd voor een Palestijn die in eerste aanleg veroordeeld werd omdat hij een video had verspreid waarin de slogan voorkwam ‘Khaybar, Khaybar, ya yahood’ (tegen dat u dit leest is de uitspraak er mogelijk al).

Daartegen werd klacht ingediend omdat dit een oproep tot genocide zou zijn. Er is niets verkeerd met het woord ‘yahood’ argumenteren zij (wat juist is) en Khaybar slaat op een handelsconflict in 629 (wat fout is).

Khaybar was een oase ten noorden van Medina waar overwegend joden leefden die zeer succesvol waren in de dadelteelt. Mohammed zat met een probleem: hij had in Medina een conflict gehad met de joodse Nadirstam die eveneens gespecialiseerd was in die (voor Arabië zeer belangrijke) teelt en had uit blinde woede hun bomen laten omhakken. Om daarna te constateren dat hij zonder dadels zat (een vrucht waar hij verzot op was). Dus rukte hij met zijn troepen uit naar Khaybar, richtte daar een massamoord aan, en sloot vrede (een dhimma of verdrag van onderwerping) op voorwaarde dat de joden daar accepteerden dat zij jaarlijks de helft van hun oogst aan hem zouden afstaan.[1]

Volgens dit Palestina-comité zou dat dus een ‘handelsverdrag’ zijn geweest. De waarheid is dat dit het eerste verdrag was dat Mohammed sloot met ongelovigen die zich aan hem onderwierpen zonder hem als profeet te erkennen (wat in Medina wel een vereiste was geweest). Als de rekels vandaag ‘Khaybar’ roepen, dan roepen zij feitelijk dat zij terug willen naar de situatie van voor deze regeling. Als zij dat verbinden aan het woord ‘yahood’, dan is dat een impliciete oproep tot genocide op de joden, door Mohammed korte tijd daarvoor nog toegepast op de Qurayzah-joden in Medina (die door hem tot de laatste man uitgemoord waren, 700 personen).

 

Een oproep tot genocide ontkennen

Toen ik de verantwoordelijke uitgever van dit leugenachtige pamflet dit meldde, ontkende hij dit ten stelligste. Hij wist het beter, want hij had ‘historici’ geraadpleegd. Toen ik hem vroeg welke, wist hij slechts Lucas Catherine te vermelden. Nu noemt Catherine zich wel ‘historicus van vergeten zaken’, maar feitelijk deed hij filmschool en werkte hij als documentalist bij de VRT. Waar uiteraard niets op tegen is, maar zijn kennis is encyclopedisch, niet kritisch. Van de historische methode weet Lucas Catherine niets. Hij publiceerde in 1978, ere wie ere toekomt, een waardevol werk ‘Honderd jaar kolonisatie in Palestina’, waarin hij het tot dan overwegend zionistisch georiënteerde debat in Vlaanderen opentrok. Maar hij liet zich vervolgens in diverse werken meesleuren in de meest blinde islamofilie.

Dat hij voor de Palestijnen opkomt, siert hem. Maar dat hij zich daarbij blind maakt voor de mohammedaanse verblinding, is beneden alle peil. Dat hij nu als expert wordt ingeroepen om een duidelijke oproep tot genocide te ontkennen, toont slechts aan hoe verziekt het debat is.


[1] Ik bespreek dit ten gronde aan de hand van Arabische bronnen (de Sirat Rasul Allah) in mijn vorig jaar gepubliceerde boek De Kwestie M. Een gekaapte godsdienst. Commentaar van Etienne Vermeersch erop kunt u op Youtube bekijken. Ik behandelde dit eerder al in Mohammed, de dadels en de joden in het verzamelwerk De islam. Kritische essays over een politieke religie, uitgegeven door Wim & Sam van Rooy in 2010.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans