fbpx


Commentaar
mensen met een handicap

Mensen met een handicap en hun begeleiders verdienen beter



Blijkbaar dringt het bij de overheid, de media en bij de publieke opinie maar moeizaam door dat mensen met een handicap in een voorziening voor gehandicaptenzorg niet beter af zijn dan oudere mensen in een woonzorgcentrum.

Eerst ging alle aandacht uitsluitend naar de ziekenhuizen sinds kort ook naar de woonzorgcentra. Mensen met een handicap behoren blijkbaar tot een ‘restgroep’ waar weinigen van wakker liggen. Dat ook daar het virus hard kan toeslaan met zware gevolgen wordt zwaar onderschat. In de voorzieningen gehandicaptenzorg leeft de vrees voor een uitbraak zoals we die nu meemaken in de ouderenzorg. In een kwart van de voorzieningen zijn er al bewoners besmet.

Vooral mensen met een verstandelijke handicap lopen gevaar

Aan mensen met een verstandelijke handicap kan al naargelang hun ontwikkelingsniveau moeilijk of onmogelijk uitgelegd worden wat er aan de hand is. Probeer aan een volwassene met een verstandelijke ontwikkeling van een peuter maar eens uit te leggen dat knuffelen nu uit den boze is. Dat hij afstand moet houden van de andere leefgroepbewoners. Dat hij niet naar huis kan. Of dat zijn ouders niet op bezoek mogen komen. Dat hij niet naar de manège of het zwembad kan. En dat dit allemaal de schuld is van een heel besmettelijk virus.

Dit gaat niet lukken. Je kan dus niet verwachten dat zij hun gedrag gaan aanpassen aan deze uitzonderlijke omstandigheden. Deze vaststelling maakt dat deze mensen extra kwetsbaar zijn. Omdat zij niet beter weten, brengen zij ongewild hun gezondheid in gevaar.

Aan hun lot overgelaten

Dan zou je toch mogen verwachten dat men alles in het werk zou stellen om deze kwetsbare mensen extra te beschermen? Voorzieningen voor gehandicaptenzorg vallen onder dezelfde beschermende maatregelen als de woonzorgcentra. Ook zij zijn in lockdown gegaan. Helaas weten we sinds kort wat deze lockdown waard is. Wat is een quarantaine waard als je niet eens weet of de bewoners en hun opvoeders/opvoedsters (dat zijn diegenen die voor hen zorgen) besmet of coronavrij zijn?

Het zorgpersoneel in voorzieningen voor gehandicaptenzorg doet wat het kan, maar het kan zich niet aan social distancing houden. Heel wat bewoners zijn dermate zorgbehoevend dat zij voor haast alles begeleiding nodig hebben. Hoe kan je anderhalve meter afstand houden als je mensen moet wassen, kleden, helpen bij het eten, bij toiletbezoek…?

Van overheidswege moeten voorzieningen voor gehandicaptenzorg niet veel verwachten. Geen testkits, geen beschermende kledij, geen mondmaskers, geen medisch materieel. Ze moeten zélf voor alles zorgen. Wat er is, werd van overal bijeengesprokkeld (zoals schorten die in beenhouwerijen gebruikt worden). Voorzieningen kunnen aanvragen indienen bij de overheid, maar ze hebben geen enkele garantie dat er iets zal worden geleverd.

Wat te denken van het feit dat zorgverleners in voorzieningen voor gehandicaptenzorg niet getest worden om uit te maken of ze al dan niet drager van het coronavirus Covid-19 zijn? Is dat geen absolute voorwaarde om de leefgroepen coronavrij te houden. De overheid blijft hier zwaar in gebreke.

Een zware emotionele belasting

Door de lockdown zijn voorzieningen voor gehandicaptenzorg veranderd in gesloten gemeenschappen, waarbinnen de verschillende leefgroepen ook nog eens van elkaar gescheiden functioneren. Alleen het zorgpersoneel heeft toegang tot een leefgroep. Niemand anders komt er in.

Als er toch een besmetting wordt binnengebracht kan dat alleen maar via het zorgpersoneel gebeuren. Dat is het laatste wat die mensen willen. Zij verzorgen hun bewoners alsof het hun eigen kinderen zijn. Hun werk moeten doen met in het achterhoofd de akelige gedachte zelf besmet te zijn, en het virus door te geven aan een bewoner, moet op emotioneel vlak een bijzonder moeilijke opgave zijn.

In voorzieningen voor gehandicaptenzorg werken ook ‘helden’

Via allerlei acties in de media wordt het personeel in ziekenhuizen en bejaardenvoorzieningen al dan niet letterlijk in de bloemetjes gezet. Waarom krijgen mensen die zich dag in dag uit in vaak moeilijke omstandigheden inzetten om mensen met een handicap een menswaardig leven te bieden niet datzelfde respect en diezelfde erkenning?

Hun job valt zowel fysisch als psychisch niet te onderschatten. In de gehandicaptenzorg is het immers gebruikelijk dat opvoeders/opvoedsters slechts maximum een driekwart betrekking aangeboden krijgen. Directies weten uit ervaring dat hun job zo zwaar is dat ze niet vol te houden is. Deze toestand sleept al jaren aan alsof het een normale gang van zaken is.

Een voorziening voor gehandicaptenzorg is geen ziekenhuis

Voorzieningen proberen een quarantaineruimte in te richten om besmette bewoners te isoleren. Maar het personeel is niet opgeleid om zieken op te vangen. En al zeker niet om mensen besmet door een gevaarlijk virus op efficiënte wijze te verzorgen. De door de overheid gesubsidieerde personeelsomkadering van dergelijke voorzieningen voorziet nauwelijks medisch personeel.

Ziekenhuisopname van mensen met een verstandelijke handicap is geen optie

Een verstandelijk gehandicapte volwassene met een ontwikkelingsniveau van een peuter op een afdeling intensieve zorgen onderbrengen is niet alleen niet wenselijk, maar ook compleet onhaalbaar. Hij kan op geen enkele manier voorbereid worden op wat hem te wachten staat. En als hij in zijn vertrouwde leefgroep niet eens toelaat dat de opvoedster een klever op een wondje aanbrengt, wat zou hij dan doen als men hem wil beademen?

En wat met kunstmatige coma? Het is een vaststaand feit dat dit voor mensen met een verstandelijke handicap af te raden valt omdat het risico groot is op bijkomende hersenbeschadiging.

Conclusie: men moet ervoor zorgen dat mensen met een handicap in het algemeen en met een verstandelijke handicap in het bijzonder niet besmet geraken zodat hen alle verdere ellende bespaard blijft en hun leven niet in gevaar komt. Maar dan moet de overheid dringend werk maken van een efficiënte bescherming van deze doelgroep. Want die is er vandaag niet.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Andre Cornille

André Cornille (1948) is al 35 jaar als vrijwilliger actief in de gehandicaptensector. Van 1985 tot 1996 was hij voorzitter van de Vlaamse Vereniging Autism.