JavaScript is required for this website to work.
Europa

‘Haal Europees Parlement weg uit Brussel’: ophef over Brussels politieoptreden

NieuwsJan Fabry28/7/2026Leestijd 3 minuten
Tom Vandendriessche is een van de Europarlementsleden die aan de Europese
Commissie vraagt dat het Europese Parlement uit Brussel zou vertrekken.

Tom Vandendriessche is een van de Europarlementsleden die aan de Europese Commissie vraagt dat het Europese Parlement uit Brussel zou vertrekken.

foto © Europees Parlement 2026

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Negentien rechtse Europarlementsleden vragen de Europese Commissie om het optreden van de Belgische en Brusselse autoriteiten te onderzoeken. Verschillende parlementsleden zouden op 15 juli door een politiecordon zijn tegengehouden toen zij naar het Europees Parlement wilden. Als België niet kan garanderen dat zoiets zich niet herhaalt, willen de ondertekenaars parlementaire werkzaamheden uit Brussel weghalen.

Het initiatief komt van Vlaams Belang-Europarlementslid Tom Vandendriessche. De brief aan Commissievoorzitter Ursula von der Leyen werd ondertekend door leden van Patriots for Europe, de ECR-fractie en Europe of Sovereign Nations, aangevuld met een niet-fractiegebonden parlementslid. Het gaat daarmee om een internationale samenwerking tussen verschillende rechtse fracties, niet om een front over de klassieke politieke grenzen heen.

Verbod geschorst

Aanleiding is de Save Europe Act-manifestatie op het Luxemburgplein, vlak tegenover het Europees Parlement. De betoging voor remigratie en een strenger migratiebeleid werd georganiseerd door de Nationalistische Studentenvereniging (NSV).

Burgemeester van Elsene Romain De Reusme (PS) verbood de actie aanvankelijk. Hij verwees onder meer naar eerdere onrust tijdens een NSV-betoging in Leuven. De studentenvereniging trok naar de Raad van State, die het verbod schorste. Daardoor kon de manifestatie op 15 juli toch doorgaan.

Wij konden ons mandaat niet uitoefenen omdat de politie ons de toegang weigerde — Tom Vandendriessche (VB)

Tijdens de toegelaten betoging ontstond een nieuw conflict. Volgens de brief kregen Europarlementsleden die zich bij een politiecordon als verkozenen identificeerden geen toegang tot het Parlement. ‘Op het Luxemburgplein vond een toegelaten manifestatie plaats’, zegt Vandendriessche aan Doorbraak. ‘Tegelijk was er binnen de perimeter van het Europees Parlement een tegenmanifestatie die niet was aangevraagd. De politie sloot vervolgens het Europees Parlement af en liet die manifestatie ongemoeid. Wij konden ons mandaat namens onze kiezers niet uitoefenen omdat de politie ons de toegang weigerde.’ Het kabinet van de Brusselse burgemeester en de betrokken politiezone reageerden niet op vragen van Doorbraak.

Naar het Europees Hof?

De brief vraagt Von der Leyen om bij de Belgische autoriteiten uitleg op te vragen over de politie-instructies van 15 juli. Daarna moet de Commissie nagaan of België artikel 7 van Protocol nr. 7 bij de Europese verdragen heeft geschonden. Dat artikel beschermt de vrije verplaatsing van Europarlementsleden naar en van het Parlement.

Als de Commissie een schending vaststelt, vragen de ondertekenaars om een inbreukprocedure tegen België te beginnen. Zo’n procedure kan uiteindelijk voor het Europees Hof van Justitie belanden. Volgens Vandendriessche past het incident in een breder patroon. Hij verwijst naar de National Conservatism Conference van april 2024, die verschillende keren van locatie moest veranderen.

Volgens Vandendriessche past het incident in een breder patroon

Ook de Brusselse boekvoorstelling van de Franse politicus Jordan Bardella dreigde volgens hem door antifagroepen te worden verhinderd. ‘Er ontstaat in Brussel een mechanisme waarbij straatgeweld door antifagroepen als voorwendsel wordt gebruikt om evenementen te verhinderen’, zegt Vandendriessche. ‘Soms komt de censuur ook rechtstreeks van de lokale overheden.’

Vertrek uit Brussel

De meest verregaande passage uit de brief gaat over de positie van Brussel als Europese hoofdstad. Als België geen ‘onmiddellijke en geloofwaardige garanties’ biedt, willen de ondertekenaars Protocol nr. 6 wijzigen. Dat protocol verdeelt de werkzaamheden van het Europees Parlement over drie steden. De officiële zetel en de maandelijkse plenaire zittingen bevinden zich in Straatsburg. Bijkomende plenaire vergaderingen en commissievergaderingen vinden in Brussel plaats, terwijl het secretariaat in Luxemburg is gevestigd. De brief stelt voor om de Brusselse parlementswerkzaamheden te verplaatsen.

De Europese Commissie, de Raad en andere Europese instellingen zouden daardoor niet uit Brussel verdwijnen. Een verhuis is bovendien bijzonder moeilijk: omdat de vestigingsplaatsen in de Europese verdragen zijn vastgelegd, is een verdragswijziging nodig. Die moet uiteindelijk door alle lidstaten worden goedgekeurd en bekrachtigd. Ook België zou dus moeten instemmen. Voorlopig is het voorstel dus vooral een politiek drukmiddel. Dat erkent Vandendriessche. ‘Het gaat niet over de vraag of onze kansen reëel of onrealistisch zijn. Met deze brief geven we een politiek signaal. Politieke verandering komt altijd in kleine stappen tot stand.’

Een verhuis is bijzonder moeilijk en vereist een verdragswijziging

Volgens hem kijken buitenlandse collega’s met verbazing naar de Belgische omgang met verkozenen. ‘Als parlementsleden hun mandaat niet naar behoren kunnen uitoefenen op de zetel van het Europees Parlement, wordt het steeds moeilijker om te verantwoorden dat het Parlement zijn werkzaamheden in Brussel behoudt.’

De kans dat het Europees Parlement Brussel binnenkort verlaat, is klein. De brief legt wel een gevoelige vraag op tafel: kan Brussel zich Europese hoofdstad noemen als verkozen parlementsleden er naar eigen zeggen door de politie van hun werkplek worden weggehouden?

Jan Fabry (°1991) is journalist bij Doorbraak en doctor in de Nederlandse filologie. Hij woonde en werkte in België, Frankrijk, Polen en Tsjechië als leerkracht en onderzoeker. Zijn interesses situeren zich op het snijvlak van politiek, taal, geschiedenis en identiteit, met een bijzondere aandacht voor Vlaanderen en de Lage Landen.

Commentaren en reacties