fbpx


Politiek, Vlaamse Beweging
Nelly Maes

Verkiest u ‘Rooie Nel’ of ‘La Passionaria’?

Nelly Maes: de Jodie Foster van Vlaanderen



Dat Sidonie Nelly’s tweede voornaam was heb ik nooit geweten. Gelukkig voor haar. Door het leven moeten gaan in de volksmond als 'die Snijboon' of “Tante Sidonie”, het roept alleen beelden op van een sloddervrouw die nu eens stokstijf uit hysterie wordt, dan weer een hoopje ingezakte pudding als ze uit haar kramp komt. 'Rooie Nel' Dan toch liever 'Rooie Nel'. Dat past iets beter bij mijn anarchisme. En bij de naam van mijn stiefmoeder, die mijn oerconservatieve dwarsligger van…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Dat Sidonie Nelly’s tweede voornaam was heb ik nooit geweten. Gelukkig voor haar. Door het leven moeten gaan in de volksmond als ‘die Snijboon’ of “Tante Sidonie”, het roept alleen beelden op van een sloddervrouw die nu eens stokstijf uit hysterie wordt, dan weer een hoopje ingezakte pudding als ze uit haar kramp komt.

‘Rooie Nel’

Dan toch liever ‘Rooie Nel’. Dat past iets beter bij mijn anarchisme. En bij de naam van mijn stiefmoeder, die mijn oerconservatieve dwarsligger van een vader steevast Hee of Petronella noemde. Moe Nelly ligt in een woonzorgcentrum in Kruibeke taai te wezen, op haar 88ste, pas geopereerd na een breuk van bekken en heup. En in het ziekenhuis besmet geraakt met het Wuhanvirus. Dat ze onbewogen overwon. Ze is weer gezond verklaard. Even taai is Nelly Maes. Ze heeft haar roepnaam ‘Rooie Nel’ verdiend.

Het had ook Jodie Foster mogen wezen. Een zelfbewuste, geëngageerde vrouw, die ooit de beklijvende film Nell (1994) met de pas gestorven regisseur Michael Apted maakte. Over een verwaarloosd, opgesloten kind dat onbegrijpelijke taal uitkraamt, maar met veel zorg, geduld en vriendschap toch haar waardigheid en vreugde terugvindt. Zo erg is het met Nelly nooit gegaan, maar haar strijdvaardigheid voor de dompelaar, de verwaarloosde, het kind en de vrouw is even legendarisch geworden. Ze komt uit vette klei. Een boerendochter die haar handen durfde vuil te maken.

En, zoals ik haar ken, met een enorme belangstelling en het heftige vermogen haar overtuiging niet om te zetten in cynisch gekanker, maar in beargumenteerde gedrevenheid. Ik heb vele gedaanten gekend van Nelly Maes, maar niet die van haar jeugd. Hoe ze erop stond te gaan studeren en niet te naaien of te driegen, hoe ze snel wou afstuderen (na de Normaalschool) om het arme gezin met zes kinderen – ik meen me te herinneren dat ze me ooit zei dat “gezinnen toen meer kinderen dan koeien hadden” – mee recht te houden. Hoe ze helemaal in de stijl van de 19de eeuw de streefdoelen van de Vlaamse Beweging, ontvoogding én ontwikkeling, wou invullen. Ze hoorde eigenlijk thuis in de onderwijzersgroep die niet te beroerd was om aan volksopvoeding te doen.

De Volksunie van weleer

Ik heb haar maar leren kennen als journalist. Ik had en heb nogal heimwee naar de vroegere Volksunie. Ik herinner me zelfs waarom. Als kind moest ik gedwongen door mijn slaafskatholieke familie de zondagsmis bijwonen. Terzijde: ze is intussen met overtuiging van alle geloof afgevallen, en ik ben er heel vroeg uitgetrokken, ik was 17, om andere, bakoeninistische en Afrikaanse horizonten te verkennen en die apostasie te bezegelen – de dood van mijn zusje (zes weken) en mijn moeder (27 jaar) zal wel geholpen hebben om de hoogmoedige pilaarbijters uit hun habijt en in hun hemd te zetten.

Maar het was nog in de voorconciliaire tijd. Pastoors klommen nog op een kansel om hun houterige teksten, mét klemtonen, af te dreunen. Ik ben toen omgekeerd bekeerd. Ik luisterde zelden naar die praatjesmakers, maar de Expo 58 was bezig, mijn ogen zaten op de wereld (die ik leerde kennen door de kaarten met wereldvlaggen die uit een spleet kwamen als je een frank omdraaide in de kauwgomautomaat, ik weet zelfs nog waar, aan de volkskroeg De Piston), en de gemelijke woede waarmee de dictaten van de preekstoel donderden maakten mij, voor het eerst in mijn leven, boos.

Het was de zondag voor de verkiezingen van 1 juni 1958. De schoolstrijd was beslecht, het roodblauwe kabinet had het zedelijk monopolie van de katholieken gebroken. De CVP aasde op wraak. En kreeg steun van een herderlijke brief, die meer op een excommunicatie leek. Het was een rondschrijven van Emiel De Smedt, bisschop bij gods genade in Brugge.

De foute ‘gewetensplicht’

De Smedt waande zich hoog verheven boven alle grondwettelijke vrijheden. ‘Wie de genade van het christelijk geloof bezit, weet dat alleen de Paus en de Bisschoppen door God aangesteld zijn om een uitspraak te doen over hetgeen het geweten van de christenen bindt. […] Daarom verklaren wij dat het in de huidige omstandigheden een zware gewetensplicht is te stemmen voor de CVP. Gezien de verhevenheid van de belangen die bedreigd worden verklaren wij dat stemmen voor de Volksunie in de huidige omstandigheden zwaar zondig is’. Wij.

Ik keek verbouwereerd rond mij, nog politiek maagd, maar altijd wel met sympathie voor de underdog, of het nu om mijn indiaantjes ging dan wel om de voetballertjes die van de bullebakken aan de zijlijn moesten blijven. Doodzonde? Meteen las ik alles na in Het Volk, ik mag De Smedt wel dankbaar zijn voor mijn leesvaardigheid. Ik begreep alras dat er zoiets bestond als amnestie voor ‘zwarten’.  Ik had besmuikt de naam Bob Maes horen vallen (pas later weet je dat hij ex-VNV’er was en oprichter van de VMO).

En ik leerde terloops dat Frans Van der Elst er heel andere ideeën op nahield dan de karikatuur die De Smedt ervan maakte. Van der Elst verdedigde een pluralistische partij, pleitte voor verzoening, vrede en confederalisme, hekelde de schijnheilige inhaligheid van de CVP. Later heb ik zijn zoon nog meegemaakt als voorzitter van de VNSU aan de Universiteit van Gent.

Maar ik kan me indenken dat Nelly Maes, toen ze als jonge twintiger trouwde en van Sinaai (ook dat hebben we gemeen, de oude, nu uitgestorven tak van mijn familie hokte samen in Klein-Sinaai) naar Sint-Niklaas verhuisde (1965) dat ook op haar krachten heeft genomen. Ze had al gewerkt voor de Stichting Lodewijk De Raet en gaf lezingen voor het Davidsfonds, zette zich in voor democratie en vrouwenrechten.

Uitgespuwd door de katholiciteit

Wanneer ze Maurits Coppieters ontmoet is het hek van de dam. Ik lees in RoSa met bijna duivels genot: ‘Zodra ik op de lijst van de Volksunie stond, werd ik niet meer gevraagd om te spreken in de katholieke verenigingen’. Dat was in 1970, zij was pas gemeenteraadslid geworden. En ik had alle ambachtelijke opblaasnamen (praeses, penningmeester, schachtentemmer en nog van dat atavistisch fraais) van de studentenkring Germania opgeblazen, en me (naar Noord-Koreaanse bescheidenheid) “koördinator” (sic) genoemd.

Politiek bewust genoeg om het wel en wee van de partijen te volgen, en Nelly Maes viel mij op omdat ze in het wonderjaar van Eddy Merckx, Pink Floyd en de hete zomer van 1969, tot jongerenvoorzitster van de Volksunie was gekozen.

Dat die partij niet kleingeestig was, valt af te meten aan de parlementsverkiezingen van 1977, een absolute triomf met 22 Kamerzetels en 16 verkozenen in de Senaat. Het was een partij als het Huis van mijn Vader: er waren vele kamers. De progressieven haalden flink wat zetels op de lijst: behalve Nelly Maes ook Willy Kuijpers (de heer hebbe zijn ziel), Paul Van Grembergen, André De Beul, Jaak Vandemeulebroucke, Maurits Coppieters, Maurits Van Haegendoren. Van een fascistische spotprent schoot weinig over. Die links-nationalistische strekking werd de volgende vijftien jaar uitgebouwd, ik denk aan Jan Caudron, Herman Lauwers, Frieda Brepoels, Danny Pieters, Geert Lambert, Bart Staes.

Kennismaking met ‘La Passionaria’

Nelly leerde ik pas echt persoonlijk kennen toen ik van de universiteit waar ik lesgaf, overstapte naar de VRT. Binnen de kortste keren deed ik de Wereld, inbegrepen de Europese instellingen, inbegrepen het federaal parlement, het Vlaams Parlement, zelfs (één enkele keer) de Brusselse Raad. (Ik heb ook één keer het programma voor missionarissen moeten maken, het is daar wel bij gebleven vanwege ’te oecumenisch’).

Toen maakte ik kennis met La Passionaria met het hart op de rechte plaats. Niet in het midden, maar links van het midden. Een groot hart, dat meevocht voor “baas in eigen buik”, gezinsplanning, kinderopvang, maar evengoed tegen Martens’ kernraketten (ze liggen er nog in Kleine Brogel), tegen de Amerikaanse vernietigingsoorlog in Vietnam, tegen de apartheid, tegen de kerncentrales. Ze weet het niet meer, maar we stonden op dezelfde rij ergens begin jaren tachtig, bij een betoging in Brussel, en we scandeerden ‘Martens buiten!’ (Eerlijkheidshalve heb ik dat veel ministers toegeroepen).

Maandagnamiddag was het verkneukeltijd: de persontmoeting aan het Barricadenplein na het partijbureau. Gegarandeerd lagen ze met elkaar overhoop, er werd geroepen, gescholden, geveest en gefeest. Maar altijd had je een pittig verslag voor het vooravondnieuws. En Nelly ? Zij keef, verbeet haar teleurstelling over zoveel onvrede, suste waar ze kon (wat met Bert Anciaux niet eenvoudig was).

De Straatsburger jaren

De leukste jaren met Nelly (en de anderen) waren natuurlijk die in Straatsburg. In 1998 had Nelly Jaak Vandemeulebroucke vervangen in het Europees Parlement, ze werd overgeheveld van de senaat naar een habitat waarin ze echt kon opbloeien Een internationaal kader, ver van het gewoel dat het land én haar partij een heel ander aanzicht gaf.

De Volksunie hield in 2001 een ledenpeiling, die drie strekkingen overhield: Vlaams-nationalisme (Bourgeois), Toekomst (Anciaux) en Niet-Splitsers (Maes en Sauwens, die uiteindelijk zou overlopen naar CD&V). Echt rouwig was ze niet, denk ik, om het verdwijnen van haar strekking. Er was al zoveel water door haar bedding gestroomd: VU, VU-ID21, Spirit (terwijl ze aansloot bij de Groen/EVA-fractie in het EP). Vl.Pro en SLP zouden nog volgen in 2008-2009.

Wat mij intrigeerde (ook bij Bart Staes) was waarom ze zich niet bij de socialisten aansloot. Ik denk dat haar betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking (Vlaams Internationaal Centrum), milieu en leefbaarheid (vooral op sociaal vlak), godsvrede (ze was voorzitster van het Vlaams Vredesinstituut, 2009-2015) en inzonderheid haar bekommernis om achteruitstelling van vrouwen, volkeren en minderheden (de agenda van de Europese Vrije Alliantie, die ze voorzat van 2004 tot 2009) het raakvlak vormden waarmee de klassieke partijen opvallend achteloos omsprongen, haar over de streep had getrokken. Bart Staes heeft diezelfde weg gevolgd.

Bijeenkomst op een Fins eiland

Hoe dan ook, ik heb nooit het geluk gehad met Nelly een internationale EVA-vergadering bij te wonen, wel met haar al even eigenzinnige opvolger Eric Defoort. Jaak Vandemeulebroucke en Frieda Brepoels waren er wel bij toen ik in 2011 de bijeenkomst van de EVA volgde op de Finse Åland-eilanden. Het jaar ervoor had Nelly de actieve politiek vaarwel gezegd.

Wat me het meeste bijblijft is nochtans een etentje met zijn vieren in het verkommerde café-restaurant La Cruche d’Or (“cheap hotel”), waar Willy Kuijpers zijn vaste stek had. Ik dronk geen bier (nooit overigens), de wijn was pure foezel, het eten vettiger dan zelfs een Elzasser kan bedenken. Maar we lagen samen onder tafel van het lachen, Kuijpers was een vat. En vol grollen ook.

Na haar afscheid heeft het jaren geduurd voor we elkaar weer tegenkwamen, al liet ze me weten dat een dochter in Afrika zat, en ze daar naartoe trok. Zoals het bedaarde, verstandige mensen past, ontmoeten we elkaar (al is dat nu ook weer een jaar opgeschort door het Woehanvirus) in sourdine: cultuur is de zalf op de wonde.

Af en toe praten we bij als Rik Van Daele met zijn Reinaertgenootschap weer een zondagvoormiddag organiseert in de bibliotheek van Sint-Niklaas. Altijd fun. En altijd dezelfde uitnodiging: we moeten es samen gaan eten. Dat wordt eng, nu zelfs de Griekse Chinees Kavala aan de Parkstraat dicht moest. En mijn Kroatische wijnleverancier uit de Ankerstraat andere oorden opzocht. Maar het zal ervan komen, al wordt Nelly honderd jaar. Als het maar geen Elzasser boerenkost is.

 

Lukas de Vos

Lukas De Vos is senior journalist van de VRT.