Cultuur, Literatuur

Vruchteloos leven

Yerma

In 1934 schreef de linkse dichter-toneelauteur Federico Garcia Lorca (1898-1936) een trilogie van toneelstukken. Ze staan bekend als de Landelijke Trilogie. Yerma  (in het Spaans nadrukkelijk afgeleid van yermo, onvruchtbaar, braakliggend) is het middenstuk. Het wordt geflankeerd door De Bloedbruiloft  en Het Huis van Bernarda Alba. De stukken hadden een opvoedend en politiek doel in de Tweede Spaanse Republiek na de val van de Mussolini genegen dictator Miguel Primo de Rivera (1930).

La Baracca

In 1931 kreeg Garcia Lorca van de linkse regering de opdracht het volk te onderwijzen. Hij werd benoemd tot directeur van de Universitaire Toneelmaatschappij La Baracca. Bedoeling was in de achtergebleven landbouwgebieden met rondreizend gezelschap de mensen bewust te maken van hun verkleefdheid aan achterhaalde tradities, bijgeloof en kerkelijke richtlijnen. Tegelijk konden ze kennisnemen van de klassieke waarden van het Spaanse theater, en de dichterlijke aantrekkingskracht van een rijke woordenschat.

La Baracca was geen lang leven beschoren, amper vier jaar (1931-1934). Na een rechts-nationalistische verkiezingsoverwinning in 1934 halveerde de regering de subsidies en de toneelgroep walmde uit als een kaars. Twee jaar later werd ze voorgoed opgedoekt.

Toefeling

Die context is niet onbelangrijk voor wie zonder voorbereiding Yerma gaat bekijken, zeker als het stuk gebaseerd is op een redelijk recente vrije bewerking, met name van Dimitri Verhulst. Het stuk krijgt de ietwat onnozele titel mee Yerma Vraagt een Toefeling. ‘Toefeling’ wordt door Streven nadrukkelijk uitgelegd als ‘kletsen’ en ‘vertroeteling’.

Maar daar ontgaat de insteek in alle opzichten de eigenlijke bewustwording die Garcia Lorca nastreefde. Het wordt bijna een tragikomedie, terwijl Lorca vooral bewustmaking voor ogen had. En dat is natuurlijk ook de moeilijkheid: de verstikkende greep van kerk en staat, van grootgrondbezitter en militie op de eenvoudige boerenbevolking valt moeilijk over te planten naar het computertijdperk, waarin dichterlijkheid en ontvoogding een heel andere betekenis en invloed hebben gekregen.

De drie-akter is daarom door regisseur Johan De Paepe (eerder bij HetPaleis) tot één doorlopend stuk omgewerkt, en hinkt op twee poten: de vrijwel onbegrijpelijke stugheid en obsessieve kinderwens van Yerma (ontzettend rijk gebracht door Anouk Lambrechts, die blijk geeft van een enorm register met wisselende gemoedsinstellingen, en een rekkelijk stembereik) en het dramatisch nihilisme dat de kleine dorpsgemeenschap uitademt.

De Paepe heeft op wonderlijke wijze de samenhang door een perfekte belichting in natuurlijke overgangen geleid. Minder geslaagd is de wisselende bindmuziek, nu eens indrukwekkende Bachstukken, dan weer te nadrukkelijke liefdesteksten van Prince, die wellicht dienen om te aktualiseren, maar gezien de tekst als een tang op een varken slaan. (En bovendien op de première onoordeelkundig werden afgebroken).

Bewerking Verhulst laat afweten

Het evenwicht van het stuk wordt jammer genoeg vooral verstoord door de tekst van Verhulst zelf: waar de sociale achtergrond, ook in de Nederlandse vertaling, van bij de begindialoog duidelijk is omschreven, een arbeidersmilieu, een niet-burgerlijke gemeenschap, bespelen de teksten teveel uiteenlopende gelaagdheden. Nu eens (knap) poëtisch, dan weer burlesk (de bedevaart die meer weg heeft van een heksensabbat op de bergtop), nu eens platvloers (zoals het hoort in een dorpscafé, tot de karamellenverzen toe), dan weer ijl en stijf.

Een idioom dat van elke speler en elk personage een onmogelijke – sociale – spagaat veronderstelt in taalbeheersing. In dat opzicht kun je Garcia Lorca nog uitsluitend brengen als proletarisch leerstuk, of als sardonische pastiche. Quod non. Yerma  hekelt immers voor alles de schutkring waarbinnen de simpele mens onbewust rondjes draait: gevat tussen oekazes, roddel, geboden en nijd. Daaruit trachten zowel Yerma als haar koele echtgenoot Jean (wat een idee Juan Jean te noemen !) ongeordend te ontsnappen. Wat uiteraard alleen tragisch kan aflopen.

Yerma smacht namelijk naar een kind, Jean is als personeelsbaas van een fabriek met zijn werk getrouwd. Praten met elkaar doen ze niet, tenzij over de inzet van hun huwelijk. Hij weigert namelijk een kind bij Yerma te maken, maar zij is zo verkwezeld dat ze het niet bij een ander wil zoeken (Victor), en nog minder bij de hitsige zoon van de ‘oude vrouw’ die ‘van bloed gemaakt is’. Het huwelijk, zoals de kerk het wil, is niet op liefde gestoeld, maar op voortplanting, ter meerdere eer en glorie van. En tot respect van de dorpelingen en hun niet aflatend toezicht op het doen en laten van de buren.

Burgermoraal op de korrel

Lorca had net die botsing voor ogen tussen de proletariër (eigenlijk een olijfboer, bij Verhulst een industriewerker) en de burgerlijke moraal van de traditionele toneelganger (de betere burger). Wat hij zaait is onzekerheid, onrust, bevraging van de gehanteerde ‘waarden’. Dat is bij Verhulst helemaal afgebleekt. Het probleem wordt hier geïnterioriseerd, tot psychologische aberratie afgezwakt.

En dat verdunt ook de hele opzet van Lorca, namelijk te doen twijfelen aan de verstikkende hiërarchische maatschappijvorm – met een alleenheerser (koning of dictator), de onaantastbare kerk, de grootgrondbezitters en industriëlen, de burgerlijke middenman, en de grote klasse van de armen, de dompelaars, de dagloners, de uitgebuiten.

Net daarom pakte Garcia Lorca de zwakste schakel in de samenleving aan: de onderworpen vrouw. Je kunt Jean natuurlijk duiden als een man die niet tot liefderijke relaties in staat is, hardvochtig en zelfgericht is, een onager is, ja misschien zelfs van de verkeerde kunne. Lorca zelf was homoseksueel, en dat werd ook aangevoerd door de falangisten die hem vermoordden. Hij was ‘een socialist, een logebroeder (bij de werkplaats Alhambra), een flikker en een man die zich overgaf aan abnormale praktijken’. Die interpretatie mag, maar doet wezenlijk niets ter zake, zolang je het maatschappelijk oogpunt niet verliest.

Verstikt

Juist de volledige focus op Yerma drukt de andere personages plat, vooral Jean (Sam De Meulder). Hij staat, net als de andere figuranten, volledig in dienst van het knap uitgewerkte personage van Yerma, en komt daardoor niet tot een ontbolsterende rol die hij nochtans aankan (heeft hij in ettelijke stukken eerder bewezen). Ook de andere vrouwen worden weggedrukt, alleen de brutale oude vrouw (Nicole Pellegroms) krijgt door haar potsierlijk aplomb en ongedesemd taalgebruik de lachers op haar hand, niet zonder het risico dat het proletarische blijft steken in de laag van vooroordelen. En de beoogde nawerking van Lorca ten enen male uitblijft.

In dat opzicht hebben de fascisten de directe weerslag van zijn toneel met succes verhinderd. Zijn werk bleef verboden tot 1953, en de Volledige Werken  die toen werden uitgegeven vertoonde grote hiaten. Zo werden zijn nadrukkelijk homofiele liefdesgedichten geweerd, met name de bundel Het Duistere Uur. Wat paradoxaal is, omdat juist daarin een wanhopige dichter op zoek gaat naar het onvatbare, het mystische, zoals Sint-Jan van ’t Kruis het omschreef in het gevoel van verlatenheid (De Donkere Nacht van de Ziel/La Noche Oscura del Alma, 1600). Die verlatenheid vreet aan Yerma, eigenlijk wil zij zichzelf redupliceren om de dood te overwinnen. Die komt er alsnog, als zij definitief haar weg afsnijdt naar een kind door haar man te vermoorden.

Ze begrijpt uiteindelijk dat hij nooit van gedachte zal veranderen, en legt zich schijnbaar, inschikkelijk, neer bij haar ‘tweede bestaan’ – de jaknikkende, liefhebbende echtgenote. Die zij niet is en nooit zal zijn. Maar in haar vernietiging woelt het inzicht, het besef, de wetenschap dat zij ook zichzelf leeghaalt. Tot het nulpunt herleidt. De slotwoorden van Lorca laten geen spaander heel van wat een levend bestaan had kunnen zijn.

Juan: I want you. In the moonlight you are beautiful.

Yerma: You want me as if you were wanting a pigeon to eat.

Juan: Kiss me…like this.

Yerma: That, never. Never (Yerma gives a cry and grasps her husband by the throat. He falls backward. She chokes him until he is dead. The choir of pilgrims starts up.) Barren, barren, but I’m certain at last. Now I know for certain. And alone. (She rises. People begin to gather.) I’ll sleep, without waking with a start to see if my blood announces new blood. With a body barren forever. What do you want? Don’t come near me: because I’ve murdered my child! I’ve killed my own son!

Dramatisering

De Paepe heeft dat einde nog wat dramatischer gemaakt. In een felle omhelzing op het bed grijpt zij een mes en steekt hem in het hart. De snelle dood, liever dan de trage wurging. De vrouw is niet verdorven, maar kapotgemaakt. Met haar man doodt ze meteen elke kans op een kind. En veroordeelt ze zichzelf tot eeuwige onvruchtbaarheid.

Dat, en de sobere decorbouw, maken van Yerma  in Edegem een pakkend stuk, dat meer lijdt onder de vertaalde tekst (die al sinds 2015 wordt opgevoerd overal te lande en ook briljante passages bevat, maar geen eenheid van toon en modaliteit) dan onder de acteerprestaties (die merkwaardig gelijklopend en ad rem zijn) of het ritme. Alleen blijkt de tijd, de achterlijkheid en de achteruitstelling van de Spaanse binnenlanden in de jaren dertig moeilijk omzetbaar naar het digitale tijdperk. Dat doet geen afbreuk aan de nalatenschap van Lorca. Maar het blijft een uitdaging hem naar vandaag te vertalen.

Yerma ging in première op 31 januari 2020 in het Forttheater, Rogier van der Weydenstraat 10, 2650 Edegem. Toneelkring Streven uit Mortsel (verschillende keren winnaar van het Landjuweel) nog op 9 februari 2020 om 15.00 uur. Informatie en kaarten: [email protected] of 0468 04 64 35.

Lukas de Vos

Lukas De Vos is senior journalist van de VRT.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Talk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *