fbpx


Analyse, Economie
arbeidsmarkt

Stijn Baert: ‘Regionaliseren arbeidsmarkt, maar geen Waalse recepten met Vlaams geld’

Het aantal inactieven in ons land is zorgewekkend. Hervormingen dringen zich op.



Professor Dr. Stijn Baert (UGent) is een internationaal gerenomeerd arbeidseconoom en lid van de expertengroep die de Vlaamse Regering moet bijstaan bij de relance van de economie na de coronacrisis. Hij trekt in een artikel in Trends en Het Nieuwsblad aan de alarmbel naar aanleiding van een vergelijkende studie over de arbeidsmarkt in 20 OESO-landen. Daaruit blijkt dat België met een absurd hoog percentage inactieven zit op de arbeidsmarkt. De inactieven zijn de niet-werkzoekenden, die bijvoorbeeld en ziekteuitkering genieten of…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Professor Dr. Stijn Baert (UGent) is een internationaal gerenomeerd arbeidseconoom en lid van de expertengroep die de Vlaamse Regering moet bijstaan bij de relance van de economie na de coronacrisis. Hij trekt in een artikel in Trends en Het Nieuwsblad aan de alarmbel naar aanleiding van een vergelijkende studie over de arbeidsmarkt in 20 OESO-landen. Daaruit blijkt dat België met een absurd hoog percentage inactieven zit op de arbeidsmarkt. De inactieven zijn de niet-werkzoekenden, die bijvoorbeeld en ziekteuitkering genieten of met brugpensioen zijn.

Topje van de ijsberg

Stijn Baert: ‘Ik noem dat artikel het “IJsbergartikel”. Men heeft zich de laatste twee decennia erg gefocust op het topje van de ijsberg, namelijk de werkzoekenden. De grote massa onder de waterlijn, de inactieven, die is men vergeten en heeft men voor een stuk aan hun lot overgelaten. Dat is sterk aan de oppervlakte gekomen toen Kris Peeters (CD&V), destijds Minister van Werk, beweerde dat we quasi op volledige tewerkstelling zaten. Daarmee bedoelde hij dat de fractie werkzoekenden naar een drie procent ging. Veel lager kan dit niet, omdat je altijd met een groep mensen tussen twee banen zit en je dat ook nodig hebt om enige flexibiliteit in je arbeidsmarkt te krijgen. Maar op dat moment was de groep inactieven even groot — of zelfs nog iets groter — als nu.’

Spreken over volledige tewerkstelling was een absurditeit,’ vervolgt Baert. ‘We hebben gezien dat het aantal werkzoekenden is afgenomen, maar dat — vooral — de mensen in ziekteverzekering enorm is toegenomen. Die lijnen hebben elkaar op een bepaald moment gekruist: dat is de weg van de minste weerstand. De poort van de werkloosheidsverzekering werd beter bewaakt, maar de weg naar de ziekteverzekering en het brugpensioen lag open. Dan is het logisch dat je die verschuivingen ziet optreden.’

Vergelijken met buurlanden

Baert vindt de percentages belangrijker. ‘Het verontrustende ligt hem eigenlijk niet zozeer bij de absolute cijfers — die hebben we berekend op 1,4 miljoen inactieven tegen 216.000 werkzoekenden — maar in de percentages. Dat laat ons toe om te vergelijken met het buitenland. Dan kan je zien dat de werkloosheid vrij laag is, maar dat het percentage inactieven hoger ligt dan gemiddeld. België zit daar bij de slechtst presterende landen. Zelfs in Vlaanderen, waarvan we denken dat onze arbeidsmarkt de laatste jaren enorm goed draait, zie je een percentage inactieven dat licht hoger ligt dan het Europees gemiddelde.’

U vergelijkt graag met Nederland en Duitsland. Maar loopt die vergelijking niet mank? In Duitsland zit je bijvoorbeeld met de € 1,-jobs en de flexibele € 800,-jobs. In Nederland is het deeltijds werken veel meer ingeburgerd. Het gaat hier niet over kwalitatief volwaardige tewerkstelling.
Baert: ‘Het klopt dat elke vergelijking ergens mank kan lopen. Het opdelen van de cijfers in drie categorieën —werkzoekenden, werkenden en inactieven — heeft het voordeel van de eenvoud. Langs de andere kant zie je dan een aantal realiteiten niet meer. Wat Duitsland betreft heeft u zeker gelijk. Je krijgt daar een arbeidsmarkt met twee of drie snelheden, waarbij sommigen het heel goed hebben en anderen veel minder. Je ziet ook dat die laatsten in een crisissituatie het eerst uit de boot vallen. Ik ben het eens dat die Duitse realiteit in mijn opdeling enigszins onder de mat wordt geveegd.’

‘Wat Nederland betreft ga ik niet helemaal mee. Je hebt daar inderdaad meer deeltijdse tewerkstelling. Het gaat dan heel vaak om vrouwen die deeltijds werken en die bij ons niet zouden werken. Dat lijkt me voor de sociale zekerheid toch een beter systeem. Dat zijn mensen die er gedeeltelijk mee hun schouders onder zetten. Zij zorgen dus ook mee voor de inkomsten van de schatkist en dat zorgt voor een stabieler systeem dan bij ons.’

Baert haalt nog een voordeel aan van het Nederlandse systeem. ‘De mensen kunnen er deeltijdse tewerkstelling combineren met bepaalde uitkeringen en sociale voordelen. Daardoor loont werken ook, omdat je wanneer je aan de slag gaat niet meteen al je voordelen en toeslagen verliest. Dat aspect spreekt mij wel aan.’

‘Het interessantste om mee te vergelijken zijn eigenlijk de Scandinavische landen’, vervolgt Baert. ‘In Zweden is de fractie inactieven nóg lager dan in de bovenvermelde landen. Geluiden over precaire statuten hoor je daar veel minder. Voor mij is Duitsland niet zozeer een gidsland. Nederland ten dele wel, maar vooral de Scandinavische landen kunnen die rol vervullen.’

Ideologische drijfveren tegenover wetenschappelijke benadering

We kunnen elders gaan kijken en inspiratie opdoen. Gebeurt dat niet veel te weinig?
Baert: ‘Ik volg u volledig. Uit onderzoek blijkt welke landen de laatste decennia uitstekende evoluties hebben doorgemaakt. Daar kan je zien welke hervormingen werken. Wij voeren die bij ons niet door. We draaien wat aan de knopjes en komen dan bij een lichte wijziging uit, maar het systeem blijft in se hetzelfde en typisch Belgisch. Hier in België zijn we geen grote hervormers. In Nederland durft men bijvoorbeeld al eens tabula rasa te maken en het systeem volledig te herdenken. Bij ons zeggen we “we hebben een systeem met koterijen, laat er ons nog eentje bovenop bouwen en dan zijn we er uit.” ‘

‘Daar komt bij dat de hervormingen in het buitenland wel wetenschappelijk te evalueren zijn, maar ze zijn evenzeer ideologisch beladen. Daar moet je dan een politiek draagvlak voor vinden. Wanneer we bijvoorbeeld met het Vlaamse Relancecomité bekijken hoe we het beleid evidence based kunnen sturen, zien we dat dat al eens durft tegenvallen. Op politieke kabinetten gaat men vanuit een bepaalde ideologie keuzes maken en zoekt men dan een aantal studies bij mekaar die dat ondersteunen. Dat is de omgekeerde wereld, natuurlijk. Normaal zou je vertrekken vanuit een synthese zodat je weet wat werkt om daar dan je beleid op af te stemmen.’

Noord-Zuidverschillen

Baert haalt nog een factor aan. ‘Wat ook een probleem is, is dat je in een land zit waar het ene gewest naar het Noorden kijkt, terwijl het andere zich op het Zuiden richt. In het Vlaamse regeerakkoord staat letterlijk in dat ze zich willen spiegelen aan de noordelijke landen, meer bepaald Nederland en Scandinavië. Wallonië kijkt naar Frankrijk. Dan wordt het natuurlijk moeilijk om de arbeidsmarkt te hervormen. De verschillende gewesten kijken naar totaal andere voorbeeldlanden. De grootste gemene deler van die voorbeelden blijkt dan altijd te zijn dat men niets doet en enkel nog iets bijbouwt bij de koterijen die al bestaan. Dat staat serieuze hervormingen in de weg.’

Pleidooi voor Regionalisering arbeidsmarkt

Pleit u nu voor een regionalisering van de arbeidsmarkt?
Baert: ‘Op zich is dat een politiek vraagstuk. Ik vind persoonlijk dat het om het even is waar de bevoegdheden zitten, zolang het efficiënt is. Maar je zit in een realiteit waarin je twee zaken ziet. Je hebt de cijfers, waaruit blijkt dat er in de verschillende gewesten verschillende problemen aan de oppervlakte komen. Vlaanderen heeft een probleem van inactiviteit. Voor de crisis was de werkloosheid geen probleem, en dit door een meer aanbodgericht beleid dat ook in het regeerakkoord staat. Wanneer je Brussel daar naast legt, zie je dat daar een heel grote fractie werkzoekenden aanwezig is. Dat vraagt een beleid van sterkere activering, betere matching tussen vacatures en werkzoekenden. Eigenlijk de recepten die men in Vlaanderen de afgelopen twee decennia heeft toegepast. Dat vraagt dus een beleid op maat. Dat is een eerste argument om het naar het regionale niveau te brengen in plaats van het federale.’

‘Het tweede argument is wat ik zonet al aanhaalde: als de grootste gemene deler van je beleid op federaal niveau is dat je niets doet, dan kan je het beter naar een niveau brengen waar je wel iets kan ondernemen. Daar moet ik toch zeggen dat in het Vlaamse regeerakkoord maatregelen staan —jobbonus, kinderopvang meer richting de werkenden brengen, sociale toeslagen koppelen aan inkomen in plaats van aan werkzoekend zijn — die een interessante weg inslaan. De bevoegdheden dus meer op het regionale niveau brengen lijkt me interessant.

Financieringswet niet terugschroeven

‘Het belangrijkste dat ik daarover te zeggen heb’ stelt Baert, ‘zit een beetje in een grijze zone voor mij, omdat het meer politiek is dan arbeidseconomie. Maar ik ga het toch zeggen: wanneer je de hefbomen voor de arbeidsmarkt naar het regionale niveau brengt, mag de prijs daarvoor nooit het terugschroeven van de financieringswet zijn, zoals ik de laatste weken al eens hoorde suggereren in de media. Het idee dat je de regio’s gaat responsabiliseren door hen te belonen wanneer ze het beter doen qua tewerkstelling en omgekeerd minder middelen geeft wanneer ze niet goed evolueren, mag je niet loslaten. We hebben een lange overgangsperiode gehad, maar nu komt het moment waarop dit mechanisme begint te spelen. In Franstalig België zegt men nu dat dit herbekeken moet worden omdat ze anders in geldnood geraken.’

‘In plaats van de afgelopen jaren te hervormen en hun werkzaamheidsgraad op te krikken om de zaken op orde te krijgen, in plaats van de kloof met Vlaanderen — dat het wel goed doet — te dichten, willen zij de financieringswet herbekijken. Als dat de prijs is die we moeten betalen om de noodzakelijke hefbomen op het regionale niveau te krijgen, dan lijkt dat een prijs die ik persoonlijk niet wil betalen. Op die manier laat je de gewesten hun eigen recepten toepassen, maar het blijven wel de beter presterende regio’s die de rekening betalen voor het falende beleid bij de anderen. Zo doet iedereen zijn goesting, maar worden de goeden niet beloond en worden de slecht presterenden niet gepenaliseerd. Daar ben ik heel bezorgd over: dat enerzijds het regionaliseren van de hefbomen en anderzijds het terugschroeven van de financieringswet tegenover mekaar in de weegschaal worden gelegd. Dat mag niet gebeuren. Wanneer je de regio’s de middelen geeft, moeten ze op het einde van de rit ook op hun beleid worden afgerekend.

Luchtkastelen

Als voorbeeld van wat er gebeurt als die verantwoordelijkheid niet moet worden genomen, verwijst Baert naar het laatste Waalse regeerakkoord. ‘Een jaar geleden stelde Jean-Marc Nollet (Ecolo) een Waals regeerakkoord voor waarbij men pro forma een budget had opgemaakt dat op papier naar een evenwicht ging. Dat evenwicht hing volledig af van een stijging van de werkzaamheidsgraad van 5%. Dan staat daar die hoofdonderhandelaar voor de camera van Terzake en vraagt men hem hoe die werkzaamheidsgraad zal opgekrikt worden. Hij zei toen letterlijk: “Euh… investeringen, euh… groene jobs, euh…” enzovoort.’

Baert ging dan maar kijken naar wat er effectief in het regeerakkoord stond. ‘Dat was bedroevend. Ik dacht eerst dat Nollet niet kon antwoorden omdat hij dat dossier misschien niet mee had onderhandeld. Maar nee, in de geschreven tekst zag je eigenlijk hetzelfde staan. Oude recepten, niets doortastend, waarvan je op voorhand kan voorspellen dat de stijging van de werkzaamheidsgraad niet kan behaald worden. Los van de coronacrisis, overigens. Zo’n luchtkastelen kan je alleen bouwen wanneer je op het einde van de rit niet voor je verantwoordelijkheid wordt gesteld. Dat lukt alleen wanneer je op het einde van de rit kan zeggen: “goed, we hebben het niet gehaald, maar een ander zal de rekening wel betalen.”’

Winny Matheeussen

Enige tijd geleden geboren, in de herfst. Momenteel levend.