fbpx


Multicultuur & samenleven

Bart Somers: ‘Ik ben niet naïef over diversiteit. Samenleven is hard werken’




De rellen na België-Marokko beroerden ook het Vlaamse parlement. Minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen Bart Somers (Open Vld) gaf daar een opgemerkte repliek op vragen gesteld door Orry van de Wauwer (CD&V) en Sam Van Rooy (Vlaams Belang). In Mechelen waren er geen problemen en Somers heeft daar een verklaring voor. Een verklaring die hij graag deelt.

U werd in 2001 burgemeester in Mechelen. Sindsdien is er qua veiligheid en samenleven veel verbeterd. Hoe verklaart u dat succes?

‘Toen ik burgemeester werd zat Mechelen op vele vlakken in een diep dal. Een van de belangrijkste zaken was dat veel mensen zich onveilig voelden en dat de overlast- en criminaliteitsgraad heel hoog was. Voor mij was het de eerste prioriteit om dat recht te trekken, want zolang je dat niet doet, blijven mensen mekaar wantrouwen, is er weinig maatschappelijk engagement en gaan ze de stad en de samenleving als een falen ervaren. Ik heb dat gedaan met een beleid dat de veiligheid herstelde door duidelijke lijnen te trekken, door op te treden tegen zij die de spelregels van de samenleving niet respecteren. Langs de andere kant zorgden we er als lokaal bestuur ook voor dat alle mensen er bij konden horen, een deel werden van die stedelijke gemeenschap.’

Dat eerste deel van uw beleid, duidelijke lijnen trekken, is net wat ze in Brussel tot op de dag van vandaag niet doen. Heeft u een verklaring voor die halsstarrige weigering?

‘De recepten van klassiek links en rechts getuigen beiden van een bepaalde vooringenomenheid ten overstaan van de samenleving. Die vooroordelen lossen het probleem niet op. Integendeel, die maken het groter.’

‘Ter linkerzijde valt men terug op vergoelijking en minimalisering van het wangedrag van sommigen. Dat is het pamperbeleid waarbij men graag excuses aandraagt en alles wijt aan achterstelling, racisme en discriminatie. Dat kan nooit een excuus zijn om overlast te veroorzaken. Het geeft een fout beeld van hoe een samenleving in elkaar zit. Het is vooral ook neerbuigend naar al die mensen die in een gelijkaardige situatie zitten en zich wel aan de spelregels houden.’

Klassiek rechts maakt dan weer de fout om te makkelijk individuen op één hoop te gooien. Zij beoordelen mensen op basis van hun achtergrond. Dat is even fout. De ene culpabiliseert, de ander vergoelijkt.’

‘Om een voorbeeld te geven: positieve rolmodellen worden door beide kampen verdacht gemaakt. Voor de linksen willen we daarmee de structurele problemen toedekken. Die stellen dan dat we er eentje gevonden hebben waar het wel goed mee gaat. De rechterzijde zegt exact hetzelfde, maar om aan te tonen dat we de ogen sluiten voor alle probleemgevallen. Dat is een foute aanpak.’

Sam van Rooy repliceerde in het Vlaams parlement op uw tussenkomst met de vaststelling dat het steeds de Marokkaanse gemeenschap is waar de problemen van rellen opduiken. Speelt daar iets waardoor die jongeren, generatie na generatie, blijven ontsporen? Zoals de invloed van het thuisland? Uw collega Vincent van Quickenborne (Open Vld) heeft binnen de moslimexecutieve ook problemen vastgesteld die daarop wijzen.

‘Net die benadering is degene die ik sterk contesteer. Neem nu Brussel. Daar zijn 20.000 jongeren met Marokkaanse roots. Een paar honderd daarvan zetten steeds de boel op stelten, waarschijnlijk altijd dezelfden. Ik probeer niets goed te praten of te minimaliseren, hé, dat zijn er een paar honderd te veel. Ik moet – ook in Mechelen – eerlijk toegeven dat jongeren met migratieachtergrond oververtegenwoordigd zijn in de negatieve contacten met politie. Zelfs als ik abstractie maak van het feit dat de politie in hun wijken optreedt.’

Maar ook al duiken zij drie à vier keer meer op in die statistieken, dan nog bewandelt het overgrote deel van de allochtone jongeren – ook de Marokkanen – wél een recht pad, leiden zij een normaal leven en zitten zij niet in de problemen. Dat zijn normale jongeren die positief in het leven staan.’

‘Een deel van het succes van de aanpak in Mechelen is net dat wij hen niet op een aparte manier bekijken. Iedereen is Mechelaar, iedereen is mee verantwoordelijk. Ik zie twee fouten in het beleid van steden waar het uit de hand loopt. Ze kiezen ten eerste bij het jeugd- en straathoekwerk voor een aanpak die te weinig normatief is. Ze wijzen te weinig op individuele verantwoordelijkheid, trekken te weinig rode lijnen en spreken de jongeren niet aan op hun gedrag. Dat sociaal werk is onmisbaar in een stedelijke omgeving. Het jeugdwerk moet terecht wijzen, duidelijk maken wat de spelregels zijn en optreden wanneer iemand in de fout gaat,’

Ik heb zelf jeugdwerk gezien waarbij ze heel de tijd comfort geven, wangedrag gedogen en aanvaarden. Dat is fout en kan anders. Wij hebben in Mechelen een boksclub waar kansarme jongeren – maar ook anderen – komen. Daar zijn twee regels. Je mag daar komen boksen, maar één keer vechten op straat en je komt er niet meer binnen. Ten tweede bekijken ze op het einde van de maand het schoolrapport. Als de leerkracht daar zegt dat je niet goed bezig bent, mag je een week niet trainen. Zij maken de link tussen goed presteren in de ring en op school. Dat beleid, waarbij je mensen optilt, op hun talenten wijst en die ontwikkeld, een breder kader aanreikt, dàt is wat je moet doen.’

U had het over twee fouten in het beleid…

‘Een tweede fout zit in het politioneel beleid. Een burgemeester die wil, kan veel doen. Op een zeker moment was er een gebrek aan plaatsen in een gesloten jeugdinstelling. De federale overheid had er te weinig. Ik heb toen aangeboden om er zelf één te bouwen met Mechels geld. We hebben dat ook gedaan, op voorwaarde dat twee derde van de plaatsen voorbehouden werd voor ontsporende Mechelse jongeren.’

‘We werken daar met de Multi Systeem Therapie, een techniek uit het buitenland. De jongeren die daar terecht komen zijn al ver op het verkeerde pad. Het heeft geen zin die daar op te sluiten en ze na enkele maanden terug op straat te laten lopen, ze te laten terugkeren naar dezelfde omgeving en hetzelfde gezin. We proberen die draaideurmechanismen te doorbreken door ook de ouders te betrekken en hen pedagogisch te omkaderen.’

‘Een ander voorbeeld: de ouders van minderjarigen die zwaar kattenkwaad uitstaken, verplichtten we om hen op het commissariaat op te halen. Met hen gingen we een gesprek aan. Zij kregen de keuze: of een belasting betalen voor het transport van hun kind naar het commissariaat, of een contract ondertekenen waarin staat dat het de komende zes maand niet meer met de politie in aanraking komt. Waarin een aantal stappen staan om zaken op orde te krijgen, zoals verontschuldigingen aanbieden bij de mensen die ze hebben lastig gevallen, zorgen dat ze in een sportclub actief worden waar ze zich kunnen uitleven. We hebben ouders gewezen op het feit dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen, dat ze er moeten zijn om hun kinderen op straat onder controle te houden. We hebben die gemobiliseerd.’

‘Dat kan je alleen bekomen wanneer je niet heel de tijd zegt dat het een probleem is van hún gemeenschap. Burgers moeten zich niet verantwoorden voor de daden van anderen. Ik wens de mensen niet aan te spreken als Marokkanen. Ik spreek in mijn stad iedereen aan als Mechelaar. Dat is mijn band met hen, de band die ons verbindt en waaruit we een gemeenschappelijke verantwoordelijk halen die we kunnen mobiliseren voor de samenleving.’

De oplossing komt dus vanuit het lokaal bestuur, een burgemeester en zijn bestuur die hun verantwoordelijkheid nemen. Ontbreekt het daar niet aan in Brussel?

‘Ja. Daar ageert men te veel vanuit een soort misbegrepen paternalisme, dat mensen onmachtig zijn, dat ze het moeilijk hebben en dat we daar en ook voor het foutieve gedrag begrip moeten hebben. Zo help je ze niet. Meer zelfs, je laat ze in de steek! Je moet mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheidszin, een beroep doen op hun capaciteiten.’

Kijk, ik kan het een ouder niet kwalijk nemen wanneer die de greep op zijn kind verliest. Maar als die ouder dan weigert mee te stappen in een traject om dat recht te trekken, wanneer die hulp weigert, dan tolereer ik dat niet. Een overheid heeft middelen om dat in orde te brengen en te remediëren.’

Uw collega Van Quickenborne opperde dat het beperken van het kindergeld een optie moet zijn, ook al is hij daar niet voor bevoegd. Vindt u dat als lid van de Vlaamse regering een goed idee?

‘Vlaanderen kan dingen beter doen, net als het federale niveau. Maar mijn punt is net dat een burgemeester die van het herstel van de veiligheid en het verbeteren van de samenleving op een verstandige manier werk wil maken vandaag de dag de hefbomen en instrumenten heeft om dat te doen. Hoe verklaar je anders het verschil tussen de steden? Anders zouden er toch overal rellen uitbreken? Hoe komt het dat dat in Mechelen niet gebeurt?’

Let op, in mijn stad lopen nog altijd criminelen rond en zorgen jongeren af en toe ook voor problemen. Maar dat blijft beheersbaar en binnen de perken. Dat betekent dat een lokaal bestuur het verschil kan maken. Dat gaat niet van vandaag op morgen. Het vergt enorme inspanningen en niet alleen op politioneel vlak. Je moet ook werken aan preventie. Door perspectief te creëren, door segregatie te doorbreken en er voor te zorgen dat buurten niet verpauperen en verloederen.’

‘En je mag geen stad worden met eerste en tweede klasse burgers. Je kan niet heel de tijd blijven verwijzen naar bepaalde groepen als verdacht of problematisch. Ik zie in Mechelen maar één gemeenschap die er toe doet: de Mechelse gemeenschap. Die bestaat uit heel veel mensen met een diverse achtergrond. Doordat ik jaar in jaar uit dat narratief volhoud en niet op het moment dat het makkelijk zou zijn over wij-zij begin te praten, krijg je vertrouwen. Zo krijg je steeds meer mensen die een stad zien waarin ze zich kunnen thuis voelen. Vanaf dan voelen ze zich ook verantwoordelijk en staan ze mee in voor de veiligheid. Die spreken mensen aan op hun gedrag. Die dynamiek moet je op gang krijgen en dat doe je niet door alles maar te aanvaarden en te vergoelijken. Nee, dat doe je door duidelijke lijnen te trekken.’

Voor de geïnteresseerden: hoe lang duurt zo’n traject voor je de vruchten kan plukken?

‘Dat duurt enkele jaren. De eerste jaren waren niet makkelijk, het vraagt volharding. In het begin hebben we veel ingezet op politie omdat eerst die lijnen moesten getrokken worden. Toen noemde men mij schamper de sheriff van Mechelen, omdat ik heel kordaat optrad. Maar op een gegeven moment krijg je een omslag en krijg je ruimte om op een andere, meer ontspannen manier met de zaken om te gaan.’

De grote uitdaging is duidelijk maken dat een veiligheidsbeleid zich niet richt tegen gemeenschappen maar wel tegen individuen die problemen veroorzaken. Mijn veiligheidsbeleid was er in de eerste plaats op gericht om vooruitgang te boeken in de moeilijke buurten van de stad. De mensen die daar wonen, smeken om een beleid dat investeert in een veilige, verzorgde publieke ruimte. Zij willen niet dat er op elke hoek een drugdealer staat, dat hun kinderen door bendes worden lastig gevallen. Het overgrote deel van de ouders wilt een goede toekomst voor hun kinderen en begrijpt maar al te goed dat zo’n situatie problematisch is.’

‘Als je dan een stadsbestuur hebt dat die mensen stigmatiseert en verwijten maakt, vervreemd je mensen van de samenleving. Dan geef je weinig perspectief. Je moet net het omgekeerde doen en dat gaat hand in hand me een duidelijk beleid van lijnen trekken.’

‘Wat je óók moet doen is positieve rolmodellen naar voren schuiven. Laten zien dat je slaagkansen hebt, dat er mogelijkheden zijn om vooruit te raken in het leven. Die succesverhalen inspireren mensen, nemen vooroordelen weg. Zo bouw je aan wat we allemaal willen: één gemeenschap. Die divers is, dat is nu eenmaal de realiteit, maar die verbonden is met elkaar, waarbij de mensen zich in elkaar herkennen. Dan gaat alles een stuk makkelijker. Waarmee niet gezegd is dat het een paradijs wordt. Een stad blijft een stad, met misverstanden, criminaliteit, tegenstellingen…. De vraag is: is het beheersbaar?

Uw aanpak rond positieve rolmodellen houdt wel risico’s in, zo blijkt uit de affaire El Kaouakibi. Wat betekent zo’n zaak voor uw model?

‘Ik vind dat dat weinig met de essentie te maken heeft. Het feit dat een individuele persoon zwaar in de fout gaat, doet geen afbreuk aan het belang van positieve rolmodellen. Voor mij persoonlijk, als mens en gewezen partijgenoot, is dat natuurlijk wel een grote teleurstelling. We weten ook dat sommigen altijd klaar staan om met die zaak opnieuw een hele gemeenschap te stigmatiseren.’

‘Ik vind dat totaal onredelijk. Dat staat ook haaks op onze samenleving die vertrekt van individuele verantwoordelijkheid. Dat is een basiskenmerk van het Westerse samenlevingsmodel. Ik laat me daar niet in meeslepen. Dat helpt ons op geen enkele manier vooruit.’

‘We weten dat bij elk incident er mensen op vinkenslag liggen om het te misbruiken. De linkerzijde heeft dat met bepaalde problemen die soms opduiken en die ze graag uitvergroten om hun punt te maken. De rechterzijde is in hetzelfde bedje ziek. Dat gaat over mensen die op zoek zijn naar een manier om groepen binnen de samenleving tegen mekaar op te zetten.’

‘Onze samenleving heeft andere krachten nodig. Krachten die aan oplossingen werken. Maar niet op een naïeve manier. Ik ben niet naïef over diversiteit. Het is geen walk in the park, samenleven is altijd hard werken.’

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Winny Matheeussen

Enige tijd geleden geboren, in de herfst. Momenteel levend.