fbpx


Binnenland, Politiek
Bob De Brabandere en Ortwin Depoortere

Daderprofilering door politie is geen etnische profilering



politie

‘Etnisch profileren’ heet een probleem te zijn bij de politie en zeker in Brussel. Zowel de voorzitter van de VGC-jeugdraad, Ilyas Mouani, als Vlaamse Jeugdraad-voorzitter Amir Bachrouri wezen daar recent op. Maar is het probleem niet eerder dat criminaliteit nu eenmaal vaker voorkomt bij bepaalde groepen in de samenleving? Brussels senator Bob De Brabandere (VB) en Ortwin Depoortere (VB), commissievoorzitter Binnenlandse Zaken, menen van wel.

Er gaat geen onderzoek of bevraging over de politie voorbij, of de woorden ‘etnisch profileren’ vallen. Maar wat is dat eigenlijk? Op de website van Amnesty International kunnen we alvast een definitie vinden: Etnisch profileren is het gebruik door de politie van criteria of overwegingen omtrent ‘ras’, huidskleur, etniciteit, nationaliteit, taal en religie bij opsporing en rechtshandhaving – zowel op operationeel als organisatorisch niveau – terwijl daarvoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat.

Niet representatief

Zowel de Vlaamse Jeugdraad als de VGC-jeugdraad stellen dat etnisch profileren een groot probleem is. Volgens de Vlaamse Jeugdraad moet er een expliciet verbod op komen. De VGC-jeugdraad pakt uit met het cijfer dat 68 procent van de jongeren stelt al slachtoffer geweest te zijn van etnisch profileren bij een controle, fouillering of arrestatie. Meer dan zeven op tien Brusselse jongeren zouden zich bovendien niet veilig voelen bij contact met de politie. In het Brussels Parlement werden in 2020 hoorzittingen over de werking van de politie georganiseerd. De conclusie? Agenten moeten beleefder zijn tegen jongeren. De conclusie van al die onderzoeken lijkt al op voorhand vast te liggen: (Brusselse) politieagenten zijn onbeschofte, racistische pummels die de hele dag actief op zoek gaan naar mensen met een bruine kleur om hen in het beste geval te pesten met een identiteitscontrole en in het slechtste geval een pak slaag te geven, al dan niet met de dood tot gevolg.

Behalve de wereldvreemde instellingen die met zulke aanbevelingen zwaaien, gelooft natuurlijk niemand ernstig dat dat het geval is. In de eerste plaats zijn er vragen te stellen bij de methodologie. Dat beseffen ze bij de Jeugdraad zelf ook. ‘Dit is geen representatief onderzoek’, klinkt het. Maar ondanks dat toch wel heikele puntje van kritiek, laat men niet na om allerlei conclusies aan een ‘niet representatief’ onderzoek te verbinden.

Bijzondere omstandigheden

Daarnaast wordt zo’n onderzoek, en zeker in Brussel, in toch wel bijzondere omstandigheden afgenomen. In een context waarin brandjes worden gesticht om brandweerlui te lokken om hen met stenen te bekogelen, ambulanciers soms evenveel als de hulpbehoevende voor hun leven moeten vrezen en de cijfers van geweld tegen politie hoger liggen dat ooit te voren, is het op zijn zachtst gezegd wereldvreemd om uit te pakken met de bewering dat ‘etnische profilering’ het grote probleem is.

Het kadert echter wel in het geitenwollensokken-narratief dat breed links al even verkondigt: ‘jongeren’ doen eigenlijk niemand kwaad en als ze het al doen, is het de schuld van de samenleving die hen geen kansen geeft. Meer zelfs, in onze maatschappij zit het institutioneel racisme er zogezegd ingebakken. En politieagenten zijn daar dan een onderdeel van. Op die manier treft het geboefte dat onze straten onleefbaar maakt geen schuld. Meer zelfs: als je een anderskleurig velletje hebt en je wordt door de politie gecontroleerd, dan volstaat het om ‘racisme’ te roepen om de agent en bij uitbreiding het hele politiekorps in een kwaad daglicht te stellen.

Een kwestie van bevolkingssamenstelling

Wie naar de bevolkingscijfers in Brussel kijkt, kan maar tot één conclusie komen: het stadsgewest is in sneltempo vervreemd. Niet minder dan 35 procent van de inwoners zijn buitenlanders, en nog eens 39 procent zijn Belgen met buitenlandse roots.

Met die cijfers in het achterhoofd is het niet moeilijk om zich te kunnen voorstellen dat er bepaalde wijken in feite volledig vervreemd zijn. En of men dat nu graag hoort of niet, het is precies in die wijken dat de politie vaak moet uitrukken omwille van criminele feiten. Welnu: als de politie in die wijken gaat controleren om pakweg een drugdealer of overvaller te vinden, zal ze in hoofdzaak de bewoners van die wijk gaan controleren. Indien de wijk voor quasi honderd procent uit mensen met een migratieachtergrond bestaat, zal de politie ook onvermijdelijk vrijwel alleen dat soort mensen controleren.

Begripsverwarring

Daarbovenop slaat men verschillende begrippen – al dan niet opzettelijk – door elkaar. Etnische profilering is immers niet hetzelfde als daderprofilering. Het is wel een feit dat bepaalde ‘etnische profielen’ vaker voorkomen als dader, zeker in steden als Brussel, Antwerpen of Gent. Wat zou zo meer voorkomen als daderprofiel in Brussel? Gezocht: 1m85, blank, rood haar, een bril, donkerblauw pak, sprak Nederlands? Of eerder: 1m75, getaande huid, zwart kroezelhaar, trainingspak, sprak Frans met een accent? De vraag stellen, is ze beantwoorden.

Nicholas Paelinck, voorzitter van de Vaste Commissie van de Lokale Politie, bevestigt dat. ‘Het is kort door de bocht om te zeggen dat de politie aan raciale profilering doet’, klinkt het. ‘Wanneer wij iemand controleren is daar altijd een objectieve reden voor. Als wij een melding krijgen van een diefstal met geweld en volgens de persoonsbeschrijving gaat het om een Aziaat in een donkere auto, dan is het natuurlijk logisch dat we Aziatische personen zullen controleren. Dat is professioneel etnisch profileren, dat is iets anders.’

Bliksemafleider

De hele discussie rond etnisch profileren fungeert vooral als bliksemafleider van de echte problemen. Grote groepen allochtone jongeren belanden in de criminaliteit en weigeren de kansen te grijpen die onze samenleving hen biedt. Behalve bij die politici die op dat soort allochtone stemmen moeten rekenen voor hun herverkiezing, is daar bij zowat de hele bevolking geen begrip voor.

Intussen lezen we wel dat banken personeelsleden die via het Brusselse Noordstation pendelen, inmiddels noodgedwongen laat vergezellen door lijfwachten. Dat daders van een gruwelijke misdaad als een groepsverkrachting niet naar de gevangenis moeten, maar wel een opstelletje moeten schrijven. Dat er politieagenten gegijzeld worden door jongeren die hen duidelijk maken dat ze niet welkom zijn in “hun” wijk. En ga zo maar door.

Straffeloosheid, een door politici tandeloos gemaakte politiedienst en verregaande vervreemding vormen een giftige cocktail die onze hoofdstad steeds verder blijft verzieken. 7 op de 10 Brusselse jongeren zouden bang zijn van de politie? Maar wat met die steeds grotere groep mensen die bang is van de Brusselse ‘jongeren’?

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Bob De Brabandere en Ortwin Depoortere

De Brabandere is Brussels senator en Depoortere voorzitter commissie Binnenlandse Zaken