fbpx


Economie, Europa

Sluwe onderhandelaars bevestigen Franse hegemonie

De Fransen in Europa, de Franstaligen in België



In de geschiedenis stonden Duitsland en Frankrijk dikwijls tegenover elkaar. De afgelopen 150 jaar onderging Duitsland vier oorlogen. De laatste was eerder een virtuele strijd, namelijk de Koude Oorlog. Die had Oost-Duitsland onder het Sovjet-regime getransformeerd in een economische woestijn. Het eerste conflict vond plaats in 1870-1871 en werd gewonnen door Duitsland. Dat leidde tot de oprichting van het grote eengemaakte Duitse keizerrijk. Daarna volgden de twee wereldoorlogen die Duitsland telkens verloor. Desondanks slaagde het land erin snel uit zijn…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


In de geschiedenis stonden Duitsland en Frankrijk dikwijls tegenover elkaar. De afgelopen 150 jaar onderging Duitsland vier oorlogen. De laatste was eerder een virtuele strijd, namelijk de Koude Oorlog. Die had Oost-Duitsland onder het Sovjet-regime getransformeerd in een economische woestijn.

Het eerste conflict vond plaats in 1870-1871 en werd gewonnen door Duitsland. Dat leidde tot de oprichting van het grote eengemaakte Duitse keizerrijk. Daarna volgden de twee wereldoorlogen die Duitsland telkens verloor. Desondanks slaagde het land erin snel uit zijn as te herrijzen.

Vrede door integratie

Na de twee wereldoorlogen nam Frankrijk, onder impuls van de Franse minister van buitenlandse zaken Robert Schuman en zijn kabinetschef Jean Monnet, het initiatief om door de integratie van de twee belangrijkste industrieën (kolen en staal) van de voormalige aartsvijanden een Frans-Duitse verzoening te bekomen. Het leidde tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Die kan gezien worden als de voorloper van de huidige Europese Unie.

De verdere economische integratie leidde tot een ongekende economische groei en welvaart voor de betrokken landen. En het klopt dat er sinds meer dan 75 jaar geen oorlog meer is geweest tussen de twee kemphanen.

Echte reden: behoud Franse invloed in de wereld

Maar een argument dat sterk meespeelde in het Franse initiatief was dat de Fransen hun invloed op de wereld wilden behouden. In de jaren ’40 werden hun kolonies onrustiger, net zoals die van Groot-Brittannië. De kans dat ze binnen afzienbare tijd onafhankelijk zouden worden werd groter, en dat gebeurde ook in de jaren ’50 en ’60. Als gevolg daarvan zou Frankrijk haar invloed in de wereld verliezen. Gelet op het Franse chauvinisme en de drang naar ‘grandeur’ was dit een moeilijk te slikken pil.

Een geïntegreerd Europa, waarin Frankrijk een hoofdrol kon spelen, bood echter een interessant alternatief. Duitsland had twee nederlagen geleden. Het land zou Frankrijk gemakkelijk onder de sloef kunnen houden. Dit gold ook voor Italië. Als de Europese economische integratie een succes was, dan zou Frankrijk als initiatiefnemer en voornaamste mogendheid daarmee haar stempel op het wereldgebeuren blijven drukken. West-Europa kon dan een derde machtsblok vormen naast de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Veto op Groot-Brittannië

Groot-Brittannië  was natuurlijk een ander paar mouwen. Dit land had ook een rijke geschiedenis. Het heeft nog meer kolonies gehad dan Frankrijk. Die maken nu deel uit van de Commonwealth of het Britse Gemenebest. Het Engels was de dominante wereldtaal, die boven het Frans stond. De Britten zouden zich dus niet zomaar op sleeptouw laten nemen door de Fransen. Om die reden stelde De Gaulle een veto tegenover Groot-Brittannië. Wat ook meespeelde was de vrees voor Amerikaanse invloed in Europa, via het op de Verenigde Staten gerichte Groot-Brittannië. 

De Gaulle trad af in 1969 en stierf in 1970. In 1973 al trad Groot-Brittannië met premier Edward Heath dan toch toe tot de toenmalige Europese Economische Gemeenschap. Maar veel Britten waren dit niet genegen, wat op 31 januari 2020 leidde tot de Brexit. In feite kwam dit de Fransen niet slecht uit: ze zijn nu de enige nucleaire en militaire macht binnen de Europese Unie, en kunnen er het voortouw in nemen. Het is trouwens geen toeval dat de Brexit-onderhandelingen langs Europese kant vanaf juli 2016 geleid werden door de Fransman Michel Barnier.

Euro als pasmunt voor de Duitse eenmaking

De Duitse eenmaking in 1990, na de val van de Berlijnse muur, kwam er zeer snel. Frankrijk was daar zeker niet enthousiast over. Er zijn immers maar 67 miljoen Fransen, tegenover 83 miljoen Duitsers. Te samen met de sterkere Duitse economische performantie vreesde Frankrijk dat Duitsland binnen de Europese Unie de overhand zou krijgen. Wat men natuurlijk ten alle tijde wilde vermijden.

Maar president Mitterand speelde het handig en deed een meesterzet: hij was akkoord mits Duitsland instemde met de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de euro. De voorloper ervan, het Europees Monetair Stelsel (EMS) van 1979 was in het leven geroepen door de toenmalige Franse president Giscard d’Estaing en de Duitse bondskanselier Schmidt. De deelnemers spraken af om hun valuta onderling binnen vaste bandbreedten ten opzichte van een spilkoers te laten fluctueren: 2,25 procent voor de meeste, sterke munten en 6 procent voor een paar zwakkere munten.

Maar dat was geen succes: de Duitse mark was te sterk als gevolg van de sterke Duitse economie, zodat diverse zwakke munten tegen de bodemgrens van de bandbreedte aanbotsten, zoals bijvoorbeeld de Franse frank. Frankrijk en andere landen met zwakke munten (zoals België en Italië) moesten diverse malen hun munt ondersteunen in de wisselmarkten om op die manier de rente hoog te houden. Diverse devaluaties vonden plaats. De Bundesbank was oppermachtig. Het bepaalde de facto het monetair beleid binnen Europa. Het spreekt vanzelf dat de Fransen hier niet gelukkig mee waren.

Verdrag van Maastricht

Met de invoering van de euro en de EMU op basis van het Verdrag van Maastricht uit 1992 zouden de muntspanningen binnen de eurozone althans tot het verleden behoren. De monetaire politiek kwam in handen van de Europese Centrale Bank (ECB), met haar hoofdzetel in Frankfurt. Maar de vroegere oppermachtige Bundesbank moest zich hierbij neerleggen. Er vond geleidelijk aan een belangrijke verschuiving plaats in het monetair beleid.

Door de Duitse eenmaking, en de combinatie van een sterk land met een zwak land, werd de Duitse mark ook een zwakkere munt en steeg de Duitse rente. Dit werd in de hand gewerkt door de gelijkstelling van 1 westmark aan 1 ostmark. Daardoor daalden de monetaire spanningen na 1993 gedurende de aanloopperiode naar de EMU. Dit maakte de realisatie van de EMU en de euro in 1999-2001 gemakkelijker.

Monetaire politiek meer op Franse leest

De Bundesbank haar orthodoxe, monetaire politiek was steeds gericht op het beheersen van de inflatie omdat men nog steeds getraumatiseerd was door de hyperinflatie van de Weimarrepubliek tussen 1921 en 1923. Dit hield onder andere in het beheersen van de geldhoeveelheid. Hoe meer geld in omloop, hoe groter de kans op inflatie. Ook de begrotingsdeficits en overheidsschuld moest binnen de perken blijven, en daarvoor werd in het Verdrag van Maastricht bepaald dat dit tussen  respectievelijk 3 en 60 % van het bruto binnenlands product moest blijven voor ieder Euroland. Maar daar zitten de meeste landen nu reeds ruimschoots over door de Coronacrisis.

Daarnaast wordt er een massa hoeveelheid aan liquiditeit in de markt gepompt doordat de ECB  massaal obligaties aankoopt via het programma van Kwantitatieve Versoepeling dat overgewaaid kwam vanuit de Verenigde Staten. In Duitsland werd daar nog een procedure tegen gestart voor het Duitse grondwettelijk hof, maar het draaide onder politieke druk op niets uit. 

Recente Duitse ‘nederlaag’

En recent heeft Duitsland zich onder Franse druk ook moeten neerleggen bij de Next Generation EU-programma. De bedoeling is 750 miljard euro vrij te maken voor het economisch herstel van Europa na de Coronarisis. Het omvat 500 miljard euro niet-terugvorderbare subsidies, en 250 miljard euro leningen. Belangrijk is echter dat voor de eerste keer de leningen gezamenlijk door alle 27 lidstaten zullen terugbetaald worden op basis van de sterke kredietwaardigheid der Europese Unie. Het geld zal eerst stromen naar de economieën die het hardst getroffen zijn, zoals Italië (81 miljard euro), Spanje (77 miljard euro)  en Griekenland. Maar het is duidelijk dat Duitsland als sterkste economie hier het meest toe bijdraagt, en dat de Unie haar goede kredietrating vooral aan Duitsland toe te schrijven is. Het is het begin van de Europese transfers van noord naar zuid, zoals we reeds lang in België kennen.

De Duitsers hebben hun monetair beleid dus grotendeels afgestaan aan de Fransen. Het is dan ook geen toeval dat de voorzitter van de Bundesbank, Jens Weidmann, in oktober 2021 ontslag nam als centraal bankier en ECB-bestuurslid. Hij was reeds jaren een hardnekkige criticus van het ECB-beleid.

Sterke Franse onderhandelingstactiek

Frankrijk is er dus in geslaagd in 75 jaar haar wil binnen de EU meer en meer door te drijven. De Duitsers zijn economisch gezien erg geniaal, maar de Fransen zijn gewiekste onderhandelaars. We kunnen zeggen: ‘ils sont plus malins’. Tal van topbenoemingen worden door Frankrijk doorgeduwd. Zo is Charles Michel president van de Europese Raad geworden onder impuls van Frankrijk, en Christine Lagarde voorzitter van de ECB die de rentes laag houdt ondanks de stijgende inflatie.

Belgische parallel

We moeten toegeven dat ook in België de Franstaligen handige onderhandelaars zijn geweest gedurende de opeenvolgende staatshervormingen. Vooral omdat het de Vlamingen waren die meer autonomie nastreefden, maar daarvoor werd telkens een hoge prijs betaald. Juridisch zijn we echter door de diverse vergrendelmechanismen in een dergelijke toestand beland dat de Franstaligen alles kunnen blokkeren, tenzij ze er profijt uit kunnen halen. In feite hebben ze een soort virtuele meerderheid verworven. Het heeft tot gevolg dat we in een patstelling zitten.

Er zijn tal van feiten die erop wijzen dat de Franstaligen voordeel halen uit België:

– de transfers van noord naar zuid zitten structureel in het Belgische bestel ingebakken. In het zuiden zijn er relatief gezien veel meer niet-productieve uitgaven, maar we kunnen daar niets tegen doen daar de Franstaligen autonoom daarover kunnen beslissen. We verwijzen maar naar de karikatuur van de zeven ministers van volksgezondheid in het zuiden, die qua internationale reputatie ook Vlaanderen schade berokkent;

– de Franstaligen maken 40 % van de bevolking uit, maar krijgen 50 % van de topbenoemingen. Alles is paritair vastgelegd op federaal vlak;

– de Franstaligen beschikken in diverse plaatsen in Vlaanderen over taalfaciliteiten, terwijl je ze voor de Vlamingen in Wallonië moet zoeken. Deze faciliteiten waren zogezegd tijdelijk, maar nu dragen ze bij tot een verdere verfransing aan de taalgrens…

We kunnen zo doorgaan. Het zijn betere onderhandelaars. Daarbij worden de akkoorden soms zo vaag of dubbelzinnig opgesteld dat de Franstaligen finaal het laken naar zich toetrekken. Ze kunnen ook goed de onderhandelingen rekken, om dan finaal in te spelen op de vermoeide Vlamingen.

Vlamingen zijn ook meer verdeeld dan de Franstaligen. Of je het Vlaams Belang nu graag hebt of niet, de laatste 20 tot 30 jaar werd ongeveer 20 tot 25 % van het Vlaamse kiespubliek in een hoek geduwd wat de Vlaamse onderhandelingspositie natuurlijk verzwakt.

De Franstaligen vormen in tijden van nood steeds één blok.

Conclusie

Frankrijk heeft zijn slag binnen de Europese Unie thuis gehaald. Ook in België hebben de Franstaligen goed werk geleverd. Het heeft echter tot gevolg dat de Vlamingen eens goed moeten nadenken over de toekomstige tactiek. De oude bewandelde wegen worden beter verlaten. Bijvoorbeeld: een procedure beginnen voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg tegen de virtuele Franstalige meerderheid ondanks hun absolute minderheid.

Paul Becue

Paul Becue is lic. Rechten, TEW en Diplomatieke Wetenschappen. Hij heeft een lange ervaring in de financiële sector. Zijn boeken over kredietverzekering gelden als de referentie.