fbpx


Literatuur
Iedereen heeft een van deze boeken gelezen

Ernest Claes’ ‘Witte’ wordt honderd jaar

Verhaal van een kleine rebel



In de zomer van 1920 werd de laatste hand gelegd aan de drukproeven van Ernest Claes' De Witte: een van de meest succesvolle schelmenromans uit onze literatuur. De lange rijpingstijd van dat boek hangt samen met een woelige periode in de Vlaamse geschiedenis. Conscience in het strafkot 'En de meester ging voort met slaan en schoppen, als een echte beul die hij was, overal waar hij maar raken kon, toornig hem toesnauwend: "'k Zal u wel klein krijgen, bengel!" -…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


In de zomer van 1920 werd de laatste hand gelegd aan de drukproeven van Ernest Claes’ De Witte: een van de meest succesvolle schelmenromans uit onze literatuur. De lange rijpingstijd van dat boek hangt samen met een woelige periode in de Vlaamse geschiedenis.

Conscience in het strafkot

‘En de meester ging voort met slaan en schoppen, als een echte beul die hij was, overal waar hij maar raken kon, toornig hem toesnauwend: “‘k Zal u wel klein krijgen, bengel!” – en de schooljongens schaterden het uit, net of zij ’t waren die er zoo mochten op slaan, en Krol maakte van de gelegenheid gebruik om zijn inktpot op den kop van Mauriske leeg te gieten (…) Met een dwazen ruk trok de meester de deur open, greep de Witte flink bij den kraag en sleurde hem naar zijn huis toe (…) met een laatsten duchtigen stamp onder zijn broek vloog de Witte den kelder in.’

Zachtmoedig gaat het er in De Witte niet aan toe. Ernest Claes (1885-1968) had in het Klein-Brabantse Zichem dan ook niet de gemakkelijkste jeugd achter de rug. Hij was een leergierige zoon van een middelgrote boer. Zoals de hoofdfiguur van De Witte werd ook Claes door de meester geregeld in het ‘strafkot’ geschopt en maakte de jonge Ernest daar kennis met de boeken van Hendrik Conscience. Vader Claes had oor en oog voor zijn zoon die, ondanks oogziekten en de dreiging van blindheid, even bezeten leek door lectuur als hijzelf. Hij was de idee dat de kleine Ernest zou gaan studeren dan ook niet ongenegen.

Proza schrijven in de aula

Na het plotse overlijden van vader Claes in 1895, vielen plannen om verder te gaan studeren in het water. Zoals de hoofdfiguur van De Witte ging Claes een centje bijverdienen als drukkershulp in de abdij van Averbode. De paters en de prelaat moeten iets in die leergierige jongen gezien hebben – wellicht een toekomstige geestelijke. Ze zorgden ervoor dat Claes in 1898 het ‘Collège Patronné’ van Herentals middelbare studies kon aanvatten, bijna uitsluitend in het Frans. Wanneer Claes met zijn schoolvrienden op de speelplaats Nederlands wilde spreken, dreigde er straf. Als student-soldaat en via leningen kon Claes in 1906 nadien in Leuven de studies ‘Philologie Germanique’ aanvatten. Aan de universiteit maakte hij vrienden zoals August van Cauwelaert, de broer van de befaamde katholieke politicus en ‘kraaiende haan’ Frans. Die spoorde hem aan om de verhalen over Zichem die hij zo smakelijk opdiste op papier te zetten.

In zijn herinneringenboek De Witte en ik beschrijft Claes dat hij tijdens een saai college over de ‘histoire de la philosophie’ de eerste scènes van de roman schreef: ‘De Witte werd wakker en deed onmiddellijk zijn oogen wijd open (…) Hij droomde juist dat hij te paard zat en vierklauwens over den steenweg vloog’. In 1908 werden fragmenten van De Witte in het studentenblad Ons Leven gepubliceerd. Hoe benepen de moraal toen was blijkt uit de vermaning die Claes toen kreeg van de vice-rector: ‘Immoralité grave (…) que dira le Prélat d’Averbode quand il lira ça?’ Vooral het tweede hoofdstuk met De Wittes persiflage op de zeven werken van barmhartigheid en een verwijzing naar een ongeklede ‘Eva’ achter een bloemenstruik vielen weinig in de smaak van de kerkelijke heren.

Katholiek propagandist in Antwerpen

Na zijn eindexamens in 1910 verliet Claes meteen het verstikkende Leuvense milieu om in Antwerpen voor het flamingante Katholiek Vlaams Secretariaat te werken. In Antwerpen leerde hij ook liberale Vlaamsgezinde voortrekkers kennen als Max Rooses en Marten Rudelsheim met wie Claes een voordrachtgever werd van de Antwerpse Commissie voor de vernederlandsing van de universiteit van Gent.

Hij maakte in Antwerpen bovendien kennis met schrijvers, zoals Emmanuel de Bom van de door hem bewonderde Van Nu en Straks-beweging over wie hij in 1943 voor een Van Nu en Straks-hulde schreef: ‘Die bezat het genie jeugdige schrijvers aan te trekken – hoeveel jonge kunstenaars heeft hij niet geholpen en geleid? Daar ging een warmte van hem uit die vertrouwen inboezemde (…) In de kleine uurtjes bracht hij zijn heele gezelschap in een bar, vlak naast de Vlaamsche opera. Daar danste een neger. (…) En opeens trok De Bom een papiertje uit zijn zak, en… hij begon zijn verslag te schrijven over dien dag voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Twee uur ’s nachts of nog later! In een bar! Met een neger die voor ons danste! (…) Alleen een Van Nu en Straks‘er was daartoe in staat.’

In Antwerpen schreef en publiceerde Claes tussen zijn drukke werkzaamheden door nog enkele hoofdstukken van De Witte. In 1912 huwde hij met de Hollandse schrijfster Stephanie Vetter. En in 1913 werd hij ambtenaar-vertaler bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers in Brussel, waarvoor hij van Mortsel naar de hoofdstad moest verhuizen. Veel tijd om het boek over zijn jeugd af te maken had hij niet.

België: een brandend huis

Dan kwam de Grote Oorlog die zijn leven, net als dat van zovele anderen, helemaal door elkaar gooide. Claes geraakte gewond bij Namen, werd krijgsgevangen genomen maar wist te ontkomen en werd overgedragen aan het Rode Kruis. De rest van de oorlog bracht hij door bij de Belgische regering in ballingschap in Le Havre. Hij verrichtte er ambtenarentaken zoals voor het Belgisch Comiteit van Hulpbetoon aan Vluchtelingen. Als vriend van August en Frans van Cauwelaert, volgde Claes van heel dichtbij Van Cauwelaerts pogingen om tot een beter taalregime in het leger te komen, en garanties te verkrijgen voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit na de oorlog.

Aanvankelijk was Claes sceptisch over de activisten die tijdens de bezetting bleven ijveren voor Vlaamse rechten. Maar almaar meer ergerde Claes zich aan de ongevoeligheid van de Belgische regering voor de Vlaamse noden. In augustus 1917 schreef hij aan de katholieke politicus Alfons van de Perre over de Belgische constructie: ‘De benedenverdieping van hun huis brandt, – terwijl ze aan het zoeken zijn hoe ze ’t dak moeten aanleggen.’ De schelmenstreken van De Witte leken ver weg.

Vijftien jaar broeden

Na de bevrijding keerde Claes met vrouw en kind naar Brussel terug en publiceerde oorlogsherinneringen en droeve oorlogsverhalen. De Witte liet hem niet los. Op 11 mei 1919 ontving hij tot zijn verbazing een brief van Emmanuel de Bom. Die was tot een gematigd activist geëvolueerd en liet weten dat hij door ‘Franschdolle’ magistraten’ ontslagen was als bibliothecaris van Antwerpen – onder meer wegens het tijdens de bezetting tekenen van een manifest voor de vernederlandsing van de universiteit van Gent. Beroofd van zijn inkomen en pensioenrechten had De Bom met de hulp van zijn vriend, de Nederlandse uitgever Leo Simons, een Vlaamsche Bibliotheek opgericht – onderdeel van de Hollandse Wereldbibliotheek. ”t Zal bevatten werk van onze beste Vl[aamse] krachte, literair en algemeen-cultureel,’ zo onderstreepte De Bom. Hij wilde graag De Witte in die Vlaamsche Bibliotheek opnemen.

Claes liet de De Bom in juli 1919 weten dat De Witte ‘een stuk van zijn hart’ leek, hoewel hij ervan bewust was dat het geen ‘eersterangswerk’ was. Claes was er ook van overtuigd dat zijn schelm ‘aftrek’ zou vinden. Hij begon als een razende verder te werken aan zijn Witte. Al op 24 juli 1919 kon Claes aan De Bom de laatste vijf hoofdstukken van De Witte sturen. ‘ (…)’k Zou misschien nog wel een paar hoofdstukken kunnen bijschrijven, maar mij dunkt dat het meer dan genoeg is. Dat kan dan nog wel eens dienen voor een andere Witte.’

De Witte in de winkel

In de zomer van 1920 publiceerde De Boms Vlaamsche Bibliotheek als eerste uitgave Vlaanderens economische ontwikkeling van de legendarische Vlaamse econoom Lodewijk De Raet. Na de zomer was De Witte aan de beurt – bijna vijftien jaar nadat Claes het eerste hoofdstuk in een Leuvense roes had geschreven. Het baldadige gedrag van De Witte en zijn verzet tegen rigide schoolmeesters, nonnen, priesters en patriarchen, leidde in sommige katholieke media tot zure oprispingen en oproepen tot verbod ervan, zoals bij Pallieter van Claes’ vriend Felix Timmermans. Maar de lezers in Vlaanderen en Nederland konden de streken van de Zichemse rebel smaken. Claes had gelijk: De Witte vond ‘aftrek’. De roman werd een van de meest populaire uitgaven van de Wereldbibliotheek, met in 1930 al 30.000 verkochte exemplaren.

Honderd jaar later heeft De Witte nog niets van zijn levenskracht verloren. Het boek was, zoals Claes zelf toegaf, geen meesterwerk zoals zijn indrukwekkende novelle Floere het Fluwijn. De Witte levert na honderd jaar wel een weergaloos beeld van het harde leven van Vlaamse dorpsgemeenschappen aan het eind van de negentiende eeuw. En met zijn anarchistisch verzet tegen alle mogelijke vormen van gezag is De Witte een voorloper van de anti-establishmentliteratuur van de jaren zestig en nadien.

___________

PS: Wie in deze pandemische tijden lectuur zoekt, raden we naast De Witte ook Ernest Claes, de biografie van een heer uit Zichem aan (Bert Govaerts, Houtekiet, 2016).

Chris Ceustermans

Chris Ceustermans was journalist bij De Morgen maar leeft nu van en voor de literatuur.