Buitenland

‘Er is geen toekomst meer in Syrië, de oorlog is nog lang niet gedaan’

Gesprek met Syrische vluchtelingen

In september 2008 vertrok ik op een wekenlange reis door Syrië. Ik had ter plaatse twee contacten, Francesco Adragna, een Siciliaan die ik vijf jaar eerder had leren kennen in Tunesië tijdens een studiereis en F., een middenklasser die aan de kust woonde in de provincie Latakkia in het westen van Syrië. Ik had F. nooit zelf ontmoet maar volgens vrienden aan de KU Leuven zou hij me wel willen opvangen moest ik daar passeren. F. werkte al jaren samen met het departement Archeologie van de KU Leuven, er werd mij gegarandeerd dat ik bij hem terecht kon. Na een bezoek aan Damascus, Homs en enkele Kruisvaardersburchten zoals Krak des Chevaliers arriveerde ik in de stad waar hij woonde en werkte. Ik werd prompt ontvangen door de familie. Ik kreeg niet alleen een slaapplaats bij het gezin gedurende een kleine week maar werd werkelijk in alles door hem en zijn jonge gezin voorzien. Als ik mijn portefeuille wilde bovenhalen om te delen in de kosten, kreeg ik keer op keer een spreekwoordelijke ‘slap on the wrist’. Toen ik noordwaarts, richting Aleppo, vertrok, wisselden we GSM-nummers uit. We zouden zeker in contact blijven en ik was altijd terug welkom in Syrië.

Nog geen drie jaar later leek het alsof de Arabische Lente in Syrië zou kunnen leiden tot een grootschalige oorlog. Ik contacteerde hem, maar er was geen probleem, alles was veilig, er waren geen rebellen, laat staan Jihadi’s, in de wijde omgeving. Maar dat veranderde snel, er vertrokken vanuit alle hoeken ter wereld jihadistisch geïnspireerde would-bestrijders naar Syrië. F. en zijn gezin doorstonden dit alles, maar waren op bepaalde momenten wel degelijk in gevaar. Ergens in 2013 belde ik hem om hem te waarschuwen voor Jabhat an-Nusra en ISIS strijders die in zijn regio actief waren.

Verschillende pogingen werden er ondernomen om F. en zijn gezin uit de oorlogszone te halen, niets lukte. Tot ik een klein half jaar geleden contact opnam met staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken. Na enkele maanden kreeg ik groen licht, F. en zijn gezin zouden een humanitair visum kunnen krijgen en in aanmerking komen voor asiel in België. Hieronder volgt (een deel van)het verhaal van deze Syrische christenen. Omwille van veiligheidsredenen zijn de namen van de betrokkenen evenals de naam van de stad waarvan ze exact afkomstig zijn niet vermeld of gewijzigd.

Revolutie in Syrië

Ik ben bijzonder blij dat je hier bent. Kan je mij aub wat meer vertellen over maart 2011, toen de revolutie begon in Syrië?

F: ‘Pieter, de oorlog heeft alles in Syrië veranderd. Islamisten kwamen naar Syrië van over de hele wereld en ze begonnen alle mensen te doden, ze wouden een islamitische staat. Ze kwamen via Turkije, sommigen via Jordanië. Ze kwamen de dorpen binnen en doodden iedereen die niet-soennitisch was; christenen, alawieten, koerden, droezen, shi’a. In een dorp vlak bij Idlib werden alleen shi’a gedood. Ze veranderden de demografie van die dorpen voorgoed.’

Wie waren de eerste jihadistische groeperingen die de regio binnendrongen?

‘Nusra, Jabhat an-Nusra. Ze veranderden constant van naam; Nusra, Faylaq ar-Rahman, tot ISIS kwam. Het waren altijd dezelfde mensen maar ze veranderden gewoon constant van naam. Het Syrische regeringsleger was in oorlog in het zuiden; er zijn toen massaal veel soldaten gesneuveld. Er was geen veiligheid meer, de corruptie was wijdverspreid. Kinderen werden gekidnapt voor geld, meisjes werden ontvoerd voor gedwongen huwelijken, sommigen werden gewoon zo maar gedood.

Christenen waren een geliefkoosd doelwit voor de jihadi’s, zowel om te doden als om te ontvoeren. En voor geld uiteraard, hun huizen, auto’s, jobs, alles wat ze konden grijpen. Uit verschillende christelijke dorpen waaronder Rabla, Qusayr, Saddat, Qassab en andere werd de oorspronkelijke, christelijke, bevolking verdreven en werden er islamisten gehuisvest.

Wat gebeurde er met de christenen? Gingen ze naar Aleppo?

‘Nee, naar christelijke dorpen in de provincie Homs, waar het nog wel veilig was. Maar ze moesten wel van nul terug beginnen; ze hadden niks meer; geen of weinig geld, geen eten, geen huis, geen transport. Ze moesten een nieuw leven beginnen, en geloof mij, dat is niet goedkoop in Syrië.

Ik zoek een nieuwe toekomst voor mijn drie kinderen, mezelf en mijn vrouw, want er is geen toekomst meer in Syrië, de oorlog is nog lang niet gedaan. Elke dag wordt er gevochten, als het op de ene plaats stopt, beginnen ze gewoon weer ergens anders. Snap je? Heb je dat niet gehoord van dat Israëlisch bombardement vannacht op Damascus?

En soms zijn er ongelukken met Russische vliegtuigen vlakbij mijn stad, ontploffingen en wat. Weet je, de jihadi’s sturen nu ook al drones om het vliegveld aan te vallen met explosieven. Er zijn twee grote problemen, die drones en …’

Wie stuurt die drones?

‘Die komen uit Idlib.’

Van Hay’at Tahrir as-Sham en andere groepen?

‘Weet je, die mannen zijn allemaal hetzelfde, ik zei het al, elke dag veranderen die van naam als het moet. Maar als ik ze zie, kan ik zeggen of ze bij Nusra zitten of Daesh of iets anders, maar uiteindelijk werken die allemaal samen. De overheden, die geven ze namen, soms zijn ze Nusra, soms Daesh, soms Faylaq ar-Rahman, soms Faruq. Er zijn er zoveel dat niemand het nog kan bijhouden. Er zijn gewoon te veel namen die de ronde doen. Elke 10-20 man kan een groep oprichten, zich een naam toe-eigenen – Arabieren, Turken, Oezbeken, iedereen – en dan gaan die checkpoints bemannen, u tegenhouden, uw auto pikken, uw geld en in het slechtste geval uw vrouw.’

Naast al die jihadi’s en bandieten en de problemen die jullie daarmee hebben, vermoed ik dat er de laatste jaren veel corruptie is binnen de regering ook?

‘Oh, er is massaal veel corruptie. Voor alles moet je tegenwoordig betalen, letterlijk voor alles.’

Heb jij moeten betalen om weg te mogen?

‘Nee, maar dat is omdat ik al ouder ben. Moest ik jonger zijn had ik moeten betalen.’ (F.’s echtgenote L. komt er bij)

Ik zag onlangs een bericht passeren van de overheid waarin alle mannen geboren tussen 1977 en 2000 in het land moesten blijven tenzij ze zich zogezegd konden vrijkopen.

‘Elke zes maanden kan je zo’n attest aanvragen.’

L: ‘Ja, en dat moet elk jaar vernieuwd worden ook.’

F: ‘En je betaalt nu ook meer belastingen in Syrië, alles is duurder geworden en dan is er de corruptie natuurlijk.’

L: ‘Overal, iedereen is corrupt nu.’

F: ‘Zelfs op school …’

 ‘Op school?’

L: ‘Tuurlijk, als je je punten omhoog wilt, betaal je gewoon, komt in orde.’

F: ‘Alles wat je wilt, kost geld. Zolang je betaalt, krijg je wat je wil. Maar alles kost geld.’

Dus, om je pizzeria draaiende te houden moest jij ook betalen?

L: ‘Van tijd tot tijd ja, de loodgieter, de elektricien. Soms komen ze zelf gewoon kijken of ze niks kunnen herstellen.’

F: ‘Ik betaalde niet altijd cash trouwens, soms gaf ik hen gewoon een paar pizza’s mee.’

Kidnapping dagelijkse kost

Je vertelde me dat je vader ontvoerd werd, kan je mij vertellen wat er exact gebeurd is? Weet je wie hem gekidnapt heeft?

L: ‘We weten wie het was, maar kunnen het niet zeggen. We kunnen het echt niet zeggen. (denkt na) Hij was aan het vissen, ze kwamen op hem af en zeiden dat ze van de regering waren. Ze vroegen zijn identiteitskaart, hij toonde ze hen, ze namen ze af en namen hem in bedwang, met zijn trui over zijn hoofd getrokken. Ze boeiden hem, blinddoekten hem en stopten hem in een auto. Een van hen reed met zijn auto verder, die was ook deel van de buit. Dan reden ze voor een tijd naar een onbekende locatie, gedurende een uur of twee. Ze sloten hem op gedurende drie dagen. In de eerste dagen belden ze F. want ze hadden zijn GSM-nummer gevonden in mijn vaders iPhone. En natuurlijk belden ze hem, F. is gekend in onze stad. Dan begonnen ze te onderhandelen.

F: ‘Ze wilden 7 miljoen Syrische pond. 7 miljoen … 7 miljoen is €35.000. En zijn auto natuurlijk …’

L: ‘F. vertelde hen dat hij medicatie nodig had, mijn vader is een hartpatiënt, al van langer geleden. En hij kende zelf de naam van zijn medicatie niet.’

F: ‘Mijn schoonvader is christen, moest hij dat niet zijn geweest had iemand hem misschien geholpen. Niemand deed iets. Ze vroegen 7 miljoen Syrische pond, ik zei dat ik dat niet had, dat ik misschien 300.000 kon betalen. De man zei me dat ik met zijn voeten aan het spelen was, hij stond er op ik dat ik meer moest betalen. Ik zei hem; neem de auto en laat mijn schoonvader vrij. Nee, hij wou geld. En 300.000 was te weinig. Hij zei toen dat hij me wel een korting kon geven … De prijzen gingen over en weer tot het 1.200.000 pond was. Steek het geld in een zak, zei hij, leg aan de kant van de weg, aan de oever van een riviertje. Na vijf minuten mocht ik hen bellen, mijn schoonvader zou op een andere plaats worden vrijgelaten. Ze gaven mij een locatie om het geld te leveren en dan kwam hij in een Hyundai Accent, een nieuw model, daarna volgden nog eens vier auto’s.

En hebben ze je schoonvader toen vrijgelaten? Werd hij aan jou overgeleverd of mocht hij te voet vertrekken?

L: ‘Nee, ze gooiden hem eruit op de autoweg. Wij zijn hem moeten komen oprapen van het asfalt.’

F: ‘Vriend, ik zei nog tegen hen. Neem mij, ik ben bekend. Maar nee, ze wilden gewoon geld.’

L: ‘Ze hielden hem (F.) constant in het oog, overal, elk moment van de dag.’

F: ‘Ze belden mij daarna ook nog om te vragen of ik geen nieuwe auto nodig had, maar ik zei dat ik geen auto nodig had, dat ik dat niet kon betalen. Ik dacht dat als ik daar zou komen opdraven met cash geld ze mij ook zouden ontvoeren. Ik heb geen geld, zei ik, ik ben een arme man.

Daarna belde de politie mij opeens, ze vroegen naar mijn schoonvaders GSM, die was opeens opgedoken in Homs. Ik zei dat mijn schoonvader zijn GSM was kwijtgeraakt in een ongeval en dat ik die wel wilde komen ophalen. Ik ging naar daar, met de originele verpakking van de GSM, met het serienummer erop vermeld. De politie zei me dat ze er nog mee bezig waren, ik mocht terug naar huis; de verpakking hebben ze bijgehouden. Ze gingen me nog bellen, nooit meer iets van gehoord …’

Hij heeft ten minste overleefd? Maar hij is nog steeds daar.

L: ‘Ja, hij leeft, maar hij is sindsdien erg ziek. Hij heeft maagkanker. We kunnen hem nauwelijks vervoeren en hij durft bijna het huis niet uit, hij heeft een trauma opgelopen door de ontvoering en de folteringen.’

Ze hebben hem gefolterd gedurende die drie dagen dat hij vast zat?

L: ‘Ja, natuurlijk. We hebben zo lang geprobeerd om hem vrij te krijgen. Nadien zei mijn vader me dat hij, na zijn derde dag in gevangenschap, er serieus over dacht om één van zijn bewakers te doden en te vluchten. Hij wist gewoon niet meer wat te doen. Op die derde avond werd de wacht afgelost van drie naar twee man, en hij vertelde me dat hij vastberaden was één van hen te doden wanneer ze zouden slapen. Hij denkt nog elke dag aan die gruwel, het was vreselijk.’

Zou het niet beter voor hem zijn moest hij ook naar hier kunnen komen?

L: ‘Hij kan niet vliegen, omwille van zijn hartkwaal. En hij neemt nog steeds medicatie tegen de kanker. (weent)’

Gisteren vertelde jullie zoon W. me nog dat ze hem ook hebben proberen te kidnappen?

L: ‘Ja, nadien. Een tijdje na mijn vader. Hij kwam terug van school en een of andere vreemdeling greep hem vast bij zijn rugzak. Hij worstelde om zich los te krijgen en begon te gillen. De vreemdeling bleef maar aandringen dat hij moest meekomen, maar W. bleef herhalen dat hij niet meeging met vreemden. Zo hebben we hem dat geleerd, nooit met vreemden meegaan.’

F: ‘Het was weer een poging tot kidnapping, er waren er meer die geld wilden. Kidnappen is bijna een nationale trend geworden, en niet alleen waar ik woon, maar overal in Syrië. Er worden ongelooflijk veel mensen gekidnapt.’

L: ‘Sindsdien deed ik hem en zijn zus elke dag naar school en kwam hen weer ophalen. En elke dag op school stonden we doodsangsten uit, de bombardementen waren aanhoudend.’

Bombardementen door Jihadi’s die de stad aanvielen met mortieren?

L: ‘Ja, inderdaad. Op één dag werden er twee doelwitten in de stad tegelijk aangevallen. Het hospitaal en de garage.’

F: ‘Zelfde moment, drie bommen in totaal. Bij de garage gingen er twee bommen af.’

L: ‘Ze brachten de gewonden van de garage naar het hospitaal, toen die daar aankwamen probeerden ze dat ook op te blazen. Diegenen die de ontploffing in de garage hadden overleefd, kwamen uiteindelijk om door de aanslag op het hospitaal. Twee maanden daarna was er nog een aanslag, vlakbij de school.’

F: ‘Ze hebben onze zoon zijn beste vriend opgeblazen.’

L: ‘De zoon van onze buren, hij was maar twaalf jaar oud … (weent)’

Dus moeten er nog heel veel mensen ginder zitten in dezelfde situatie? En die kunnen nergens naartoe, tenzij ze veel geld hebben om zo bescherming van de overheid af te kopen? Of geeft de overheid niks om jullie? Helpen ze?

L: ‘Ze doen wat ze kunnen, maar nooit persoonlijk. Ze proberen zo goed ze kunnen de stad in zijn geheel veilig te houden. Er zijn checkpoints aan de grenzen van de stad, en daar word je nagekeken bij het binnen- en buitengaan. Maar dat is alles.’

Zijn er ooit zelfmoordaanslagen gepleegd door jihadi’s in jullie stad?

L: ‘Ja, natuurlijk. De tweede en derde bom [zie hogervermelde aanslag] waren zelfmoordaanslagen. En in de garage was er blijkbaar iets onder een auto bevestigd. Toen dat was ontploft, vielen twee zelfmoordenaars het hospitaal aan en bliezen zich op.’

Ooit geweten welke groep daarvoor verantwoordelijk was?

F: ‘Nee, dat weten we niet. Er zijn er zoveel.’

Juist, je zei eerder al dat die van groep veranderen zoals wij van ondergoed …

F: ‘Exact, ze zeiden nadien dat ze van Idlib kwamen. Maar we weten het niet.’

L: ‘(ontwijkend) We weten het gewoon niet, er zijn zoveel groepen.

Syriëstrijders

Ik weet niet of jullie hiervan op de hoogte zijn; in het begin, 2012-2013, zijn er ongelooflijk veel jongeren vertrokken uit Europa om te vechten in Syrië. Ook veel Belgen bijvoorbeeld. Hebben jullie daar iets van gemerkt?

F: ‘Ja, zeker. Van over de hele wereld kwamen ze. En Saoedi’s. Alle jihadi’s van over de hele wereld kwamen naar hier. De Saoedi’s betaalden alles, voeding, kledij, transportmiddelen. Zelfs de kaas en het vlees kwamen uit Saoedi-Arabië. De Saoedi’s steunden hen met alles wat ze konden: geld, transport, wapens, munitie, alles. En alles kwam Syrië binnen via Idlib, via de Turks-Syrische grens werd alles binnengesmokkeld. Alles werd vanuit Saoedie-Arabië naar Turkije gevlogen en kwam zo de grens over. Libanon en Jordanië gaven niet om Syrië en de oorlog …’

L: ‘Tot Jordanië ook zijn grenzen opende voor de jihadi’s.’

Hebben jullie ooit iets gemerkt van de splitsing van Jabhat an-Nusra (al-Qaeda) en ISIS? Hebben jullie ervaren dat ze vertrokken naar Raqqa?

F: ‘Toen ze splitsten, zijn dezelfden gewoon gebleven. Iedereen koos zijn kant en veranderde weer van groep en naam. Maar Daesh (IS) en Nusra, die zijn gevaarlijk. Die doden iedereen. Als je gevangengenomen wordt door Nusra of Daesh (IS), sterf je. Maar er zijn groepen overal en ze verzinnen altijd weer nieuwe namen. Elke tien à twintig man die zin hebben, stichten een nieuwe groep. Over heel Syrië zijn er zo honderden groepjes. Ik denk dat niemand weet hoeveel er exact zijn. Iedereen kent wel de bekendste: Jabhat an-Nusra, Daesh, Ahrar as-Sham.

De laatste tijd wordt er in Nederland een debat gevoerd over regeringssteun aan een zogezegde jihadistische organisatie, Jabhat as-Shamiyya. Eigenlijk lijkt het te gaan over een meer gematigde groep binnen het Vrij Syrisch Leger. Hier in Europa werd er lang gesproken over de gematigde oppositie, bestaat die volgens jullie? Heeft het Vrij Syrisch Leger (VSL) zich ook schuldig gemaakt aan kidnappings en afpersing?

L & F (unisono): ‘Ja, iedereen.Kulluhum nafs as-Sha’y (allemaal zijn ze hetzelfde).’

F: (telt op zijn vingers) ‘Ahrar as-Sham, Jabhat an-Nusra, Jaysh al-Hurr (VSL), Jaysh al-Islam … allemaal zijn ze hetzelfde. Er zijn evenveel leiders als groepen en iedereen streeft zijn eigenbelang na. En die leiders komen dan ook nog eens overal vandaan: de ene uit Saoedi-Arabië, een ander uit Turkije, wat heb je nog, Pakistani’s … En die doen allemaal hun eigen zin. Er is nul komma nul eenheid, iedereen ligt onder mekaar te vechten, voor niks.’

Christenvervolging

F: ‘Jabhat an-Nusra heeft op een bepaald moment in een dorp ten noorden van Jisr as-Shughur een bisschop ontvoerd. Ze namen hem alle eigendomsaktes af van alle gebouwen en landerijen in het bezit van de kerk. Ze brachten hem voor een Islamitische rechtbank waar hij gedwongen werd alle aktes over te dragen aan Jabhat an-Nusra; alles moest hij bekrachtigen met zijn bisschoppelijk zegel. Nu zijn er daar drie christelijke gemeenten die haast verlaten zijn, de enigen die er nog wonen zijn oude mannen die het dorp niet uit kunnen. De rest is allemaal Islamitisch land geworden. Als je daar nu nog durft komen als christen word je ingerekend door Nusra.

De stad al-Qusayr, waar ooit heftig gevochten is, was half-christelijk voor de oorlog, was ook getuige van wandaden tegen christenen. In een dorp vlakbij al-Qusayr, Rabla, hebben ze, of het nu Nusra of ISIS was, ik wil er van af, een franciscaans bisschop en alle christelijke inwoners vermoord, als je je dat nog herinnert.

Een ander verhaal is dat van Broeder Paolo Dall’Oglio. Hij trok van Damascus naar Raqqa om bij ISIS te pleiten voor de vrijlating van een paar christenen. ISIS nam hem gevangen, folterde hem en dwong hem zich te bekeren tot de Islam. Daarna doodden ze hem. Hij was zelfs geen Syriër, een Italiaan …

Kijk, nog zo’n bekend verhaal, dat van broeder Frans van der Lugt, een Nederlander. Hij was in Homs en zorgde daar tijdens de belegering door de Jihadi’s voor de christenen.

Je kunt je gewoon niet voorstellen wat ze met de Christenen in Qusayr hebben gedaan.’

L: ‘Ze lieten vrouwen hun baby’s op hun schoot vasthouden, één van hen hield de vrouw in bedwang, een ander onthoofde het kind. Terwijl de moeder zat toe te kijken. Daarna werden de vrouwen zelf afgemaakt.’

F: ‘In alle eerlijkheid, dat deden ze niet alleen met christenen, alawieten werden ook zo behandeld door de jihadi’s. De eerste keren dat we zo’n verhalen hoorden, huilden we nog. Nu, nu, zijn we er gewend aan geraakt. Bijna elke dag hoor je nu zo’n verhalen.’

L: ‘Duizenden mensen …’

F: ‘Pieter, herinner je je nog dat je mij ooit zei dat ik moest maken dat ik weg kwam uit mijn stad omdat de jihadi’s eraan kwamen? Diezelfde week werden er ongelooflijke misdaden begaan. Zo werden er zwangere vrouwen gedood, die sneden ze gewoon de baby uit hun buik.’

L: ‘Ze sneden die vrouwen gewoon levend open en namen ongeboren kinderen eruit. Gruwelijke dingen deden die …’

F: ‘Ken je Adra? Bij Damascus, nog een christelijk dorp. Daar was er het verhaal van een hele familie die in een grote tunneloven werd gedwongen en langzaam werd gekookt. Een hele familie werd zo gekookt.

Om aan dat lot te ontsnappen heeft ten minste één familie zichzelf opgeblazen, een zekere dood was beter dan in de handen van de jihadi’s te vallen.

Zo hebben we ook video’s gezien van mensen die achter paarden werden gebonden, en dan werden voortgesleurd nadat dat paard was opgejaagd. Maar ze deden dat ook met auto’s en moto’s.’

Iran en Rusland

Is er iets veranderd toen Hezbollah en andere Sji’itische groepen tussenbeide kwamen in Syrië? Is de situatie nu verbeterd voor de christenen?

F: ‘Hezbollah? Die zijn er bijna niet meer. (pertinent onjuiste bewering, Hezbollah en andere Sji’itische milities vormen zowat de ruggengraat van het Syrische regeringsleger — PvO) In het begin waren die wel massaal aanwezig. Iedereen die hier komt, streeft een eigen doel na. Ze komen niet om Syrië te helpen, ze streven eigenbelang na. Zoals iedereen hier, zoals Iran, Rusland, iedereen.’

Is er dan een grotere Iraanse aanwezigheid nu nadat Hezbollah vertrokken is?

F: ‘Iran? Ja waarschijnlijk. We zien dat niet, maar naar het schijnt zitten die overal. Die controleren de luchthavens naar het schijnt. En Russen. Overal zitten er Russen tegenwoordig. We weten dat er Iraanse soldaten zijn hier, maar die zien we nooit. Maar Russen, het loopt hier vol.

En gedragen zij zich? Die Russische soldaten? Of stelen zij ook geld van de bevolking?

L: ‘Nee, over het algemeen gedragen die zich. Ik heb hen nog nooit christenen weten beroven.’

F: ‘De Russen zijn nog vrij goed voor ons. Als er toch iets gebeurt, ga je dat aangeven bij één van hun commandanten en dan wordt de soldaat in kwestie gestraft. De Russen zijn zelfs hun eigen toeristische industrie begonnen in onze stad. Ze kopen en verkopen zowat alles als aandenken, koper, aardewerk, alles wat hier gemaakt wordt, kopen ze.’

Wat denk je dat er nu gaat gebeuren in Syrië? Na de val van Ghouta en Dar’aa verwacht iedereen een nieuwe slag, in de provincie Idlib. Denk je dat die eraan komt?

F: ‘Idlib, zeker. Maar ze moeten wel rekening houden met de gevolgen. Het zijn immers ook niet alleen jihadi’s daar. Er zitten meer burgers dan jihadi’s daar, en allemaal door mekaar.

Idlib nu, volgens mij zijn er meer buitenlanders nu dan ooit tevoren. Idlib is zowat een magneet voor jihadi’s. Het zit daar vol, volk van over de hele wereld. Het zou goed zijn moesten de Verenigde Naties of machtige landen tussenbeide komen. Maar dat zie ik niet gebeuren. En dan? Dan denk ik dat alles gewoon hetzelfde zal blijven.’

L: ‘Inderdaad alles blijft gewoon hetzelfde. Exact dezelfde mensen, exact dezelfde jihadi’s.’

F: ‘Idlib staat op ontploffen, het is één groot kruitvat, letterlijk en figuurlijk. Ze hebben ook alle middelen om aanslagen te plegen in Latakkia bijvoorbeeld.’

Denken jullie dat Europa, de westerse overheden meer moeten doen voor het Syrische volk? Wat kunnen wij, België, Europa, doen om het volk te helpen?

L: ‘Het probleem is vaak de media. Al die verhalen over een islamitische overname van Europa, alle vluchtelingen worden nu als gevaarlijk beschouwd. Er zitten er gevaarlijke tussen ja, maar wat met de gewone mensen zoals wij? We worden op een hoop gegooid.’

Vinden jullie dat de Belgische overheid meer vluchtelingen uit Syrië zoals jullie moet opnemen?

F: ‘Als je de oorlog stopt in Syrië, dan blijven we daar. Als er veiligheid is, leven we liever daar. Dat is ons land, ik ben er opgegroeid. Maar als ik moet kiezen tussen herinneringen en veiligheid, dan kies ik voor veiligheid, daarom zijn we in België nu. Maar Syrië, daar ligt mijn hart.’

‘Alles is verziekt door de Saoedi’s met hun wahhabisme. Ze hebben de hele samenleving ontwricht, de islam in Syrië was redelijk progressief tot de Saoedi’s zich begonnen te mengen. In Syrië leefde iedereen zonder probleem samen, alawi, christen, soenni, … we leefden echt samen. Van een soort gematigde islam evolueerde alles in Syrië to een extreme vorm, en snel ook.

Kijk, Pieter; onderschat vooral de impact van de media niet. Alles wat er gebeurt in Syrië kan je bijna live zien op al-Arabiyya of al-Jazeera. Die tonen alles, echt alles. Mijn kinderen zijn bijna zombies geworden. Doden, bloed, afgerukte ledematen, dat allemaal op tv elke dag, dat is allemaal normaal geworden, snap je? Hoe moeten die daarmee leven? Die zien dat elke dag, ze zijn echt bijna ongevoelig geworden, zombies …

Misschien, als je het mij nog eens vraagt over een jaar of vier, dan zal ik misschien huilen. Nu kan ik gewoon niet, er is te veel, het houdt niet op. Er is gewoon te veel. Gisteren werden er weer 40, 50 mensen gedood in Syrië, burgers. Elke dag opnieuw en het stopt niet. Het wordt mij gewoon te veel. Te veel.’

 

Pieter Van Ostaeyen

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Pieter Van Ostaeyen?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans