JavaScript is required for this website to work.
Binnenland

Forum

Het is maar 10 miljard

Jinnih Beels: ‘De kiezer verlangt dat politici zich opnieuw als lobbyisten van het algemeen belang gaan gedragen en hun democratische plicht vervullen.’

Jinnih Beels (Vooruit) is gedeputeerde van de provincie Antwerpen en oud-politiecommissaris. Ze schrijft deze opinie in eigen naam.

21/7/2026Leestijd 4 minuten
Beels: ‘Ook het voortdurend behouden van vertrouwen is een kerntaak waarop de
overheid zich zou moeten toeleggen.’

Beels: ‘Ook het voortdurend behouden van vertrouwen is een kerntaak waarop de overheid zich zou moeten toeleggen.’

foto © JB

Geen enkele regionale regering is op weg naar een budgettair evenwicht tegen 2029. Dat nieuws verscheen in de week dat de Vlaamse regering het hard te verduren kreeg.

Onder meer het subsidiebeleid en de klungelige communicatie rond de invoering van het wegenvignet – dat voor een deel van de Vlamingen uiteindelijk gewoon op een hogere factuur dreigt neer te komen – werden op de korrel genomen. Met die heuglijke gebeurtenissen kan het politieke reces eindelijk van start gaan. De politieke klasse kan zich nu ook bezinnen over twee grote vragen.

Kerntaak

Ten eerste, wat is nu eigenlijk de kerntaak van een overheid? Geloof het of niet, maar je hoeft geen neoliberaal te zijn om je die vraag te stellen. Sterker nog, degene die het meest inzit met gelijke kansen en sociale mobiliteit, zou hier – zeker in tijden waarop er op elk niveau gesaneerd moet worden – als eerste zorgvuldig bij mogen stilstaan. Want die besparingsdruk zou er in een ideale wereld eigenlijk toe leiden dat partijideologie onvermijdelijk naar de achtergrond verdwijnt, de geldkraan richting bevriende organisaties eindelijk eens wordt dichtgedraaid en er opnieuw wordt gefocust op de absolute kerntaken.

Beleidsmakers hebben vandaag zelfs de luxe om zich achter die budgettaire krapte te verschuilen en zich voor één keer volledig door de realiteit te laten leiden. Om zich dus opnieuw toe te spitsen op de kerntaken: veiligheid, onderwijs, infrastructuur en het organiseren van een sociaal vangnet voor de meest behoevenden.

Overheidsmiddelen zijn eindig en schaars

Die laatste groep wordt op deze manier eigenlijk pertinent in de steek gelaten. In het politieke debat lijkt namelijk één fundamenteel begrip volledig verdwenen: opportuniteitskost. Elke euro die wordt uitgegeven aan een kook-app, een paardenjumping of een podcast, is een euro die niet gaat naar airco’s in woonzorgcentra, capaciteitsuitbreiding in het buitengewoon onderwijs of persoonlijk assistentiebudgetten voor personen met een handicap.

Beleidsmakers spreken graag over investeringen, alsof elke uitgave automatisch een investering is. Dat is uiteraard onzin. Overheidsmiddelen zijn eindig en schaars. Iedere keuze vóór iets, is automatisch ook een keuze tégen iets anders. Daarom zou belastinggeld prioritair moeten gaan naar de kerntaken waarvoor het gros van de bevolking ook effectief bereid is belastingen te betalen.

Democratische plichten

Wat mij dan weer brengt tot de tweede vraag: is de politieke klasse haar democratische plichten naar behoren aan het vervullen? Wat mij betreft is het antwoord daar momenteel nee op.

Als burgers jaar na jaar het gevoel krijgen dat de overheid haar prioriteiten kwijt is, geld uitgeeft aan bijzaken en ondertussen basisdiensten laat slabakken, dan tast dat de legitimiteit van de democratische instellingen ontegensprekelijk aan. Legitimiteit die broodnodig is als je weet dat mensen steeds vaker thuisblijven als ze moeten gaan stemmen, zich vooral door niemand vertegenwoordigd voelen en zich daarenboven genoodzaakt voelen om te stemmen op wat men vandaag zo graag antisysteempartijen noemt.

De kiezer verlangt dat politici zich opnieuw als lobbyisten van het algemeen belang gaan gedragen

Met andere woorden: ook het voortdurend behouden van vertrouwen is een kerntaak waarop de overheid zich zou moeten toeleggen. Dat vertrouwen neemt terecht af wanneer mensen hun zuurverdiende centen zien verdwijnen naar zaken die vooral partijen en hun netwerk dienen, in plaats van de samenleving. Al zit ook daar een pijnpunt.

Door voortdurend subsidies uit te delen aan bevriende organisaties en steeds meer beleid te voeren voor een kleinere groep belanghebbenden, blijven beleidsmakers doen alsof de kiezer het verschil niet ziet tussen partijbelang en algemeen belang. In werkelijkheid verlangt die kiezer in de eerste plaats dat politici zich, in plaats van als organisatielobbyisten, opnieuw als lobbyisten van het algemeen belang gaan gedragen.

Dus ja: ook de liberaal beseft dat niet elk bedrijf subsidies moet krijgen. Ook de socialist weet dat gelijke kansen beginnen in ons onderwijs en niet in een almaar uitdijend landschap van gesubsidieerde tussenstructuren. En ook de christendemocraat beseft dat een sterk middenveld niet hetzelfde is als een permanent gesubsidieerd middenveld.

Staatshervorming

Verschillende critici die pleiten voor een staatshervorming wijzen als mogelijke verklaring onder meer op de omvangrijke geldstromen die jaarlijks van het federale niveau naar de deelstaten vloeien.

Die bedragen lopen vandaag op tot meer dan 19 miljard euro per jaar en kunnen de budgettaire urgentie bij de deelstaten deels afvlakken. Ook al gaat het om wettelijk vastgelegde financieringsmechanismen, ze nemen niet weg dat de federale overheid die middelen zelf doorstort terwijl ze tegelijk met een historisch begrotingstekort kampt. Die financieringsstructuur zou mee kunnen verklaren waarom de stimulans om verantwoorde keuzes te maken regionaal vaak ontbreekt, ondanks het feit dat ook Vlaanderen toch een begrotingstekort van zo’n 3 miljard euro kent.

Nog opmerkelijker is dat vaak dezelfde politieke partijen die op federaal niveau de bevolking proberen te overtuigen van de noodzaak om miljarden te besparen, op andere bestuursniveaus veel minder terughoudend lijken wanneer het over hun eigen uitgaven gaat.

Hoe overtuig je de bevolking om 10 miljard te besparen als je zelf de indruk blijft wekken dat er altijd nog wel ergens een paar miljoen te vinden is?

Dezelfde overheid die voortdurend proclameert dat de financiële situatie bijzonder ernstig is, maar op een ander bestuursniveau middelen blijft vrijmaken voor allerlei onnozelheden, hoeft zich er niet over te verbazen dat ze burgers moeilijk overtuigd krijgt van de ernst van de situatie.

De federale regering begint ondertussen aan haar zoektocht naar 10 miljard euro. Ik wens haar daar oprecht veel succes mee. Alleen wordt het bijzonder moeilijk om de bevolking van die noodzaak te overtuigen, zolang overheden zelf de indruk blijven wekken dat er voor alles nog wel ergens een paar miljoen te vinden is. Misschien slagen ze er straks alsnog in uit te leggen dat het uiteindelijk… maar 10 miljard is.

Jinnih Beels (Vooruit) is gedeputeerde van de provincie Antwerpen en oud-politiecommissaris. Ze schrijft deze opinie in eigen naam.

Commentaren en reacties