Advertentie
mei '68
Commentaar, Onderwijs, Politiek
Sprekershoek
Sprekershoek

Het onderwijs van de toekomst

toekomst

Onlangs heeft federaal staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Theo Francken laten uitschijnen dat als hij ooit de politiek verlaat hij een school zal oprichten. Theo Francken is licentiaat pedagogische wetenschappen. Ooit was hij adviseur onderwijs bij minister Bourgeois. Zal hij op een dag daadwerkelijk een school oprichten? Dat doet er eigenlijk niet toe. De uitspraak van Francken is eerder van strategische aard.

De identitaire strijd van de N-VA

Recent onderstreepte Francken het belang van het onderwijs in de identitaire strijd die de N-VA volop voert. Als we Vlaanderen in de toekomst op de kaart willen zetten, dan beginnen we best nog vandaag met de hervormingen in het onderwijs. Kinderen zijn het kapitaal van de toekomst. Het is in het onderwijs dat identiteiten gevormd worden. Als je van het identitaire je speerpunt maakt, kan je niet buiten het onderwijs. Het zijn woorden van de minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) die evengoed in de mond van Bart De Wever (N-VA) kunnen worden gelegd. Net als Francken, beseft De Wever als geen ander dat onderwijs het koningsstuk is in de identitair-culturele oorlog, die hij en zijn partij momenteel aan het voeren zijn.
De N-VA zet momenteel hard in op de hervormingen van en de nieuwe eindtermen voor het secundair onderwijs. Het zou me niet verwonderen dat de N-VA in de volgende Vlaamse regering het departement onderwijs zal opeisen, met Theo Francken als voogdijminister.

De N-VA zet in op helder omschreven en uitdrukkelijk bepaalde eindtermen. Een uitstekende kennis van het Nederlands is het bindmiddel en vormt de basis voor een goede schoolloopbaan. Eerder dan grote structuurhervormingen, hebben we een maatpakket van gerichte ingrepen nodig die de onderwijskwaliteit verbeteren. In een opiniestuk geschreven in 2013 omschrijft De Wever het als volgt: ‘We moeten optreden met subtiliteit, precisie en zorg. Want ons onderwijs behoort nog altijd tot de Europese en wereldtop. Er was een sfeertje ontstaan waarin ons onderwijs werd afgeschreven als ronduit rampzalig. Dat is nadrukkelijk niet het geval. De N-VA pleit voor een maatpakket van gerichte maatregelen om het onderwijs te hervormen, met taaltrajecten, taalbaden, verplicht Nederlands na de schooluren, taalcursussen voor de ouders. Flink wat richtingen die niet aansluiten op de arbeidsmarkt of het vervolgonderwijs, worden het best geschrapt. Er moeten oriëntatietesten worden ingevoerd en de rol van het CLB moet worden herzien. De mensen moeten opnieuw centraal staan, niet de structuren.’

Op heel wat punten kan ik de N-VA volgen. Een brede eerste graad is onwerkbaar. Dat zal al vlug uit de praktijk blijken. Maar wie is er in godsnaam tegen differentiatie, met name maximale leerkansen voor elke leerling in de klas? Is er iemand tegen een solide kennis van het Nederlands of tegen de vaststelling dat het niveau van het onderwijs flink naar omhoog moet? Wie vindt dat leerlingen die het secundair verlaten niet over een massieve kennisbasis en op maat gesneden competenties moeten beschikken? Niemand? Ik dacht het wel. Qua open deuren intrappen kan dat tellen.

Levenslang leren

Waar de eigenlijke discussie om draait is dat de N-VA de structuren in het onderwijs wil saneren en de eindtermen helder wil omschrijven. Hier loopt het grondig fout. De N-VA wil wat morrelen binnen het plaatje, maar aan het plaatje op zich wil ze niet komen. In De Tijd legt Peter Hinssen, innovatie-ondernemer en partner bij Nexxworks, de vinger op de wonde: ‘Hoe zorgen we ervoor dat de snelheid van het onderwijs is aangepast aan de snelheid van verandering in onze maatschappij?’ Ons onderwijs frustreert heel wat mensen. Uit het PISA-onderzoek van 2016 valt duidelijk af te leiden dat steeds minder leerlingen het basisniveau halen. Het topniveau staat ook onder felle druk. Ons onderwijs is te veel gebaseerd op gemiddelden. Veel te veel jongeren zijn onvoldoende voorbereid op het vervolgonderwijs of op de arbeidsmarkt.
Intussen zijn het hoger onderwijs, de arbeidsmarkt en de maatschappij in zijn totaliteit fel veranderd, maar het secundair onderwijs is gestagneerd. Het is inderdaad totaal van de pot gerukt dat we de leerlingen vandaag nog steeds dezelfde vakken en structuren aanbieden van veertig jaar geleden, terwijl de maatschappij zo fel is geëvolueerd. In De Tijd stelt Peter Hinssen zich terecht de vraag of het onderwijs nog leerlingen zou hebben als het morgen concurrentie zou hebben.

In eerste instantie moeten we van het idee af dat leren stopt bij het behalen van een diploma hoger onderwijs en dat we voor de rest van ons leven kunnen teren op dat diploma. In een permanent veranderende maatschappij wordt het levenslang leren. Deze attitude wordt het best van kindsbeen af bijgebracht.
Leren doe je ook niet alleen op school of in een vormingscentrum. De leerling van morgen moet in staat zijn om zijn eigen leerproces op te bouwen en te managen. Zelfredzaamheid en zelfgestuurd leren vormen daarbij de kerncompetenties. De traditionele leraar-leerling-opstelling heeft afgedaan. De leerkracht wordt deels een coach die de leerling vanuit zijn intrinsieke mogelijkheden probeert uit te dagen en bij te sturen. De leerkracht stuurt het leerproces zodanig dat de leerling zijn eigen doelstellingen ziet en bereikt.

Netwerken van scholen

We zullen gaandeweg steeds meer afstappen van de traditionele opdeling van de leerstof in vakken. Nu al worden leerkrachten uitgedaagd om vakoverschrijdend te werken. In het onderwijs van de toekomst zullen we de leerstof het best organiseren in clusters van kennis, competenties en attitudes, binnen een bepaald modulair leertraject met welomschreven vakgebonden en vakoverschrijdende leerdoelen. De traditionele vakken zullen dan veel meer in elkaar overlopen en versmelten. Een goede wetenschapper heeft een solide kennis van het Engels nodig. Hij moet niet alleen vlot in het Engels kunnen communiceren, maar zal ook Engelstalige publicaties moeten kunnen verzorgen.
Scholen vormen niet langer eilanden van kennis. In onze kennismaatschappij lopen school- en werkvloer steeds meer in elkaar over. Heel wat technische beroepen hebben nood aan specifieke skills. Om deze skills goed aan te leren en te oefenen, is er nood aan netwerken van scholen, gespecialiseerde opleidingscentra en bedrijven.

Leerkrachten zullen veel meer samenwerken. De traditionele klaslokalen zullen worden opengebroken. De geborgenheid van een klaslokaal is belangrijk, maar leerlingen zullen ook meer en beter leren functioneren op leerplekken, ateliers en werkvloeren.
In de school van de toekomst wordt niet alleen gewerkt aan en solide kennisbasis, maar zijn vaardigheden en attitudes minstens even belangrijk. Attitudes zijn veel meer dan mooi rechtop zitten, opletten, spreken met twee woorden. De leerlingen zullen goede communicatieve vaardigheden ontwikkelen, het eigen leerproces kunnen reguleren, zich vlot in verschillende talen kunnen uitdrukken, spontaan kunnen samenwerken, kritisch kunnen denken over bijvoorbeeld burgerschap.
In de school van morgen vormt differentiatie de hoeksteen van het onderwijs. Op alle niveaus worden leerlingen uitgedaagd en geprikkeld. Onderwijs wordt zoveel mogelijk op maat van de leerling gesneden.

Voor steeds meer mensen vormt het onderwijs het absolute pijnpunt. Als we het secundair onderwijs willen hervormen en nieuwe eindtermen willen schrijven dan doen we dat best met een idee hoe de maatschappij van morgen er zal uitzien. In tegenstelling tot wat de grootste partij van Vlaanderen zegt, zullen we de structuren van het secundair onderwijs grondig moeten hervormen.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans