JavaScript is required for this website to work.
BINNENLAND

Hoe Waals is de Belgische defensie-industrie?

NieuwsKasper Goossens28/1/2024Leestijd 4 minuten
Geschut van FN Herstal op een wapententoonstelling.

Geschut van FN Herstal op een wapententoonstelling.

foto © WikiMedia Commons

Als het om de Belgische wapenindustrie gaat, waarom denkt iedereen spontaan aan Wallonië? De geschiedenis speelt hier een belangrijke rol in.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Wie denkt aan de Belgische defensie-industrie, komt al snel uit bij bedrijven als FN Herstal, John Cockerill of Sonaca. Deze Waalse bedrijven vormen het meest visuele deel van de Belgische sector, waardoor velen concluderen dat Wallonië die ook domineert. Maar wat met de Vlaamse en de Brusselse? En waarom denkt iedereen spontaan eerst aan de Waalse industrie? Daar speelt de geschiedenis een belangrijke rol in.

Anno 2023 bestaat de Belgian Security & Defence Industry (BSDI) uit 138 bedrijven, zo staat te lezen op de website van techsectorfederatie Agoria. Het gaat hierbij om allerlei bedrijven, van wapen- en munitiefabrikanten als FN Herstal en Mecar, over bedrijven die allerlei coatings voorzien voor staalproducten, tot bedrijven als Katal Defense Security, dat lessen in zelfverdediging aanbiedt aan bedrijven. In totaal zijn deze bedrijven goed voor 15.400 directe jobs, gaande van ingenieurs tot arbeiders.

Op wereldvlak blijft België dus eerder een kleine speler. Want hoewel FN Herstal SCAR-aanvalsgeweren levert tot in Chili, en Sioen Ballistics kogelvrije vesten mag leveren aan het Finse leger, staat geen enkel Belgisch bedrijf in de top van honderd grootste defensieconcerns ter wereld. Dat was in het verleden wel even anders, zo staat te lezen in een in 2014 verschenen boek van onder meer Nils Duquet, destijds onderzoeker bij en vandaag directeur van het Vlaams Vredesinstituut.

Surfen op metaalindustrie

Al in de middeleeuwen stond België bekend als een wapenland. Vanaf de zeventiende eeuw begon zich dat vooral te centreren in het prinsdom Luik. Dat cruciale grondstoffen zoals kolen, ijzer, water en hout allemaal te vinden waren in de regio speelde daarbij een belangrijke rol. Een eeuw later kende de wapenindustrie in de regio, meesurfend op de welig bloeiende metaal- en kolenindustrie, haar ‘gouden eeuw’. Buitenlandse wapenontwerpers en -producenten, onder wie de Amerikaan John Moses Browning, emigreerden naar België.

De beide wereldoorlogen bleken een dooddoener voor de Belgische wapenindustrie. De Duitsers sloten bijna alle bedrijven, en de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, die veel minder getroffen waren door de oorlogen dan het Europese vasteland, sprongen in dat gat.

Defensie-revival

Enkel FN Herstal slaagde erin de crisis enigszins te overleven. In de jaren 60 volgde een defensie-revival. Het Belgisch leger moest zijn door de VS gedoneerde wapentuig vervangen, en keek daarvoor naar de eigen industrie. Luchtvaartbedrijven Sabca en Sonaca (toen nog Avions Fairey) kregen contracten voor de bouw van verschillende vliegtuigen onder licentie. Asco haalde een contract ter waarde van 25 miljard frank binnen voor de productie van pantservoertuigen voor het Belgisch leger.

Deze bedrijven konden ook rekenen op een warmer wordende Koude Oorlog en daarmee gepaard gaande stijgende defensiebudgetten om ook meer exportorders binnen te rijven

Daarnaast konden deze bedrijven ook rekenen op een warmer wordende Koude Oorlog en daarmee gepaard gaande stijgende defensiebudgetten om ook meer exportorders binnen te rijven. In 1983, het toppunt van de nieuwe ‘gouden tijd’ van de Belgische wapenindustrie, exporteerde men voor 31,3 miljard Belgische frank aan goederen.

Haar op het defensie-hoofd

Ook toen was het vooral de zuidelijke helft van het land die daar het meeste profijt aan had. Twee derde tot driekwart van de tewerkstelling in de sector lag in Wallonië, vooral rond Luik en Charleroi. Wallonië heeft natuurlijk altijd een band gehad met de zwaardere industrie, waar de wapenindustrie in de jaren 60 en 70 hand in hand liep met de staalindustrie. Vlaanderen voerde ook toen al de ‘lichtere’ koers, en speelde dus amper een rol in het defensieverhaal.

Dat verhaal duurde zo’n twintig jaar. Tegen de jaren 80 was de Koude Oorlog ten einde, waren de afgesloten contracten met België zo goed als afgerond. De omzet van de defensie-industrie stortte in, met forse inkrimpingen qua personeel tot gevolg. Niet veel later liep de Koude Oorlog ten einde, waardoor verdere bestellingen uitbleven en de zwarte markt van Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen werd overspoeld door goedkope maar robuuste geweren, vliegtuigen, pantservoertuigen en helikopters van Sovjet-makelij. De Belgische wapenindustrie stond op verdwijnen, en bedrijven diversifieerden om minder afhankelijk te zijn van die fragiele defensiewereld. De directe tewerkstelling anno 2000 bedroeg nog slechts 6.900 werknemers; ver verwijderd van de hoogdagen in de jaren 70, toen de sector 60.000 tot 70.000 mensen tewerkstelde.

Het enige haar dat nog overeind stond op het kale defensie-hoofd was, opnieuw, FN Herstal, dat zich net toelegde op haar corebusiness. Door financiële problemen bij eigenaar GIAT Industries en vrees voor een sluiting, kwam het bedrijf uiteindelijk volledig in handen van het Waals Gewest. Sinds de jaren 90 stabiliseerde de industrie zich weer enigszins, om uit te komen op het niveau van vandaag. Geen wereldspeler, maar wel heel wat bedrijven die elk binnen hun sector belangrijk werk verrichten. En met de Golfoorlog van 1991 kwam ook het besef dat technologie wel eens een dingetje kon worden binnen de wereld van defensie: verschillende bedrijven, veelal gevestigd in Vlaanderen, stapten de defensiesector binnen.

Alleen, waar de defensieactiviteiten voor Vlaamse bedrijven dus eerder een van de onderdelen is, vormt dit voor veel Waalse bedrijven het gros van hun inspanningen. Dat het dus vooral Waalse bedrijven zijn die de Belgische Wapenexport domineren, mag dan ook niet verbazen. Dat technologie almaar meer een rol zal spelen bij conflicten, lijkt alvast koren op de molen van de Vlaamse tak van de defensiesector.

Uit de ban

Ook de verschillende regio’s in het land spelen daarbij een rol. Wallonië heeft in het algemeen doorgaans minder problemen met investeringen in de defensie-industrie; daarvan is FN Herstal het beste voorbeeld. In Vlaanderen lag dit jarenlang veel moeilijker, maar ook daar is de kentering ingezet. Zo kondigde Vlaams minister van Economie en Innovatie Jo Brouns (cd&v) in augustus 2023 aan om jaarlijks 1,5 miljoen euro vrij te maken voor een participatie van Vlaamse defensiebedrijven in DIANA, het innovatiefonds van de NAVO.

Daarnaast wil hij vanuit Vlaanderen ook een bijdrage leveren aan de DIRS, het programma dat minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) aankondigde om de Belgische defensie-industrie te ondersteunen, en moet Vlaanderen ook in het Europees Defensiefonds stappen. Wel benadrukt de richtlijn-Van den Brande dat de overheid enkel bedrijven kan steunen die zich zowel op de civiele als militaire markt richten met hun activiteiten.

Diezelfde communautaire verschillen zijn ook terug te vinden in het exportbeleid, dat sinds 2003 werd overgedragen naar de regio’s. Uit cijfers van de exportagentschappen en onderzoek van het Vlaams Vredesinstituut kan geconcludeerd worden dat Wallonië economische belangen vaak boven de ethische stelt. Een bewijs daarvan is het feit dat landen in het Midden-Oosten, niet echt gekend om hun strenge navolging van mensenrechten, steevast instaan voor het merendeel van het afzetgebied van Waalse wapenexporten. Voor Vlaamse export ligt het helemaal anders: 97 procent van de in 2022 geëxporteerde waarde was bedoeld voor andere Europese landen en de Verenigde Staten, zo staat te lezen in het jaarverslag 2022 van de Vlaamse overheid.

Doorbraak publiceert graag en regelmatig artikels die door externe auteurs worden aangebracht. Deze auteurs schrijven uiteraard in eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid.

Commentaren en reacties