fbpx


Actualiteit, Analyse
contactopsporing

Joris Moonens: ‘Tweede golf is niet het gevolg van falend contactonderzoek’




We leven in een verwarrend land. Tijdens de coronacrisis, die nu al enkele maanden woekert, is al zoveel misgelopen, dat sommige partijen er al een boek aan hebben gewijd. Ondertussen slagen de verschillende overheden er nog steeds niet in om orde op zaken te stellen en duidelijk te communiceren. Één van de vele discussiepunten is de contactopsporing. Hierover zagen we veel passeren in de media. Vooral negatief. Werkloze contactopspoorders die Netflix keken en de krant lazen. Kortom, het zoveelste duurbetaalde…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


We leven in een verwarrend land. Tijdens de coronacrisis, die nu al enkele maanden woekert, is al zoveel misgelopen, dat sommige partijen er al een boek aan hebben gewijd. Ondertussen slagen de verschillende overheden er nog steeds niet in om orde op zaken te stellen en duidelijk te communiceren.

Één van de vele discussiepunten is de contactopsporing. Hierover zagen we veel passeren in de media. Vooral negatief. Werkloze contactopspoorders die Netflix keken en de krant lazen. Kortom, het zoveelste duurbetaalde systeem dat niet werkt in dit land. Wij wilden ons licht opsteken bij de ziekenfondsen, maar daar werd onderling afgesproken niet meer zelf te communiceren. Zo kwamen we terecht bij Joris Moonens, woordvoerder bij het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) dat ressorteert onder de bevoegdheid van Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V).

Te veel volk en technische problemen

Moonens begint met een overzicht te geven van de geschiedenis van de veel geplaagde contactopsporing. ‘Eind april hebben we het contactonderzoek in het leven moeten roepen. Er was in Vlaanderen slechts een zeer beperkte capaciteit om dit te organiseren. Wij hadden binnen het AZG slechts enkele mensen die zich hier mee bezighielden. We hebben dan besloten om een grootschalig systeem op te zetten: onder leiding van KPMG, dat de projectleiding op zich neemt, werkt een consortium van callcentra samen met de ziekenfondsen aan de contactopsporing. De callcentra doen het leeuwendeel van de telefonische onderzoeken, de ziekenfondsen houden zich bezig met het veldwerk en de meer gespecialiseerde oproepen, naar woonzorgcentra bijvoorbeeld. Het projectbeheer ligt bij KPMG. Drie poten werden via een overheidsopdracht aangesteld.’

‘Op basis van een schatting hebben we dan een groot aantal mensen aangeworven voor de call centra en het veldwerk. Toen het systeem op poten stond bleek de eerste golf achter de rug te zijn. Dat heeft dan geleid tot de perceptie dat iedereen daar met zijn vingers zat te draaien, maar dat is terug te leiden tot de periode waarin we net uit de eerste golf kwamen.’

‘In het begin heeft het systeem ook met heel wat technische opstartproblemen te kampen gehad. Die zijn ook uitgebreid in de media een bod gekomen. De verklaring daarvoor is eenvoudig: onze federale collega’s hebben in een recordtempo een dataplatform moeten ontwikkelen op basis van een aantal bestaande systemen die daar niet voor bedoeld waren. Zij hebben dit naar best vermogen gedaan, met als gevolg dat een aantal zaken goed liepen maar andere dingen dan weer niet. Gaandeweg is dat stap voor stap verbeterd. Vandaag zijn er enorme stappen vooruit gezet. De technische problemen werden in de weken voorafgaand aan wat nu de tweede golf lijkt te zijn al opgelost. We hebben het dan over mensen die dubbel werden gecontacteerd of gesprekken die niet correct konden worden afgesloten.’

Te traag en te klein bereik

Moonens erkent nog een probleem. ‘Waar het ook wrong, was de snelheid van heel het systeem. Het contactonderzoek op zich heeft daar weinig greep op. Eerst moet de patiënt naar de huisarts gaan, daar wordt dan een test afgenomen die het labo analyseert. Dat betekent dat het labo genoeg capaciteit moet hebben om de testen snel te verwerken, maar ook dat ze daar de resultaten zo snel mogelijk in het systeem steken. Onder druk van de tweede golf is op dat gebied heel wat vooruitgang geboekt. Het federale niveau heeft de labo’s aangespoord om de resultaten binnen de twee uur op te laden in de databank. Daar is nu een financiële sanctiemogelijkheid voor voorzien. Vroeger werden er maar één keer per dag gegevens opgeladen, nu zijn er verschillende momenten per dag waarop gegevens in de databank terecht komen. De snelheid van de keten is dus sterk verbeterd.’

In het begin werd de doelgroep niet genoeg bereikt. Moonens ziet hier veel vooruitgang. ‘Vorige week zaten we al aan 72% van de patiënten die op de eerste dag al een gesprek hebben. Dat stijgt naar 76% voor de tweede dag. Daarna komen er nog enkele percenten bij die verband houden met een bezoek van de veldagenten. We zitten nu dus met een hoog bereik waarbij zeven à acht op de tien effectief gecontacteerd worden. Dat is geen 100%, maar dat is ook niet mogelijk. Sommigen willen niet meewerken of zijn om andere redenen onbereikbaar.’

Negatieve perceptie keren

‘We zien ook dat 65% van de mensen effectief contacten doorgeven, zo gemiddeld 4,5 per persoon. Ook dat is een sterke verbetering ten opzichte van het begin. Daar kan nog winst geboekt worden: we moeten meer mensen overtuigen van het belang om contacten door te geven. Daarom moeten we de negatieve perceptie keren. De negatieve berichtgeving heeft geen goed gedaan aan het draagvlak. Anderzijds kunnen de lokale initiatieven die nu her en der opduiken zeker een rol spelen om mensen klaar te maken, te informeren en te helpen bij het opstellen van een contactenlijst om klaar te zijn voor wanneer het telefoontje komt. Zij kunnen ook de echt moeilijke gevallen op voorhand detecteren zodat we direct een veldagent kunnen langs sturen omdat een telefoongesprek niet mogelijk is.’

Samengevat stelt Moonens: ‘We komen uit een situatie waarin er in dit land totaal geen contactonderzoek op grote schaal mogelijk was. We hebben dit op een snel tempo opgezet met resultaten die tegenover het begin stelselmatig verbeterd zijn. We hebben nu goede resultaten, zowel qua snelheid als qua bereik. Nu bekijken we hoe we lokale initiatieven die een meerwaarde kunnen bieden een rol kunnen laten spelen. Dat is waar we op dit moment staan.’

Horeca-lijsten niet voor contactopsporing

Hoe worden de aanwezigheidslijsten uit de horeca eigenlijk bij het onderzoek betrokken?

‘Die worden op dit ogenblik niet benut bij de contactopsporing. Dat is ook niet nodig. Ik denk dat er soms wat verkeerd naar die lijsten wordt gekeken. Het is niet zo dat iedereen die in een café of restaurant aanwezig is een risicocontact heeft wanneer er een besmet iemand binnen. Momenteel worden die lijsten gebruikt bij brononderzoek, wanneer er lokaal iets aan de hand is. Men gaat dan kijken waar mensen besmet zijn geraakt en waar er risicoplaatsen zijn. Wanneer dan een lokaal opduikt kan men de aanwezigen vanop de lijst contacteren om hen te verwittigen om waakzaam te zijn. We zijn nu ook aan het overwegen om die lijsten een plaats te geven in het centrale contactonderzoek, maar daarbij moet je toch goed definiëren in welke gevallen het nuttig is om die registratielijsten op te vragen. Dat vraagt tijd.’

‘We passen het systeem aan op basis van ervaring en nieuwe gegevens. Dat vraagt altijd enige mankracht en wat denkwerk om die aanpassingen in het systeem op te nemen. Ik begrijp dat nu de tweede golf er aan zit te komen dat er druk is om het sneller en beter te laten functioneren, maar je moet ook realistisch blijven. Je kan zo’n systeem niet met een vingerknip omgooien. Het systeem is continu in ontwikkeling.’

Sancties

Er zijn geen sancties voor wie weigert mee te werken. Moonen: ‘We kunnen niemand verplichten om mee te werken. De sanctie is eigenlijk dat het virus een grotere kans krijgt in onze samenleving en dat je later geconfronteerd kan worden met allerlei vormen van lockdown en vrijheidsinperkingen. De sanctie is het resultaat dat zich in de maatschappij vertoont wanneer het virus meer kansen krijgt.’

‘De laatste dagen wordt er veel gesproken over handhaving en sancties. Ik begrijp dat er druk is, dat iedereen maatregelen wil en die ook wil afdwingen. Maar bij een uitbraak van een virus van dit type waarbij de besmetting eigenlijk onder de radar gebeurd, waar mensen zonder symptomen ook als verspreider dienst doen, ben je volledig afhankelijk van de vrijwillige medewerking binnen de maatschappij. Mensen moeten zich houden aan afstandsregels, aan isolatieregels… Je kán dat nooit handhaven op die schaal.’

‘Het feit dat er nu een tweede golf is, is niet het gevolg van falend contactonderzoek of falend dit of dat. Het is het gevolg van te veel mensen die te veel contacten met elkaar hebben en de verzwakking van de aandacht voor afstands- en hygiëneregels. Ik begrijp dat ook, de mens steekt nu eenmaal zo in elkaar. We zoeken elkaar op en we worden die regels na een tijd beu, maar met sanctioneren en handhaven kan je dit niet oplossen. Er bestaat geen volledig sluitende oplossing. De echte dam tegen het virus zal toch het collectieve gedrag moeten zijn.

Problematische groepen

Wat dat betreft duiken er meer om meer geruchten op over problematisch gedrag in bepaalde gemeenschappen. Marc Van ranst omschreef dat als ‘een sociologisch probleem’. De vraag is dan of er wordt gewerkt aan een methodiek om dit aan te pakken door bijvoorbeeld meer bepaalde wijken te viseren in plaats van algemene maatregelen op te leggen?

‘Dat is specifiek de rol van cluster- en brononderzoek. Zo ga je kijken naar verbanden tussen de mensen. Dat kunnen locaties zijn, maar ook gemeenschappen of leeftijdsgroepen. Wanneer je zoiets vaststelt is het de bedoeling dat je daar gericht op gaat werken. Het eerste wat je dan doet is gericht sensibiliseren. Als het over een etnische groep gaat stap je naar de vertegenwoordigers van die groep. Idem dito voor de groep van jongeren of andere leeftijdsgroepen. Je gaat dan op zoek naar kanalen om die doelgroepen te bereiken. Zo probeer je de verspreiding tegen te gaan. Op een gegeven moment, zoals nu in Antwerpen, kan je niet meer in zo’n clusterbenadering denken, dan is het al te ver gevorderd en kan je enkel nog met grovere-borstel-maatregelen proberen om het in te dammen.’

Ook taalproblemen spelen een rol. ‘Dat is uiteraard een extra hindernis bij een contactonderzoek,’ bevestigt Moonens. ‘Bij de contactonderzoekers zijn er wel verschillende mensen die verschillende talen machtig zijn. Er zijn ook tolkdiensten aanwezig. Hier wordt nu ook meer gekeken naar lokale initiatieven die een brug kunnen vormen. In Antwerpen is er een pilootproject met vrijwilligers dat in dit kader loopt. Zij bereiden de mensen voor op een contactonderzoek en helpen hen bij het samenstellen van contactlijsten. Dat moet wel nog structureel verankerd worden.’

Mens is zwakke schakel

Ondertussen is er een formulier voorzien voor wie terugkeert uit vakantie. Dat moet vanaf vandaag ingevuld worden door wie terugkeert uit de gemarkeerde zones. Moonens: ‘Die formulieren komen bij het contactonderzoeksteam terecht. Zij worden als een hoogrisicocontact beschouwd en krijgen een telefoontje waarin hen wordt uitgelegd wat er van hen verwacht wordt. Zij moeten de procedure van een hoogrisicocontact doorlopen: zich laten testen, in quarantaine gaan, eventueel een tweede test laten afnemen… Die procedure staat al een hele tijd op punt.’

De zwakke schakel is hier natuurlijk weer de mens zelf. ‘Bij vlieg- of treinreizen is het probleem niet zo groot, maar bij mensen die met de auto vertrekken kan je onmogelijk alles controleren. Bij mijn weten liggen grenscontroles door de douane of andere diensten ook nog niet op tafel. Alles staat of valt met het gedrag van de mensen. Dat is de realiteit van de gezondheidscrisis waar we inzitten.’

Persoonlijke verantwoordelijkheid en collectief belang

De bottom line in deze crisis is de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mensen. Moonens kan dit niet genoeg benadrukken. ‘We mogen echt niet vergeten wat de aard van dit virus is. Ik denk terug aan mijn eigen ervaring vorig jaar met de legionella-uitbraak in Evergem. Daar kon je echt brononderzoek doen: je had een bron, een koeltoren. Neem die bron weg en het probleem is opgelost. Met een virus van dit type werkt het zo niet. De verspreiding gebeurt helemaal anders. Je kan niet een winkel of een fitnesszaak sluiten om het probleem op te lossen. Hier gaat het echt om mensen uit elkaar te houden, menselijk contact te vermijden en afstands- en hygiëneregels toe te passen.’

‘Wat in een crisis als deze ook telkens naar boven komt,’ benadrukt Moonens, ‘is de vraag omtrent privacy en individuele vrijheids- en burgerrechten. Die botsen met het collectief belang. Je moet die afwegen en op een gegeven moment moet je keuzes maken. Kan je isolatie verplichten? Mensen hebben recht op de vrijheid om hun huis te verlaten… Mag je de patiëntengegevens delen? Mensen hebben recht op de geheimhouding van hun medisch dossier. Ga je dit een stuk loslaten om een isolatieverplichting in te voeren? Ga je de gegevens delen met mensen die dit moeten handhaven? In welke mate gaan we het collectief belang toelaten om inbreuk te plegen op individuele rechten? Dat zijn ethische vragen, waar geen juist of fout antwoord op bestaat. Op een gegeven moment moeten er gewoon maatschappelijke keuzes gemaakt worden. Maar dat is niet zo eenvoudig.’

Winny Matheeussen

Enige tijd geleden geboren, in de herfst. Momenteel levend.