fbpx


Literatuur
Arkprijs

Jozef Deleu krijgt Arkprijs Vrije Woord

Taalflamingantisme tegen eng nationalisme


Het was een jubileumviering voor de Arkprijs van het Vrije Woord: 70 jaar inzet voor samenwerking met Nederland, internationale verdraagzaamheid, ‘vrijmoedigheid en ongebondenheid’ zoals laureaat Jozef Deleu het in zijn kort dankwoord zei. In tijden van avondklok en contaktbeperking werd de traditie niet gebroken. Het was bewust dat de viering plaatsvond in Beersel. Aan het Huis van Herman Teirlinck op de Uwenberg en in zijn geliefkoosde afspanning op een steenworp, 3 Fonteinen. Daar kwam hij met zijn Mijolklub vrijwel wekelijks samen. Stichter van deze morele onderscheiding was immers Herman Teirlinck.

Arkprijs uit verzet

Het was inderdaad in 1951 dat de eerste Arkprijs werd toegekend – aan een vrouw: de rebelse dichteres Christine D’Haen. De oorsprong lag in het versteende zuilensysteem van na de oorlog. In 1950 was de provinciale prijs der letteren in Antwerpen toegekend aan Marnix Gijsen voor Het Boek van Joachim van Babylon. Maar jurylid Joris Baers (eerwaarde heer, stichter van Boekengids) schakelde kerk, partij en rota in om Dat ongedaan te maken. Hij beschouwde de te weinig kuise – eigenlijk te preutse – Suzanna als onzedelijk en schadelijk voor de geestelijke gezondheid der jeugd (‘aantasting van de grondslagen der morele gaafheid’). Het boek stond op de Vaticaanse index. Het is weinig geweten, maar de provincieraad haalde bakzeil en gaf de prijs aan … Joris Baers. Die hem niet weigerde.

Sindsdien staat de Arkprijs symbool voor waarheid, verzet, eerlijkheid en de vrije meningsuiting. Was hij oorspronkelijk verbonden met de socialistische zuil en het culturele blad Nieuw Vlaams Tijdschrift. De tegenhanger was het christelijke Dietsche Warande en Belfort. In 1983 bracht de oprichting van een onafhankelijke stichting een nieuw, eigenzinnig elan. Niet langer de redactie van het NVT, maar een niet-gebonden genootschap kende voortaan de Arkprijs toe. Dat valt af te meten aan de laureaten (zie www.arkprijs.be).

Arkprijs in tijd van gezagstwijfel

Jozef Deleu was hoe dan ook de aangewezen man die de prijs nu, op een politiek scheidingsvlak en in tijden van grote gezagstwijfel, mocht aanvaarden. De kracht van de prijs is dat hij al die tijd niet aan een geldsom is verbonden, maar aan een morele erkenning uit de brede culturele gemeenschap. Deleu, stichter van Ons Erfdeel, Septentrion, De Franse Nederlanden, The Low Countries, en gangmaker van Neerlandica Extra Muros, heeft zijn eigen, zelfkritische weg afgelegd, die culmineerde in drie niet mis te begrijpen filippica’s: De Pleinvrees der Kanunniken (1985), Een Beetje Columbus Zijn (1989) en vooral Hoe Vlaming te Zijn? Zes Teksten van August Vermeylen en Jozef Deleu (2017).

De nieuwe voorzitter van het Arkcomité, Yves T’Sjoen, vatte zijn ontwikkelingsgang zo samen: ‘Bekend zijn de cultuurpolitieke en taalactivistische standpunten van Jozef Deleu, aanvankelijk gericht op Nederlands-Vlaamse integratie, maar al geruime tijd met nadruk op de dynamische ontwikkeling van het culturele en intellectuele leven in Vlaanderen’.

ArkprijsBabeth Albert

Nieuwe injecties

Ik heb dat in mijn lofrede voor de laureaat aangescherpt, en heb verwezen naar twee nieuwe injecties: in 1985 moest ik al de laudatio houden in een Antwerpse bank voor Daniel Buyle, net buitengewerkt bij de VRT door CVP-gekonkel, waarbij de politiek de zogenaamd onafhankelijke openbare zender BRT had afgedreigd.

Onder druk van premier Wilfried Martens en administrateur-generaal Paul Van den Bussche liet de Raad van State zijn onbevooroordeeldheid varen. Buyle zou dat neerleggen in zijn nog altijd actueel boekje De Lakeien van de Wetstraat (1986). Waar de vrijheid en onafhankelijkheid van meningsuiting wankelden, de slaafsheid van onderdanige journalisten de verslaggeving vergiftigde, diende een dam opgeworpen. Blijkbaar is die nog altijd niet sterk genoeg, nu Luc Huyse in De Standaard de aandachtsverenging tot het eigen dorp rond de Wetstraat aanklaagt als ‘journalistieke bijziendheid’.

Maurice De Wilde

Een paar jaar eerder, in 1982, kreeg Maurice De Wilde de Arkprijs – ook toen in Beersel – voor De Nieuwe Orde. Hij mag dan al als ‘inquisiteur’ omschreven zijn, zijn waarschuwing voor de autoritaire tendensen in onze maatschappij zijn prangender dan ooit. Wie nog altijd niet doorheeft dat Trump, Erdogan, Orbán, Johnson, Kaczynski, De Winter, Salvini, Le Pen, Poetin, Salman bin Abdoel Aziz of Xi de huidige Weimarrepubliek, de zieke democratie, willen omturnen tot een zelfzuchtige en hardvochtige despotenstaat, is ziende blind. En bedriegt en bedreigt zichzelf.

In die context is Deleu een betrouwbare dukdalf. Hij heeft lak aan de Vlaamse erfzonde, niet over de grenzen van het zelfgenoegzame muurtje te willen kijken. In mijn rede heb ik een aantal pijnpunten aangestipt. ‘Deleu is niet wars van een vloeibare identiteit. Hij beseft dat je de retorische kracht van de taal nooit in handen moet laten van radicale populisten, voor wie het status quo eeuwigheidswaarde heeft, voor wie de natiestaat een doel op zich is en liefst in versteende vorm’.

Pol Goossens heeft het nog beter verwoord. ‘Deleu wil geen geschiedenis van wapenfeiten, maar van onze nederlagen’, schrijft hij. ‘Een geschiedenis van collectief falen, zonder wapengekletter. Deleu wil een verhaal over de teloorgang van het schijnbaar overbodige, het kwetsbaar moois, en het vergooien van onaangeboord talent. Allemaal verstikt en vertrappeld in het geweld van de commercie, “breaking news” en “hitsige soundbytes”‘. Bekijk de VOKA-reacties, de federale regeringsvorming, de aanpak van de coronacrisis. U weet genoeg.

Nieuwe beeldenstorm

In plaats van dat alles met lede ogen, moedeloos, ongeïnteresseerd of zelfs verongelijkt te ondergaan, roept Deleu op tot een nieuwe beeldenstorm. Ce ne sont que des gueux, zei kardinaal Granvelle minachtend toen het volk om gehoor en overleg vroeg. Toch zijn het die boze kleine luyden die de omwenteling afdwongen. ‘De nieuwe geuzen zijn wat Deleu zelf is: cultuurflaminganten. Niet de verkrampte Vlaams-nationalisten en zeker niet de neobelgicisten’.

Cultuur is de hartslag van verzet. Tegen eenvormigheid, tegen onderdrukking, tegen gebrek aan inspraak, tegen economisme, tegen verloedering. ‘Een mond is muiten’, schreef Lucebert. Zwijgen is collaboreren. ‘Daarom is het nodig dat de overheid meer aandacht opbrengt voor verscheidenheid, voor de culturele betekenis van taal, auteur, uitgeverij en boekhandel’, aldus Deleu. Want van de zogenaamde canon is amper nog een werkje te vinden in de boekenwinkel, zelfs niet bij De Slegte.  ‘Aan het onderwijs van de eigen literatuur wordt geen serieuze aandacht besteed’. Slogans zijn makkelijker dan tekstkritiek. ‘De oppergeus Deleu heeft maar één doel voor ogen: haal alle protserige beeltenissen neer van minabele politici en hebzuchtige captains of industry, slecht de muren om ons heen, en laat de nieuwe wind vrijelijk waaien: een wind van vrijheid, verstand en kritische zelfbeschouwing’.

_____

Zie ook: Lukas De Vos (Red.), Jozef Deleu. Alles Voor Vrijheid, Volksverheffing, Vrijmoedigheid, Kritiek. Antwerpen/Brussel, De Vrienden van de Zwarte Panter/Huis van Herman Teirlinck 2020, 160 blz.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Lukas de Vos

Lukas De Vos is senior journalist van de VRT.