fbpx


Binnenland

Kaat Bollen en de ‘waardigheid van het beroep’

Tuchtcommissie heeft gelijk



Het zijn lastige tijden voor sexuologen-psychologen. De beroepsgroep is van mening dat niet zomaar alles kan, en dat is tegen het zere been van de niet-aflatende behoefte tot zelfexpressie van sommige jonge praktizijnen in de beroepsgroep. Kaat Bollen ziet er niet alleen preutsheid in, maar ook discriminatie, een aanval op het vrouw zijn.

Ze verklaart zichzelf in dezelfde adem tot de Jeanne d’Arc die strijdt voor een betere wereld. Maar ze zegt er niet bij op welke manier die nieuwe wereld zoveel beter zal zijn. Blijkbaar is het een wereld waar iedereen kan doen waar hij/zij zin in heeft en er nooit op aangesproken kan worden.

De waardigheid van het beroep

Iedere beroepsgroep bewaakt zijn buitengrenzen, want zonder buitengrenzen verliest iets al snel betekenis en dus waarde. Alles wat waarde heeft is broos. Dat geldt trouwens voor van alles en nog wat: beschaving, beroepsgroep, redelijkheid, rationaliteit, etc. Zonder grens is het niet mogelijk iets ‘apart’ te zetten, te identificeren en naar waarde te schatten.

Vandaar dat iedere beroepsgroep waakt over de gedragingen van zijn leden, in het geval van Kaat Bollen de psychologengroep. Die verwacht een bepaald gedrag. Het is vaak niet expliciet gedefinieerd wat de gedraging is die men verwacht, maar ze dient recht te doen aan de waardigheid van het beroep. Ook over dat laatste kan je soebatten. Waar je niet over kan soebatten is dat bepaalde gedragingen door professionals de waardigheid van hun beroep kunnen aantasten.

Integriteit

De meeste beschermde beroepsgroepen genieten, mede door die bescherming, een bepaald aanzien in de maatschappij. Het is dat aanzien dat je nodig hebt om excellent te kunnen zijn voor je klanten of patiënten. Je laat niet iedereen in je snijden, je geldzaken beheren, je diepste geheimen, frustraties etc. vertellen en analyseren. Dat doe je enkel met mensen die voldoende aanzien genieten om dat deel van ‘jouw eigen waardigheid’ te beheren.

Daar hoort ook integriteit bij. En bij integriteit hoort ook een bepaald ‘beoordelingsvermogen’. Heeft de persoon in kwestie voldoende beoordelingsvermogen om in te schatten wat – gelet op de context – aanvaardbaar is of niet? Aanvaardbaar in de zin dat een gedraging al dan niet het risico in zich draagt om die waardigheid aan te tasten, en dus de integriteit te compromitteren.

Evolutie van de invulling begrip ‘waardigheid’

Een bijkomende vraag is of de invulling van het begrip waardigheid aan evolutie onderhevig is en welke variabelen daarin dan een rol spelen. In rijst de vraag of de evolutie van algemene ‘maatschappelijke’ normen en waarden een invloed heeft of kan hebben. Mijn persoonlijke inschatting is dat die invloed beperkt is of moet zijn.

Integriteit is een eerder statisch begrip, zelfs als door de maatschappelijke evolutie steeds meer mensen niet meer aan die norm kunnen of willen voldoen. De behoefte aan continue zelfexpressie van de moderne mens zet hem uiteindelijk ook op afstand van andere mensen met wie een gedeeld waarden- en normenkader niet meer mogelijk is. Je titel teruggeven is dan de enige juiste conclusie.

Zijn gedragingen in de private sfeer relevant?

Zijn gedragingen in de private sfeer relevant voor de beoordeling van die waardigheid? Dat lijkt me zeker het geval, in tegenstelling tot wat de drie wijzen afgelopen maandag beweerden in de kwestie ‘Kaat Bollen’ op De Afspraak. Er is uiteindelijk maar één persoon met zowel een professioneel als privaat bestaan. Dat er in één domein (private) gedragingen gesteld worden die diametraal staan tegenover de normering van zijn beroepsgroep is dan problematisch. Je hebt maar één integriteit en die kan je op meerdere manieren kwijtspelen.

Integriteit, nogmaals, is een arsenaal van gedragingen en zelfdisciplinering alsmede beoordelingsvermogen om situaties in te schatten in termen van haalbaarheid van wat passend is en wat niet voor een situatie. Met de koning spreek je anders dan met de buurman of je kinderen. Je private gedragingen tasten dus even makkelijk je integriteit aan als professionele, en meer nog ‘kaderen die laatsten’. (Luister niet naar wat ik zeg maar kijk naar wat ik doe).

Is dit een gender-kwestie?

Of is het ok dat bankiers ‘op zondag’ golfen met de maffia, dat chirurgen pro genitale verminking zijn maar enkel in de private sfeer, dat priesters verhoogde interesse hebben voor minderjarigen maar enkel in het weekend, Mag Dennis Black Magic ook psycholoog worden ondanks zijn hobby’s, of mogen hoogleraren fiscaliteit de belastingdienst besodemieteren wat betreft hun private vermogen?

Is dit een genderkwestie? Dat lijkt me niet, ook al ben ik het wel eens met het gegeven dat de afwezigheid van verontwaardiging inzake onze drie media-BV’s die in een moment van totale genialiteit hun eerbaarheid te grabbel gooiden door videootjes te sturen naar een onbekende, eerder asymmetrisch aanvoelt. Die mensen zijn actief in een media-industrie die zich laat kennen door een totale afwezigheid van een normen- en waardenkader. En iedere inperking of toezicht zou natuurlijk een inperking zijn op de vrijheid van mening en op de vrije pers. Het is uiteindelijk de gedraging en het bijhorend beoordelingsvermogen dat centraal moeten staan.

Conservatisme en speltheorie

Beroepsgroepen krijgen wel eens het verwijt conservatief te zijn. Veel mannelijk en wit volk in de commissies geldt als een teken aan de wand! Ook het feit dat er niet in detail expliciet wordt gemaakt wat kan en wat niet is een goede zaak. Door het doelmatig te houden (alles wat de waardigheid in het gedrang brengt) laat je ruimte om rekening te houden met de feiten van de kwestie.

De reden waarom tuchtcommissies van beroepsgroepen eerder conservatief zijn in hun oordeel heeft niets met seksisme, vastgeroestheid of discriminatie te maken maar wel met speltheorie. Kort gezegd, ze houden rekening met het feit dat een beroepsgroep disproportioneel hard geraakt kan worden door de gedraging van één lid van die beroepsgroep. Of anders gezegd: het risico dat het nadeel voor de groep van een gedraging veel groter is dan het voordeel voor de persoon (die het gedrag stelt) is aanzienlijk en vaak te verwachten. Dat risico wenst men a priori af te dekken wegens ‘vertrouwen gaat te paard en komt te voet’. Dat is prudent beleid en er valt weinig op aan te merken.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Luc Nijs

Luc Nijs is de bestuursvoorzitter en CEO van investeringsmaatschappij The Talitha Group en doceerde o.a. ‘Internationale kapitaalmarkten’ en ‘Bedrijfsfinanciering en -waardering’ aan de universiteiten van Leiden, Riga en Madrid. Hij is de auteur van een reeks boeken inzake internationale financiën, kapitaalmarkten, schaduwbankieren en aanverwante onderwerpen.