Filosofie
Sprekershoek
Sprekershoek

Over kakeldemocratie en Twitteroorlogen

Iedereen heeft een mening maar niemand luistert nog
open-debat-cultuur

De lezingentournee ‘Mei ’68 – 50 jaar later’ zit er bijna op. Nog twee in Kortrijk en Lokeren, en dan is het afgelopen en begin ik aan een nieuwe reeks over de Vlaamse media, ook weer onder de Doorbraak-vlag. Qua belangstelling, maar vooral qua betrokkenheid van het publiek was deze tournee een succes, getuige daarvan de vragen en intense discussies achteraf. Eén schaduwzijde: ik had die mei ’68-lezing graag eens op een ‘linkse’ locatie gebracht, maar het zat er niet in, het water was blijkbaar te diep.

Familieruzie

Godfried-Willem Raes in Logos: de linkse vrienden gaven niet thuis.

Terwijl dat thema van de revolte en de waarden die ze uitdraagt toch een hot item in die kringen zou moeten zijn, en ik mijn kritische analyse graag eens had afgetoetst aan een overwegend rood/groen gehoor, om het in kleurentaal uit te drukken. Niet dus. Of wacht, toch ééntje, de uitzondering: de avond in de Gentse Logos-groep, ja, dat is een links-alternatief kot, maar de bezieler/soixante-huitard en mijn goede maat Godfried-Willem Raes verspeelde wel een paar vrienden, verontwaardigd als ze waren wegens Sanctorum op de affiche. Wat zegt dat over het publiek debat in Vlaanderen? Euh… welk debat?

Men klaagt graag de polarisatie aan, maar dit is eerder het tegendeel, namelijk een intellectuele segregatie, zelfs geen oogcontact meer willen maken of handen schudden met de ‘overkant’: bekijk de lichaamstaal van Groen-voorzitster Meyrem Almaci als ze aan één tafel zit met een VB-politicus en men weet wat ik bedoel. En ja, het is toch vooral links dat in zijn ivoren toren van het Grote Gelijk kruipt, helemaal zoals Antonio Gramsci, de vader van de cultuurmarxisme, het voorschreef. Maar ook aan de rechterzijde geldt dat je maar beter niet te veel kunt afwijken van de pensée unique, en dreigt de ban bij slecht gedrag. Er zijn verschillende versies van politieke correctheid, en ze zijn allemaal even benepen.

Mijn gevoel, en het dateert niet van vandaag: Vlaanderen lijdt aan ideologische sclerose. De klassieke zuilen zijn dan wel verdampt, maar de bolwerken waarin men zich verschanst zijn hermetischer dan ooit, het zijn echte eilanden. Dat heeft misschien met een krapte en gebrek aan weidsheid in dit land te maken, het syndroom van de keuterboer die iedereen van zijn erf jaagt. Of is het toch een overblijfsel van de parochialistische zieltjescultuur? Hoe dan ook, de linies zitten vast, links en rechts hebben zich ingegraven, de scheidingslijn loopt zelfs tussen families, nonkels of tantes die niet meer aan één tafel kunnen zitten, zussen die met broers niet spreken omwille van een ideologische kloof, mini-cordons die ontstaan rond ‘foute’ personen… Hoe is het zover kunnen komen?

Drinkgelag

Raffaël: ‘De school van Athene’ (1511)

In het bekendste werk van de Atheense filosoof Plato (427 v. Chr. – 347 v.Chr.), het Symposium (letterlijk ‘drinkgelag’), wordt door de gasten het allerbelangrijkste menselijke thema gefileerd: de liefde. De wijn maakt de tongen losser, een stuk of tien ‘opiniemakers’ nemen het woord om hun visie te geven, waaronder de kluchtschrijver Aristophanes. Maar straatschuimer Socrates blijft het langst overeind en mag besluiten: de echte, hoogste liefde is de liefde voor de wijsheid, letterlijk dus de filo-sofie, santé. Mooi gedaan van Plato, zijn eigen vak promoten in een literair hoogstaande raamvertelling.

Dat Symposium brengt echter ook twee dingen samen in één ruimte, die we meestal als met elkaar vloekend beschouwen: de liefde en de onenigheid. Voor Plato impliceren ze elkaar en is het debat een ‘erotisch’ gebeuren (in de brede betekenis van tegengestelden die elkaar aantrekken), haast een paringsdans, waarbij in de finale verzoening niemand water in de wijn doet, doch integendeel het brouwsel net straffer geworden is.

Het is een bekend fenomeen in de liefde: een stevige ruzie die tussen de lakens eindigt. Maar is zoiets mogelijk in, zeg maar een politieke of levensbeschouwelijke discussie van mensen die het fundamenteel oneens zijn? Bestaat er zoiets als een kennisproces binnen het meningsverschil?

Het laatste woord

Bekijken we de debatstructuur op de openbare omroep, ons aller VRT. Ofwel zet men mensen samen die het bij voorbaat eens zijn (zie De Afspraak, geeuw), ofwel organiseert men een soort hanenkamp waar tegenstanders elkaar zoveel mogelijk steken boven of onder de gordel moeten geven (De Zevende Dag). Echt interessante gesprekken, waar je voelt dat de opponenten naar elkaars argumenten luisteren en openstaan voor beïnvloeding, of, stel u voor, waar iemand eens tot de andere kant van de tafel zou zeggen ‘ja, eigenlijk hebt u wel gelijk’, zie ik bijna nooit. Het strookt niet met de wetten van het duel, er moeten vooral punten gescoord worden. De moderator laat het ook niet toe en eindigt meestal met een gemeenplaats als ‘het laatste woord is hierover zeker nog niet gezegd’. Of kiest zelfs nogal flagrant partij voor één kant van de tafel. Voor de rest is alles van a tot z voorspelbaar, het blijft een herhaling van zetten, ingegeven door onwrikbare debatfiches.

Reden waarom ik zelf het liefst weg blijf van de klassieke debatten, waar men met getrokken messen het territorium probeert te verdedigen en alle retorische trucs goed zijn om de tegenstander uit evenwicht te brengen, en waarbij op het einde zelfs echt punten worden uitgedeeld. Het meningsverschil wordt beslecht als een middeleeuws duel of een worstelpartij, dat is althans wat de media ervan maken.

Edoch, de ‘uitslag’ van zo’n debat zegt niets over de waarheid, enkel iets over de retorische behendigheid van de deelnemers. Het is niet omdat je als overwinnaar uit een woordenduel onder presidentskandidaten komt, dat je ook de beste president bent. ‘Slechte’ sprekers hebben soms de beste argumenten in huis, maar ze worden onder de voet gelopen door verbale vechtjassen, tongridders die er dikwijls nog een mediatraining hebben opzitten (door erkende journalisten gegeven, interessante bijverdienste). Hier domineren vooral grote ego’s en lieden die zichzelf graag bezig horen. Wat is het laatste woord dan waard?

Rottingsgassen

En vandaag is er Facebook en Twitter, leve de webdemocratie, iedereen opiniemaker. Ondanks de mythe van de six degrees of separation, volgens dewelke elke planeetbewoner in zes kliks bij elke andere geraakt, is Facebook een conglomeraat van clubs waarin vooral gelijkgezinden elkaar treffen. Min of meer gesloten virtuele dorpen met een sterk wij-gevoel maar met een uitgesproken argwaan tegenover ‘de anderen’, waarbij regelmatig ook afvalligen met pek en veren verbannen/uitgesloten worden. De meeste Facebookpagina’s lijden dan ook aan verregaande incest en zoeken vooral het gelijk bij gelijkgezinden. Twitter is het omgekeerde, het spiegelbeeld: een voortdurende oorlog van allen tegen allen, waar ook clans bestaan en een leider/volger-structuur, maar er moet vooral gestreden en bestreden worden, zo rauw en ongenuanceerd mogelijk, en er ontstaan zelfs heuse legers (de zgn. trollen, soms van bovenuit aangestuurd) die een vijandelijke twitteraar het vuur aan de schenen moeten leggen.

Dragen de sociale media bij aan de kwaliteit van de democratie? Het is twijfelachtig. De heilige koe van de vrijemeningsuiting geeft nauwelijks nog melk maar vooral rottingsgassen. Twitter is het hysterisch vehikel van een dovemansdemocratie waar alleen nog om ter hardst geroepen wordt. En jawel, de politici geven het slechte voorbeeld, zij zetten voor een flink stuk de toon van de oorlogsretoriek op de sociale media, niet andersom. De stoere Francken-tweets mogen dan wel ‘de rechterflank van de N-VA goed afdekken’, zoals ik in alle commentaren lees, ze zijn toch een flagrante illustratie van het egelvormig denkpatroon waardoor men alleen nog voor eigen kerk preekt.

De vuile oorlog van vijf maanden lopende zaken, die ons nu te wachten staat tot aan de meiverkiezingen, zal het slechtste in de homo politicus wakker maken, en ‘debatten’ opleveren waarin de deelnemers vooral groteske monologen voeren en de andere zoveel mogelijk het woord willen ontnemen. Hoe cynisch zal de Vlaming naar de stembus trekken?

Vroedvrouwen

Jacques-Louis David: ‘De dood van Socrates’ (1787)

Twitteroorlogen en digitale scheldpartijen zijn uiteraard geen Vlaams of Belgisch fenomeen, het stelt zich wereldwijd, maar daar hoeven we niet in te berusten. Ergens zou er in ons cultuurlandschap plaats moeten zijn voor echte gesprekken waar zo min mogelijk strategie en rekenkunde aan te pas komen, waar geen winnaar of verliezer hoeft te zijn, zoals dat in de liefde is. Ik weet niet via welk platform of medium, maar het heeft vooral met attitude te maken, iemand moet zijn kop eens boven de loopgraven steken in de hoop dat hij er niet dadelijk af vliegt, zoals in dat spontane kerstbestand aan de IJzer anno 1914.

Het zou alvast een goede zaak zijn voor onze collectieve mentale gezondheid, mocht de loopgravenoorlog tussen links en rechts een einde nemen en vervangen worden door niet-georganiseerde vormen van vrijdenkerij, noem het een soort politiek eclecticisme. Ik zie de mondige Vlaming qua opinievorming liever à la carte kiezen dan tussen vaste menu’s, zoals ook de partijtrouw een voorbijgestreefd fenomeen is.

In een verder stadium moeten we weer leren gewoon luisteren (niet te verwarren met gehoorzamen), want dat doet niemand nog in de kakofonie van meningen en meninkjes. Het is ook zelfkritiek, jawel, ook ik doe het niet genoeg, het is een vorm van empathie die moet aangeleerd en gecultiveerd worden. Hier geven journalisten het slechte voorbeeld, ze luisteren maar heel zelden, mankeren inleving. Ze willen vooral hun eigen lijstje afvinken, onderbreken zo veel mogelijk, en laten zo toch soms een enorme bevooroordeeldheid blijken. De manier hoe Phara de Aguirre bijvoorbeeld enge grimassen maakte bij de soms politiek-incorrecte grapjes van Urbanus, was gewoon gênant. En indien iemand als Filip De Winter op de VRT wordt uitgenodigd voor een interview, is het duidelijk dat men de –duivel-in-persoon in huis haalt en knipperen alle oranje lichten.

Terwijl een goeie journalist, zelfs linkshangend, ook deze man als mens moet kunnen benaderen, hem zijn verhaal laten doen en erin meegaan. Was de moeder van Socrates geen vroedvrouw? Jawel, het echte interview is geen verhoor noch een slaafs vragenuurtje, maar een daad van verlossing. We hebben allemaal een kind in ons maar we hebben de andere nodig om het ter wereld te brengen. Het is weer eens wat anders dan die vreselijke meligheid van de Warmste Week: een echt Symposium dat vrolijk knettert, en waar je op het einde voelt dat er inzicht is ontstaan dat er eerst niet was.

En voor wie zou denken dat dit schrijfsel een hoog Bond-Zonder-Naam-gehalte begint te krijgen: de verloskundige Socrates werd wel veroordeeld tot de gifbeker. Zo eindigt het drinkgelag tot nog met een bittere (na-)smaak, en blijft het oversteken van de linies een riskante bezigheid. Je bent namelijk een mikpunt van twee kanten. Daar de grap van inzien, is het toppunt van wijsheid.  ‘Zut, ik ga hier dood en ben Asklepios nog een haan schuldig!’ moet hij in de cel uitgeroepen hebben, net voor hij de beker leegdronk. Lachsalvo en doek.

In 2019 trekt Johan Sanctorum met een nieuwe lezing door Vlaanderen, dit keer over de media. Info en boeking: klik hier.

Johan Sanctorum

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Johan Sanctorum?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans