fbpx


Cultuur

Kan satire wel ooit ‘woke’ zijn?

Neen dus


Woke

Lachen is een uitermate fysieke beleving. De ademhaling gaat dieper, de hartslag versnelt, er komt meer zuurstof in het bloed. Geluiden, vooral vanuit het middenrif geproduceerd, variëren van zachte kreetjes, gegiechel, tot schateren en bulderen, de zogenaamde Homerische uitbarsting. Een en ander heeft te maken met de aanmaak van de zogenaamde gelukshormonen endorfine en dopamine, die de pijngrens naar boven verleggen. Mensen die lachen, leven langer, tenzij men zich letterlijk dood lacht, ‘erin blijft’ zoals men zegt. De grap en…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Lachen is een uitermate fysieke beleving. De ademhaling gaat dieper, de hartslag versnelt, er komt meer zuurstof in het bloed. Geluiden, vooral vanuit het middenrif geproduceerd, variëren van zachte kreetjes, gegiechel, tot schateren en bulderen, de zogenaamde Homerische uitbarsting. Een en ander heeft te maken met de aanmaak van de zogenaamde gelukshormonen endorfine en dopamine, die de pijngrens naar boven verleggen. Mensen die lachen, leven langer, tenzij men zich letterlijk dood lacht, ‘erin blijft’ zoals men zegt.

De grap en zijn pointe

Boma

Is de tooghumor-onder-mannen een ver relict van de moppen rond het jagerskampvuur? (Balthazar Boma en Xavier in ‘De Kampioenen’ – VRT)

Hoe dan ook is humor, het protocol dat heel dat fysiek proces aanstuurt, duidelijk seksueel divers. Dat weet iedereen die een gezelschap aan het lachen probeert te brengen. Je hebt mannelijke humor die gestructureerd is volgens een aanloop, een ontwikkeling en een ontlading. Deze laatste, de zogenaamde pointe, is de essentie, anders is de grap mislukt. Inhoudelijk kan het gaan van vrij onschuldige kalendermoppen tot gechargeerde, karikaturale humor. Maar gezien de oorsprong van de mop zich aan het jagerskampvuur situeert, is ‘puntigheid’ gewenst. Een aanloop en de ontknoping, patat boem. De mannelijke lach ‘viseert’ een prooi en doodt haar ritueel opnieuw. Geen sprake van dat het hier zachtzinnig of tactvol aan toe zou gaan. Dat jagersconclaaf leeft nog enigszins voort in het tooggezelschap en de mancaves, kelders waar getrouwde mannen aan hun echtgenoten en de welvoeglijkheidscodes proberen te ontsnappen.

Vrouwelijke humor volgt een heel ander patroon. Al bessen plukkend vindt ze vooral de ‘beleving’ belangrijk, het verkennend wandelen en keuvelen, bemonsteren, het tactiele, de situatie, het prikkelen, veel meer dan de uitbarsting, die zelfs zo lang mogelijk wordt uitgesteld of er gewoon niet is. Vrouwen krijgen wel de ‘slappe lach’ op de meest onverwachte momenten, maar een grap vertellen met een geplande pointe is voor hen problematisch. De milde Kerstfilm met komische inslag is het model: alles baadt in een aangename, licht erotiserende sfeer, zachtjes evoluerend naar het voorspelbare happy end, met een eeuwig monkelende, dienstbare, kindvriendelijke, beschermende, maar niet te paternalistische mannelijke hoofdfiguur.

U begrijpt meteen dat het verschil tussen mannen- en vrouwenhumor een verschillende seksuele beleving weerspiegelt: mannen gaan naar het orgasme — de pointe — vrouwen stellen die net uit en verkiezen te drijven op een plateau. Mannen vertellen of tekenen moppen die moeten ‘exploderen’, vrouwen amuseren zich met komische situaties. De psychoanalyticus Sigmund Freud  besteedde er een lijvig essay aan, Der Witz und seine Beziehung zum Unbewußten (‘De mop en haar relatie met het onderbewuste’, 1905) waarin hij de lach met het lustprincipe identificeert, maar er tegelijk ook wel mannelijke criteria op nahoudt: voor Freud heeft de ‘witz’ sowieso een orgelpunt, een climax, en is hij wezenlijk agressief, penetrant, de grenzen van het fatsoen overschrijdend.

Maar nu serieus

Als er mannelijke humor bestaat die de mannelijke seksualiteit imiteert, en een vrouwelijke variant met het vrouwelijke libido als model, dan kan men zich afvragen waar satire thuis hoort in dit spectrum. Zonder twijfel: in het oer-mannelijke vakje. Kwetsende, provocerende, doelgerichte humor, zeg maar deze van de jager die een ‘prooi’ in het vizier heeft, zoekt het conflict én het finale orgasme.

Satire is nooit flou en empathisch, vrijblijvend of charmant, integendeel, ze wakkert de hetze aan en irriteert. Er moet een reden zijn waarom er bijna geen vrouwelijke cartoonisten bestaan: ik vermoed omdat de spotprent de restant is van een jagersgraffito. Een mop met een climax, maar ook bedoeld als provocatie en uitdagen van het gevaar. Je kan geen karikatuur tekenen als je mededogen voelt met, of schrik hebt van je onderwerp. De dodelijke aanslag op de redactielokalen van Charlie Hebdo kan dan gezien worden als een mislukte grap, zijnde de prooi die jager wordt en de lachende sarcast afmaakt. De risico’s van het vak: een goed cartoonist zoekt ook die grenzen op, het is een spel met de dood.

Fallocratisch en vunzig

Meteen snappen we waarom de ’68-ers van Charlie Hebdo — die volgens hun ideologie toch seksuele gelijkwaardigheid zouden moeten praktiseren — alleen de poetsvrouw en de koffiedame in hun redactielokaal dulden, tot op vandaag: satire is radicaal, on-empathisch, fallocratisch en vunzig. Het feminisme zit in dat opzicht met een probleem: wat te doen met die ‘toxisch-mannelijke’ vorm van humor? Wat doen we met de poetsvrouw en de koffiedame? Hen ook naar de tekentafel sturen, een superdiverse Charlie? Helaas, dat zou van geen kanten lukken. De conclusie ligt voor de hand: in een wereld van non-discriminatie, gelijkheid en perfecte diversiteit is satire onmogelijk.

Meteen betreden we de magische maar tegelijk zeer delicate driehoek humor-seks-politiek. Er schuift duidelijk wat op dat vlak. Met het nieuwe feminisme en de constructie van een seksueel egalitaire samenleving wordt er ook een nieuwe man naar voor geschoven die geacht wordt zijn puntige geestigheden of bitterzure stookpartijen af te zweren. De klassieke mannelijke seksualiteitsbeleving staat onder druk, maar daarmee ook de humor die deze curve volgt. Mogen mannen nog klaarkomen?

De valkuilen van de vervrouwelijking

Feministische auteurs als gynaecologe Beatrijs Smulders (Bloed, 2021) zijn daarin zeer expliciet: het mannelijk orgasme is op zich een vrouwonvriendelijk fenomeen, en de penis een oersymbool van ongelijkheid. Weg ermee. Terwijl de seksuele bevrijding van de vrouw in de jaren zestig, met de pil als fetisj, nog gericht was op méér stomende seks mét de beste vriend, is vandaag de ontmanning aan de orde als sluitstuk van het emancipatieproces. Vandaag wordt die pil zelf als een mannenuitvinding gezien — wat deels ook zo is — en moeten vrouwen opnieuw bevrijd worden, maar dit keer van het mannetjesdier zelf en zijn instinctief-biologische drive die gepaard ging met een permanente kolonisatie van de vagina. De onthechte vrouw wil dat geklieder niet meer. Nooit waren seksspeeltjes, waarmee de ‘bevrijde’ vrouw zichzelf kan stimuleren, populairder.

Ik gebruik het woord kolonisatie om onmiddellijk het verband te leggen met de wokeness en de drang om alles te ‘de-koloniseren’: met de MeToo-beweging als nieuwe hulpmotor, wordt de feminisering van de samenleving ook een ontseksualisering, althans volgens de klassieke m/v-patronen waar de man op een of andere manier toch de leiding neemt. Het is daarbij opvallend hoe het beeld van de ideale man door de nieuwe vrouw wordt bepaald: de agressieve jager moet heropgevoed worden tot een charmante verleider die om een vrouw werft en het uiteindelijk in het beste geval tot huisman-knutselaar brengt. Alle scherpe kantjes moeten eraf, elke vorm van mannelijke assertiviteit geldt als bedreigend en al te penisgericht : de nieuwe man is een eunuch.

Een machtsstrijd

Er zitten dus best wel wat valkuilen in die vervrouwelijking van de maatschappij. Sid Lukkassen beschrijft dat proces ook nauwgezet in zijn boek Avondland en Identiteit. De feminisering is een machtsstrijd waarin de man gedoemd is om te verliezen door zijn eigen ridderlijkheid, maar waardoor politieke correctheid ook een absolute maatstaf is in de keuze van een partner, een zakencompagnon, een favoriet TV-gezicht, een politiek leider.

Heren, let dus wat op uw humor. Sarcastische mannen zijn gewoon niet sexy en ironie mag niet ontaarden in vitriool. ‘Macho’ is het scheldwoord, mannen moeten vooral zacht, behulpzaam, empathisch, trouw maar niet-bezitterig zijn, en vooral dus ook seksueel bescheiden. En ook niet intellectueel te onstuimig. Harvey Weinstein, de briljant/potente Hollywoodproducer, zit nu een levenslange straf uit tussen moordenaars en serieverkrachters wegens een te hoog predatorgehalte. Hij geldt als hét prototype van onopvoedbare toxische mannelijkheid, waarvoor castratie is aangewezen.

Morele censuur

DeCroo2

Alexander De Croo: de ideale politicus is een mannelijke feminist (VRT)

Die shift heeft zijn gevolgen voor de status van humor in onze samenleving, want daar gaat het hier om. Nu we beland zijn in het tijdperk van het feminisme 3.0 (na de 19de-eeuwse strijd voor gelijke burgerrechten en na het ‘baas in eigen buik’ van ’68), wordt het uitkijken welke moppen nog wel kunnen. Mannelijke humor wordt alleen getolereerd als kenmerk van charme en vrouwvriendelijke sfeerzorg, de ‘beleving’. Milde grapjes dus en gemonkel bij een kaarslichtdiner. Gaat de humor verder, al was het maar een aangebrande mop, dan wordt dit als storend en toxisch ervaren. Meteen wordt de Freudiaanse nachtmerrie reëel: de ‘witz’, als overtreding van de censuur, wordt voorgoed verbannen als een uiting van vuilspuiterij door een gestoorde, zieke geest die de samenleving destabiliseert.

Voor de politieke macht in de westerse democratieën is deze evolutie een gouden zaak. Iemand als premier Alexander De Croo, die voortdurend hamert op seksuele diversiteit en gelijke kansen, en een transgender tot minister benoemt, begrijpt dat perfect: het feminisme is het ideale alibi om af te rekenen met elementen en stoorzenders die zich al te ‘cru’ uitdrukken. De westerse regimes hebben geen dictatuur nodig, ze laten de censuur en de beteugeling over aan de zelfverklaarde emancipatiebewegingen. Van een paradox gesproken.

Geen bommen nodig

Satire en politieke cartoons zouden dan effectief kunnen weggezet worden als pornografisch, iets voor marginalen en sociopaten die op het dark web hun gading zoeken: een extreme, groteske uitvergroting die alles op scherp zet, op de spits drijft, een tijdverdrijf door en voor oudere, blanke, mannelijke hetero’s die hopeloos geretardeerd zijn.

De aangekondigde ‘dekolonisering’ van de taal trekt dan meteen een streep door Charlie en aanverwanten, daar zijn zelfs geen bommen of kalasjnikovs voor nodig. Met de ontdekking van allerlei seksuele tussenidentiteiten (de brede LGBTQIA+ gemeenschap) is de stof voor humor wel toegenomen, maar is de vrijheid om haar te beoefenen nog versmald: al deze minderheden vragen immers bescherming, tactvolle behandeling, respect. Je mag er niet mee lachen, en als je dat wel doet bedreig je de diversiteit. Op de duur behoort iedereen wel tot zo’n beschermde subcategorie, behalve een handvol caractériels die men moet isoleren of gewoon cancellen. Op die manier loopt het totalitaire denkpatroon van de wokes perfect synchroon met de strategie van de macht à la De Croo, om de censuur op morele gronden zo breed mogelijk te maken.

En de conclusie is…

… dat de positie van humor in een samenleving de echte graadmeter is voor vrijheid, al de rest hangt eraan vast.

Dat de afkeer van dictators tegenover cartoons en satire, hun steevast neerwaarts gerichte mondhoeken, dezelfde afkeer is die de politieke correctheid etaleert. Verontwaardiging en verongelijktheid vormen nog de enige tonaliteit. De lach, de subversieve spotlach, verdampt naarmate de totale, planetaire ‘inclusiviteit’ gepredikt wordt. Vrede op aarde, en de stoute moppen voorgoed de doos in.

De humorloze dramatiek van de MeToo-beweging en de wokes, eeuwig gefixeerd op de moord van een Amerikaanse zwarte agent, laten geen enkele relativering toe, laat staan zelfrelativering. Terwijl deze beweging zou moeten snakken naar moppen, ook racistische. Het is het soort ernst dat men ook terugvindt in totalitaire religiën zoals de islam. Ook hier vallen een aantal puzzelstukken op hun plaats.

Een stuk cultuur-DNA

En laten we wel wezen: de lach is universeel-menselijk, maar satire is een Europese, ‘blanke’ uitvinding, waarvan het beginpunt ergens in de Griekse oudheid te situeren valt, en die via de Renaissance, met de Decamerone en Van den vos Reynaerde, tot ons kwam. Het is een stuk cultuur-DNA dat vervloekt is, sinds de diversiteitscultus een middel is om scherpe kritiek te smoren en elke vorm van belediging — ook aan de machthebbers — taboe te verklaren. Ik verzeker u: het is een kwestie van tijd voor ook deze twee literaire topwerken aan een grondige ‘revisie’ ten prooi vallen.

Net daarom beschouw ik satire als een van de laatste vluchtheuvels van die Europese kritische traditie, de laatste erfgenaam van de verlichting. Mogelijk overleeft ze in de meme, de internetgrap, tersluiks gestrooid op de sociale media waar al evenzeer de politiek correcte censuur oprukt. Hoe dood die cartoonist is, valt dan toch nog af te wachten. Charlie is ten einde, maar de spotlach is altijd elders.

(*) Dit essay is een voorpublicatie van een nieuw boek van Johan Sanctorum rond humor, satire en politieke (in)correctheid. Verschijnt in de herfst bij Doorbraak.

[ARForms id=103]

Johan Sanctorum

Johan Sanctorum is filosoof, publicist, blogger en Doorbraak-columnist.