Filosofie, Geschiedenis
Paralipomena
Paralipomena

Marx, Engels, Europa, anarchie, jaloezie en de spoorwegen

Engels, Marx, en nogmaals Marx

Dat Dr. Karl Marx (Trier, 5 mei 1818 – Londen, 14 maart 1883) geen marxist was, is de voorbije weken vaak opgemerkt. Hijzelf had dat in het Frans gezegd: ‘Tout ce que je sais, c’est que moi, je ne suis pas marxiste’ – voor zover ik weet, ben ikzelf geen marxist. Hij richtte zich daarmee tegen de ‘naïeve’ interpretatie van zijn theorie door de Franse marxisten, en tegen de parlementaire weg die ook elders sommigen voor ogen stond.
Friedrich Engels citeerde deze uitspraak in 1882, toen Marx nog in leven was, en later nog enkele malen.

Geen marxist dus, tot daaraan toe, maar wat erger is: soms vertelde hij dingen die ingaan tegen wat vandaag weldenkend heet. Bij de vereniging die zich Unia noemt zullen ze me niet tegenspreken, want wát lezen we bij Jürgen Herres in diens Marx und Engels: Porträt einer intellektuellen Freundschaft :

‘Für ihn war nur die „europäische Zivilisation“ zu Entwicklung und Fortschritt in der Lage. Einige europäische und vor allem die außereuropäischen Gesellschaften begriff er als Kulturen der Stagnation und Rückständigkeit, die sich nur nach vorne bewegen könnten, wenn sie in die Fußstapfen Europas traten.’
Voor hem was alleen de ‘Europese beschaving’ tot ontwikkeling en vooruitgang in staat. Enkele Europese, en vooral de niet-Europese samenlevingen beschouwde hij als culturen van stagnatie en achterlijkheid, die maar vooruit konden komen als zij in de voetstappen van Europa traden.

Onze medewerker professor Dirk Rochtus besprak het boek van Jürgen Herres gunstig, en de lectuur ervan heb ik me inderdaad niet beklaagd.
Je leest er naast veel andere zaken ook over de strijd die Marx voerde tegen de Russische edelman en anarchist Michael Bakoenin. Hij ontmoette die Parijs, en in een ‘Confidentielle Mittheilung’ aan de Duitse sociaaldemocraten noemde Marx hem: ‘…einen der unwissendsten Menschen auf dem Feld der socialen Theorie’, die ‘plötzlich zum Sektenstifter’ geworden was. Een sekteleider dus.
Het anti-autoritaire programma van Bakoenin was voor hem ‘eine Kinderfibel’, een leesboekje voor kinderen, dat echter ‘unter einigen eitlen, ehrgeizigen, hohlen Doktrinären in der romanischen Schweiz und Belgien’ aanhangers gevonden had. IJdele, ambitieuze, leeghoofdige doctrinairen in Romaans Zwitserland en België.
Misschien speelde hier naast de etymologie (bakunya of bakulya zou oud-Russisch zijn voor babbelaar, kletskous) ook een bepaalde jaloezie, want Bakoenin had veel succes, zowel in Rusland als in heel Europa. Over Marx’ jaloezie las u echter al bij Philippe Clerick.

Ook Friedrich Engels liet zich in dezen niet onbetuigd: ‚Ich möchte wissen, ob der gute Bakunin seinen dicken Körper einem Eisenbahnwagen anvertrauen würde, wenn diese Eisenbahn nach seinen Prinzipien verwaltet würde, nach welchen sich niemand an seinem Platz befände, wenn es ihm nicht gefällt.‘
Ik zou wel eens willen weten of die goede Bakoenin zijn dik lijf aan een treinwagon zou toevertrouwen, als de spoorwegen beheerd werden volgens zijn principes, zodat niemand op zijn plek zou zijn als zijn hoofd daar niet naar stond.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans