Naar een grendelgrondwet 2.0?

Senaatsvoorzitter Vincent Blondel (Les Engagés) en premier De Wever in de senaatscommissie Institutionele Aangelegenheden. De Franstalige centristen stellen nieuwe eisen voor de afschaffing van de Senaat.
foto © Belga
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementHet ziet ernaar uit dat de N-VA kan fluiten naar de afschaffing van de Senaat. Of is de partij bereid haar enige communautaire Arizona-trofee te betalen met de nog verdergaande vergrendeling van de Vlaamse meerderheid die Les Engagés eist? Die partij eist de facto een vetorecht voor de Franstaligen voor élke grondwetsherziening.
Geen woord is erover gezegd, geen letter over geschreven in onze Vlaamse media. Elke dag ‘onze belangrijkste en interessantste journalistiek vertalen voor Franstalige Belgen’ omdat ‘het in het federale België journalistiek en democratisch van belang is dat een krant niet stopt bij de taalgrens’ – dat wel. Maar de eigen Vlaamse lezers informeren over wat aan de andere kant van de taalgrens leeft en gezegd wordt – dat niet.
Ceremoniemeester
Het is nochtans geen bagatel wat Vincent Blondel verkondigde in een interview met Le Soir van 11 april. Blondel, een wiskundige, was rector van de UCL (2014-2024) en werd in juni 2024 voor Les Engagés (LE) verkozen voor het Waals Parlement. In die hoedanigheid is hij ook lid van de Franse Gemeenschapsraad en die heeft hem aangewezen als deelstaatsenator. Bij de gratie van de Arizonapartijen werd hij op 21 februari 2025 verkozen tot voorzitter van de Senaat.
Les Engagés maakt de begrafenis van de Senaat afhankelijk van ‘drie extreem duidelijke voorwaarden’
Blondel is bij wijze van spreken de ceremoniemeester die de Senaat naar zijn laatste rustplaats moet begeleiden. De Arizonacoalitie, zo staat in haar regeerakkoord, zal de instelling afschaffen. Ook LE heeft het regeerakkoord ondertekend. In Le Soir maakt Blondel de begrafenis van de Senaat afhankelijk van drie ‘balises extrêmement claires’ – drie extreem duidelijke voorwaarden.
Na de afschaffing van de Senaat zal enkel nog de Kamer van Volksvertegenwoordigers de rechters van het Grondwettelijk Hof voordragen (tot nog toe doen de twee assemblees dat beurtelings). De regering-De Wever had dat willen regelen in een wetsontwerp met nog andere bepalingen over het rechtscollege, maar het is door de Kamer weggestemd. LE eist dat de zaak in orde komt vooraleer aan de grondwettelijke afschaffing van de Senaat wordt begonnen. Aangezien de regering een aangepast wetsontwerp in het vooruitzicht stelt, moet dat mogelijk zijn.
Duitstalige zetel
De tweede balise ligt moeilijker. LE vraagt, zoals ook de liberalen van MR, een gewaarborgde vertegenwoordiging van de 80.000 Duitstalige Belgen in de Kamer. Op het eerste gezicht lijkt die vraag niet onlogisch. De Duitstaligen kunnen immers één vertegenwoordiger verkiezen voor het Europees Parlement en hebben één gewaarborgde vertegenwoordiger in de Senaat (een lid van en afgevaardigd door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap). Via die senator is de Duitstalige Gemeenschap als deelstaat betrokken bij de organisatie van de federale staat (grondwetsherziening en bijzondere institutionele wetgeving) en bij de benoeming van rechters. Na de afschaffing van de Senaat zou die betrokkenheid wegvallen. Maar dat geldt evenzeer voor de andere deelstaten en er is dus geen enkele reden waarom dat gecompenseerd moet worden met een garantie op een Duitstalig Kamerlid.
Om de Duitstaligen een gewaarborgd Kamerlid te geven, is een grondwetsherziening nodig
Van het Duitse taalgebied één kieskring met één verkozene maken, is voor de Kamerverkiezingen bovendien minder evident dan voor de Europese verkiezingen. De grondwet bepaalt immers dat voor de verdeling van de Kamerzetels de evenredige vertegenwoordiging wordt toegepast. Als er slechts één Kamerlid te verkiezen is, is er uiteraard geen sprake van evenredige vertegenwoordiging. Er is dus een grondwetsherziening nodig om de Duitstaligen een gewaarborgde vertegenwoordiging in de Kamer te geven.
Bijzondere meerderheid
Nog een stuk moeilijker is de derde balise, over de grondwetsherzieningsprocedure (grondwetsartikel 195). In de huidige procedure vinkt het parlement met een gewone meerderheid af welke grondwetsartikelen herzien kunnen worden, wordt het parlement ontbonden en worden er verkiezingen gehouden, en kan het nieuw verkozen parlement de afgevinkte artikelen met een tweederdemeerderheid herzien.
LE wil dat voor een grondwetsherziening een tweederdemeerderheid én een meerderheid in elke taalgroep vereist wordt, in plaats van een eenvoudige tweederdemeerderheid
Blondel en zijn partij willen ‘solidifier les mécanismes par lesquels la Constitution pourra être modifiée’ – de mechanismen versterken waarmee de Grondwet kan worden gewijzigd. Wat Blondel bedoelt, heeft LE-senator Anne-Catherine Goffinet in minder omfloerste taal gezegd tijdens de bespreking van de herziening van artikel 195 in de commissie voor Institutionele Aangelegenheden. LE eist dat voor de herziening van de Grondwet dezelfde regels gelden als voor de goedkeuring van een bijzondere wet: een tweederdemeerderheid én een meerderheid in elke taalgroep.
Dat voor bijzondere wetgeving de lat hoger ligt dan voor een grondwetsherziening lijkt paradoxaal, maar is het niet. De Grondwet wordt, zoals gezegd, herzien in drie fasen (herzieningsverklaring, parlementsontbinding en verkiezingen, eigenlijke herziening) en dus in twee legislaturen. Bijzondere wetten kunnen daarentegen in één legislatuur worden herzien. Daarom is te verantwoorden dat voor bijzondere wetten de lat een beetje hoger ligt. Het vetorecht dat de Franstalige minderheid daardoor krijgt, is te verantwoorden omdat bijzondere wetten betrekking hebben op onder meer de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de deelstaten, en de financiering van de gemeenschappen en gewesten.
Vetorecht
Blondel en zijn partij willen dat vetorecht uitbreiden tot de herziening van de Grondwet en wel voor alle artikelen ervan, ook deze zonder enige communautaire inslag zoals die over de rechten en vrijheden, of de organisatie van de rechtsstaat. Door dat te stellen als voorwaarde voor de afschaffing van de Senaat, wekt LE de indruk dat de meerderheid van de Franstalige deelstaatsenatoren nu al moet instemmen met de herziening van een grondwetsartikel. Dat is niet het geval.
LE eist een vetorecht dat de Franstaligen vandaag niet hebben, wil N-VA die prijs betalen?
Vandaag is een grondwetswijziging mogelijk met een zeer ruime meerderheid in één taalgroep en een kleine minderheid in de andere taalgroep van de Senaat. We zagen het bij de recente stemming (3 april) over de herziening van het grondwetsartikel als ‘poort’ naar de afschaffing van de Senaat. Slechts vier Franstalige senatoren brachten een ja-stem uit, zes anderen stemden tegen en de rest onthield zich. De eerste stap naar de afschaffing van de Senaat is er dus gekomen zonder een meerderheid in de Franse taalgroep.
LE eist een waarborg en een vetorecht die de Franstaligen vandaag niet hebben. De partij wil de Vlaamse meerderheid die al voor bijzondere wetgeving aan banden ligt, nog meer buitenspel zetten. Wie, zoals de toenmalige Volksunie, de in 1970 gewijzigde Grondwet een ‘grendelgrondwet’ noemde, kan niet anders dan de Grondwet volgens het LE-model als een ‘grendelgrondwet 2.0’ omschrijven. En de vraag stellen of de N-VA als erfopvolger van de Volksunie bereid is die grendelgrondwet 2.0 als prijs voor de afschaffing van de Senaat te betalen.

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.
Als de steekproef scheef zit, kan het niet anders dan dat de resultaten scheef zitten. Dankzij Maarten Boudry weten we dat nu. Maar de VRT wist het al.
Gekkigheid mag, maar het moet wel gekkigheid blijven.











