Peppol: boetes voor burgers en bedrijven, vrijstellingen voor overheid

Zelfs boekhouders zitten nog in de gevarenzone.
foto © Unsplash
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementDe gedoogperiode voor de verplichte elektronische facturatie via Peppol is sinds 1 april officieel voorbij. Wie niet in orde is, riskeert boetes tot 5.000 euro. Maar terwijl de zelfstandigen en bedrijven al maanden onder druk staan, blijkt de overheid zelf nog niet volledig in orde.
Eerst even de feiten rechtzetten, want er circuleert heel wat foute informatie. Het gebruik van Peppol wordt niet pas vanaf 1 april verplicht, dat is al sinds 1 januari zo. Sindsdien zijn ook de bijhorende boetes van kracht.
Wat nu eindigt, is de gedoogperiode. Die was bedoeld als vangnet voor bedrijven die door overmacht — denk aan trage softwareleveranciers of technische hindernissen — niet op tijd in orde konden zijn. Wie kon bewijzen dat hij te goeder trouw handelde maar door omstandigheden buiten zijn wil vastliep, kreeg wat ademruimte. Vanaf vandaag is die ruimte er niet meer.
Twee maten, twee gewichten
Tot zover de logica. Want terwijl de FOD Financiën vandaag het boeteboekje opengooit voor achterblijvende ondernemers, blijkt dat de overheid zichzelf stilzwijgend een informeel uitstel heeft gegund. Het Belgisch Staatsblad, een dienst van de FOD Justitie, kan via Peppol wel facturen ontvangen maar nog niet verzenden. Dat zou pas tegen eind juni het geval zijn. Ook de Kansspelcommissie is nog niet aangesloten, zo blijkt uit een parlementaire vraag van Kamerlid Vincent Van Quickenborne (Anders).
‘De overheid verwacht veel van de (kleine) zelfstandige’
Joeri D’hertefelt, eigenaar van een boekhoudkantoor, ziet dezelfde scheeftrekking op het terrein. ‘Zelfs het Belgisch Staatsblad is nog niet in orde‘, zegt hij. ‘De overheid verwacht veel van de (kleine) zelfstandige, maar laat grote bedrijven vaak wegkomen als ze niet in orde zijn. Terwijl kleine bedrijven relatief gezien net veel geld moeten investeren om de digitalisering te kunnen volgen.’
Wie een pdf-factuur krijgt van het Belgisch Staatsblad, loopt dus geen risico. Wie dezelfde fout maakt als bedrijf, riskeert 5.000 euro boete. De overheid weigerde in december bewust een algemeen uitstel. Het argument: dat zou oneerlijk zijn tegenover de bedrijven die wél tijdig hadden geïnvesteerd.
Wie loopt er nog risico?
Volgens officiële cijfers zou 15 procent van de bedrijven zich nog niet hebben aangemeld. Een deel daarvan (naar schatting zo’n 10 procent) is wellicht niet btw-plichtig en dus niet verplicht om via Peppol te factureren. Dat brengt het werkelijke aantal achterblijvers op zo’n 5 procent. UNIZO ziet in eigen bevragingen een nog kleiner getal: rond de 2 procent.
Maar ook wie wél is aangemeld, is niet per se in orde. ‘Van die 85 procent die zogezegd in orde is, werkt nog 15 procent met pdf-facturen. Dat mag dus niet meer’, waarschuwt UNIZO-woordvoerder Joran Ceulebroeck. Een pdf doormailen is niet hetzelfde als Peppol gebruiken, ook al voelt het voor veel ondernemers zo.
Digitale kloof
Het probleem reikt verder dan de ondernemers zelf: ook bij de boekhouders loopt het mis. ‘Veel oudere boekhouders waren nooit van plan om over te schakelen en dachten gewoon de boete te betalen. Doordat de boetes naar 5.000 euro zijn opgetrokken, hadden ze die keuze niet meer’, vertelt D’hertefelt.
‘Veel oudere boekhouders waren nooit van plan om over te schakelen’
De cijfers zijn sprekend: zes jaar geleden waren er volgens D’hertefelt 32.000 boekhouders met een titel, vandaag zijn dat er nog een kleine 8.600. Veel gestopte boekhouders waren ouderen die de digitale overstap niet meer konden of wilden maken. Hun dossiers werden overgenomen door collega’s, maar die lichten de klanten niet altijd goed in. ‘De overheid verwacht dat iedereen in orde is, maar heeft geen financiële steun of hulpmiddelen geboden aan accountants om hun klanten op te leiden’, klinkt het.
België als koploper
UNIZO is niet tegen Peppol: de meerwaarde in efficiëntie en fraudebestrijding wordt erkend. Maar de timing roept vragen op. ‘België loopt vaak voorop bij het implementeren van Europese regelgeving, wat men “gold plating” noemt’, aldus de UNIZO-woordvoerder.
De vergelijking met de buurlanden is opvallend: Nederland en Duitsland geven hun bedrijven tot 2028 de tijd, Frankrijk tot september. ‘Terwijl andere landen uitstel geven, moet hier alles al tegen die datum in orde zijn’, bevestigt D’hertefelt. Hij had liever een gefaseerde aanpak gezien: eerst grote bedrijven verplichten, dan pas de kleintjes.
Begrip, maar geen vrijblijvendheid
UNIZO toont wel begrip voor de deadline. ‘Dit is twee jaar geleden al aangekondigd. Bedrijven hebben dus ruim de tijd gehad om zich voor te bereiden’, erkent de woordvoerder. ‘Wie pas op 10 januari begint met zich te informeren, draagt toch zelf een stuk verantwoordelijkheid.’
De vraag die blijft openstaan: de overheid legt bedrijven een strakke deadline op, maar haalt die voor haar eigen diensten pas tegen juni. Of dat het draagvlak voor Peppol beïnvloedt, zal de komende maanden moeten blijken.

De auteur is masterstudent handelswetenschappen aan de universiteit van Gent. In het weekend is hij te vinden in Edegem waar hij al sinds zijn geboorte woont.
Chinese partijen lonken naar gesloten VW-fabrieken om er Chinese EV’s te produceren.
Nergens in Europa is het met de natuur slechter gesteld dan bij ons, klinkt het geregeld. Dat we ook het duurste natuurbeleid van Europa hebben wordt zedig verzwegen.











