fbpx


Buitenland

Polina’s Tsjetsjeense dagboeken: ‘Ik overleefde martelingen, genocide en schijnexecuties’

Gesprek met een ooggetuige van twee oorlogen



Polina Zjerebtsova werd geboren op 20 maart 1985 in Grozny, Tsjetsjenië. Tot haar twintigste woonde ze in de door oorlog geteisterde stad. Omdat in haar voorgeslacht een groot aantal nationaliteiten voorkomt, ziet ze zichzelf als wereldburger. [caption id="attachment_234431" align="alignleft" width="255"] Polina als scholier in Itsjkerië[/caption] Dagboeken Op negenjarige leeftijd begint Polina een dagboek dat uiteindelijk haar kinderjaren en puberteit omvat waarin twee Tsjetsjeense oorlogen plaatsvonden. School, eerste verliefdheid en ruzie met haar moeder gaan hand in hand met bombardementen, beschietingen,…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Polina Zjerebtsova werd geboren op 20 maart 1985 in Grozny, Tsjetsjenië. Tot haar twintigste woonde ze in de door oorlog geteisterde stad. Omdat in haar voorgeslacht een groot aantal nationaliteiten voorkomt, ziet ze zichzelf als wereldburger.

Polina als scholier in Itsjkerië

Dagboeken

Op negenjarige leeftijd begint Polina een dagboek dat uiteindelijk haar kinderjaren en puberteit omvat waarin twee Tsjetsjeense oorlogen plaatsvonden. School, eerste verliefdheid en ruzie met haar moeder gaan hand in hand met bombardementen, beschietingen, lijken op straat, honger, een eindeloze stroom daklozen en uitzichtloze armoede. In Grozny verandert ze vijf keer van school, omdat de schoolgebouwen telkens weer worden verwoest. Ze leeft onder de sharia van de Eerste en Tweede niet-erkende islamitische Republiek Itsjkerië.

Eind 1999 raakt ze als veertienjarige zwaargewond door granaatscherven. Pas na vijf maanden wordt ze door artsen uit Moskou in een plaatselijk ziekenhuis geopereerd. In 2002 begint ze een studie aan de lerarenopleiding van haar geboortestad. Ondanks gebrek aan financiële middelen en de nodige contacten weet ze haar studie af te ronden. Tegelijkertijd voltooit ze cum laude een opleiding als correspondent. Ze gaat als journalist en redacteur aan de slag voor een groot aantal lokale kranten. In 2010 slaagt ze voor haar studie als leraar psychologie aan de Universiteit Noord-Kaukasus. Na bedreigingen en grote druk van zowel Russische als Tsjetsjeense zijde wegens haar inmiddels verschenen Tsjetsjeense dagboeken, krijgt ze in 2013 samen met haar man politiek asiel in Finland.

Verschrikkingen

Gaat er wel eens een dag voorbij waarbij u niet aan de oorlog denkt?

‘Ik overleefde martelingen, genocide en schijnexecuties. Ik heb het grootste deel van mijn familie verloren door de bommen. Ik verloor mijn huis, onze bibliotheek met vele duizenden boeken, en, natuurlijk, mijn gezondheid. In mijn jeugd gingen mijn tanden loszitten en vielen uit door de honger. Denk u dat ik zoiets kan vergeten?

We verzamelden de doden die door granaten in stukken waren gescheurd in zakken en begroeven ze. Nog zie ik die beelden in mijn dromen. In tegenstelling tot journalisten, politici en bloggers die in Tsjetsjenië slechts twee of drie dagen doorbrachten en dan weer vertrokken, was ik de hele tijd in mijn geboortestad Grozny, tien jaar lang. Tijdens de oorlog hield ik dagboeken bij en verzamelde honderden verhalen, waarvan vele nog steeds niet zijn gepubliceerd.’

Tragedie voor de hele bevolking

In het Westen was tijdens de Tsjetsjeense oorlogen veel minder sprake van medeleven met de inwoners van Tsjetsjenië dan nu met die van Oekraïne. Waardoor komt dat verschil, denkt u?

‘Feit is dat er in Tsjetsjenië in de jaren ’90 geen referendum is gehouden. Oekraïne had een referendum over onafhankelijkheid, Oezbekistan had er een, Tatarstan had er een, maar Tsjetsjenië niet. In die tijd was Tsjetsjenië een multi-etnisch land: naast Tsjetsjenen en Ingoesjen woonden er 300 000 Russischtalige burgers: Oekraïners, Russen, Armeniërs, Roma, Koemukken, Avaren, Joden, Tataren en vele anderen.

Als er toen telefooncamera’s waren geweest, was het mogelijk geweest om beter vast te leggen wat er aan de hand was. Er zou bijvoorbeeld bewijs zijn geweest dat in Grozny 95% van de Russische inwoners door bommen om het leven zijn gekomen, omdat Tsjetsjenen en Ingoesjen hun gezinnen uit Tsjetsjenië hadden geëvacueerd naar de Russische regio’s en de aangrenzende republieken: Ingoesjetië en Dagestan. Alleen strijders die tegen het Russische leger vochten, bleven in de hoofdstad. En een paar zeldzame Tsjetsjeense burgers die toevallig met hun Russische landgenoten in de hoofdstad vastzaten.

Daarom moet steeds worden benadrukt dat de oorlog in Tsjetsjenië een tragedie is voor de gehele bevolking van Tsjetsjenië, niet alleen voor de Tsjetsjenen. Elke moeder huilt op dezelfde manier over haar vermoorde kind. Het Westen zou meer empathie hebben getoond tegenover alle Tsjetsjenen en hen als vluchtelingen aanvaarden, indien het beter had gekeken naar wat er werkelijk aan de hand was. De Tsjetsjenen hadden maar één verdriet, de oorlog, maar de Russischtalige inwoners hadden behalve de oorlog ook nog te kampen met een genocide.’

In Grozny blijven

Denkt u dat de oorlog voor velen ook een vrijbrief is zich te gedragen zoals ze willen?

‘In de oorlog zaten we constant tussen leven en dood. Op elk moment waren er bombardementen, beschietingen, guerrillagevechten, explosies van landmijnen die door militanten voor Russisch militair materieel langs de spoorwegen waren geplaatst. En dan was er het afvuren van Russische tanks als antwoord op de landmijnen. Terroristische aanslagen waren elke dag te horen, maar de Russische televisie zweeg. In tegenstelling tot degenen die hun vaderland snel ontvluchtten, bleven mijn moeder en ik gedurende de hele oorlog in Grozny en zagen alles met eigen ogen. We zagen hoe de mensen beestachtig werden, hoe ze plunderden, hoe ze dronken, hoe ze aan de drugs verslaafd raakten.

Ik heb een serie verhalen over mensen uit onze eigen flat geschreven. In de Tsjetsjeense oorlog waren er ook plaatselijke prostituees, die onderdak boden aan Tsjetsjeense strijders, vervolgens aan Russische soldaten en vervolgens aan Tsjetsjeense politieagenten, die voormalige strijders waren, maar op tijd de eed hadden afgelegd aan de nieuwe regering. Het is absoluut waar dat oorlog de maskers van alle mensen wegneemt, en zelden blijft iemand een rechtschapen mens. Ik werd gered door gebeden, een dagboek en goede boeken. In onze familie zijn eer en waarheid het kostbaarste bezit, dus ik ben mijn grote voorouders dankbaar dat ik al die vreselijke ondeugden heb gezien, maar boven de strijd ben blijven staan en de eer van mijn familie niet te schande heb gemaakt.’

Oppositie

U schreef een open brief aan de oligarch Michail Chodorkovski, die na zijn vrijlating in 2013 in een interview met de New York Times zei dat hij voor de ‘oorlog kiest, als er moet worden gekozen tussen afscheiding van de noordelijke Kaukasus of oorlog’. In een open brief die in 2015 tot extremistisch materiaal werd verklaard, oefent u kritiek uit op deze uitlating en beschrijft u uw belevenissen tijdens de oorlog. Michail Chodorkovski ziet zich vanuit Zwitserland graag als oppositieleider en politiek alternatief voor Rusland. Zou iemand als hij daadwerkelijk democratische veranderingen tot stand kunnen brengen?

‘Chodorkovski werd een oligarch tijdens de roerige jaren van de perestrojka. In die tijd verloren gewone mensen hun spaargeld, stierven sommigen van de honger en pleegden enkelen zelfmoord. Ondanks zijn ruzie met Poetin en zijn gevangenschap behield Chodorkovski een deel van zijn onmetelijke rijkdom. Toen hij uit de gevangenis kwam, besloot hij zijn vrouw een cadeau te geven. Hij kocht een kasteel in Zwitserland voor twee miljoen Britse pond.

Als Chodorkovski nu via zijn YouTube-kanaal spreekt, stelt hij zich vaak op als een doorsnee Rus die bezorgd is over het wel en wee van de mensen in zijn geboorteland. Ik heb de indruk dat de heer Chodorkovski, na te hebben gezegd dat wij verenigd zijn, dat wij Russen zijn, dat wij beter willen leven, de studio in zijn kasteel waar de video wordt opgenomen verlaat, door de gangen naar zijn banketzaal loopt, terwijl bedienden als knipmessen voor hem buigen. Het systeem in Rusland is exact hetzelfde als de zogenaamde oppositie.’

Oppositieleider Aleksej Navalny woont momenteel onder minder luxueuze omstandigheden. Desondanks richtte hij vanuit de gevangenis een internationaal comité ter corruptiebestrijding op met aan het hoofd uitgerekend zijn eigen vrouw en Guy Verhofstadt. Wat zegt u van de geloofwaardigheid van Navalny als toekomstig hervormer van Rusland?

‘Ik ben dierenactivist en beschouw mensen die weerloze dieren doden als monsters. Navalny is, voor zover ik weet, gek op jagen. Ondanks deze kanttekening bij zijn persoon wil ik wel benadrukken dat ik fel tegen zijn arrestatie was. Hij is een briljant onderzoeker en heeft mensen over de hele wereld verteld over de corruptie van de Russische regering met concrete voorbeelden, documenten, foto’s en video’s. In elk ander land zou hij minister van Justitie of openbaar aanklager zijn geworden, maar in het Rusland van vandaag is hij een gevangene die bijna werd vergiftigd door gif op zijn ondergoed te smeren.

Wat betreft geloofwaardigheid: De Russen wisten allang van de corruptie. De meesten willen er niets aan veranderen. Ze zijn eraan gewend. Daarom verandert het systeem ook niet. Om de mensen uit te leggen waarom zij slecht leven, organiseert de regering zo nu en dan een kleine overwinningsoorlog in de eigen regio’s of in de aangrenzende staten die in werkelijkheid tot langdurige extreme bloedbaden leidt. Op die manier verkleint de overheid de bevolking om minder pensioenen en uitkeringen te hoeven betalen.’

Asiel in Finland

Waarom koos u indertijd voor Finland?

‘Als kind had ik in een boek gelezen en daarna herhaaldelijk van mijn moeder gehoord dat er ergens in het noorden een land was dat voor onafhankelijkheid tegen de Sovjet-Unie had gevochten en erin was geslaagd zijn hoofdstad, Helsinki, te verdedigen. Ik was toen verbaasd over de bewondering die mijn ouders toonden voor de moed van de Finnen. Vele jaren later, toen ik hulp nodig had, ging ik naar verschillende ambassades en consulaten. Alleen de Finnen gaven me meteen een visum. Finland is voor mij een echt thuis geworden na vele jaren van omzwervingen en verdriet. De Finnen hebben ons na onderzoek de hoogste categorie asiel verleend.

In afwachting van een beslissing van de autoriteiten waren mijn man en ik in verschillende kampen waar ik verhalen optekende van mannen en vrouwen uit verre landen. Natuurlijk is de Finse cultuur anders dan de Tsjetsjeense: ingetogen en rustig, in tegenstelling tot ons zuidelijke temperament. Maar het lijdt geen twijfel dat een deel ervan ook het mijne is geworden. Mijn man en ik waren van meet af aan onder de indruk van alles in Finland: de mensen, de lucht — die leek ongelooflijk schoon en bedwelmend — de hulp van de staat, die geen schuld heeft aan onze tegenslagen maar vluchtelingen op de best mogelijke manier opneemt.’

Wat was uw eerste gedachte op Finse bodem?

Toen ik in Finland aankwam, kende ik geen enkel woord Fins, dus kocht ik direct een woordenboek. Ik opende het op de eerste plaats die ik zag, wensend dat het woord dat ik het eerst las, het belangrijkste voor mij zou zijn. Het bleek kiitos te zijn, wat Fins is voor ‘dank u’. Mijn eerste gedachte was dat ik gelukkig was. Na alle angst en lijden was ik ontsnapt uit de hel.’

Waar verdient u in Finland uw geld mee?

‘Ik ben psycholoog en journalist. Op uitnodiging geef ik lezingen aan Europese universiteiten. Ook schrijf ik nog steeds boeken. In 2018 ben ik begonnen met het maken van olieverfschilderijen om mijn nachtmerries over de oorlog te overwinnen.’

Leeft uw moeder nog?

‘Mijn familie heeft herhaaldelijk bedreigingen ontvangen. Daarom heeft de Finse politie mij aangeraden geen informatie over hen openbaar te maken. Mijn moeder leeft nog, godzijdank. Ondanks twee hartaanvallen en verwondingen opgelopen in de oorlog. We zorgen voor haar.’

Onpartijdige weergave

Uw dagboeken zouden eigenlijk als vast bestanddeel van het Russische schoolprogramma moeten worden opgenomen. Denkt u dat het mogelijk is dat zoiets eens gaat gebeuren?

‘Ik denk niet dat zoiets snel zal gebeuren in Rusland. Misschien ergens in de verre toekomst. Wel krijg ik vaak verzoeken van universiteiten in Europa: professoren geven colleges over de Tsjetsjeense dagboeken. Studenten uit verschillende landen schrijven scripties over mijn verhalen. Ook critici zijn niet onverschillig gebleven voor mijn teksten, maar het is bijzonder interessant brieven te ontvangen van lezers, vooral van landgenoten, die ook verhalen te vertellen hebben over onze streek.

Meestal bedanken mensen mij voor mijn onpartijdige weergave van het leven tijdens de oorlog, omdat ik nooit een van de militaire kanten van het conflict heb gekozen. Mijn kant is die van burgerbevolking die onder de bommen terecht is gekomen. Het kan me niet schelen wat hun godsdienst en nationaliteit is, voor mij zijn alle inwoners van de multi-etnische republiek van mijn kindertijd en jeugd gelijk. Ten tijde van de eerste Tsjetsjeense oorlog waren er in Grozny ongeveer 300 000 Russischtalige mensen samen met Tsjetsjenen en vele anderen volkeren. Daarom heb ik een groot verzoek aan journalisten en mensenrechtenactivisten: zeg nooit dat één volk in Tsjetsjenië heeft geleden. In de periode 1994-2005 hebben alle volkeren van de multi-etnische republiek geleden.’

Ardy Beld