Cultuur, Media
Paralipomena
Paralipomena

Een pop-upcafé: Bar de Beauvoir

Een misverstand

Pat Donnez en Heleen Debruyne hielden hun Bar de Beauvoir op Klara open, voor een reeks van vier keer vijftig minuten radio, draaiend om – zoals ik hoorde – het ‘standaardwerk van het feminisme’ Le Deuxième Sexe van Simone de Beauvoir.

Laat ik vooraf iets grappigs vertellen: in de eerste uitzending was een van de gasten zekere Karen Vintges, lector in de politieke en sociale filosofie aan de Amsterdamse universiteit, en gespecialiseerd in het denken van de Beauvoir. Na een minuut ging het jammerlijk genoeg al mis, want deze Beauvoirspecialiste bleek niet goed Frans te kennen, wat haar evenwel niet belette een foutje te willen corrigeren in de vertaling van het standaardwerk van Simone.
Querelle‘ (Karen zegt quérelle) was daar namelijk vertaald als ‘gekrakeel’. Dat was een van de eerste dingen die haar opvielen, zei ze. Nu is ‘gekrakeel’ een correcte vertaling van ‘querelle’ (etymologisch ook nog eens hetzelfde woord), maar de politicologe meende dat er had moeten staan ‘het vraagstuk’! (U hoort haar zelfverzekerde uitleg hier…) Wellicht verwarde ze met ‘la question’ dat ook met ‘que’ begint.

Geen erg, maar zulke dingen maken een mens wantrouwig. Wat je dan al snel denkt is: kan deze Vintges wel een saai Frans boek van duizend bladzijden aan, waar nog moeilijkere woorden in voorkomen? En zou zij, om een voorbeeld te geven, ooit al van een wat ouder vraagstuk dan het feminisme, van ‘la querelle des anciens et des modernes’ hebben gehoord?

Een Gentse feministe
Maar goed, er zijn ook gedegen critici van dat boek van Simone de Beauvoir. De meest snijdende kritiek kwam van Suzanne Lilar, in Le Malentendu du Deuxième Sexe, 1969, Presses universitaires de France, 306 pagina’s. Haar analyse is nooit weerlegd. Helaas kwam ze geen moment aan bod in de vier uitzendingen. In losse babbeltjes zou dit misschien ook geen pas hebben gegeven want Lilar is geen zachte heelmeesteresse. Voor haar is Simone in dat werk een doctrinair, slaafs volgelingetje en zelfs bewijsbaar na-apertje van Sartre. En helaas onderbouwt ze die mening.
Bovendien is Lilar een echte feministe, en bijvoorbeeld de eerste vrouw die aan de Gentse universiteit een doctoraat rechten haalde. Een groot succes was haar essay ‘Le Couple’ (Grasset), dat zelfs bij Le Livre de Poche verscheen, wat toch als een consecratie mag gelden.

Lilar kwam dus niet aan bod, en hier de 300 pagina’s van haar kritiek samenvatten is veel gevraagd. Het zou ons te ver voeren.
Eén voorbeeld toch: als Beauvoir zegt dat ze ‘lang heeft nagedacht’ voor ze een boek over de vrouw schreef, dan klopt dat niet. Ze maakte losse aantekeningen en publiceerde die holderdebolder, zonder de moeite te nemen om bijvoorbeeld al haar herhalingen en contradicties weg te werken. Lilar lijstte er een paar dozijn op. Beauvoir publiceerde dus, zoals ze later in een moment van vermoeidheid erkende ‘un fatras initial’, een eerste samenraapsel. Haar klacht dat ze slecht gelezen en begrepen werd is hiermee wel verklaard.

Maar laat ik volstaan met een vertaling van de achterflap van Le Malentendu: die bestaat grotendeels uit citaten uit het eigenlijke boek.

«Het is hoog tijd om het ontzag voor Simone de Beauvoir te laten varen; het is hoog tijd om Le Deuxième Sexe te ontheiligen». Het is een vrouw die hier spreekt. Ze toont aan dat S. de Beauvoir, nog voor ze aan haar boek begonnen was, eigenlijk al partij had gekozen tegen de Vrouwelijkheid.*
Wat betreft de verschillen tussen mannen en vrouwen is haar standpunt dubbel. Er zijn er die zij betwist – eigenlijk al die verschillen die niet onbetwistbaar zijn – en die ze als louter historisch bestempelt, met andere woorden als artificieel en vervreemdend. En dan zijn er de andere, die zich niet laten verwerpen (de genitale verschillen bijvoorbeeld), waarvan zij enkel de culturele context in aanmerking wil nemen.
Het komt hierop neer – enkele plotse momenten daargelaten waarbij ze in de verdediging gaat, en dan met zichzelf in tegenspraak raakt – dat haar afhankelijkheid van het denken van Sartre, van gnosis doordrenkt, haar ertoe brengt de seksualiteit te beschrijven als structureel sadistisch, gepaard gaand met een afkeer voor lijfelijkheid, wat een erotiek van verwerping en scheiding oplevert.
Maar berusten de verhoudingen tussen de seksen dan enkel op vijandigheid van de geesten; beantwoorden ze alleen aan een dialectiek van agressie?

____________

* [nooit van mij] Beauvoir geeft namelijk direct twee Sartriaanse postulaten (en postulaten behoeven zoals we weten geen bewijs, wat er in de volgende duizend bladzijden ook niet komt):
     Premièrement, l’homme a fait de la femme l’Autre, l’objet.
     Deuxièmement, il n’y a pas de nature féminine, tout le Féminin est artificiel.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans