fbpx


Geschiedenis, Literatuur

Propaganda voeren met geschiedenis

Schaamteloos kunst roven voor een nobel doel
Titel
Schoonheid voor het oprapen
Subtitel
Romeinse kunstjagers en hun navolgers
Auteur
Fik Meijer
Uitgever
Athenaeum - Polak & Van Gennep
ISBN
9789025310394
Onze beoordeling
Aantal bladzijden
358
Prijs
€ 24.99
Koop dit boek op doorbraakboeken.be

Iedereen die ooit in Vlaanderen naar school ging, ging wel ‘ns op schooluitstap naar Brussel — hoofdstad van ons uit elkaar brokkelende landje — en naar het Jubelpark, waar een gemythologiseerd collectief verleden herdacht wordt. Het opvallendste bouwwerk in het Brusselse park is de in 1905 voltooide triomfboog, een gigantische constructie die de grootsheid van België en in het bijzonder Leopold II moest weergeven.

De overduidelijke bedoeling van het bombastische ontwerp was passanten te imponeren, maar ook om een rechtstreekse link te trekken tussen de eigen tijd en de gloriejaren van het Romeinse keizerrijk, geïnspireerd door het Frankrijk van Napoleon, die zich maar al te graag vergeleek met keizer Augustus. Propaganda door middel van geschiedenis dus.

Fik Meijer, emeritus hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, doet in zijn meest recente boek, Schoonheid voor het oprapen, uit de doeken hoe de Romeinen schaamteloos kunst van onderworpen volkeren roofden, om die dan vervolgens in de loop van volgende eeuwen zélf kwijt te raken.

Napoleons grote triomftocht

Meijer start zijn boek met een schitterende beschrijving van de grote processie in Parijs, op 27 juli 1798. Napoleon liet aan het massaal toegelopen volk de buit zien die hij had gemaakt tijdens zijn Italiaanse veldtocht. De boodschap was duidelijk:

La Grèce les céda 

Rome les a perdu (sic) 

Leur sort changea deux fois 

Il ne changera plus.

De oude Romeinen voerden graag oorlog. En ze waren er goed in. Een generaal die een grote overwinning behaalde, verdiende eeuwige roem. Die kreeg zijn beslag in een triomftocht, waarin volk en de adel zich konden vergapen aan de schatten en rijkdommen die uit het verslagen gebied geplunderd waren.

Meijer weet wat hij zegt wanneer hij de rituele en religieuze waarde van zo’n triumphus beschrijft. De generaal werd voor één dag god. Het was niet voor niets dat een slaaf achterin de strijdwagen de triomfator in het oor fluisterde dat hij slechts een mens was. Waar de Romeinse overwinnaars eerst nog schroom aan de dag legden bij het leegroven van overwonnen steden en landen, verdween die in de loop der eeuwen. Meijer legt de mechanismes achter die evolutie haarscherp bloot in zijn boek.

Leuke lectuur, maar overbodig

Dat betekende blijkbaar niet dat iedere Romein kunstroof hoog inschatte. In een uitgebreid tweede deel behandelt Meijer de aanklacht van Cicero tegen Verres, gouverneur van Sicilië en aartschurk. Leuke lectuur, maar hier helaas overbodig. Net zoals het hoofdstuk dat daarop volgt, waarin Meijer ons uitlegt hoe het nu zat met de Romeinse elite en haar kunstbezit. Wat de passage over de soorten Romeinse villa’s hier komt doen, blijft bijvoorbeeld een raadsel.

Daarnaast maakt de auteur zich schuldig aan enkele onnauwkeurigheden. Zo bevindt de tempel van Mars Ultor zich niet op het Forum Romanum, maar het Forum van Augustus. Wanneer Atte Jongstra in NRC Handelsblad Meijer beschrijft als ‘een reisleider/verteller die ons vanuit een verbijsterende eruditie en kennis van de huidige toestand ter plaatse rondleidt door de Romeinse geschiedenis,’ mag de lezer dan ook verwachten correct geïnformeerd te worden. Om over de vervelende grammaticale fout in bovenstaand Frans citaat nog te zwijgen. Ligt misschien aan de bedenkelijke manier waarop onze noorderburen de taal van Molière aangeleerd krijgen.

Om duimen en vingers bij af te likken

Zeer sterk is het hoofdstuk over vondsten op de zeebodem. De beschrijving van het wrak van Mahdia, gevonden voor de kust van Tunesië, spreekt ronduit tot de verbeelding. Met wat goede wil hoor je in gedachten de paniek van de schreeuwende zeelui wanneer hun lading aan het schuiven ging en hun schip zonk.

‘De schipper slaagde er niet in om Sicilië te bereiken. Vermoedelijk door felle tegenwind kon het schip geen koers houden en dreef steeds verder af naar het zuiden, richting Tunesische kust. De bemanning probeerde nog van de kust weg te komen, maar tevergeefs. Naar wat er gebeurde, kunnen we alleen maar gissen. (…) De lading ging schuiven. Het schip begon water te maken door de achterop komende zeeën en zonk langzaam naar de diepte.’

Grand Tour voor de happy few

In het tweede deel maakt Meijer een tijdssprong van ongeveer duizend jaar. Het Romeinse rijk had al lang opgehouden te bestaan maar sommige ideeën van toen waren nog springlevend. De klassieke oudheid kreeg meer en meer gewicht wanneer de jonge Europeaanse elite als afsluiting van hun intellectuele en culturele vorming een reis door Europa maakten.

Een kentering in het denken over verzamelen kwam in het midden van de achttiende eeuw. Herculaneum en Pompeii waren van hun dikke laag vulkanische modder en as ontdaan, en de werkelijkheid van de Romeinse wereld drong tot velen door. Duidelijker dan ooit kwam de gedachte op dat de klassieke kunst niet alleen voor een kleine groep mensen interessant was, maar dat de elite de taak had om een groot publiek ervoor te interesseren.

Waarmee het hek, alweer, volledig van de dam was. Collectioneurs en rovers gingen op zoek naar de mooiste archeologische vondsten. Het Louvre in Parijs en het British Museum in Londen, twee overblijfslesl van deze periode, trekken nog steeds miljoenen bezoekers van over de hele wereld. Wie stilstaat bij de lange lijdensweg die de Parthenonsculpturen moesten ondergaan als gevolg van het drieste optreden van Lord Elgin, weigert ooit nog het British Museum binnen te gaan.

‘Elgin, Hunt en Lusieri vernietigden de context, de samenhang en verminkten zo het grote organische geheel dat het Parthenon was geweest. Door er stukken uit te verwijderen haalden ze de ziel uit de tempel. Het was een wandaad die herinneringen opriep aan de Romeinse gouverneur Verres, die eveneens tempels had beroofd van hun schatten.’ Groot gelijk.

Teruggeven die handel

Het laatste hoofdstuk van het boek stelt de terechte vraag ‘Hoe nu verder?’. In een sterk onderbouwd betoog geeft Meijer een klaar en duidelijk antwoord op de vraag wat dient te gebeuren met de ‘Elgin Marbles’. De ooit geroofde stukken moeten teruggegeven worden, simple comme bonjour. Meijer illustreert dat mooi met een persoonlijke anekdote uit 2018 in het British Museum toen hij langs de kariatide wandelde.

‘Was het mijn verbeelding of zag ik het goed? Had ze tranen in haar ogen of was mijn blik wazig door zweetdruppeltjes? Ik schudde mijn hoofd en keek de Kariatide nogmaals aan. Ik was er nu bijna zeker van dat ze weende. Ze heeft daar ook alle reden toe. Haar vijf zusters hebben een prachtige plek gekregen in het nieuwe museum in Athene, recht tegenover de Akropolis. De plaats voor hun naar Londen gedeporteerde zuster blijft vooralsnog leeg, zolang de Britten volharden in hun weigering om de Parthenonsculpturen terug te geven. Dat kan nog heel lang duren. Maar over die ene Kariatide, die daar gescheiden van haar zusters staat, is wat mij betreft geen discussie mogelijk. Die moet onmiddellijk terug naar Athene, naar haar zusters.’ Opnieuw groot gelijk.

Inhoudelijk laat de auteur soms mooie kansen liggen. Een voorbeeld is het monument dat Octavianus oprichtte bij Actium, de Griekse stad waar hij zijn grootse overwinning behaalde op Antonius en Cleopatra. Meijer beschrijft wat hij zelf ter plekke gezien en beleefd heeft, maar voegt geen foto toe waarmee dit startschot van Augustus’ grootse propagandabeweging geïllustreerd wordt?

Conclusie

Meijer straalt met Schoonheid voor het oprapen een ongeziene eruditie uit. Combineer dat met zijn kenmerkende hang naar spitante anekdotes en je krijgt een heel leesbaar geheel. Valkuil is wel dat de lezer zich soms in dezelfde kamer waant met een gepensioneerde leerkracht geschiedenis met een soms haperend geheugen die maar blijft vertellen, met als gevolg een verslappende aandacht. Extra jammer omdat Meijer in dit werk een thema aansnijdt dat razend actueel is: de manier waarop een machtige mogendheid zijn eigen geschiedenis schept en conserveert voor het nageslacht.

Benieuwd hoe generaties na ons naar de triomfboog in het Jubelpark zullen kijken.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Pieter Van den Bossche

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Talk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *