fbpx


Geschiedenis, Vlaamse Beweging
IJzerbedevaart

Terugblik naar de eerste IJzerbedevaart

De overlevenden gaan in dialoog met de gesneuvelden



‘Gij zendt telegram op telegram aan uw koning en aan de ministers, maar uw eigen gekozenen durft gij niet bij de lurven pakken! Ik wensch u daadkracht, vooral tegenover hen, die dichtbij u staan!’ Deze strijdbare en actuele woorden werden uitgesproken door priester-dichter Cyriel Verschaeve. Ze klonken helder op een vergadering in het kader van de Joe Englishhulde die van zaterdag 4 tot maandag 6 september 1920 plaatsvond in de Westhoek. Herdenkingscomité Het voornoemde IJzersymbool was naast frontsoldaat ook een…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


‘Gij zendt telegram op telegram aan uw koning en aan de ministers, maar uw eigen gekozenen durft gij niet bij de lurven pakken! Ik wensch u daadkracht, vooral tegenover hen, die dichtbij u staan!’ Deze strijdbare en actuele woorden werden uitgesproken door priester-dichter Cyriel Verschaeve. Ze klonken helder op een vergadering in het kader van de Joe Englishhulde die van zaterdag 4 tot maandag 6 september 1920 plaatsvond in de Westhoek.

Herdenkingscomité

Het voornoemde IJzersymbool was naast frontsoldaat ook een geroemd kunstschilder. Toen hij begin september 1918 in Steenkerke ten grave werd gedragen, ontstond de idee om alle gesneuvelde Vlaamse frontsoldaten na de oorlog publiekelijk te herdenken. In het augustusnummer van De Vos — het maandblad van VOS Vlaamse Vredesvereniging vzw — stond al een opmerkelijke getuigenis van Oscar Dambre te lezen. Deze geëngageerde Vlaming was actief bij de vzw Bedevaart naar de Graven van den IJzer. Hij stelde in 1924 dat de Vlaamse oud-strijders in de korte nasleep van de Eerste Wereldoorlog ‘het plan [hadden] opgevat om ieder jaar een Vlaamse Volksbedevaart naar de IJzergraven in te richten. Het zijn verbroederingsdagen van strijdende levenden met in de strijd gesneuvelden, van grote betekenis voor heden en toekomst van ons verder leven en het lot van Vlaanderen’.

Aan de basis van dit alles lag het inspirerende karakter van Joe’s persoon. Al in zijn sterfjaar richtten prominente Vlamingen een Joe English-comité op. Daarin zetelden niet enkel Verschaeve, maar ook Juliaan De Vriendt, professor Frans Daels, priester Hugo Verriest, Emiel Hullebrouck, Stijn Streuvels en Joris Van Severen. Zij stelden zich als doel een album uit te geven, een monument op te richten en in Brugge een Joe English-dag te houden. In 1919 ontvingen niet alleen de leiders van de Vlaamse studentenverenigingen en de Vlaamse oud-strijders, maar ook geestelijken, politici en kunstenaars het verzoek om een algemeen gedragen herdenkingscomité te vormen. De West-Vlaamse benedictijn Aubert-Tillo van Biervliet beschreef in 1985 in een artikel voor het tijdschrift Vlaanderen dat de ‘schoonste hulde hem werd gebracht op de eerste IJzerbedevaart in Steenkerke van 4 tot 6 sept. 1920′. [1]

De Vlaamse oud-strijders

Twee weken voor de Joe Englishhulde stelde een aanwezige op een VOS-vergadering in Brussel nog de vraag of het moment niet was gekomen om het Verbond der Vlaamsche Oud-Strijders een radicalere Vlaamse koers te laten varen. De oprichting van een sterk antimilitaristische en anti-patriottische organisatie was in die tijd voldoende om verdacht gemaakt te worden door het Belgische systeem. De huldeplechtigheid was een buitenkans voor de oud-strijders om hun Vlaamse gevoelens te etaleren. Op de vooravond van de plechtigheid genoten de al gearriveerde ‘Vossen’ in Veurne van een voordracht met lichtbeelden, verzorgd door advocaat Arthur De Groeve. Zondagmorgen volgde na een misviering een bezoek aan Joe’s graf in Steenkerke. Naast een bloemenhulde en een vlaggenfeest vond daar de onthulling plaats van zijn gedenkteken. Daarna trokken de honderden aanwezigen, waaronder veel oud-strijders en studenten, in een optocht naar Veurne.

De Vossen toonden zich gedurende het herdenkingsweekeinde ongevoelig voor verwensingen uit belgicistische hoek. Integendeel lieten ze zich bijzonder kritisch uit over de verwezenlijkingen van de toenmalige Belgische regering. Op een afzonderlijke vergadering in de namiddag van 5 september 1920 bespraken de oud-strijders in het ‘Hof van Commerce’ in Veurne de politieke toestand van dat moment. Oud-strijder Juliaan Platteau modereerde de vergadering. Hij stelde er dat zijn collega’s het recht hadden ‘te spreken namens het Vaderland’.

Tegenwerking door de Belgische staat

Tijdens zijn toespraak herdacht Platteau Joe English als oud-strijder, als kunstenaar en als Vlaamse strijder. ‘Kenden wij hem niet allen persoonlijk, wij kenden zijn kunst. In hem huldigen wij al onze gevallen Vlaamsche makkers, wier gedachten wij zullen doen zegevieren.’ De spreker waarschuwde daarbij de aanwezigen voor de ‘officiële tegenwerking’ vanwege de Belgische staat. Die wilde zo de Vlaamse zelfbeschikkingsstrijd de kop indrukken.

Meegaander dan Verschaeves uitspraak over het ‘bij de lurven pakken’ van de eigen gekozenen lanceerde Platteau vervolgens een oproep om de volksvertegenwoordigers, die door de hulp van de oud-strijders in 1919 verkozen waren, te ondersteunen. Als gevolg van zijn antimilitarisme en zijn Vlaamsgezindheid deed hij ook beroep op de Vossen om gezamenlijk het Frans-Belgische Militair Akkoord van september 1920 te verwerpen en te proberen om een tweede schending van de heldenhuldezerkjes te beletten. Ook volksvertegenwoordiger Adiel Debeuckelaere sprak daarop kort over het Frans-Belgisch verbond, dat volgens hem ‘een belemmering betekende van onze vrijheid’.

Nostalgie naar een zuivere, dynamische Vlaamse beweging

Uit de bovenstaande uitspraken van de Vlaamse oud-strijders blijkt een duidelijke behoefte onder de aanwezigen op de hulde om te rouwen om de oorlogsslachtoffers en deze ook te herdenken. Er speelden nog andere factoren mee, die een Vlaamse manifestatie op dat ogenblik noodzakelijk maakte. Zo vormden de politiek-maatschappelijke ontwikkelingen tijdens de jaren 1919 en 1920 in België — volgens het dit jaar verschenen februarinummer van de Joe English, Kunstschilder vzw-nieuwsbrief — eveneens een belangrijk element.

Een uitspraak van advocaat De Groeve tijdens het weekeinde sprak dan ook boekdelen. Hij zei tot de Vlamingen: ‘Organiseert u! Streeft, buiten en boven alle andere geschillen, naar ons gezamenlijk doel: Vlaanderen vrij!’ Het Vlaams-nationalistische blad De Schelde gaf de spreker, zoals ook Verschaeve met zijn citaat dat dient als inleiding, volkomen gelijk in een persverslag. ‘De Vlaamsche kiezers moeten van hun mandatarissen eischen, met alle kracht eischen, dat zij werkelijk in het belang van Vlaanderen handelen! Zoo niet – buiten!! (…) Naar den voorgrond alles wat ons vereent! Naar den drommel alles wat ons verdeelt!’ [2]

Toekomstgericht en internationaal

Het was duidelijk dat de organisatoren van en de deelnemers aan de hulde zelf een jaarlijks evenement tot stand probeerden te brengen met een duidelijke missie, waarin alle participanten zich herkenden. Co English en Piet Debaere van de voornoemde vzw beschreven de tastbare resultaten treffend door te wijzen op een doorheen de decennia interessant programma met enthousiasmerende sprekers, een grafmonument, publicaties voor en na het gebeuren, enzovoort. ‘Ten slotte werden er inhoudelijk naast de dodenherdenking en het leven en werk van Joe English, ook thema’s behandeld die actueel toekomstgericht en zelfs internationaal waren. Zoals het Frans-Belgisch militair akkoord, de Ierse strijd voor zelfstandigheid, de emancipatie van de vrouw, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van kunstenaars en intellectuelen, en natuurlijk de eigenheid van de Vlaamse samenleving en cultuur’, aldus de kleindochter van Joe English en haar partner. [3]

Sober, maar puur

Het herdenkingsweekeinde mocht dan wel een sober karakter hebben, toch bleef de samenkomst een leven lang nazinderen in de hoofden van een aantal aanwezigen. Bewijs van deze bewering wordt geleverd door Filip De Pillecyn in zijn Face au mur uit 1979. In dit na zijn overlijden gepubliceerde oorlogsdagboek beschreef De Pillecyn in een tekstje getiteld ‘Herinnering’ zijn gevoelens op zondag 19 augustus 1945. De dag waarop normaal gezien de IJzerbedevaart had moeten plaatsvinden. In zijn barak hadden geïnterneerden kentekens gemaakt, zoals een op een stukje karton getekend IJzerkruis dat ze op hun jasomslag spelden.

‘Op het stro herdenken wij Diksmuide. Ik tracht mij de gezichten weer op te roepen van mijn gevallen kameraden, van hen die rusten in de crypte, aan de voet van de toren. Met de IJzerbedevaart heb ik de zuiverste en heiligste ontroering van mijn leven gekend. Het was mij soms alsof ik op tastbare wijze de aanwezigheid van de doden voelde. En zoveel ik kan, tracht ik mij alles te herinneren, vanaf Steenkerke, aan het graf van Joe English. Het geslacht van het offer. (…) Laat ze maar verbrijzelen, daarbuiten, wat in het hart staat opgericht krijgen ze niet kapot. Er is een zonderlinge wisseling van weemoed en geluk, van fierheid en bitterheid in mij. Ik heb de soldatenmantel gedragen en draag nu het boevenpak. Ik voel mij net zoals toen. Dat zit in u en niemand krijgt het er uit.’ [4]

Dialoog van levenden en overledenen

De Joe English-hulde tijdens het eerste weekeinde van september 1920 zou een eerste verdichtingsmoment blijken. Daarbij traden de levenden in dialoog met hun overleden frontkameraden. In 1932 werd Joe’s stoffelijk overschot bijgezet in de crypte van de IJzertoren. De vormgeving daarvan gaat terug op zijn tekening ‘IJzerkruis’. Bij die gelegenheid werd English uitgeroepen tot een van de ‘IJzersymbolen’. Meer bepaald als belichaming van de ‘dienende’ kunst.


[1] Aubert-Tillo van Biervliet, ‘Joe English en Cyriel Verschaeve’, Vlaanderen 34 (1985), 234.

[2] ‘Uit de Joe English- Betooging’, De Schelde, 08-09-1920, voorpagina.

[3] Co English en Piet Debaere, Nieuwsbrief Joe English, kunstschilder vzw, nr. 35-36, 15.

[4] Filip De Pillecyn, Face au mur, 1979, 86-87.

Nick Peeters